Dag René,
Toen ge destijds in een woonzorgcentrum belandde vroegen ze u om op een briefje aan te duiden of ge bij uw ochtendboterham kaas, confituur of hesp wilde. Met een dikke viltstift hebt gij toen in blokletters ‘IK VREET MIJN KAS WEL OP‘ op dat blaadje geschreven.
‘Ik vind het spijtig dat ik niet meer met u kan praten over de florissante stand van zaken in ons landje.’
Wanneer ik dat voorval in café De Nieuwe Nachtegael vertel, wordt er nog altijd gegrinnikt. Sommigen, die u nog gekend hebben, vertellen dan andere van uw dwarse fratsen. Zoals over die keer toen een stagiaire in het woonzorgcentrum u verplichtte om mee te doen aan een kookactiviteit. Toen ze u vroeg wat ge wilde klaarmaken, hebt ge volmondig gezegd: ‘Puree! Daar ken ik alles van, want ik zit er al jaren in.’ Ge ziet, ge zijt bijna vijf jaar dood en nog wordt er over u gesproken.
Ik vind het spijtig dat ik niet meer met u kan praten over de florissante stand van zaken in ons landje, want uw commentaren maakten de miserie altijd lichter. Hoewel het wellicht zinloos is, beschrijf ik u de toestand dan maar in een nieuwjaarsbrief.
De Nieuwe Nachtegael is nog altijd een broeihaard van weetjes en geruchten. Een historie die er hardnekkig de ronde blijft doen – waar gij destijds nog zelf mee afgekomen zijt – is dat een twintigtal jaren geleden bij de gemeenteraadsverkiezingen in Aarschot een kerel opkwam met een eenmanspartij die bovendien slechts één belofte deed: ‘alle fietspaden bergaf!’ Het blijft onbegrijpelijk dat een durver met zo’n straf plan niet verkozen werd, in Aarschot worden vernieuwing en verandering duidelijk niet gewaardeerd.
‘Ons dappere vaderland is een land in verval geworden.’
Maar zoals vaker gebeurt met ideeën van politiekers die niet aan de macht geraken, heeft het gedacht van de man van Aarschot intussen stevig wortel geschoten. Politiekers van alle kleuren en gezindten realiseren tegenwoordig met veel enthousiasme zijn bergaf-plannen. Bij de fietspaden lukt het voorlopig niet, maar zo goed als al de rest waar ik – als mens die geen hout heeft om pijlen te maken – dagelijks mee te maken krijg, zoeft wel razendsnel de afgrond in.
Het zijn diepe dalen waar een langdurig zieke zonder spaarpot deze dagen door moet: uitkeringen worden stopgezet, bushaltes verdwijnen, treinen komen niet of te laat, tramlijnen worden afgeschaft, auto’s staan in lange files te stinken, kraantjeswater is ondrinkbaar geworden, loketten zijn met dikke spaanderplaten dicht getimmerd, gemeentelijke zwembaden zijn voorgoed gesloten, administratieve diensten zijn volslagen onbereikbaar geworden, het kleinste pakje friet kost nu evenveel als een groot pak een jaar geleden, voetbal en cyclocross zijn niet langer gratis op de nationale televisiepost te bekijken, op veel plaatsen kan niet meer met echt geld worden betaald, elektrische trottinetten maken de trottoirs levensgevaarlijk, tandartsen en huisdokters zijn bedreigde diersoorten geworden, er zijn te weinig scholen voor kinderen met problemen, duizenden sociale woningen staan leeg terwijl de wachtlijsten langer zijn dan ooit. Ons dappere vaderland is een land in verval geworden. Alle fietspaden bergaf!
‘Gelukkig zijn er lichtpunten die voorlopig beletten dat de noodtoestand moet worden afgekondigd.’
Gelukkig zijn er lichtpunten die voorlopig beletten dat de noodtoestand moet worden afgekondigd: de dwaze wet die nachtarbeid verbiedt is na een kleine honderd jaar eindelijk afgeschaft, de zondag is een werkdag gelijk alle andere dagen geworden, de klimaatopwarming verkleint de stookkosten, wie jonger is dan 66 jaar en niet werkt heet nu officieel een profiteur tenzij hij of zij een vennootschap heeft, de luchthaven van Deurne houdt dapper de kop boven water, aan zee verdwijnen de laatste nutteloze duinen en bouwt men torens voor sukkelaars die het tijdens de vakanties niet kunnen uithouden in hun villa’s, de wapenindustrie draait als een tierelier en zorgt ervoor dat onze arme ondernemers zout op hun patatten hebben, idioten die beginnen protesteren en betogen tegen oorlogen waar wij niks mee te maken hebben leren het waterkanon of de politiecombi kennen, en blijkbaar toch ook vooruitgang – onze minister van landsverdediging is er alleszins heel trots op – : wie onbeleefd is tegen zijn sociaal assistent kan binnenkort zonder dat daar nog een andere instantie mee moet worden lastiggevallen zijn leefloon verliezen. Als hoopgevende signalen kan dat allemaal tellen.
Ook hier zien we dat ideeën van politiekers die niet aan de macht geraken stevig wortel schieten: hier wordt het ‘anders gaan leven’ waar de groenen vroeger niet over konden zwijgen zonder gezever waargemaakt.
Toen we laatst in De Nieuwe Nachtegael over u spraken, werd ook nog eens opgerakeld hoe gij aan uw einde gekomen zijt. Ge waart een van de velen die in april 2020, toen onze politiekers door corona allemaal volslagen de trappers kwijt waren, in een Vlaams woonzorgcentrum reddeloos en radeloos de geest heeft gegeven. Het is nog geen vijf jaar geleden, maar het schandaal is compleet in de vergeetput beland. Waarschijnlijk omdat nooit levensecht op televisie te zien is geweest hoe toen elke dag tientallen en tientallen oude mensen – moederziel alleen, ontredderd, verbijsterd, hulpeloos, in het ijle klauwend, schor schreeuwend en krampachtig naar adem happend – de geest gaven.
‘Er zijn bergen subsidies nodig voor een nieuwe plasticfabriek die dringend naast de Schelde moet komen.’
In De Nieuwe Nachtegael vinden wij dat er, vijf jaar na datum, in alle dorpen en steden een standbeeld moet komen voor de coronadoden in de rusthuizen. Met de namen van de slachtoffers in steen gebeiteld. Maar we beseffen dat het niet gaat gebeuren. Er zijn geen centen voor, want voor het goed van de mensen moet voor miljarden euro’s wapentuig worden gemaakt of bij de Amerikanen gekocht. En er zijn bergen subsidies nodig voor een nieuwe plasticfabriek die dringend naast de Schelde moet komen. En er moeten, liever gisteren dan vandaag, voor een paar duizend gevangenen bijkomende cellen worden gebouwd want onze premier dreigt zelf in het prison te belanden vanwege onmenselijke toestanden in onze voorhistorische kerkers.
Monumenten voor de coronadoden zullen er dus niet komen, maar in De Nieuwe Nachtegael zullen wij boven de jukebox een ingekaderde foto van u aan de muur hangen. Boven die foto komt een witte band met in blokletters: IK VREET MIJN KAS WEL OP. En onder die foto komt: ALLE FIETSPADEN BERGAF! Armoelijders moeten iets doen om bij de overgang naar een nieuw jaar de moed erin te houden.
Doe in het hiernamaals met hoogachting de groeten aan alle bekenden,
Dikke Freddy

Reacties [2]
Met dank voor het artikel, en Ik sluit mij helemaal aan bij wat Marleen schrijft. Ik kan het niet beter verwoorden en blijf me ook verder inzetten voor die warmte, vriendschap en verbinding in onze samenleving.
Wat een supermooie droeve tekst. Volledig verwoord het mijn machteloze gevoel in deze harde tijden als ouder wordende maar nog steeds strijdlustige vrouw die blijft vechten voor zachtheid, warmte, vriendschap en belangloze genegenheid voor de medemens.