Peer-honger
De menselijke nood aan verbondenheid is fundamenteel. Toch groeien jongeren vandaag op in een wereld waar voortdurend contact is, maar weinig echte nabijheid. Daardoor ontstaat een honger naar erkenning en verbondenheid die soms destructieve vormen aanneemt.
Twee boeken die ik onlangs las, brengen dit krachtig in beeld. In de cultroman ‘Infinite Jest’ (recent vertaald als ‘Eindeloos vertier’) heeft de Amerikaan David Foster Wallace het over ‘peer-honger.’ Waar er bij ‘peer-pressure’ sprake is van groepsdruk om zich te conformeren aan anderen, gaat het bij peer-honger net om het ontbreken van echte verbinding en het verlangen ernaar.
‘Omdat echte verbondenheid uitblijft, lijkt verdwijnen de enige manier om met de pijn van het isolement om te gaan.’
Jongeren ervaren dat tekort aan onderlinge verbondenheid als bijzonder bedreigend. Ze proberen daarom koste wat kost die aansluiting te vinden. Wallace schrijft over een generatie die geen verbinding meer vindt vanuit gedeelde idealen, overtuigingen of toekomstverwachtingen, maar die vooral contact zoekt om de leegte van het isolement niet te hoeven voelen.
De peer-honger werkt zoals een verslaving. Omdat echte verbondenheid uitblijft, lijkt verdwijnen de enige manier om met de pijn van het isolement om te gaan. Verdwijnen in alcohol, drugs of seks, maar ook verdwijnen in de ander. De ander is dan niet langer een persoon met wie je een wederzijdse relatie opbouwt, maar een toevluchtsoord tegen eenzaamheid. Dat maakt die relaties zowel intens als fragiel.
Verlangen en angst liggen dicht bij elkaar
Hetzelfde thema komt sterk terug in het boek ‘Alsof het niets was’. In dat autofictieboek verwerkt Zari Van Nieuwenhove (21) haar eigen worsteling met haar mentale gezondheid.
De hoofdpersoon Lisa is aan het begin van het verhaal zestien jaar oud. Ze kampt met een eetstoornis en leert Nora kennen. Door Nora laat ze haar behoefte aan controle los, “alsof het niets was”, en begint ze alcohol en cannabis te gebruiken.
‘Voor Lisa betekent nabijheid niet automatisch veiligheid.’
De vriendschap met Nora geeft haar het gevoel eindelijk ergens bij te horen, maar tegelijk voelt die verbondenheid ook gevaarlijk en onstabiel aan. Dat blijkt mooi uit het volgende fragment:
“Het voelt alsof we vliegen,” zei Nora zacht, haar stem bijna dromerig.
“Ja, inderdaad,” antwoordde ik.
Maar vanbinnen voelde ik iets heel anders – alsof ik elk moment kon neerstorten.
In deze passage zie je hoe dicht verlangen en angst bij elkaar liggen. Voor Lisa betekent nabijheid niet automatisch veiligheid. Integendeel: het gevoel eindelijk iemand dichtbij te hebben gaat gepaard met de angst zichzelf volledig te verliezen. Dat maakt haar kwetsbaar voor destructief gedrag. Alcohol, drugs en intense relaties geven haar tijdelijk het gevoel te leven, maar tegelijk versterken ze haar innerlijke instabiliteit.
Ziekenhuis zorgt voor verwarring en vervreemding
Wanneer Lisa opnieuw wordt opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis, wordt duidelijk hoe lang ze al worstelt met zichzelf. Als dertienjarige verbleef ze er al een jaar. Het ziekenhuis roept bij haar geen gevoel van genezing op, maar eerder een gevoel van controle en begrenzing. Het is een plek waar anderen beweren beter te weten wat er in haar omgaat dan zijzelf. Dat zorgt voor verwarring en vervreemding.
‘Het ziekenhuis is een plek waar anderen beweren beter te weten wat er in haar omgaat dan zijzelf.’
“Maandagochtend stond ik opnieuw voor de ingang van het kinderziekenhuis in Brussel. De gevel was nog steeds veel te fel gekleurd, alsof ze hadden geprobeerd de pijn achter de muren te maskeren met een likje vrolijkheid.”
De beschrijving van het ziekenhuis geeft weer dat de hulpverlening niet echt in contact staat met de pijn van degenen die er verblijven. Hier wordt iets afgedekt. De felle kleuren van het gebouw contrasteren met het verdriet en de wanhoop van de mensen achter de muren. Lisa ervaart de psychiatrie dubbel: enerzijds voelt ze zich er veilig omdat alles duidelijk afgebakend is, anderzijds voelt ze zich er niet echt gezien als persoon.
Zogenaamde vrienden
Doorheen het hele boek blijft Lisa zoeken naar wat het betekent om verbonden te zijn met anderen. Ze probeert te begrijpen wat vriendschap eigenlijk inhoudt, maar merkt telkens opnieuw hoe tijdelijk en oppervlakkig haar relaties aanvoelen.
“Zoals bij al mijn zogenaamde vriendschappen was ook de intensiteit tussen Katja en mij slechts tijdelijk.”
Het woord ‘zogenaamde’ maakt duidelijk hoe weinig vertrouwen Lisa nog heeft in duurzame verbondenheid. Haar zoektocht om partner te zijn en intimiteit toe te laten is aandoenlijk, maar tegelijk pijnlijk om te lezen. Er ontwikkelt zich een mechanisme dat lijkt op dat van verslaving.
Steeds opnieuw komt ze uit bij dezelfde vaststelling: net zoals die relaties waarin ze kan verdwijnen, zijn alcohol en seks de enige dingen zijn die haar nog echt laten voelen dat ze leeft. Die ervaringen laten haar tijdelijk ontsnappen aan de gevoelloosheid, maar bieden geen echte rust of geborgenheid.
Bezigheidstherapie in plaats van hulp
Wat het boek bijzonder sterk maakt, is de manier waarop het de psychiatrische hulpverlening beschrijft vanuit het perspectief van een jongere. Lisa heeft nood aan structuur en veiligheid, en daarom voelt een opname soms noodzakelijk aan. Toch ervaart ze veel therapieën eerder als bezigheidstherapie dan als echte hulp.
Sommige instellingen werken bovendien met systemen van straffen en belonen, wat haar vooral extra stress bezorgt. De nadruk ligt vaak enkel op controle van gedrag, terwijl haar onderliggende pijn onvoldoende gehoord wordt.
Luisteren zonder oordeel
Doorheen haar traject ontmoet Lisa verschillende hulpverleners, maar niet iedereen slaagt erin echt contact met haar te maken. Het verschil zit voor haar niet in diagnoses of behandelmethodes, maar in de mate waarin iemand bereid is werkelijk te luisteren. Een van de meest betekenisvolle figuren in het boek is daarom Janne, een psychologe die niet onmiddellijk probeert te analyseren of oplossingen op te leggen.
‘Lisa verlangt niet naar iemand die haar probleem oplost, maar naar iemand die haar pijn ernstig neemt.’
“Maar Janne luisterde. Zonder oordeel. Zonder meteen met een oplossing te komen. Ze was er gewoon.”
Net dat “er gewoon zijn” lijkt essentieel. Lisa verlangt in de eerste plaats niet naar iemand die haar probleem oplost, maar naar iemand die haar pijn ernstig neemt. Dat maakt het boek bijzonder relevant voor hulpverleners in de psychiatrie. Het toont hoe belangrijk echte aanwezigheid en erkenning zijn voor jongeren die worstelen met psychische problemen.
Traag en kwetsbaar proces
Lisa’s verhaal maakt duidelijk hoe iedereen fundamenteel nood heeft aan verbondenheid. Zowel Wallace als dit boek schetsen hoe jongeren in deze hypergeconnecteerde wereld toch moeilijk die nabijheid vinden. En hoe in die honger naar erkenning en verbondenheid, soms destructieve patronen ontstaan. ‘Alsof het niets was’ maakt duidelijk hoe dun de grens kan zijn tussen verbinding zoeken en zichzelf verliezen in de ander.
Precies daarom is verbinding ook binnen de hulpverlening essentieel. Niet als snelle oplossing, maar als een traag en kwetsbaar proces van aanwezig blijven, luisteren en erkenning geven. Het verhaal van Lisa toont dat heling niet ontstaat uit controle of analyse alleen, maar uit het ervaren dat iemand werkelijk bereid is nabij te blijven.
Die verbondenheid is moeilijk en breekbaar, verloopt met vallen en opstaan, maar vormt misschien wel de enige weg naar herstel en volwassenwording.

Reacties [3]
Een zeer noodzakelijk artikel, geschreven door iemand die het kan weten.
We zoeken inderdaad mensen die onze pijn verstaan, niet personen die ons komen zeggen hoe het moet.
Uiteraard is presentie, luisterend helpen de basis van elk sociaal werk (van elke hulp)! Carl Rogers noemde dat in de vorige eeuw: non-directieve hulpverlening. Geen oplossingen aandragen maar luisteren naar heel de mens, met empathie en echtheid. Dat wordt in de SW-opleidingen geoefend als basisgespreksvaardigheden. Maar SW’ers krijgen meer SW-methoden mee om vanuit dat goede contact ook voorstellen te doen, mbv directieve methoden. Samen besluiten tot een maatwerk-aanpak – shared decision making – heet dat. Dus vrije aandacht voor de persoon is de basis. Maar daarbovenop worden SW’ers geoefend in het geven van gerichte aandacht voor fysieke-, emotionele-, mind-set- en sociale/structurele stress. Dus non-directief luisteren en directief helpen zijn geen tegenstelling maar vullen elkaar aan! Als presentie volstaat kunnen we de beroepsgroep SW wel opheffen: ervaringsdeskundigen staan als lotgenoten naast diegene en volstaan dan met luisterend helpen…..
Jaren was ik vrijwilliger bij DE OPEN DEUR in Antwerpen , dat spijtig na 50jaar verdween door te kort aan subsidies…. Dit was het luisterhuis waar mensen anoniem en kosteloos terecht konden met kleine en grote zorgen. Hoe spijtig om dit te moeten stoppen, mijn.hart doet pijn van deze maatregel.