Weerbaar, niet kwetsbaar
“Over het mentaal welzijn van ouderen circuleren tal van misverstanden”, vertelt ouderenpsychiater Mathieu Vandenbulcke. “Men portretteert ouderen vaak als een afgetakelde, zeer kwetsbare groep mensen die de samenleving handenvol geld kost. Onterecht. Vanuit mijn standpunt als ouderenpsychiater zijn 65-plussers net de meest weerbare groep.”
‘Somberheid hoort helemaal niet bij ouder worden.’
Professor Vandenbulcke is verbonden aan de KU Leuven en het Universitair Psychiatrisch Centrum KU Leuven, waar hij onderzoek en klinisch werk combineert. Hij focust op veroudering, dementie en de veerkracht van ons brein. Recent publiceerde hij ‘Het beste kan nog komen’ bij Lannoo Campus. Op 23 april geeft hij een webinar voor Cera met als titel: Kopzorgen bij 65-plussers. Wat helpt echt?
In dit interview doorprikt hij enkele hardnekkige mythes. Zoals: “Somberheid hoort helemaal niet bij ouder worden.”
Ouderdom leidt vaak tot lichamelijke klachten. Heeft dat dan geen mentale weerslag?
“Lichamelijke klachten kunnen het risico op mentale problemen inderdaad vergroten. Anderzijds behoren heel veel mensen tot de groep ‘ouderen’, en zijn velen nog zeer actief. Bovendien weten we dat mentale klachten minder vaak voorkomen bij ouderen dan bij jongere generaties.”
“Een op tien 65-plussers heeft een psychische stoornis, een op zes ervaart psychische klachten. Bij volwassenen onder de 65 liggen die cijfers dubbel zo hoog. Over de groep 80-plussers hebben we weinig data. Onderzoek naar de mentale gezondheid van eeuwelingen bestaat wel, en daar constateerden we dat mensen in die groep zeer graag leven en ook zeer tevreden zijn over hun geleefde leven. Die gegevens zijn contra-intuïtief. De meeste mensen zullen op jongere leeftijd aangeven dat ze liever geen honderd willen worden.”
Waarom zijn ouderen zo weerbaar tegen mentale klachten?
“Er speelt een positiviteitseffect. Op lange termijn nemen we vooral positieve ervaringen mee. Wie terugblikt op zijn leven zal dus vooral het goede uitlichten. Mogelijk is dat evolutionair bepaald. Ook in het heden richten ouderen zich minder vaak dan jongere leeftijdsgroepen op negatieve zaken. Waarom zou je je inlaten met het leed van de wereld als je meer verleden dan toekomst hebt? Hoe spendeer je de tijd die je nog rest op een zinvolle manier? Dat lijken belangrijke overwegingen te zijn, met een positief effect op de mentale gezondheid.”
‘Ouderen ervaren het leven vaker als een geschenk.’
“Ouderen ervaren het leven vaker als een geschenk en laten zich minder gek maken door de waan van de dag. In die relatieve gemoedsrust zit kracht en wijsheid. Het maakt je vermoedelijk ook minder angstig voor allerlei zaken.”
“Bij angstklachten stellen we vaak exposure-therapie voor. In feite is het leven precies dat: een langgerekte exposure-therapie. Doorheen de decennia bouw je een soort psychologische immuniteit op. Je leert omgaan met tegenslagen, weet beter hoe je bepaalde zaken kunt aanpakken en relativeren. Mensen staan positiever en opener in het leven. Ze zijn minder gericht op zichzelf, en meer op anderen, de natuur, de kosmos. Zoiets werkt louterend en brengt rust.”

“Als je denkt dat somberheid bij de oude dag hoort, zal je ook niets ondernemen om dat tegen te gaan.”
© ID / Mies Cosemans
Als je op pensioen bent, heb je meer ruimte voor andere zaken. Ligt de verklaring ook daar?
“Zeker, jonge mensen staan over het algemeen sterk onder druk. Je moet jezelf waarmaken, hebt een veeleisende job, opgroeiende kinderen, enzovoort. Er zijn veel ballen om in de lucht te houden. Die druk neemt vaak af als je ouder wordt. Deels omdat je omgeving minder van je vraagt, deels omdat je jezelf minder druk oplegt. Zo win je een stukje vrijheid terug. Het wordt iets makkelijker om je aandacht te verleggen naar dingen die ons jachtige leven overstijgen.”
“Daarnaast speelt er nog een andere verklaring. Wie positief staat tegenover ouder worden, ervaart dit ook zo als hij effectief ouder wordt. Logisch: als je denkt dat somberheid bij de oude dag hoort, zal je ook niets ondernemen om dat tegen te gaan. Een negatief toekomstbeeld dreigt op die manier een ‘self fulfilling profecy’ te worden.”
‘Mensen die positief naar de toekomst kijken ervaren minder stress.’
“Maar het omgekeerde is dus ook waar. Optimisme als persoonlijkheidsdimensie voorspelt de kans op een lang en gelukkig leven. Mensen die positief naar de toekomst kijken ervaren minder stress en geloven sneller dat alles wel goedkomt. Het zou kunnen dat hier een selectie-effect speelt: tegen de tijd dat mensen oud zijn, is een deel van de pessimisten al overleden. Die hypothese geldt uiteraard enkel op populatieniveau. Individueel zie je sterke verschillen.”
Uw advies is dus: kijk positief naar je eigen oude dag?
“Absoluut. Want precies daar loopt het vaak mis. Ik zie soms mensen waarvan ik denk: het is jammer dat we niet vroeger aan een positievere mindset konden werken. Zeker, er is lichamelijke aftakeling, maar daartegenover staat een groeiende wijsheid en een toenemende gerichtheid op wat goed was in je leven tot nu toe.”
“Begrijp me niet verkeerd: ik wil de oude dag niet romantiseren. Sommige mensen hebben veel lichamelijke klachten en verliezen hun mobiliteit. Dat kan erg lastig zijn. Maar het hoeft niet doorslaggevend te zijn voor je levenskwaliteit. Hoe je naar je eigen leven kijkt en de mate van verbinding met anderen zijn minstens even belangrijk.”
De maatschappelijke beeldvorming rond ouderen is vaak erg negatief. Dat maakt het moeilijk om positief vooruit te blikken.
“Zeker, en dat is bijzonder jammer. De verhalen die we vertellen focussen op ouderen als kostenpost, op het verlies van mobiliteit, op aftakeling en op problemen in woonzorgcentra. Op televisie zie je ouderen vaak in een rolstoel zitten of met een rollator rijden. In het beste geval zingen ze samen liedjes in een woonzorgcentra. Zo’n eenzijdig beeld reduceert een enorme groep mensen tot een cliché en jaagt jongere generaties onterecht angst aan.”
‘De huidige beeldvorming reduceert ouderen tot een cliché en jaagt jongere generaties angst aan.’
“Er is een groep kwetsbare ouderen met veel zorgnoden. Zij verdienen de beste zorg. Maar waarom focust men altijd op lichamelijke aftakeling? We weten dat veel ouderen over een grote mentale weerbaarheid beschikken. Dat komt amper aan bod. Nochtans is het een belangrijk deel van het verhaal.”
“Neem bijvoorbeeld ons brein. Ook daar is het dominante beeld aftakeling. Men gebruikt vaak de metafoor van een boom die bladeren verliest. Zo eenvoudig is het zeker niet. Het brein is sterker dan we denken. Ook op leeftijd maken onze hersenen nog nieuwe takken, knopen en blaadjes aan. Ouderen maken ook vaker gebruik van beide hersenhelften om problemen op te lossen. Ze zien sneller oplossingen. Die positieve leercurve, eigen aan een lang leven, vergeten we vaak.”

“Waarom focust men altijd op lichamelijke aftakeling? We weten dat veel ouderen over een grote mentale weerbaarheid beschikken. Dat komt amper aan bod.”
© ID / Mies Cosemans
Kijken we ook te negatief naar een ziekte als dementie?
“Als we spreken over dementie, vervallen we in ontmenselijkend taalgebruik. Mensen met dementie worden soms als ‘lege hulzen’ omschreven of men focust uitsluitend op de cognitieve ravage als gevolg van de ziekte. De vraag is hoe patiënten hun ziekte zelf beleven, en of je ook gelukkig kan zijn met verminderde cognitieve mogelijkheden.”
“Mensen met dementie schatten hun eigen levenskwaliteit hoger in dan hun omgeving. Dat is een klassieke, constante onderzoeksbevinding. Bij dementie verschuift de mentale ruimte van denken naar voelen. De persoon achter de ziekte vergeet veel maar voelt nog heel wat. En dat zijn niet per se negatieve of angstige emoties.”
‘Mensen met dementie schatten hun eigen levenskwaliteit hoger in dan hun omgeving.’
“Bij vergevorderde dementie keren mensen vaak terug naar hun kindertijd. Hun herinneringen worden steeds meer gekleurd door wat ze toen meemaakten, door de band met hun ouders bijvoorbeeld. Als je liefdevolle ouders en een gelukkige jeugd had, kan dat zeer warm aanvoelen. Ik wil de impact van cognitieve achteruitgang niet minimaliseren. Tegelijk denk ik dat je niet per se in het hier en nu moet leven om gelukkig te kunnen zijn.”
“Gedachten en gevoelens zijn in de eerste plaats constructies in je hoofd. Wat personen met dementie ervaren is uiteraard anders dan wat iemand met een gezond brein ervaart. Maar je hoeft daar niet altijd een waardeoordeel of kwalitatief verschil aan te koppelen. Ik denk dat we ons onmogelijk kunnen verplaatsen in wat iemand met dementie precies voelt.”
“Een wetenschapper die breinscans bestudeert ziet uiteraard aftakeling. Als arts richt je je op het positieve. Ik probeer een context te creëren die tot een zo positief mogelijke beleving leidt. Een verschuiving van denken naar voelen creëert uitdagingen maar sluit geen gelukkig leven uit. Iemand voornamelijk door een bril van aftakeling bekijken, ontneemt hem zijn waardigheid. Dan ga je volgens mij ook anders met die persoon om.”
Zie je die negatieve houding ook in de geneeskunde?
“Ja, het is een vorm van therapeutisch nihilisme. Niet alleen als het gaat om dementie trouwens. Ook bij psychische klachten of stoornissen zoals depressie denken veel artsen dat er niet veel meer aan te doen valt bij ouderen. Nochtans werkt medicatie en psychotherapie even goed bij oudere mensen. ‘Waarom zouden we nog moeite doen?’, is de redenering vaak. Ik vind die passieve houding schokkend. Het zorgt voor veel onnodig leed.”
“De geneeskundige opleiding focust heel sterk op de lichamelijke gevolgen van ouderdomsziektes. Doorheen hun opleiding nemen artsen een steeds negatievere houding aan tegenover ouder worden, blijkt uit onderzoek. Niet verwonderlijk. De groeiende mentale weerbaarheid van ouderen wordt amper belicht.”
“Cultureel gezien verheerlijken we alles wat jong is of er jong uitziet. Daarnaast waarderen we mensen in de eerste plaats volgens hun meetbare economische productiviteit. Dat zijn zeer enge en eenzijdige maatstaven. Denk aan alle ouderen die vrijwilligerswerk doen, voor de kleinkinderen zorgen, mantelzorg verlenen, enzovoort.”
’We moeten de rijkdom die bij ouder worden hoort leren omarmen.’
“In andere culturen genieten ouderen soms meer status. Men associeert leeftijd er vaker met wijsheid en ervaring, in plaats van met verlies en achteruitgang. Bovendien blijven ouderen ook langer onderdeel van de gemeenschap. Dat laatste draagt sterk bij aan hun mentaal welzijn.”
“Jong zijn en alles wat erbij hoort zien we als iets goed. Tegen ouderdom verzetten we ons. In wezen is dat ook een verzet tegen onze eindigheid. Dat begrijp ik ergens wel. Helaas maakt het ons niet gelukkiger. In plaats van een onhaalbaar gevecht aan te gaan, moeten we de rijkdom die bij een oudere levensfase hoort leren omarmen.”


Reacties