Column

De patiënt die zwijgt, heeft vaak veel te vertellen

Peter Dierinck

Peter Dierinck

Peter Dierinck is medewerker van vzw Psyche en psycholoog in het Psychiatrisch Centrum Gent-Sleidinge. Hij werkt momenteel binnen een pilootproject ‘Kwartiermaken’.

Peter Dierinck

© Unsplash / Amin Zabardast

Opvallend zwijgzaam

Ze was opgenomen op een gesloten afdeling. Een oudere vrouw, vriendelijk, verzorgd, maar opvallend zwijgzaam. Tijdens de gesprekken met haar psychiater reageerde ze nauwelijks. Op vragen antwoordde ze minzaam glimlachend met algemeenheden die zelfs geen verband hielden met de specifieke vraag, eindigend met een schouderophalen of een blik naar de grond.

‘Ze vertelde dat ze tijdens de consultaties bij de psychiater zweeg omdat ze hem niet meer vertrouwde.’

Hoe langer de opname duurde, hoe sterker het vermoeden groeide dat er misschien meer aan de hand was dan een psychische crisis. Er werd over dementie gesproken. Dat leek logisch.

Honderduit vertellen

Tot ze bij een verpleegkundige toevallig wat langer alleen was en honderduit vertelde. Ze sprak helder, genuanceerd en met humor. Er was niets mis met haar geheugen of met haar verstandelijk vermogen. Ze vertelde dat ze tijdens de consultaties bij de psychiater zweeg omdat ze hem niet vertrouwde.

Ze verbleef op een afdeling, in een situatie waarin anderen over haar opname, behandeling en bewegingsvrijheid beslisten. Ze had er het gevoel dat alles wat ze vertelde tegen haar gebruikt werd. Zwijgen was het enige waarover ze nog zelf kon beslissen.

Wij zullen wel vertellen wat er met jou gebeurt

Kortom, het verhaal dat wij als zorgexperts over haar hadden gemaakt, klopte niet. Onze observaties, analyses en interpretaties deden de patiënt vervagen.

‘Dat is een groot risico bij hulpverlening: niet dat we te weinig weten, maar dat we te snel denken dat we het weten.’

Dat is een groot risico bij hulpverlening: niet dat we te weinig weten, maar dat we te snel denken dat we het weten. Een psychische crisis roept onzekerheid op. Juist daarom gaan we op zoek naar oorzaken en verklaringen. We willen begrijpen wat er gebeurt, een diagnose stellen, een behandelplan maken, een theorie die orde schept in de verwarring.

Maar precies daar schuilt een gevaar. Hoe meer een patiënt de woorden verliest om zijn ervaring te beschrijven, hoe meer vertrouwen we krijgen in onze eigen woorden. Langzaam verschuift de vraag van ‘Wat gebeurt er volgens jou?’ naar ‘Wij zullen wel vertellen wat er met jou gebeurt.’

Kennis en macht

De Franse filosoof Michel Foucault wees erop dat kennis nooit losstaat van macht. Wie de werkelijkheid mag benoemen, bepaalt vaak ook welke werkelijkheid zal gelden.

‘Wie de werkelijkheid mag benoemen, bepaalt vaak ook welke werkelijkheid zal gelden.’

In de psychiatrie voelen we dat elke dag. Een diagnose beschrijft niet alleen een toestand. Ze bepaalt ook welke behandeling logisch wordt gevonden, wie geloofwaardig wordt geacht en welke vragen nog de moeite waard lijken om te stellen.

Verraderlijke valkuil

Dat zagen we ook bij de oudere vrouw. Omdat zij zweeg tegenover haar psychiater, begonnen wij een verklaring te zoeken. Haar zwijgen werd een symptoom. Niemand vroeg zich nog af waar dit zwijgen vandaan kwam. Ze zweeg niet omdat ze niets meer te vertellen had. Ze zweeg omdat ze iets duidelijk wilde maken. Ze zweeg omdat niemand nog verwachtte dat zij iets wezenlijks kon vertellen.

‘Ze zweeg niet omdat ze niets meer kon vertellen. Ze zweeg omdat ze iets duidelijk wilde maken.’

Bij een psychische crisis is dat de meest verraderlijke valkuil van onze professionele expertise: zodra we er te snel van uitgaan dat de werkelijke betekenis zich afspeelt op een plaats waar de patiënt geen onmiddellijke toegang toe heeft – in het onbewuste, in een neurobiologisch proces – bestaat de kans dat onze nieuwsgierigheid vermindert naar wat de patiënt misschien wel weet waardoor het luisteren stopt.

Het niet kunnen vertellen

Natuurlijk zijn er ervaringen die iemand zelf nog niet begrijpt. Er zijn gevoelens waarvoor nog geen taal bestaat. Er zijn psychische processen die zich slechts langzaam laten kennen. Maar daaruit volgt niet dat de betekenis uitsluitend bij de hulpverlener ligt.

Iemand kan iets heel goed weten, maar het niet durven zeggen. Uit schaamte, angst of wantrouwen. Of omdat hij nog niet de woorden heeft gevonden voor wat hem overkomt. De grootste vergissing is misschien dat we ‘het niet kunnen vertellen’ verwarren met ‘het niet weten’.

Goede hulpverlening

Ook iemand in een psychische crisis beschikt vaak nog over een impliciet weten van wat hem overkomt. Hij voelt dat er iets fundamenteels gebeurt, ook al kan hij dat niet helder beschrijven. Dat intuïtieve weten verdient het om voorzichtig samen onderzocht te worden, niet om onmiddellijk vervangen te worden door het weten van de professional.

‘Goede hulpverlening begint wanneer niemand nog denkt de waarheid over de patiënt te bezitten.’

Daarbij moeten we ook onszelf meenemen in wat er gebeurt. Luisteren betekent niet alleen aandacht hebben voor wat iemand zegt, maar ook onderzoeken wat onze eigen aanwezigheid, onze positie en de context mogelijk maken of onmogelijk maken. Iemand kan bij de ene hulpverlener zwijgen en bij een andere spreken. Hij kan in de ene omgeving wantrouwig zijn en elders ontspannen. Dat verschil is niet zomaar ruis rond het ‘echte’ gedrag. Het vertelt ons iets.

Goede hulpverlening begint wanneer niemand nog denkt de waarheid over de patiënt te bezitten. Dan krijgt eerst zijn verhaal de ruimte. Vervolgens kunnen ook de ervaringen en expertise van naasten, verpleegkundigen, artsen en andere betrokkenen worden toegevoegd. Niet om het verhaal van de patiënt te corrigeren of te vervangen, maar om het samen verder te verhelderen. Goede hulpverlening gaat in eerste instantie over de mens die voor je zit, niet over het symptoom dat begrepen moet worden.

Reacties [9]

  • Karina Vandoorne

    Mijn ervaring is traumatisch .
    Men heeft weinig geluisterd/ veel op médicamenteuse wijze behandeld zonder énige psyhologische opvolging/ nazorg . De omstandigheden in de psyhiatrie waren schrijnend .Op een afdéling waar allerhande soorten problématieken samen zaten .Met onrustige momenten waardoor men zelf onrustig werd / vond en men geen oor had naar je onrust ?!! Dan maar in afzondering/ met fixatie plaatsen zonder énige uitleg en daarbovenop nog een trauma bij ! Men stelt/ geeft een diagnose zonder dit mede te delen aan de persoon zelve(= bij mij persoonlijk) ,staat als een étiket(= STIGMA) in je médischdossier waar je verder/ later door de hulpverlening/ artsen/ spécialisten naartoe benaderd/ behandeld word levenslang !!!! En je levenslang achtervolgt !!!
    Maar daar verzet ik me tegen/ kom ik op als ervaringswerker voor de lotgenoten om stigma tegen te gaan / niet te laten gebeuren !!!! En zeker bij een diagnose dat onterecht/ niet juist is gestel geweest dat nadrrhand is bewezen ?

  • Greet

    Veel praten betekent ook vaak nog niet dat je wel echt “gehoord” wordt.

  • Rita Vanhemel

    Prachtige uiteenzetting met veel empathie voor de zorgvrager

  • terryn Marie-Rose

    doordat ik soms niet duidelijk kan uitdrukken waar het schoentje knelt , lees ik nadien in het medisch dossier ;
    aandachttrekkerij. Ik kon wel opgenomen worden al was er niks mis volgens hen. Ik kon ook medicatie krijgen (al was er niks mis) En sukkel zo al jaren op zoek wat er mis is.

  • Marleen Geerts

    Ik ben in de psychiatrie opgenomen in 2018 en moest in mijn activiteit breien en kettingen hadden. Gesprekken in groep, als ze mij aanduiden dierf ik niet praten. Ik kan dat niet, ook niet tegen mijn man of vrienden. Psychiater 2 minuten gezien om voorschriften, psycholoog niet gezien. Ik heb enkel rust gevonden op mijn kamer.

  • Joris De Keukelaere

    Bedankt Peter voor jouw klare kijk. Wat een warme oproep om vergaarde kennis en expertise dagdagelijks in het werkveld te vertalen naar echte nabijheid van ‘kwetsbare’ mensen. Weliswaar de mooiste kant van zorgverlening is verbinding met elkaar kunnen maken, om van daaruit elkaar verder te dragen in goede en kwade dagen.

    • Jan Swagerman, narratief coach

      Echte communicatie bestaat uit wederzijds fysiek aanwezige vertrouwen (denk aan opgcontact en lichaamstaal). Dus iets dat op een uniek moment tussen twee levende mensen ontstaat. De’deskunige’ die alleen zijn ‘professionele’bewaart zet zich buiten spel. Zo kun je geen vertrouwen opbouwen. Professionaliteit is de subtiele grenzen bewust te zijn. Wanneer breng je eigen ervaring en gevoel in b.v. als voorbeeld en wanneer staan jou belangen voorop? B.v de voorgeschreven formats en opdrachten van en via je werkgever, roosters enz. Niks op tegen maar dat vraagt een echt gesprek tussen twee mensen; beide breekbaar en geen ‘gezonde deskundige’ die ver boven die hulpvrager staat maar vaak de alledaagse leefomgeving van de cliënt nauwelijks kent.

  • Marie-Odile

    Wat een mooie diepgaande en eerlijke visie!

  • Anoniem

    Of misschien is iemand in een gesloten afdeling plaatsen waar anderen alles over jou beslissen, niet de aangewezen manier om vertrouwen te verdienen?

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.