Tout est possible
Ik heb een haat-liefdeverhouding met Brussel. Niet omwille van de files of het eeuwige debat over wie nu eigenlijk bevoegd is over wat. Het beste én het slechtste op één en dezelfde straathoek zijn voor mij een magneet. De haat en de liefde hebben dezelfde bron: in Brussel tout est possible.
‘Ik heb een haat-liefdeverhouding met Brussel.’
Check de Noordwijk. Plek vol tegenstellingen. De fijn afgewerkte nieuwbouw, verlichte terrassen en ondergrondse parkeergarages die vanop afstand open gaan. Projectontwikkelaars zwermen er rond fashionista’s. De internationale mix van Vlamingen, Brusselaars en expats die elkaar ontmoeten in de koffiebars en kunstgalerijen met zicht op kanaal.
Thurn & Taxis. Lichtjes overal. Weerspiegelingen op het water. Gegrilld en geroosterd geurt gezellig. Bakfietsers over wandelbruggen. Plek van beurzen, journaille en partijhoofdkwartieren.
Illegaal lachgas in plaats van dure koffie
Aan de andere kant, evenveel lichtjes. Schaars geklede maskes en madammen weerspiegeld in het gebroken vitrineglas. Even internationaal, andere landen. In plaats van dure koffie komen ze de dag door met illegaal lachgas en goedkope cocaïne. Hier blinken blikjes en naalden.
Metrolijn 3 verdiepte de kasseiputten en duwt de traag rijdende auto’s over de losliggende voetpaden. Mijn Vinted Go afhaalpunt houdt het midden tussen een kraakpand en een sweatshop.
‘Hier blinken blikjes en naalden.’
Tussenin ligt de kantoorwijk. Waar grijze kantoorratten in kleine groepjes langs de hoge gevels trekken. Ze laveren tussen overvolle vuilbakken en omgevallen deeldinges. Ze zijn het nine-to-five eb en vloed van administraties en dure energie- en telecombedrijven. Langsheen het befaamde Maximiliaanpark waar tijdens de vluchtelingencrisis de tentjes van duizenden vluchtelingen tegen elkaar schuurden.
De betonnen restvlakten van de WTC torens dwingen je langs krom betonijzer en metershoog onkruid. Wit tl-licht flikkert er op vervellende kunst met de cynische titel “I promised you a miracle.”
Elk een chef
Hier ben ik gaan wonen. Hier nam ik mijn twee dochters naartoe. Het registreren van een gedeeld verblijf bij halftijdse ouders is er geen alledaagse zaak. Dat duurde 97 dagen en 4 bezoeken aan Brucity.
Brucity is het administratieve Kafka in één megalomaan verlicht gebouw bedoeld voor dictators uit pakweg Kazachstan. Achter een ellenlange servicedesk met tientallen medewerkers schuilen verschillende diensten met eigen gewoonten. Vrije toegang of seulement sur rendez-vous. Met gelegaliseerde handtekening dan weer gewoon een kopij. De afdelingen bevolking, burgerlijke stand, verkeer, en ouderlijke toestemming hebben elk een chef.
Hier kan alles. Vous comprenez?
Vlaamse bloemkool met béchamel
Mijn dochters ontluiken hier. Hun zelfvertrouwen groeit als de pissebloem en ander stadskruid dat wringt en wroet tussen de voegen van braakliggend terrein. Hun stijlen in kledij en muziek laven zich aan de botsende culturen. Hun smaak is rijker en meer verfijnd dan Vlaamse bloemkool met béchamel. Ze mengen drie talen met slang en woordjes Arabisch. Stilstaan bij Wiels en Bozar. Springen in de Ancienne Belgique. Hangen in zetels van Cinéma Palace. Terraske aan 54.
‘Hier crossen mijn dochters tussen het glimmende en het kapotte.’
Hier crossen mijn dochters tussen het glimmende en het kapotte, tussen de expatbubbel en de informele economie, tussen de beleidstaal van ‘stadsvernieuwing’ en de vuilzakken die gewoon blijven liggen.
Bron van hoop
Cijfers tonen haat en liefde. Vorig jaar liep 37 procent van de Brusselaars het risico op armoede of sociale uitsluiting, met voorsprong het hoogste van alle hoofdsteden in Europa. En al kan je over statistieken altijd discussiëren, ook op vlak van criminaliteitscijfers hoort het bij de weinig benijdenswaardige vedetten. En même temps: als cruciale afzetmarkt is Brussel een levensader voor de Vlaamse en Waalse economie.
‘Vervallen in cynisme en schouderophalen is het slechtste wat we kunnen doen.’
Het Nederlandstalige onderwijs is een bron van hoop: in de afgelopen tien jaar steeg het aantal leerlingen er met zo’n 30 procent. Dat zijn meer dan 10.000 extra leerlingen die het Nederlands beheersen, 10.000 extra jonge talenten voor een kreunende arbeidsmarkt. Intussen trekt één op vijf Brusselaars naar Nederlandstalige scholen. Gedurfd roeit domeinschool ‘Egied Van Broeckhoven’ tegen de watervallen in. Les jeunes gamins kiezen er bewust voor de inhoudelijke richtingen STEM en mens en maatschappij.
Doe er iets mee
In de desolate vlakte waar ooit zoete Kriek en zure Geuze gebotteld werden, barst het van potentieel. Daar zit geen romantiek in, geen naïef stadsfetisjisme. Mijn dochters hebben geen boodschap aan le mal foutu. Vervallen in cynisme en schouderophalen is het slechtste wat we kunnen doen.
Putain, hier kan alles. Doe er iets mee!
Reacties [3]
Mooi geschreven Daan, de liefde druipt er af! Meer van dat en minder polariseren….
Sterke tekst, bedankt. Vanuit Tochten van Hoop – onze gidsenorganisatie- voelen we hetzelfde: er is heel wat miserie in de stad, maar dat trekt niet alleen ratten aan, maar ook de sterkere sociaal geëngageerde mensen en organisaties, die er iets aan willen doen. Dit geeft veel perspectief, niet alleen aan de doelgroepen, maar ook aan de sociale werkers zelf. B(r)oeiende wereld in Brussel!
Mooi artikel dat echt de teneur van deze mooie stad (en bij uitbreiding gehele gewest) laat zien. Zoveel potentieel zo weinig daadkracht zeker met politiek woelige tijden zonder regering en met burgemeesters die meer macht willen/wensen maar het eigenlijk ook niet kunnen waarmaken. Intussen blijven al die vzw’s zo knokken en is dat zo lovenswaardig om te zien en engageren burgers zich nog meer dan ooit om zelf het heft in eigen handen te nemen. Van engagement gesproken! We zouden echt een mooie plek kunnen maken van Brussel