In het sociale werkveld gebruiken we elke dag veel woorden. Niet alleen het vakjargon, maar ook gewone woorden verbergen soms een onduidelijke of gevoelige lading. Sommige woorden ruimen ook plaats voor nieuwe woorden. In deze column gaan we op zoek naar soms verborgen betekenissen en debatten.
Nancy en Billy
Veel mensen krijgen een ‘uitkering’. Sommigen leven er zelfs van. Zoals Nancy die haar werkloosheidsuitkering verloor en nu een leefloon krijgt van het OCMW. Maar ook Billy die een royaal dividend krijgt en niet moet gaan werken voor de kost. Toch noemen we zijn inkomen doorgaans geen uitkering. Dat van Nancy wel.
‘Wie vindt ‘uitkeringstrekkers’ sympathiek?’
De definitie van uitkering gaat vele kanten op. In algemene zin is het “de betaling van een bedrag waarop iemand recht heeft”. Dat kan een sociale uitkering zijn, maar ook een betaling vanuit een verzekering, een belastingteruggave of een dividend.
Eerder gunst dan recht
In het taalgebruik van sociale professionals is de uitkering goed ingeburgerd. We spreken vlotjes over een werkloosheidsuitkering of een ziekte-uitkering. Soms variëren we met de woorden ‘steun’ of ‘voordeel’. Toch wekken die woorden de indruk dat de financiële ‘tegemoetkoming’ – nog zo’n woord – eerder een gunst is dan een recht.
Ook de samengestelde woorden hebben vaak een negatieve bijklank. Wie vindt ‘uitkeringstrekkers’ sympathiek? En hoeveel moet er dan getrokken worden om aan het recht te komen`? Of we zeggen dat iemand moet of kan ‘terugvallen’ op een uitkering, al kan je nog dieper vallen.
Kordate aanpak
Soms laten we mensen zelfs ‘genieten’ van een uitkering, niet goed wetend of en welk genot we de ‘leefloongenieter’ toewensen. Dat ‘genieten’ schurkt overigens verdacht aan bij ‘profiteren’, ver weg van het taalgebruik in termen van rechten. Dan toch liever de neutrale omschrijving ‘uitkeringsgerechtigden’.
Het negatieve beeld van sociale uitkeringen voedt vandaag een kordate aanpak met beperkingen in de tijd en striktere voorwaarden. De uitkeringstrekkers van dividenden of royale verzekeringen blijven buiten schot.
Van de ene cumul naar de andere
Er is zelfs een nieuwe term in opgang: ‘de uitkeringscumul’. Ook hier viseert men niet de veelverdiener of rentenier die zijn inkomen verder opbouwt met dividenden en karig belaste meerwaarden. Neen, de uitkeringscumul gaat over de optelsom van sociale voordelen die in één gezin of huishouden samenkomen. Stuk voor stuk voordelen waar men recht op heeft. Dus in feite is het een ‘rechtencumul’.
En nu stelt de regering in haar federaal regeerakkoord op vraag van bepaalde politieke partijen dat daar paal en perk moet aan gesteld worden. Want het verschil tussen werken en niet-werken moet minstens 500 euro zijn. Hola, zegt armoede-expert Wim Van Lancker, dat verschil is vandaag bijna altijd meer dan 500 euro. En de zogenaamde excessen van gezinsleden die samen 4.000 euro aan uitkeringen en sociale voordelen bijeenrapen, komen nauwelijks voor.
‘Spreken we dan niet beter van een ‘onderbeschermingscumul’?’
Dat zegt volgens Wim Van Lancker veel over de staat van het politieke debat. Het woord ‘uitkeringscumul’ verhult het echte probleem: de versnippering van sociale uitkeringen en voordelen, waardoor vele rechten niet opgenomen worden. Spreken we dan niet beter van een ‘onderbeschermingscumul’?
Leven van een uitkering, het is maar hoe je het bekijkt en hoe je het ervaart. Vraag het even aan Nancy. En ook aan Billy.
Reacties [1]
Net zoals een “leefloon” eigenlijk een overleefloon is.