Zorgen robots voor een nieuwe digitale kloof?

Voor sociaal werk een cruciaal debat

Technologische ontwikkelingen verleggen de arbeidsmarkt. Robots nemen het werk van mensen over. Zet dat de verzorgingsstaat onder druk? In ieder geval moet er meer aandacht zijn voor dit cruciaal debat, ook vanuit het sociaal werk.

Robots
©Jessie Hodge @flickr

Veel vraag naar arbeid

De sociaalwerkconferentie van 24 mei 2018 komt er snel aan. Bedoeling is sociaal werk de toekomst in te lanceren vanuit een perspectief van mensenrechten. Zeven werkgroepen met praktijkwerkers bereiden de conferentie voor.

Het rapport van de werkgroep ‘sociaal werk en arbeid’ pleit voor een samenleving met voldoende werkbaar werk. Ze kiest voor een structurele aanpak, niet om de individuele werkloze achter de veren te zitten. Die keuze is terecht. Zo stelt ook de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens in artikel 23 dat iedereen recht heeft op arbeid.

“Er is veel vraag naar arbeid.”

Een onderzoek van SD Worx bij 547 kmo’s leidde eind vorig jaar bovendien tot de conclusie dat een tekort aan geschikte werknemers kopzorg nummer één is voor kmo’s. Ook de VDAB stelt vast dat het aantal niet-werkende werkzoekenden per vacature al enkele jaren daalt. Er is dus veel vraag naar arbeid, zowel bij werknemers als werkgevers. Mooie combinatie, toch?

Maximaal actief

Meer zelfs, sociaal werk en bij uitbreiding de verzorgingsstaat bestaan maar bij de gratie van arbeid. Toen de Britse jurist Beveridge tijdens de Tweede Wereldoorlog de bouwplannen voor die verzorgingsstaat uittekende, formuleerde hij enkele randvoorwaarden.

Iedereen zou naar eigen capaciteit bijdragen aan de verzorgingsstaat, vooral via inkomensbelasting en BTW. Iedereen zou zorg krijgen naar behoefte (dus niet omdat hij bekend is of een éénpersoonskamer kan betalen). En de samenleving kan die verzorgingsstaat slechts in stand houden bij ‘full employment’. De actieve bevolking moet maximaal actief zijn op de arbeidsmarkt. Dan pas kan er een economisch evenwicht ontstaan tussen wie bijdraagt aan de verzorgingsstaat en wie er gebruik van maakt.

Laaggeschoolde arbeid overbodig

Maar zijn de vooruitzichten wel zo rooskleurig? Dezelfde dag dat het onderzoek van SD Worx in de Vlaamse kranten staat, berichtte de Britse krant The Guardian over een onderzoek naar de gevolgen van de nieuwe golf aan technologische innovaties op de arbeidsmarkt. Je wordt niet vrolijk van de vaststellingen en prognoses.

“Laaggeschoolde arbeid wordt overbodig.”

In het Verenigd Koninkrijk zou zo’n derde van wat nu aan lonen uitbetaald wordt en zo’n 44% van de banen bedreigd worden door automatisering. Vooral laaggeschoolde arbeid wordt overbodig. Voldoende werkbaar werk wordt dan misschien wel een nostalgische droom uit het verleden.

Loonkloof neemt toe

Een week later maakt diezelfde krant melding van een rapport in de marge van het Wereld Economisch Forum in Davos. Door automatisering en robotisering zullen banen verdwijnen. En de loonkloof tussen mannen en vrouwen zal stevig toenemen.

Misschien ziet de toekomst er toch niet zo rooskleurig uit. Daarom is het nuttig om stil te staan bij de effecten van automatisering en robotisering op de arbeidsmarkt. Hoe maken we burgers en de verzorgingsstaat weerbaar zodat we een meer inclusieve arbeidsmarkt krijgen, eerder dan een minder inclusieve?

Gerobotiseerde dirigent en chirurg

Als je een tijdje alle artikelen bijhoudt over robotisering en technologische innovaties, wordt dat al snel een heel (digitaal) stapeltje. Er is blijkbaar veel aan de hand.

“De zorgrobot helpt mee in de woonzorgcentra.”

Veel van die berichten hebben nog een futuristisch en anekdotisch karakter, zoals de robot-priester (BlessU-2), de robot-agent in Dubai, de robot-reisgids op Zaventem (Bruce Pepper), de robot-dirigent (YuMi), de robot-politicus die de Verenigde Naties toespreekt (Sophia), de robot-sporter (Kengoro), de robot-journalist (heliograf), de robot-receptionist (Mario in het Gentse Marriott hotel) of de robot-metselaar (SAM).

Andere voorbeelden zijn minder futuristisch. De zelfrijdende auto heeft in Californië al vele kilometers op de teller staan en kan snel doorbreken. Robotchirurgie is een realiteit, ook in Vlaamse ziekenhuizen. In Nederland maken zorgverzekeraars volop gebruik van de robotrechter en privatiseren zo de rechtsstaat. Als computers kunnen schaken, kunnen ze ook vonnissen uitspreken, aldus de drijvende kracht hierachter. En zorgrobot Zora helpt al mee in Vlaamse woonzorg- en revalidatiecentra.

Aanstormende automatisering

Robotisering is maar een klein deel van de koek van technologische innovatie. Het zijn de onzichtbare algoritmes en ‘machine learning’ die een veel grotere impact zullen hebben. Wiskundige zelflerende systemen die veel input verwerken tot herhaalbare maar voor niemand nog verstaanbare processen.

“Onzichtbare algoritmes hebben grotere impact.”

De toepassingen zijn legio. Bij diverse banken worden beleggingsadviezen steeds meer geformuleerd door algoritmes. Algoritmes leren echte en valse kunst van elkaar te onderscheiden. Ze volgen ook het voorschrijfgedrag van huisartsen en screenen op de kwaliteit daarvan. Ook radiologen moeten oppassen: algoritmes kunnen kanker steeds beter ontdekken op scans.

Vertaalsoftware wordt dankzij algoritmes verrassend goed (probeer de Pilot-app maar eens). Het Nederlandse bedrijfje Ynformed bouwt technologie die voorspelt of een jongere zijn schoolloopbaan zal afmaken. Zo kan ingegrepen worden nog voordat er effectief schooluitval ontstaat.

IBM’s platform voor artificiële intelligentie ‘Watson’ bekeek alle cliëntinformatie uit het verleden van de VDAB. Die informatie helpt VDAB-coaches bij het begeleiden van werkzoekende jongeren via gepersonaliseerde aanbevelingen. En wat je te zien krijgt op Facebook, TripAdvisor of bol.com wordt gestuurd door algoritmes. Er komt geen mens meer bij kijken.

Nadat vanaf eind 19de eeuw machines de fysieke kracht van de mens overnamen, nemen ze sinds begin 21ste eeuw ons denkvermogen over.

Ongerust over innovatie

De vraag naar de invloed van technologische innovatie op de kwaliteit en kwantiteit van arbeid, werd eerder al gesteld. Bekend zijn de Luddieten die tijdens de industriële revolutie de weefgetouwen vernietigden uit schrik hun werk te verliezen. Het woord sabotage danken we nog altijd aan wie toen zijn klompen (in het Frans: ‘sabot’) in de machines gooiden.

“Machines nemen ons denkvermogen over.”

Bij de opkomst van internet en bijhorende technologie was er opnieuw ongerustheid. Gaan we straks elkaar alleen maar e-mails versturen en worden postbodes een vage herinnering uit het verleden? Gaan tekstverwerkers alle secretariaatsmedewerkers overbodig maken?

In ons toenmalig overzicht van maatschappelijke effecten van de digitalisering konden we alleen vaststellen dat er nog weinig harde informatie was over gevolgen voor de arbeidsmarkt.Steyaert, J. en de Haan, J. (2001), Geleidelijk digitaal, een nuchtere kijk op sociale gevolgen van ict, Den Haag, Sociaal Cultureel Planbureau.

Toevoegen of vervangen

Sindsdien zijn er twee onderzoeken die de basis vormen voor het debat over de gevolgen van robotisering op de arbeidsmarkt. Een eerste ijkpunt is het werk van Erik Brynjolfsson en zijn collega Andrew McAfee.Brynjolfsson, E. and McAfee, A. (2011), Race against the machine: how the digital revolution is accelerating innovation, driving productivity, and irreversibly transforming employment and the economy, Lexington, Digital Frontier Press; Brynjolfsson, E. and McAfee, A. (2014), The second machine age: work, progress, and prosperity in a time of brilliant technologies, New York, Norton; Mcafee, A. and Brynjolfsson, E. (2017), Machine, Platform, Crowd: Harnessing the Digital Revolution, New York, W. W. Norton & Company.

Kort samengevat: in het eerste machinetijdperk, eind 19de eeuw, was technologie vooral een toevoeging op menselijke arbeid. Ze maakte zware gevaarlijke arbeid overbodig en deed ons consumptieniveau stijgen.

“Vandaag vervangt technologie menselijke arbeid.”

In het huidige tweede machinetijdperk van robots en algoritmes is technologie vooral een vervanging van menselijke arbeid. Niet alleen van gevaarlijk, saai of vuil werk maar ook van duur werk.

De arbeidsmarkt krimpt en heeft structureel minder mensen nodig. Niet op termijn van enkele jaren, wel op termijn van enkele decennia. Maar in een tempo om vandaag al na te denken over de gevolgen.

Hoeveel banen zullen verdwijnen?

Een tweede steeds terugkerende ijkpunt in dit debat is het werk van Carl Frey en Michael Osborne.Frey, C. B., and Osborne, M. A. (2013), ‘The future of employment: how susceptible are jobs to computerisation?’, Technological Forecasting and Social Change, 114, 254-280.Zij gaan concreter te werk dan Brynjolfsson en McAfee. Ze schatten voor zo’n 700 banen in hoe waarschijnlijk het is dat ze als gevolg van technologische innovatie zullen verdwijnen.

Zij stellen vast dat ongeveer de helft van de banen op relatief korte termijn kan overgenomen worden door technologie. Vooral laaggeschoolde en laagbetaalde banen zouden bedreigd zijn.

Meer recente onderzoeken en uitspraken grijpen meestal terug op deze twee ijkpunten in het debat, en komen tot vergelijkbare conclusies. Eind 2015 kwam ook de Bank of England met een studie die aangeeft dat vijftien miljoen banen, of bijna de helft van de arbeidsmarkt, kan verdwijnen door nieuwe technologie.

“De helft van de arbeidsmarkt kan verdwijnen door nieuwe technologie.”

Ook onze Hoge Raad voor de Werkgelegenheid boog zich in 2016 over het thema. Ze waarschuwen voor de al zichtbare polarisatie van de arbeidsmarkt en toekomstige verdringen van hooggeschoolde arbeid door automatisering. Toepassing van het model van Frey en Osborne op België geeft aan dat 39% van de banen hier kan verdrongen worden door technologie.

Goed opvolgen

De toekomst voorspellen is moeilijk, maar er zijn dus heel wat aanwijzingen dat de arbeidsmarkt in de toekomst zowel een kwantitatief als een kwalitatief probleem kan worden. Er kunnen te weinig jobs zijn en met name laaggeschoolden kunnen het slachtoffer worden. Dat vraagt om andere scenario’s dan inzetten op activering van werklozen.

“De verzorgingsstaat heeft behoefte aan een gezonde arbeidsmarkt.”

De gevolgen van robotisering en ‘machine learning’ op de arbeidsmarkt moeten goed opgevolgd worden. Want wat met onze verzorgingsstaat als er plots grote structurele werkloosheid ontstaat? En wat met onze economie? Want minder inkomen betekent minder consumptie en dus slechtere bedrijfsresultaten. Niet alleen wij als burgers, maar ook de verzorgingsstaat en de economie hebben behoefte aan een gezonde arbeidsmarkt.

Onvermijdelijk dilemma

De vorige golf van technologische innovatie, toen stoommachines onze spierkracht in toenemende mate overbodig maakten, werd opgevangen door forse toename van de bevolking en nog forsere toename van onze consumptie.

Dat zou nu ook een scenario kunnen zijn, zeker als die hogere consumptie terechtkomt bij de gezinnen in armoede. Prima want dan vermindert ook sociale ongelijkheid.

Maar zal die gestegen consumptie ook samenvallen met duurzaamheid? We botsen onvermijdelijk op een dilemma: we willen graag iedere wereldbewoner onze levensstandaard gunnen, maar dan gaat de aarde snel ten onder aan de druk op het milieu.Vermeersch, E. (1988), De ogen van de panda, Antwerpen, Houtkiet.Groen én sociaal zijn, is een waanzinnig moeilijke combinatie.

Optimisten en pessimisten

Volgens de optimisten moeten we ons helemaal geen zorgen maken. Vorige golven van technologische innovatie hebben we ook overleefd. En nieuwe technologie creëert ook nieuwe banen. Bovendien zal het economisch interessant zijn om activiteiten die ooit richting derde wereld verplaatst werden op zoek naar de goedkoopste arbeid, terug te halen naar de eerste wereld in hoogtechnologische productie-omgevingen.

“Nieuwe technologie creëert nieuwe banen.”

De pessimisten zien dat anders en gaan op zoek naar oplossingen. Ze benoemen drie strategieën om te werken aan een gezonde arbeidsmarkt in tijden van vernieuwde technologische innovatie: meer en betere scholing, iedereen een basisinkomen en belastingen op robots en algoritmen.

Meer en betere scholing

De strategie van meer en betere scholing werd in 1975 al benoemd door de Nederlandse Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen: de kwaliteit van de arbeidsmarkt is een rechtstreeks afgeleide van je onderwijsbeleid. Ook Brynjolfsson en McAfee formuleren dit als eerste beleidsaanbeveling.

Een meer recent rapport van McKinsey is hoopvol over de gevolgen van automatisering op de arbeidsmarkt. Er is wel één uitdrukkelijke voorwaarde: er moet volop geïnvesteerd worden in opleiding en scholing. En dan niet alleen op jonge leeftijd, maar doorheen je hele loopbaan. Ze pleiten ervoor om 10% tot zelfs 20% van de werktijd te besteden aan bijscholing.

Ook de Belgische Hoge Raad voor de Werkgelegenheid pleitte zomer 2016 voor investeringen in opleidingen, met name voor laaggeschoolden en vijftigplussers.

Basisinkomen voor iedereen

Als tweede strategie wordt gepleit voor een basisinkomen voor iedereen. Dat is een soort leefloon maar dan zonder een onderzoek naar andere inkomens of spaargeld. Op die manier geef je iedereen een minimum van kwaliteit van leven en garandeer je dat er voldoende koopkracht bij de bevolking is om de economie draaiende te houden.Bregman, R. (2014), Gratis geld voor iedereen – en nog vijf grote ideeën die de wereld kunnen veranderen, Amsterdam, De Correspondent.

“Basisinkomen houdt gezonde arbeidsmarkt overeind.”

Meteen is het een manier om armoede te bestrijden. Andere uitkeringen zoals kindergeld, werkloosheidsvergoeding of pensioen zouden dan wegvallen, wat een hoop administratie vermijdt.

Politici van zowel links als rechts pleiten voor invoering van het basisinkomen. In Finland en Nederland lopen bescheiden experimenten. Het draagvlak voor een basisinkomen lijkt voorzichtig te groeien. Maar we zijn er nog niet. Zo organiseerde het weekblad Knack begin 2017 een enquête waaruit bleek dat 63% van de Belgen tegen het idee is.

Robots belasten

Als alternatieve of aanvullende strategie wordt gepleit voor belastingen op robots en algoritmes. De financiering van de verzorgingsstaat loopt nu vooral via een belasting op arbeid en consumptie. Als inkomen uit arbeid door robots en algoritmes bedreigd wordt, is het niet vreemd dat het idee groeit om de belastingbasis te verleggen van arbeid naar technologie.

“Verleg belastingbasis naar technologie.”

Is dat haalbaar? Hoe ga je bepalen wanneer iets een robot is? En hoe ga je de plaats van belasting betalen vastleggen? Een robot is nog ergens, maar waar lokaliseer je een algoritme dat een Vlaamse werknemer uit de arbeidsmarkt verdrongen heeft?

Nu actie ondernemen

Er is nog geen consensus over de invloed van robotisering en ‘machine learning’ op de toekomstige arbeidsmarkt. Optimisten en pessimisten spreken elkaar tegen. Ook de voorgestelde oplossingsstrategieën van wie grote werkloosheid ziet opdoemen, overtuigen nog niet echt naar haalbaarheid en wenselijkheid. Maar dat zijn geen redenen om het thema te negeren.

“We moeten de arbeidsmarkt in de gaten houden.”

Velen maken zich zorgen over de duurzaamheid van ons klimaat, de opwarming van de aarde. En als we consequent zijn met onze eigen bezorgdheden, vliegen we minder, eten we minder vlees en vermijden we terrasjes met straalverwarming. Net als met de toekomst van het klimaat, kunnen we beter ook de toekomst van de arbeidsmarkt in de gaten houden en nu actie ondernemen.

Inclusieve robotagenda

In Nederland pleit de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid voor een ‘inclusieve robotagenda’. In Vlaanderen zijn onder andere de SERV en de Hoge Raad voor Werkgelegenheid met het thema bezig.

Ook sociaal werkers moeten hun schouders onder dit debat zetten. Ze hebben alle belang bij het vermijden van grootschalige werkloosheid en nog grotere sociale ongelijkheid. Zij moeten mee bewaken dat deze technologische ontwikkelingen uitmonden in een inclusieve arbeidsmarkt, minder sociale ongelijkheid en meer kwaliteit van leven. Want dit bepaalt niet alleen de tewerkstelling en inkomens van de volgende generatie, maar ook de basis voor sociaal werk en de verzorgingsstaat.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen