Boek

Pleidooi voor een racismesensitieve zorg

Ama Kissi

In het boek ‘Witte Zorg, Zwart leed’ beschrijft Ama Kissi vanuit haar expertise als onderzoeker en klinisch psycholoog hoe racisme de mentale gezondheid van mensen in kleur aantast. Toch blijft de mentale gezondheidszorg vooral afgestemd op de normen en ervaringen van witte mensen. We publiceren een fragment waarin de auteur een pleidooi voert voor racismesensitieve zorg.

© Pexels / Antoni Shkraba Studio

Waarom cultuursensitiviteit tekortschiet

Binnen de mentale gezondheidszorg wordt steeds vaker ingezet op cultuursensitiviteit en aanverwante benaderingen. Ze hebben één gemeenschappelijk doel: het bevorderen van inclusie en veiligheid in crossculturele situaties. Onderzoek naar de effecten van deze benaderingen wijst in een overwegend positieve richting. Er is sprake van een betere zorgrelatie, meer therapietrouwheid, minder mentale gezondheidsklachten en een betere levenskwaliteit.

Maar racisme en andere vormen van discriminatie komen nauwelijks aan bod in opleidingen rond cultuursensitiviteit. Dit terwijl gemarginaliseerde groepen binnen de zorg regelmatig gediscrimineerd worden, en tot 81 procent van de cliënten minstens één vorm van subtiele exclusie (zogenaamde microagressie) ervaart binnen het therapeutische proces.

‘Racisme komt nauwelijks aan bod in opleidingen rond cultuursensitiviteit.’

De opleidingen zijn doorgaans ontworpen met de noden van Witte hulpverleners voor ogen: hoe kunnen zij beter omgaan met ‘culturele verschillen’?In haar boek schrijft Ama Kissi Wit en Zwart met een hoofdletter wanneer naar raciale groepen wordt verwezen. Hiermee maakt zij duidelijk dat het niet louter om een kleur gaat, maar om raciale categorieën met sociaal-politieke dimensies.Hoe kunnen zij hun eigen vooroordelen herkennen of vermijden dat ze onbedoeld kwetsen? In die zin ligt de nadruk sterk op het vergroten van het zelfinzicht van de hulpverlener.

Zelden worden de volgende vragen dus gesteld: Hoe moet het voor geracialiseerde personen zijn om te leven in een maatschappij die hen structureel marginaliseert?Geracialiseerde personen zijn mensen die door historisch-maatschappelijke processen en structuren in raciale categorieën worden geplaatst en vanwege deze categorisering systematisch anders en ongelijk worden behandeld.Hoe moet het voor hen zijn om zorg te moeten zoeken binnen diezelfde maatschappij? En hoe kan ik, als hulpverlener, erkenning geven aan deze realiteit?

Nood aan racismesensitieve benadering

Door geen expliciete aandacht te schenken aan de rol van racisme dreigen deze opleidingen de indruk te wekken dat het probleem vooral zit in onbegrip tussen culturen,  een soort wederzijds probleem. Zo vormt de focus op cultuurverschillen een rookgordijn dat de aandacht afleidt van de impact van structurele ongelijkheden.

‘Erken dat racisme een grote invloed heeft op de context waarin we zorgen én zorg ontvangen.’

Precies daarom is het noodzakelijk dat we verder gaan dan cultuursensitiviteit en ook bewust kiezen voor een racismesensitieve benadering: een benadering die erkent dat racisme een grote invloed heeft op de context waarin we zorgen én zorg ontvangen.

In wat volgt, licht ik de drie essentiële en nauw verweven bouwstenen van racismesensitieve zorg toe. De eerste bouwsteen is weten: inzicht verwerven in racisme binnen en buiten de zorg, en zicht hebben op wat de impact ervan kan zijn. Daarna volgt voelen: jezelf leren positioneren binnen dat verhaal en ongemak toelaten. En tot slot is er doen: je houding en klinisch handelen aanpassen en openstaan voor andere kennissystemen en zorgpraktijken.

Kennis over de gezondheidsgevolgen van racisme

Het is essentieel om racisme te beschouwen als een chronische stressor: een voortdurende bron van stress waaraan geracialiseerde personen in onze maatschappij nauwelijks kunnen ontsnappen – omdat racisme systemisch van aard is. Uit internationaal onderzoek weten we dat die chronische stress het risico kan verhogen op zowel mentale als fysieke gezondheidsklachten, zoals angst, depressie, chronische aandoeningen en hart- en vaatziekten.

Kennis over deze gezondheidsgevolgen en de rol van systemische invloeden bij chronische stress helpt om het lijden van geracialiseerde personen beter te begrijpen én juist te kaderen: niet als een individueel probleem, maar als een gevolg van structureel onrecht.

Kennis over raciale en etnische ongelijkheden

Binnen de mentale gezondheidszorg kan racisme een invloed hebben op de manier waarop klachten worden geïnterpreteerd, welke hulp wordt aangeboden en of die hulp voldoende aansluit bij de leefwereld van de cliënt.

Kennis over deze ongelijkheden kan hulpverleners helpen om het lijden van cliënten op een betere manier te erkennen, om adequatere diagnoses te stellen en om zorg te bieden die daadwerkelijk als zorgend wordt ervaren.

Kennis over racisme als strafbaar feit

Hoewel hulpverleners in de eerste plaats moeten werken met de psychologische kwetsuren die racisme veroorzaakt, is het ook belangrijk dat ze enig zicht hebben op het juridische kader errond. Racisme is namelijk niet alleen moreel verwerpelijk, het is ook strafbaar.

‘Racisme is niet alleen moreel verwerpelijk, het is ook strafbaar.’

Dat juridische perspectief hoeft uiteraard niet de focus van de therapie te worden, maar het kan wel helpen om binnen het therapeutisch proces duidelijk te maken dat racisme een onrecht is dat ook juridisch erkend wordt. Juist die erkenning kan een belangrijke stap richting verlichting zijn. Wanneer een hulpverlener durft te benoemen dat racisme niet alleen kwetsend, verwerpelijk, maar ook strafbaar is, kan dat namelijk een diepgaande erkenning betekenen voor cliënten.

“Racisme is een voortdurende bron van stress waaraan geracialiseerde personen in onze maatschappij nauwelijks kunnen ontsnappen.”

© Unsplash/ Ehimetalor Akhere Unuabona

Naast weten, ook voelen

Racismesensitieve zorg vereist meer dan kennis alleen. Naast het zich verdiepen in wat racisme is en hoe het mensenlevens bedreigt en beïnvloedt, vraagt racismesensitiviteit ook om een basishouding van openheid en zelfonderzoek.

Hulpverleners zouden zich de volgende vragen moeten kunnen stellen: Welke raciale ideeën, overtuigingen en attitudes draag ik met me mee? Hoe heeft mijn huidskleur, gender, seksuele oriëntatie, sociale klasse mijn positie in de samenleving mee gevormd? In welke mate word ik door deze factoren geprivilegieerd versus benadeeld? En hoe beïnvloeden deze factoren mijn blik op de wereld en de mensen waarvoor ik zorg? Dergelijke zelfreflecties kunnen helpen om zicht te krijgen op vooroordelen en aannames die kunnen meespelen in zorgrelaties.

‘Racismesensitiviteit vraagt om een basishouding van openheid en zelfonderzoek.’

Deze reflectie mag echter geen zuiver cognitieve oefening worden. Het vraagt ook om de bereidheid om emoties toe te laten. Want racisme raakt mensen, het doet pijn en het ontmenselijkt. En daarnaast zie ik dat wanneer Witte mensen de beste intenties hebben, maar beseffen dat ze toch iemand racistisch hebben bejegend, dit ook gevoelens van schaamte, verdriet, schuld of verwarring kan teweegbrengen.

In plaats van deze gevoelens te onderdrukken of te vermijden, geloof ik dat we ze zouden moeten verwelkomen als deel van het antiracismeproces. Want juist in dat voelen schuilt een belangrijk tegengewicht tegen de ontmenselijking die racisme veroorzaakt.

Wanneer hulpverleners zichzelf toelaten om stil te staan bij wat racisme ook met hen doet én tegelijk aandacht besteden aan wat het met de ander doet, kan er ruimte ontstaan voor echte verbinding. Het is in die ruimte dat zaken kunnen verschuiven of dat omstandigheden kunnen worden gecreëerd waarin we elkaars menselijkheid (opnieuw) kunnen erkennen en herstellen.

Decentralisatie

Na het doorvoelen, komen we bij wat je kan doen. Een eerste belangrijke volgende stap is het decentraliseren van de eigen emoties die reflecties over racisme kunnen oproepen. Je moet als Witte hulpverlener een stap opzij durven zetten.

Zoals ik elders in mijn boek bespreek, staat de Witte norm centraal binnen de psychologie – als wetenschap, en in de diagnostiek en de begeleiding. Wanneer hulpverleners racismesensitief willen werken, vereist dit dat er bewuste stappen worden gezet om die Witte norm, en dus de eigen positie (in het geval van Witte hulpverleners), niet steeds als uitgangspunt te nemen.

Racismelens gebruiken bij diagnostiek en begeleiding

Wanneer we zicht proberen te krijgen op de situatie van geracialiseerde cliënten, is het essentieel om niet alleen te peilen naar wat zij ervaren, maar ook naar waaraan zij in hun leven zijn blootgesteld. Want toxische factoren zoals racisme, dragen mogelijk bij aan het ontstaan of verergeren van psychische klachten. Als we erkennen dat racisme systemisch is, en dus functioneert als een chronische stressor, dan moeten we ook erkennen dat de impact ervan hoogstens tijdelijk kan worden verlicht.

Maar dit besef betekent ook dat we de klachten van geracialiseerde personen niet uitsluitend kunnen beschouwen als het gevolg van persoonlijke factoren of omstandigheden in de directe omgeving (zoals gezin, werk of school). Het dwingt ons namelijk om ook oog te hebben voor hoe het welzijn van cliënten beïnvloed wordt door factoren zoals racisme op de arbeidsmarkt, in de huisvesting, in het onderwijs of in de zorg.

‘Bij veel hulpverleners is er een vorm van handelingsverlegenheid wanneer het onderwerp racisme ter sprake komt.’

Dit genuanceerdere beeld komt niet alleen de hulpverlener ten goede, die hierdoor een meer realistischer idee kan krijgen van wat zorg kan betekenen, maar ook de cliënt. Wanneer geracialiseerde personen hun klachten kunnen plaatsen binnen de maatschappelijke realiteit waarin zij dagelijks navigeren, kan dat namelijk gevoelens van schuld of falen helpen verminderen. Het maakt ruimte voor de boodschap: ‘Het is niet jouw fout, het ligt niet aan jou.’

Daarnaast hoop ik dat wanneer hulpverleners een racismelens hanteren dit hen ook aanzet om hun zorg niet te beperken tot de muren van hun kabinetten of therapiekamers. Dat betekent dat het noodzakelijk is dat hulpverleners zich ook engageren om racistisch onrecht buiten de zorg aan te kaarten, te pleiten voor beleidsmaatregelen die structureel racisme tegengaan en antiracisme binnen de zorg actief op de politieke agenda te zetten. Ook dat is zorgen voor cliënten.

Voer gesprekken over racisme-ervaringen

Bij veel hulpverleners is er een vorm van handelingsverlegenheid wanneer het onderwerp racisme ter sprake komt. Ze weten niet hoe ze ermee moeten omgaan, hebben het gevoel dat ze geen legitimiteit hebben. Hoewel erg menselijk en begrijpelijk, mag deze verlegenheid niet doorwegen op de negatieve gevolgen die racisme kan veroorzaken.

Hoe oncomfortabel gesprekken over racisme ook mogen zijn, het is van belang dat we ze niet uit de weg gaan. Uiteraard kan dat enkel wanneer de cliënt daar open voor staat en er ook behoefte aan heeft. Deze gesprekken kunnen verschillende vormen aannemen: ze kunnen gaan over concrete interpersoonlijke incidenten, over koloniale continuïteit, maar ook over intergenerationele of historische trauma’s én over de veerkracht die daaruit voortkomt. Wat daarbij kan helpen, is beseffen dat zich oncomfortabel voelen ook alleen maar dát is. Het is niet hetzelfde als zich onveilig voelen.

‘Hoe oncomfortabel gesprekken over racisme ook mogen zijn, het is van belang dat we ze niet uit de weg gaan.’

Wanneer er voldoende veiligheid is en het gesprek zich ertoe leent, helpt het ook als hulpverleners expliciet aangeven dat ze zicht hebben op hoe racisme zich kan manifesteren en het leven van geracialiseerde personen beïnvloedt. Als je hier als hulpverlener de bal misslaat en ongevraagd of ongepast focust op racisme – bijvoorbeeld terwijl de cliënt daar (nog) niet over wil spreken – dan is het cruciaal om diens grenzen te respecteren. Misschien ontstaat er op een later moment meer ruimte, misschien ook niet. De regie ligt bij de cliënt.

Wees als hulpverlener ook niet bang om openlijk te benoemen dat je niet alle ervaringen met betrekking tot racisme begrijpt, maar dat je wel actief streeft naar racismesensitieve zorg en bereid bent om te leren van de inzichten die de cliënt met je wil delen. Die bereidheid tot afstemming en groei is essentieel en verrijkend voor beide partijen.

“Het is belangrijk om te erkennen dat het niet altijd eenvoudig is om racisme te herkennen of te benoemen.”

© Pexels / Antoni Shkraba Studio

Erken dat racisme niet altijd benoemd wordt

Soms stellen geracialiseerde personen dat ze geen racisme hebben meegemaakt, terwijl omstaanders of professionals dat anders inschatten. Dat kan verwarring of twijfel oproepen. Maar het is belangrijk om te erkennen dat het niet altijd eenvoudig is om racisme te herkennen of te benoemen.

Daar zijn veel verschillende redenen voor. Sommige mensen minimaliseren ervaringen van racisme, bijvoorbeeld omdat het zwaar om dragen is of ze niet gezien willen worden als slachtoffers. Voor wie meerdere vormen van uitsluiting ervaart, bijvoorbeeld een Aziatische moslima, kan het moeilijk zijn om te ontrafelen welke ervaring net met racisme te maken heeft. Anderen benoemen racisme niet uit angst voor repercussies: ze zijn bang om weggezet te worden als ‘overgevoelig’, ‘moeilijk’ of ‘te politiek’. Ook binnen de zorgcontext.

Implementeer racismegerichte interventies

Iets anders wat hulpverleners kunnen doen, is benaderingen implementeren die cliënten ondersteunen in het omgaan met de gevolgen van racisme. Ook hier is het cruciaal om bewust te blijven van het feit dat racisme een systemisch probleem is, en dus grotendeels buiten de controle van het individu ligt.

Wanneer we interventies aanbieden, moeten die bijgevolg ruimte creëren voor herstel en veerkracht, zonder te impliceren dat het aan de cliënt is om zich ‘aan te passen’ aan een onrechtvaardig systeem. Waardevolle suggesties voor hoe je hier als hulpverlener mee aan de slag kan, vind je onder andere in boeken zoals ‘Decolonizing Therapy’ van Jennifer Mullan en ‘Living While Black’ van Guilaine Kinouani.

Therapievormen

Sta zelf ook open voor andere therapievormen. Heel zelden worden kennissystemen en therapievormen die afwijken van de Westerse norm als evenwaardig beschouwd. Nochtans schuilt er een enorme rijkdom aan inzichten in zorgpraktijken zoals Afrikacentrische psychologie en psychologie vanuit een Aziatisch-Amerikaans perspectief.

Zoek het tot slot niet enkel bij jezelf: het kan waardevol zijn om cliënten te verwijzen naar lichaamsgerichte en collectieve therapievormen of initiatieven die expliciet werken rond racisme. Denk bijvoorbeeld aan Healing Movements. Dit soort bewegingstherapie in groep vertrekt niet vanuit het hoofd, maar vanuit het lijf dat al die door racisme veroorzaakte stress draagt. Zo kan het cliënten helpen opnieuw verbinding te maken met hun lichaam, en dat lichaam te ervaren als een bron van waarde, kracht en liefde. Het is een manier om de eigen menselijkheid terug te eisen en te waarderen.

Een andere collectieve vorm van heling die erg helpend kan zijn, is het cultureel programma There is Nothing Wrong with People. Het ontstond als een reactie op de dominante psychologie, die mentale gezondheid vaak individualiseert, depolitiseert en medicaliseert.

Toen ik zelf deelnam aan een editie van There is Nothing Wrong with People, zag, voelde en hoorde ik hoe pijn en vreugde gedeeld en gedragen werden – niet alleen via woorden, maar ook via het lichaam. Tot op vandaag blijft dit een van de meest transformerende initiatieven waaraan ik mocht deelnemen.

Reacties [4]

  • Evelien Verschroeven

    Krachtig stuk, Ama Kissi. Je toont perfect hoe cultuursensitiviteit racisme reduceert tot ‘wederzijds onbegrip’ – een transactionele truc die structureel onrecht verpakt als cultureel misverstand. De dominante norm blijft staan, terwijl de ander zich moet aanpassen.
    Vanuit relationele DEIB zie ik hier precies het probleem: het relationele veld wordt gekaapt voor eenzijdige assimilatie (‘begrip’ als beloning), in plaats van wederzijds commitment en continu herpositioneren. Racisme bevriest posities – dat los je niet op met meer begrip, maar met actieve decentralisatie van de norm en herontwerp van het veld.
    Jouw racismesensitieve zorg (weten-voelen-doen) is een sterke toepassing hiervan. Laten we dit uitbreiden: hoe maken we positionering structureel in alle sectoren?
    Graag je gedachten!

  • Ann Driessen

    Gezondheidszorg (onderzoek, medicatie, behandeling) is hoofdzakelijk afgestemd op witte mannen… en wordt gedicteerd door witte mannen. Vrouwen én mensen met kleur worden inderdaad genegeerd, gediscrimineerd, ondergewaardeerd. .. en niet correct (ook medisch) behandeld. Al eeuwen en nog altijd…

  • Werner Vermylen

    Ik vind het bijzonder jammer en denigrerend om te lezen dat alleen zogenaamde ‘witte’ hulpverleners cultuurgevoelige missers zouden kunnen maken. Ik zou het witte laten vallen. Dat zou veel eerlijker en correcter zijn. Zo vermijd je de gemene en discriminerende insinuatie dat alleen witte mensen niet weten hoe met andere culturen om te gaan en dat alle ‘niet-witte’ hulpverleners per definitie wel zouden weten hoe om te gaan met alle andere culturen. De hulpverleners zijn niet allemaal wit meer. De hulpverleners kunnen gemengde relaties en huwelijken hebben. En vooral, twee mensen uit verschillende culturen kunnen cultuureigen elementen fout interpreteren ongeacht hun eigen identitaire samenstelling. Zo vermijd je ook elke vorm van racistische benadering en behoud je een integere benadering van het mogelijke probleem. Nu schep je exact datgene wat je wil voorkomen.

    • christel uytdewilgen

      Dergelijke uiteenzettingen doen meer kwaad dan goed aan het probleem. Cultuurverschillen met al hun voordelen en nadelen zijn geen vorm van racisme maar een natuurlijke andere aanpak waarover men van mening kan verschillen. Misschien eens te rade gaan in de hulpverlening van Aziatische of Afrikaanse regio’s en kijken hoe ze er daar mee omgaan ?

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Witte zorg, zwart leed

Waarom de mentale gezondheidszorg faalt voor mensen van kleur

Ama Kissi

Borgerhoff & Lamberigts | 2025Meer info