Elk moment telt
In een psychische crisis telt elk moment. Juist dan ontstaat – als we echt luisteren – ruimte voor blijvende verandering. Wat er op zo’n moment gebeurt – of net niet gebeurt – bepaalt of iemand zich gehoord, geholpen of alleen gelaten voelt.
‘We willen minder dwang, maar de praktijk verandert amper.’
Ik werk al jaren in de geestelijke gezondheidszorg. Steeds opnieuw bots ik in crisiszorg op dezelfde spanning: we willen minder dwang, maar de praktijk verandert amper. Omdat we te laat komen. Omdat we elkaar niet vinden. Omdat we blijven werken in gescheiden systemen, zonder echte samenwerking met alle betrokkenen – ook familie.
Samenwerking tussen geestelijke gezondheidszorg en politie
In Brussel loopt sinds december 2023 het EMUT-project (Équipe Mobile d’Urgence – Mobiel Urgentieteam), een vernieuwende samenwerking tussen geestelijke gezondheidszorg en politie. Voor het eerst in België zitten mensen uit beide werelden structureel samen aan tafel.
Twee sectoren die jarenlang los van elkaar opereerden, vinden elkaar nu op het terrein – letterlijk op straat. En dat is bijzonder. Wanneer de politie geconfronteerd wordt met een psychische crisis, kunnen ze een beroep doen op EMUT: een mobiel urgentieteam uit de geestelijke gezondheidszorg.
En – essentieel – men wacht op elkaar. De politie de-escaleert in afwachting van aankomst van het team en zet een stap achteruit wanneer de hulpverleners het gesprek overnemen. Als de veiligheid gegarandeerd is, trekt de politie zich terug.
Ieder vanuit zijn eigen deskundigheid
Politiemensen zijn geen hulpverleners en hulpverleners hoeven niet in te staan voor veiligheid. Ieder is aanwezig vanuit zijn eigen deskundigheid, met echte aandacht voor de persoon in nood. Er ontstaat ruimte voor overleg, voor een gedeelde inschatting, maar vooral voor de mens achter de symptomen.
De kans op een gedwongen opname daalt. Niet omdat de regels zijn veranderd, maar omdat we op het juiste moment samen handelen. Zo wordt een politie-interventie het beginpunt van zorgcontinuïteit.
‘De kans op een gedwongen opname daalt.’
Vanuit mijn betrokkenheid bij EMUT als vormingsgever aan Nederlandstalige politieagenten in Brussel, zie ik van dichtbij hoe waardevol dit is. En tegelijk hoe nieuw. Er zijn cultuurverschillen, andere talen, ritmes, reflexen. Vertrouwen vraagt tijd, maar het groeit.
Geen vrijblijvend experiment
Minister Frank Vandenbroucke heeft middelen vrijgemaakt om dit soort samenwerking uit te rollen over heel België. Niet als vrijblijvend experiment, maar als structurele investering in een menselijkere en doeltreffendere crisisaanpak. Zoals gezegd zijn deze projecten nog volop in voorbereiding. Dat biedt kansen om nu te kiezen voor echte samenwerking en zo het verschil te maken.
We zien echter dat op sommige plaatsen in Vlaanderen het project ingevuld wordt voor mensen in een subacute toestand – met duidelijke psychische nood maar zonder direct gevaar. De politie kan daardoor bij de persoon in nood vertrekken en contact opnemen met de geestelijke gezondheidszorg die dan op een later moment langsgaat bij degene in nood. Het project wordt niet ingezet voor mensen in acute situaties.
Begrijp me niet verkeerd: het is een stap vooruit dat ook mensen in minder acute situaties zorgcontinuïteit krijgen. Maar wie zich in een diepe crisis bevindt, wordt nog altijd opgesloten of zonder verdere hulp naar huis gestuurd. Het is net bij die groep dat een gezamenlijke en gelijktijdige actie het verschil kan maken, en gedwongen opnames kunnen voorkomen worden.
Van handhavend naar zorggericht
Wat we daarbij niet mogen vergeten: ook voor de politie is deze gedeelde aanwezigheid van groot belang. De ondersteuning van een urgentieteam helpt agenten de stap te zetten van een louter handhavende rol naar een meer zorggerichte aanpak. Ze hoeven het niet alleen te doen.
‘Ook voor de politie is deze gedeelde aanwezigheid van groot belang.’
De aanwezigheid van geestelijke gezondheidswerkers biedt ruimte om los te komen van het klassieke dwangkader. Ook kan de politie zo mee stappen in een traject dat vertrekt vanuit contact in plaats van controle, met meer aandacht voor nabijheid, rust en menselijkheid, ook in moeilijke situaties.
Dat komt niet alleen de politieman of -vrouw ten goede, maar vooral de persoon in crisis. Die ervaart de politie dan niet langer als bedreiging, maar als deel van een netwerk dat probeert te begrijpen in plaats van te grijpen.
Samenwerking met familie
Samenwerking stopt niet bij politie en geestelijke gezondheidszorg. In crisissituaties slaat de omgeving – familie, buren, hulpverleners uit de eerste lijn – vaak als eerste alarm. Ook zij verdienen het om gehoord te worden. Hun signalen kunnen richting geven, hun nabijheid kan rust brengen. Urgentiepsychiatrie moet dus ook luisteren naar deze stemmen: niet alleen de crisis opvangen, maar het netwerk rond de persoon mee ondersteunen.
‘In crisissituaties slaat de omgeving vaak als eerste alarm.’
Zolang we werken in gescheiden circuits, ligt afschuiving op de loer. De ene sector wijst naar de andere: ‘Wij mogen niet zonder medische indicatie’, ‘Wij zijn niet bevoegd voor veiligheid’, ‘Wij kunnen niet zonder begeleiding’. Zo valt de persoon in crisis tussen de mazen – met alle gevolgen van dien.
Een crisis laat zich niet plannen. En toch organiseren we onze zorg alsof dat wel kan. We willen allemaal minder dwang, meer maatwerk, meer nabijheid. Maar als we elkaar niet vinden op het moment dat het ertoe doet, blijft dat een papieren ambitie. Dan nemen we beslissingen over mensen zonder hen erbij te betrekken. En dat wringt.
Het kan
Ik pleit niet voor roekeloosheid. Integendeel. Samenwerken in crisissituaties vraagt om duidelijke afspraken, om veiligheid en draagkracht. Maar het kan. Dat bewijst EMUT in Brussel. Daar komen politie en geestelijke gezondheidszorg samen – niet alleen in overleg, maar ook op het terrein. Daar wordt zorg niet uitgesteld, maar geboden op het moment dat ze het meest nodig is.
Wat daarvoor nodig is, gaat verder dan personeel of budget. Het vraagt een mentaliteitsverschuiving: van ‘naast elkaar’ naar ‘met elkaar’. Van wachten tot het ons past, naar wachten op elkaar. Van controle naar contact.
Willen we echte verandering, dan moet die zichtbaar worden in opleidingen, structuren en wetgeving. Politie- en hulpverleningsopleidingen moeten ruimte maken voor interprofessionele samenwerking. Beleidskaders moeten gedeelde verantwoordelijkheid mogelijk maken. Anders blijft samenwerking een nobel voornemen, maar een kwetsbare realiteit. Als crisiszorg optioneel blijft – iets waarvoor we kiezen als het ons uitkomt – laten we mensen in de steek. Dan wordt ‘urgentiepsychiatrie’ een lege term.
Het is tijd om te handelen. Niet morgen, maar nu. Samen, op het juiste moment, voor wie ons het meest nodig heeft.

Reacties