Boek

‘Geen enkel kind mag denken dat het verantwoordelijk is voor de psychische kwetsbaarheid van een ouder’

Sandra Gasten

De Limburgse Anita Berx is in meerdere opzichten een KOPP-ervaringsdeskundige. Haar moeder kampte met psychische problemen, ze studeerde psychiatrische verpleegkunde en orthopedagogische wetenschappen, en ze werd zelf ziek. “Het zou fijn geweest zijn als iemand me had verteld dat het herstel van mijn moeder niet enkel op mijn schouders hoefde te rusten.”

© ID / Mine Dalemans

KOPP-kind

“Ik zou wat ik heb meegemaakt geen trauma noemen”, start Anita Berx (57) haar verhaal. “Ik heb mijn moeder eigenlijk nooit gekend voor haar ziek zijn. Voor mij was dit de realiteit en bepaalde het mijn hele jeugd.”

Anita is een KOPP-kind: een Kind van een Ouder met Psychische Problemen. Haar mama is ziek geworden in jaren zeventig. Psychische problemen werden in die tijd nauwelijks besproken. Een opname in de psychiatrie was iets wat achter gesloten deuren gebeurde. Patiënten werden soms plots uit het gezin weggehaald, zonder uitleg aan de kinderen.

‘Soms herkende ik mijn mama nauwelijks.’

“Ik herinner me dat ik thuiskwam van school, ‘mama’ riep aan de trap, en dat er geen antwoord kwam”, vertelt ze. “Ze was plots opgenomen.” Uitleg kreeg Anita niet. Niet toen ze zeven was, ook niet toen ze vijftien was, zelfs later niet.

Bovendien was ze niet de mama die Anita thuis kende. “Het was pijnlijk om haar in het ziekenhuis te bezoeken, want het contact voelde veel minder warm en vertrouwd. Vaak kreeg ze daar zware medicatie toegediend, waardoor ze veel suffer en minder zichzelf was. Het leek wel alsof ze in een andere wereld leefde, ver weg van ons. Soms herkende ik haar nauwelijks.”

Gebrek aan informatie is schrijnend

Dat gebrek aan informatie toen noemt Anita vandaag schrijnend. Wanneer haar moeder opgenomen werd – dat gebeurde zeven keer in haar jeugd – bleef er thuis een leegte achter. “Als kind denk je al snel dat het jouw schuld is dat je mama ziek is”, zegt ze.

“Door het gebrek aan informatie ga je als kind zelf invulling geven aan wat er aan de hand is. Je zoekt naar verklaringen en kijkt daarbij vaak eerst naar jezelf: wat heb ik fout gedaan, had ik maar meer geholpen, misschien kan ik het volgende keer beter doen…”

‘Als kind denk je al snel dat het jouw schuld is dat je mama ziek is.’

“Die onzekerheid en schuldgevoelens kunnen zich vastzetten, want niemand spreekt ze tegen of biedt geruststelling. Het blijft dan maar in je hoofd malen en je probeert extra je best te doen om de situatie te verbeteren, terwijl je eigenlijk niet beseft wat er aan de hand is.”

Een kind met verantwoordelijkheden

Ook de verantwoordelijkheid woog door. Als vierde kind nam Anita al vroeg taken op zich. Op haar twaalfde kon ze koken, deed ze het huishouden en zorgde ze mee voor het gezin. “Ik werd al vroeg zelfstandig omdat het niet anders kon. Dat had natuurlijk voordelen, maar het was eigenlijk niet normaal.”

Haar zussen en broer gingen elk op hun eigen manier om met de situatie. De oudste verliet het ouderlijk huis toen ze 19 jaar was. Een tweede zus stortte zich op de jeugdbeweging. Haar broer was zo vaak mogelijk op het voetbalveld te vinden. Anita speelde basketbal en vond op die manier wat ontspanning.

“Ik wist wat mijn vader en moeder nodig hadden om geen ruzie te krijgen. Dat leer je al heel snel als kind.”

© ID / Mine Dalemans

Vooral vooruitkijken

Maar Anita paste zich ook aan de situatie aan. Ze voelde haar ouders feilloos aan en probeerde spanningen te voorkomen. “Ik wist wat mijn vader en moeder nodig hadden om geen ruzie te krijgen. Dat leer je al heel snel als kind”, zegt ze.

Haar vader was een zelfstandige ondernemer, hardwerkend, rechtlijnig en soms autoritair. “Op zich had ik een goede band met hem. Hij was als vader vaak aanwezig. Maar gevoelens en emoties kwamen niet aan bod. We moesten vooral vooruitkijken en onze plan trekken.”

Dat was volgens Anita typerend voor die generatie. Gevoelens werden niet benoemd, laat staan besproken. “Later, tijdens mijn eigen weg naar herstel, besefte ik dat zij hebben gedaan wat ze konden.”

Controle van de medicatie

Wat haar het meest is bijgebleven, is de verantwoordelijkheid over de medicatie van haar moeder. “Het ergste wat ik moest doen, was controleren of ze haar medicatie wel nam. Als kind in de mond van je moeder moeten kijken om te zien of ze een pil niet onder haar tong verstopt had… dat wil je als kind niet meemaken.”

‘Het ergste wat ik moest doen, was controleren of ze haar medicatie wel nam.’

Medicatie uit die tijd hadden vaak zware bijwerkingen en vlakten emoties af. “Ze wilde dat op den duur niet meer. Maar vroeger werd er niet gesproken over afbouwen of aanpassen. Je moest nemen wat de dokter zei.”

“Het zou fijn geweest zijn als iemand me toen had verteld dat het herstel van mijn moeder niet enkel op mijn schouders hoefde te rusten, dat het een gedeelde verantwoordelijkheid was. Iedereen in het gezin – en soms ook mensen daarbuiten – kan een steentje bijdragen, door te luisteren, te ondersteunen of door kleine taken over te nemen.”

In de knoop

“Toch blijft het essentieel dat de persoon met psychische kwetsbaarheid zelf ook een rol opneemt in het herstelproces”, gaat Anita verder. “Nog te vaak zien zij zichzelf enkel als slachtoffer, waardoor de schuld en het probleem steeds bij een ander lijken te liggen.”

“Open communicatie hierover is cruciaal: door verwachtingen, gevoelens en verantwoordelijkheden uit te spreken, kan er meer begrip en samenwerking ontstaan. Zo wordt herstel een gezamenlijke reis, waarin elke stem en elk gebaar telt.”

Ondanks alles voelde Anita de liefde van haar moeder. “Ze zag ons graag. Dat heb ik altijd geweten. Ze zat in de knoop met zichzelf, maar dat kwam niet door ons.” Dat onderscheid is voor haar cruciaal. “Kinderen mogen nooit het gevoel krijgen dat zij de oorzaak zijn van de kwetsbaarheid van hun ouder.”

Te veel hokjes

Er waren ook lichtpunten in haar jeugd en volwassenen bij wie ze steun kreeg. Een lieve tante bij wie ze altijd welkom was. Twee grootmoeders die veel warmte gaven. “Gelukkig was ik intelligent genoeg om school en thuis goed te combineren”, zegt ze. Ze volgde eerst Latijn, maar stapte vanaf het vierde middelbaar over naar een sociaal-technische richting omdat ze later verpleegkunde wilde studeren. “Ik voelde al vroeg de goesting om voor mensen te zorgen”, zegt ze.

‘Ik voelde al vroeg de goesting om voor mensen te zorgen.’

Tijdens haar opleiding en stages in de psychiatrie kreeg ze positieve feedback. Ze had voeling met patiënten, begreep wat kwetsbaarheid betekende. Toch merkte ze ook beperkingen in de manier waarop de psychiatrie georganiseerd was. “Er werd te veel in hokjes gedacht. Er werden te veel diagnoses en labels uitgedeeld. Er ging te weinig aandacht naar de opvoeding, context en de omgeving waarin iemand opgroeide. Daarom wil ik verder studeren over dit thema”, vertelt ze.

Een uitputtende combinatie

Op haar 25ste startte ze als werkstudent psychologie en koos later voor orthopedagogiek aan de VUB. Ze woonde in Hasselt, werkte voltijds en pendelde vier avonden per week naar Brussel. Hoewel hier een wereld openging en ze leerde over het werken met een problematische opvoedingssituatie (POS), was de combinatie van studeren en werken ook een uitputtende combinatie.

En die had zware gevolgen. In haar laatste jaar kreeg ze een eerste burn-out. “Mijn psychiater zei dat het eenmalig was, dat ik zeker niet hetzelfde ziektebeeld als mijn moeder had. Maar ik werd daar eigenlijk wat kwaad van. Hoe kon hij dat weten?”

Ze was bang om hetzelfde traject te volgen als haar moeder, niet zozeer qua diagnose, maar vooral wat de behandeling en het onbegrip betrof. “Ik kreeg wel medicatie, zodat ik weer op mijn positieven kon komen”, zegt ze.

Tien dagen in opname

Na de behandeling bleef ze vijftien jaar stabiel. Ze bouwde een gezin op, kreeg twee zonen en combineerde werk en moederschap. In overleg met haar psychiater bouwde ze haar medicatie af. Maar rond haar 43ste herviel ze en werd ze tien dagen opgenomen in een psychiatrische instelling.

De opname zelf ervoer Anita als pijnlijk. “Dat was voor mij een trauma. Ik voelde me daar niet thuis.” Ze merkte hoe snel beslissingen soms genomen worden op basis van angst of eerdere ervaringen. Toch bleef ze geloven in herstel en in de waarde van ambulante begeleiding.

Haar zonen waren toen twaalf en dertien. “Ik wilde hen bij mijn ziekte nooit tekortdoen”, zegt ze. Haar man bleef achter haar staan, geloofde in haar herstel en paste zijn werk aan zodat de kinderen alle aandacht kregen die ze nodig hadden. Al na enkele dagen kwamen ze haar bezoeken, wat een heel sterke steun was.

“Ik voelde al vroeg de goesting om voor mensen te zorgen.”

© ID / Mine Dalemans

Medicatie met begeleiding

Vandaag neemt ze opnieuw een minimale dosis medicatie en blijft ze stabiel. “Ik zou nooit het nut van medicatie ontkennen. Maar het moet ingebed zijn in begeleiding en gesprek”, meent ze.

Tijdens haar ziekte probeerde ze met haar zonen te praten. Ze schreef hen een kaartje om uit te leggen hoe ze zich voelde. Toch merkte ze dat haar kinderen soms stiller waren of wat afstandelijker, wanneer het te zwaar werd. “Dat is ook een manier om zichzelf te beschermen”, zegt ze.

‘Kinderen hebben recht op duidelijke en voldoende uitleg.’

“Ik heb dat nooit persoonlijk genomen, ik zag het als hun proces. Ik heb hen nooit geforceerd, maar probeerde vooral te duiden wat er met me gebeurde. Eén gedachte bleef bij mij altijd knagen: kinderen hebben recht op duidelijke en voldoende uitleg. Eerlijke informatie op hun niveau.”

Oudertraining met poppen

Die overtuiging werd de motor van haar engagement als ervaringsdeskundige. Ze doet vandaag onder andere vrijwilligerswerk in het Medisch Centrum Sint-Jozef (Zorggroep Myna) in Munsterbilzen en in het OPZC te Rekem. Ze begeleidt er ouders die worstelen met hun psychische kwetsbaarheid en tegelijk hun ouderrol willen opnemen. In deze oudertraining leert ze ouders hun situatie uitleggen aan hun kinderen.

“We geven hen handvaten om beter met hun kinderen te communiceren. Ouders bewustmaken dat kinderen gezien moeten worden, is al een enorme stap”, zegt ze. Soms komen partners en kinderen mee naar een sessie. “Dan ontstaat er ruimte voor vragen, voor erkenning en voor het herstellen van verbinding.”

Om die gesprekken te ondersteunen, werkt Anita tijdens de oudertrainingen met poppen die ze samen met een vriendin ontwierp. Ze maken het mogelijk om moeilijke situaties tastbaar te maken. “Ze helpen me uit te leggen wat er met mama of papa aan de hand is.”

Op kindermaat

Ook schreef ze het voorleesboek Mama heeft wolkjes in haar hoofd om makkelijker aan kinderen duidelijk te maken wat er aan de hand is. Het boek richt zich op kinderen van ongeveer zes tot twaalf jaar en bevat vragen die uitnodigen tot gesprek. “Het benadrukt dat het nooit de schuld van het kind is wanneer mama of papa zich slecht voelt. Dat keuzes rond medicatie of behandeling niet de verantwoordelijkheid van het kind zijn.”

“Het boek vertelt ook dat mama wel terug thuis kan zijn, maar het misschien nog wel rustig aan moet doen”, zegt Anita. “Maar dat het wel zal lukken en soms ook moeilijk zal zijn. Dat mama en papa de dingen ook anders zullen aanpakken en veel meer met elkaar zullen praten.”

‘Mijn boek benadrukt dat het nooit de schuld van het kind is wanneer mama of papa zich slecht voelt.’

In haar boekje staan witte wolkjes voor blijheid en lichte gedachten, grijze wolkjes voor gepieker en donkere wolkjes voor over bezorgdheid of negatieve overtuigingen. “Als er te veel wolkjes zijn, raken ze in de knoop. Dan voelen mensen zich slecht.”

In plaats van te spreken over ‘ziek in het hoofd’, legt ze in het boek uit dat gedachten in de war kunnen zijn. In een psychiatrisch ziekenhuis wordt samen gezocht hoe die wolkjes weer ontward kunnen worden.

Anita droomt ervan dat scholen en hulpverleners het boekje gaan gebruiken. Dat kinderen al vroeg woorden leren rond psychische kwetsbaarheid. “Dat er een gemeenschappelijke taal ontstaat, los van diagnoses. Alle mensen denken, voelen en doen dingen. Dat universele principe probeer ik uit te leggen”, zegt ze.

Bespreekbaar maken

“Ik lees dat een kwart van de KOPP-kinderen zelf psychisch kwetsbaar wordt. Toch is het voor jongeren volgens mij lastig om over dit onderwerp te spreken, zonder taboe of schaamte. Ook hulpverleners weten niet welke woorden ze kunnen gebruiken wanneer kinderen op bezoek komen.”

“Door de Kindreflex is hier al een grote stap gezet, maar ik wil meer. Laat het een gangbaar onderwerp worden in het onderwijs, net zoals er nu wordt gepraat over  seksualiteit. Pas dan kunnen we écht een verschil maken voor de volgende generaties.”

“Geen enkel kind mag nog denken dat het verantwoordelijk is voor de psychische kwetsbaarheid van een ouder. Geen enkel kind mag nog in stilte zoeken naar verklaringen die nooit bij hem of haar horen te liggen. Als kind had ik dat boekje graag gehad. Dan had ik geweten dat het niet aan mij lag.”

Reacties [2]

  • Tine Bliki

    Bedankt om jouw ervaringen te delen in deze getuigenis

  • Julie Schöller

    Knap project! Zeer nodig en nuttig!

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Mama heeft wolkjes in haar hoofd

Anita Berx

In eigen beheer