Boek

Wat als een dierbare aan zelfdoding denkt? ‘Impact is enorm’

Alexandre Reynders

Rond elke persoon die aan zelfdoding denkt, staan naasten. Het zou goed zijn als de hulpverlening meer aandacht voor hen heeft. Dat vindt onderzoeker Alexandre Reynders (Kenniscentrum Gezinswetenschappen Odisee Hogeschool), die veel onderzoek deed rond het thema en er het boek ‘Mee-leven’ over schreef. “Naasten betrekken is een essentieel onderdeel van goede suïcidepreventie.”

©Pexels / RDNE Stock Project

Wat met de naasten?

Er gaat terecht veel aandacht gaat naar mensen die aan zelfdoding denken en naar nabestaanden die iemand verloren hebben na een suïcide. Maar wat met de vele naasten van iemand die aan zelfdoding denkt? In het kader van suïcidepreventie worden zij nog te vaak over het hoofd gezien, of enkel benaderd als iemand die zorg biedt.

Nochtans is de situatie voor deze naasten enorm ingrijpend. Het is belangrijk om ook hen te benaderen als mensen die zorg nodig hebben. Maar binnen het huidige hulpverleningslandschap is dat niet evident.

Gevolgen op alle domeinen van het leven

Hoewel suïcidaliteit vaak benaderd wordt als een individueel probleem, is het dit zeker niet. Dagelijks leven duizenden ouders, broers en zussen, kinderen, familieleden en vrienden mee met een dierbare die aan zelfdoding denkt. Het suïcidaal proces dat de dierbare doorloopt, is per definitie levensbedreigend en kent een wisselvallig, onvoorspelbaar verloop dat vaak langer dan een jaar aanhoudt.

‘Als ik uitga met vrienden, ben ik steeds bezorgd over wat de situatie zal zijn als ik thuiskom.’

Dicht bij een dierbare staan die aan zelfdoding denkt, kan mentaal uitputtend zijn. Het gaat gepaard met stress, angst, frustratie, verdriet, onzekerheid, machteloosheid, schaamte en schuldgevoelens. Dit heeft ernstige gevolgen voor het mentaal en fysiek welbevinden, maar ook voor het sociaal en professioneel leven van de naasten. “Mij concentreren voor school lukt niet meer”, vertelde een naaste mij. “Als ik uitga met vrienden, ben ik steeds bezorgd over wat de situatie zal zijn als ik thuiskom.”

Bovendien komen de relaties rondom de persoon onder druk te staan. De enorme impact ondermijnt de zorgzame, veerkrachtige en verbindende context waar de suïcidale persoon en de naasten net veel nood aan hebben. De gevolgen zinderen nog lang na, soms zelfs een leven lang, ook wanneer de situatie een gunstige afloop kent.

Niet snel geneigd om hulp te vragen

Ondanks deze impact, zijn naasten niet snel geneigd om hulp te vragen of te aanvaarden. Zelden praten ze over zichzelf. Daarvoor zijn verschillende redenen. Naasten willen anderen niet lastigvallen met de eigen noden of hen opzadelen met een schuldgevoel. Zij en de hulpverleners focussen bovendien sterk op de dierbare die aan zelfdoding denkt. Aangeven dat je het als naaste moeilijk hebt en steun kan gebruiken, voelt misplaatst.

Wanneer naasten wel steun vragen, beperkt zich dit vaak tot informeren hoe een zelfdoding te voorkomen. Als dit lukt, zo luidt de redenering, is de belangrijkste dreiging van de baan en daarmee ook de bijhorende impact op de naasten.

‘Aangeven dat je het als naaste moeilijk hebt, voelt misplaatst.’

Hulpverleners gaan meestal in op dit verzoek. Ze geven naasten tips over signaalherkenning, betrekken hen bij een stappenplan om een crisis te overbruggen en bieden psycho-educatie aan. Ontegensprekelijk is dit zeer nuttig advies. In de praktijk betekent dit dat naasten voornamelijk betrokken worden in functie van het helingsproces van de persoon met zelfdodingsgedachten.

Gevolgen van een sterke focus op zorgdragen

Een aanpak van hulpverleners die te sterk gericht is op het suïciderisico en op het betrekken van naasten als zorgdrager, is niet zonder gevolgen. Zo doen we hierdoor beroep op het plichtsbesef van de naaste om in te staan voor de veiligheid en het welzijn van de suïcidale persoon. De naasten verkeren in een voortdurende staat van alertheid. Ze hebben het gevoel dat ze permanent beschikbaar moeten zijn, om controle te herwinnen en het suïciderisico te verminderen.

Bovendien dreigt de gebruikelijke, herkenbare, wederkerige relatie tussen de naaste en de dierbare plaats te maken voor een zorgrelatie. De dierbare wordt steeds meer herleid tot zijn suïciderisico.

‘Uiteindelijk hadden we alle twee geen vrijheid meer.’

En bij de naaste op zijn beurt, neemt de rol van zorgdrager steeds meer ruimte in, ten koste van de kwaliteit van het eigen leven. De noden van de naaste zelf komen nauwelijks nog aan bod. Naarmate het suïcidale proces langer duurt, ondervinden naasten steeds meer de negatieve gevolgen op alle domeinen van hun leven.

“Ik controleerde haar kamer, ik controleerde haar in de douche, ik bracht haar en ging haar weer halen, ik liet haar niet meer alleen… Uiteindelijk hadden we alle twee geen vrijheid meer”, vertelde een naaste hierover.

“De naasten verkeren in een voortdurende staat van alertheid. Ze hebben het gevoel dat ze permanent beschikbaar moeten zijn, om controle te herwinnen en het suïciderisico te verminderen.”

© Unsplash / Christopher Lemercier

Valkuilen voor de dierbare

Als naasten te veel als zorgfiguur benaderd worden en niet als mensen die ook hulp nodig hebben, heeft dat een impact op de dierbare die aan zelfdoding denkt. Zo zorgt dit voor een negatief effect op de autonomie en zelfredzaamheid van de dierbare. Hij moet steeds vaker zijn doen en laten verantwoorden. Het vertrouwen in elkaar en in zichzelf krijgen een knauw.

‘Verlies van autonomie, gemis aan verbondenheid en een gevoel tot last te zijn, zijn gekende risicofactoren voor een suïcidale crisis.’

De natuurlijke, warme en wederkerige verbondenheid met de naaste wordt ook ondermijnd. Naasten zorgen, ontzien en adviseren terwijl de dierbare zichzelf steeds meer als hulpbehoevend gaat ervaren. Die zal bovendien ook beginnen vaststellen dat de mensen in zijn omgeving steeds meer onder deze situatie lijden. Hij voelt zich schuldig en denkt de ander tot last te zijn.

De situatie dreigt dus niet enkel ongunstig te evolueren voor de naaste maar ook voor de dierbare. En dit heeft gevolgen voor de preventie van zelfdoding. Want verlies van autonomie, gemis aan verbondenheid en een gevoel tot last te zijn, zijn gekende risicofactoren voor een suïcidale crisis.

Noden van naasten als zorgvrager

Naarmate de suïcidaliteit van de dierbare langer aanhoudt, groeit de behoefte aan ondersteuning bij naasten, terwijl de hulp uit de omgeving net dan vaak afneemt.

“Niemand heeft gevraagd hoe het met mij gaat”, getuigde een moeder van iemand die aan zelfdoding dacht. “Ze gaan er wellicht vanuit dat ik zelf wel hulp zal vinden als ik dat nodig heb. Maar als bezorgde moeder ben je daar niet mee bezig.”

Hulpverleners kunnen een cruciale rol spelen door erkenning te bieden voor de gevoelens van de naasten en de moeilijke situatie waarin ze zich bevinden. Zo versterken ze de veerkracht van de naasten, normaliseren ze hun zorgnoden en verlagen ze de drempel om in de toekomst hulp te vragen.

‘Vergeet niet: een naaste staat meestal niet alleen. De stress die ze ervaren, delen ze met andere naasten.’

Vergeet niet: een naaste staat meestal niet alleen. De stress die ze ervaren, delen ze met andere naasten van de dierbare die aan zelfdoding denkt. De veerkracht van het hele netwerk staat onder druk. Ondersteun dus het hele systeem rond de suïcidale cliënt, want zo kan de onderlinge zorg en communicatie versterken. Dat stabiliseert het gezin, vermindert conflicten en creëert een context die herstel mogelijk maakt.

“Het is mijn schuld” of “Ik doe niet genoeg” zijn veelgehoorde misvattingen onder de naasten van een persoon die aan zelfdoding denkt. Zonder voldoende uitwisseling en ondersteuning kunnen die misvattingen ontstaan. Naasten vormen zich een beeld van de situatie aan de hand van emoties, aannames en de informatie waartoe ze toegang hebben. Tijd nemen om die opvattingen te verkennen en bij te sturen, geeft rust, richting en handelingsperspectief.

Naasten ondersteunen helpt ook de suïcidale persoon

Wanneer naasten hun ervaring kunnen delen met andere naasten, hulpverleners en de dierbare, ontstaat er wederzijds begrip. De suïcidale cliënt, die zich vaak tot last voelt, kan dan op een genuanceerde manier de beleving van de naasten begrijpen.

Een te eenzijdige focus op de suïcidale persoon kan bovendien beklemmend werken. Door zorg en aandacht te verdelen en de suïcidale cliënt actief te betrekken in het systeem, kan hij actief meedenken over gezamenlijke stappen. Dit vergroot het gevoel van autonomie en zingeving.

Naasten die zelf steun krijgen en helpende strategieën ontwikkelen, functioneren bovendien als herkenbare rolmodellen. Hun manier van omgaan met stress en tegenslag biedt concrete aanknopingspunten voor de suïcidale persoon. Daarbij komt dat als naasten zich gesteund voelen, hun draagkracht stijgt. Dat leidt tot meer duurzame steun.

Een ondersteund gezin vormt zo een gunstigere context voor herstel. Zo wordt herstel niet enkel het verhaal van zorgdrager en de suïcidale persoon, maar van een geheel dat opnieuw leert samen dragen, verbinden en perspectief vinden.

“De ervaring leert dat alle naasten zware gevolgen ervaren. Onder deze omstandigheden kan het bijna niet anders dan dat ze ondersteuning kunnen gebruiken.”

© Pexels / Alex Green

Voordelen voor de hulpverlening

Door naasten ook als zorgvragers te betrekken, krijgt de hulpverlener beter zicht op hun behoeften en de gehele gezinsdynamiek. In gesprek met de naasten krijgt de hulpverlener ook een beter zicht op de onderliggende problematieken en risico’s van de suïcidale cliënt.

‘Naasten hebben een verhoogde kwetsbaarheid op het ontwikkelen van psychische klachten en zelfs suïcidale gedachten.’

Zo kan de ondersteuning beter worden afgestemd op de emotionele en praktische noden waarbij ook rekening kan gehouden worden met de draagkracht van het gezin. Dit vraagt een tijdsinvestering maar het verhoogt de kwaliteit, duurzaamheid en gedragenheid van de verleende hulp.

Bovendien weten we dat naasten een verhoogde kwetsbaarheid hebben op het ontwikkelen van psychische klachten en zelfs suïcidale gedachten. Een goede opvolging kan voorkomen dat naasten later zelf professionele hulp behoeven. De betrokkenheid van naasten vertaalt zich ook in hogere tevredenheid van de verleende zorg.

Drempels om naasten te betrekken

“De ervaring leert dat alle naasten zware gevolgen ervaren. Onder deze omstandigheden kan het bijna niet anders dan dat ze ondersteuning kunnen gebruiken”, zei een hulpverlener me. Maar in de praktijk blijkt dat naasten betrekken niet vanzelfsprekend is.

De geestelijke gezondheidszorg is sterk cliëntgericht, zeker wanneer er sprake is van suïcidaliteit. De organisatie van de zorg laat op vlak van faciliteiten, tijd en middelen niet altijd toe om naasten te betrekken. Het systemisch werken veronderstelt ook vaardigheden die niet in elk team aanwezig is.

‘Soms leeft de overtuiging dat de naasten deel uitmaken van het probleem eerder dan van de oplossing.’

Daarnaast zijn er ook drempels vanuit de naasten. Soms leeft de overtuiging dat de naasten deel uitmaken van het probleem eerder dan van de oplossing. Ook zijn niet alle naasten geneigd om steun te vragen, zijn ze niet bereikbaar tijdens de consultatiemomenten of worden ze bewust op afstand gehouden om hen te ontzien.

Een andere bezorgdheid is dat de hulpverleningsrelatie door naasten te betrekken te complex wordt. Ook rijzen vragen over of het verzoenbaar is met de vertrouwensrelatie met de cliënt. Want wat met het beroepsgeheim?

Hoe naasten beter betrekken?

Toch zijn de meeste van deze drempels niet onoverkomelijk. Een cliëntgerichte aanpak is een keuze. Dit kan bijgestuurd worden met een aangepaste visie inzake geestelijke gezondheidszorg en suïcidepreventie. Het beleid kan zich meer afstemmen op een systemische benadering.

Soms liggen naasten mee aan de basis van de problemen van de suïcidale cliënt, maar dit is niet altijd zo en vaak geldt het al helemaal niet voor alle naasten. En zelfs dan blijft het belangrijk om de naasten te betrekken en tot verbinding te komen. Consultatieruimtes en -momenten kunnen aangepast worden om de betrokkenheid van naasten te faciliteren.

Probeer dus triadisch te werk te gaan. Dit wil zeggen hulpverlener en cliënt samen met de naasten. Doe dit zo snel mogelijk bij de opstart van het hulpverleningstraject. Uiteraard steeds in overleg met de cliënt. Verken de verwachtingen en bouw deze betrokkenheid langzaam op.

Geef van bij de start voldoende algemene zorginformatie, bijvoorbeeld over de werking van de organisatie en het verloop van het traject.  Je kan beginnen met het maken van bescheiden afspraken. Maak ook gebruik van het formulier ‘Aanwijzing vertrouwenspersoon’, dat gemakkelijk online te vinden is. Herevalueer deze triade regelmatig en stuur eventueel bij.

Essentieel onderdeel van suïcidepreventie

Vermijd vooral de naaste enkel als een zorgdrager te benaderen. Dit kan door proactief, aanklampende en concreet te vragen aan welke ondersteuning de naaste nu nood heeft. Geef erkenning voor de situatie waarin de naaste zich bevindt en de inspanningen die hij levert.

Kortom, je kan iemand die suïcidaal is niet los zien van zijn naasten. Naasten betrekken is een essentieel onderdeel van kwaliteitsvolle suïcidepreventie. Dit gaat verder dan hen betrekken als zorgdrager en het bieden van psycho-educatie. Door oog te hebben voor hun draagkracht én kwetsbaarheid, versterken we niet alleen de veerkracht van het systeem, maar ook de duurzaamheid van de zorgrelatie.

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Mee-leven met een dierbare die aan zelfdoding denkt

Voor naasten en hulpverleners

Alexandre Reynders

Acco | 2025Meer info