Wacht niet tot het licht op rood staat

Wat helpt bij een moeilijke scheiding?

Verkeerslichten op een kruispunt moeten voorkomen dat weggebruikers zichzelf of anderen in gevaar brengen. Relaties tussen mensen kennen geen verkeerslichten, wel gedragscodes en sociale regels. Bij heftige gebeurtenissen zoals een scheiding staan ze op losse schroeven. Wat kan mensen helpen om zich veilig doorheen het scheidingsproces te bewegen?

©Kevan@flickr

Het scheidingsproces

Conflict is inherent aan een scheiding. Het is een ingewikkeld proces waarvan de impact moeilijk te meten is. Scheiding grijpt in op verschillende posities die mensen innemen. Het ontwricht verschillende niveaus van de persoonlijkheid en raakt aan verschillende mentale functies. Het confronteert mensen met innerlijk conflict.

“Scheiding zorgt voor innerlijk conflict.”

Een relatiebreuk zet een complex proces in gang van zich losmaken en op zichzelf leren staan. Partners worden ex-partners.

Kinderen worstelen ermee hoe ze twee mensen graag kunnen blijven zien die elkaar niet meer graag zien. Zij worden geconfronteerd met een innerlijk loyaliteitsconflict. Familie en vrienden hadden het liever anders gezien of hadden het al lang zien aankomen. Ook zij ervaren innerlijke spanning en conflict.

Beheersbaar

Ongeveer drie vierde van alle scheidende ouders slagen erin om dit innerlijk conflict tijdens het scheidingsproces beheersbaar te houden. Ze laten het niet ontaarden in uiterlijke conflicten die elkaars leven en dat van de kinderen beheersen.Bastaits, K., Van Peer, C. en Mortelmans, D. (2011), ‘Hoe beleven partners en kinderen een echtscheiding?’, in Mortelmans, D., e.a. (red.), Scheiding in Vlaanderen, Leuven, Acco.

“Drie op vier houdt het scheidingsproces beheersbaar.”

Dit betekent dat drie vierde van alle kinderen die betrokken zijn bij een scheiding, na een normale aanpassingsperiode van ongeveer drie jaar, goed herstelt van deze transitie. Telkens er nieuwe transities zijn, zoals de komst van een nieuwe partner, samenleven als samengesteld gezin of de geboorte van een halfbroer, kan het conflict bij de verschillende betrokkenen terug aangewakkerd worden.

Reorganiseren

Een scheiding impliceert dat het leven moet gereorganiseerd worden. Dat veronderstelt heel wat afspraken en regelingen. En die moeten herbekeken worden, telkens er zich nieuwe veranderingen aandienen.

Het is geen sinecure om dit vlot en rechtvaardig te doen in een periode dat je met jezelf en de ander emotioneel overhoop ligt. Toch slagen heel wat scheidende ouders erin om tot een zekere mate van overleg te komen. Daarbij maken ze afspraken over de reorganisatie en verdere invulling van hun ouderschap.

In het kader van een echtscheiding met onderlinge overeenkomst mogen ouders hierover zelf een voorstel doen aan de rechter. Die kijkt dan of het voorstel niet strijdig is met het belang van het kind. Om de werkdruk bij justitie te verminderen zou dit in de toekomst zelfs kunnen zonder bij de rechter te verschijnen.

Bemiddeling

Mensen kunnen zich tijdens het scheidingsproces en het maken van een overeenkomst laten bijstaan door een bemiddelaar. In België maken weinig mensen gebruik van deze mogelijkheid. Het is immers een vrijwillige keuze en bemiddeling is nog weinig gekend.

Dat is jammer, want buitenlandse ervaring leert dat een verplichte en gratis kennismaking met bemiddeling zorgt voor een aanzienlijke daling van het aantal vechtscheidingen. Om in de metafoor van het verkeerslicht te blijven: bemiddeling zorgt dat er binnen zone oranje veilig en goed gehandeld wordt. Het faciliteert dat mensen zich naar een groene zone bewegen.

“Bemiddeling is nog weinig bekend.”

Sinds de oprichting van de familierechtbank kan de rechter mensen tijdens het scheidingsproces verwijzen naar een ‘kamer voor minnelijke schikking’ of kiezen voor een ‘verplichte bemiddeling’ bij een zelfstandig bemiddelaar. In de praktijk leidt dit niet altijd tot het verhoopte resultaat.

Verder onderzoek kan zicht geven op de factoren die meespelen. Heeft dit te maken met de methodiek van bemiddeling? Met het moment waarop bemiddeling aangeboden wordt? Met kenmerken van de conflictpartijen? Of met een combinatie van factoren? We zoeken uit of de escalatieladder van Glasl kan helpen om antwoorden te formuleren.

Escalatieladder

Het werk van de Weense politicoloog Friedrich Glasl biedt inzicht in de dynamiek van sociale conflicten.Glasl, F. (2015), Handboek conflictmanagement, Amsterdam, Uitgeverij SWP.Het situeert de problematiek van escalatie van conflicten en systematiseert deze in verschillende fasen. Binnen elke fase worden drie treden onderscheiden.

Glasl geeft de escalatieladder weer als een neerwaartse beweging. Hiermee visualiseert hij dat de partijen meegevoerd worden in een neerwaartse beweging, die zich langzamerhand onttrekt aan de eigen controle.

“Mensen handelen opnieuw vanuit verantwoordelijkheid.”

Hieruit mag niet afgeleid worden dat conflicten verlopen via een lineair en causaal model. En dat ze niet kunnen beïnvloed worden. Het is zeker mogelijk om de neerwaartse beweging te doorbreken en te streven naar een opwaartse beweging. Glasl stelt: “Er dient aan het conflict energie te worden toegediend die niet uit het conflictproces zelf afkomstig is, zodat mensen overgaan tot bewustzijnsinspanningen en ik-kracht.”Onder ik-kracht verstaat Glasl de mogelijkheid tot weloverwogen en verantwoordelijk denken en handelen; Glasl, F. (2015), Handboek conflictmanagement, Amsterdam, Uitgeverij SWP, 232. Mensen gaan dan niet langer reactief handelen, maar kunnen opnieuw actief beslissen en handelen vanuit verantwoordelijkheid.

Drie fasen

Of en hoe succesvol het aanspreken van mensen op hun verantwoordelijkheid is, hangt af van de fase waarin ze zich binnen het escalatieproces bevinden. In onderstaande figuur worden de verschillende fasen en treden schematisch voorgesteld.

Fase één (groen) noemt Glasl de rationele fase. Hierin kan men overeenstemming bereiken zonder hulp van buitenaf. Fase twee (oranje) is de emotionele fase. Het conflict verstart, de emoties krijgen de overhand en anderen worden bij het conflict betrokken. Het is moeilijker om hier zonder hulp uit te geraken. Fase drie (rood) is de strijdfase. De strijd verhardt verder. Alle betrokkenen raken verstrikt in een tunnelvisie. Men slaagt er niet langer in om te reflecteren of zaken te relativeren. De ander wordt een vijand die men moet bevechten.

Waar men zich op de ladder bevindt, is niet alleen bepalend voor de mate waarin personen toegang hebben tot de eigen ik-kracht, maar ook voor de mate waarin de buitenwereld appel kan doen op deze ik-functies. De interventies die worden gebruikt om tot verandering te komen bij de strijdende partijen moeten dus aangepast worden aan de plaats waar zij zich bevinden op de escalatieladder.

Bemiddeling als kans

Glasl ontwikkelde zijn model voor conflictmanagement binnen organisaties en teams. Het model kan echter ook helpen om conflicten bij mensen in scheiding te verstaan. Vooral de kennis die hij meegeeft over interventies en strategieën die al dan niet leiden tot escalatie of de-escalatie is nuttig. Kort door de bocht: in zone groen en oranje zijn mensen toegankelijk voor bemiddeling, bij zone rood is dit nauwelijks of niet langer het geval.

“De bemiddelaar als neutrale derde dient als buffer.”

Het model verklaart ook waarom mensen in deze heftige periode geholpen kunnen worden door een neutrale derde die als buffer dient. Zo kan een bemiddelaar de neerwaartse spiraal, die steeds latent aanwezig is, een halt toeroepen. Dit kan de verklaring zijn voor het succes van een tijdige en gratis kennismaking met bemiddeling, waardoor het aantal vechtscheidingen in sommige landen daalt. Bemiddeling als kans dus.

Bemiddeling als laatste toeverlaat

Het model van Glasl biedt eveneens een verklaring voor het gegeven dat door rechters opgelegde bemiddeling zelden het verhoopte resultaat heeft. Het leidt tot teleurstelling en frustratie, zowel bij de rechter die het koppel doorverwijst als bij de bemiddelaar. De ouders zijn geen stap verder en het kind blijft gekneld in het conflict.

“Bemiddeling komt vaak te laat.”

Bij mensen die verwikkeld zijn in een jarenlange strijd, komt dit aanbod vaak te laat. De dynamiek is zo verstard en verhard dat bemiddeling als laatste toeverlaat weinig of geen kans van slagen heeft.

Kenmerkend voor mensen die zich in fase drie van de escalatieladder bevinden, is dat hun gedrag gestuurd wordt door tunneldenken. Mensen zitten gevangen in een jarenlange procedureslag. Hun relatie wordt herleid tot winnaars of verliezers. Omdat men zelf geen uitweg meer ziet, hoopt men dat een beslissing van justitie de strijd zal stoppen.

In deze fase wordt de beslissing van de rechter door één van de partijen ervaren als ‘onrechtvaardig’ en een reden om de strijd verder te zetten. Een uitspraak van justitie leidt zelden tot de-escalatie. Eerder tot opluchting bij de ene partij en frustratie bij de andere.

Kinderen uit de knel

We gingen op zoek naar alternatieven. Zo kwamen we bij het Nederlandse project ‘Kinderen uit de Knel’, dat ook bij ons gebruikt wordt.Hierover publiceerden we al een interview op Sociaal.Net.Mensen die verwikkeld zijn in een hoog conflictueuze scheiding kunnen door justitie verwezen worden. In Nederland wordt met de ouders en justitie afgesproken dat alle procedures bij de rechtbank worden stopgezet in de periode dat het project loopt. Bij ons hangt dit af van de plaats waar het project loopt.

Het aanbod bestaat uit acht sessies psycho-educatie waarbij samen met de ouders ingegaan wordt op de ontwikkeling en werking van conflicten en de impact ervan op kinderen. Ervaringsoefeningen in groep, met inbreng vanuit de kindergroep, lijken erin te slagen om de tunnelvisie bij de deelnemers te doorbreken en ruimte voor nieuwe inzichten te creëren. Dat is de eerste voorwaarde tot verandering. We verwijzen naar het citaat van Glasl hierboven. Het programma biedt tegelijkertijd ondersteuning in groep aan de kinderen.

De-escaleren bij scheiding

Een ander beloftevol initiatief is DEES of De-escaleren bij Scheiding.Dit programma werd voorgesteld op het echtscheidingscongres in Amsterdam van 22 juni 2017.Het unieke aan dit programma is dat er een time-out wordt ingelast waarbinnen de ouders afzonderlijk van elkaar begeleiding krijgen.

Die begeleiding is er in eerste instantie op gericht om de conflicten zoveel mogelijk te de-escaleren. Ouders krijgen de mogelijkheid om dankzij individuele hulp de overgang te maken van zone rood naar zone oranje en zo open te staan voor bemiddeling.

“Het netwerk speelt een actieve rol.”

Tijdens deze periode zorgt een buddy uit het netwerk van beide ouders ervoor dat tijdelijke afspraken over de kinderen gemaakt worden. Ze zien er ook op toe dat de afspraken worden nageleefd. De eerste resultaten van DEES zijn positief, maar voor een echte evaluatie is het nog te vroeg.

Netwerk en justitie

Belangrijk bij beide programma’s is dat men het netwerk rond de ouders bij het programma betrekt. Kinderen uit de Knel organiseert een netwerkbijeenkomst. DEES werkt voor beide ouders met een buddy uit het netwerk.

Glasl had al duidelijk gemaakt dat, naarmate mensen verder afdalen op de escalatieladder, het netwerk meer betrokken raakt in de strijd. Dit gegeven is te lang aan de kant blijven liggen. Het is dan ook uitermate belangrijk om de betrokkenheid van het netwerk positief om te buigen en mee te nemen bij de ontwikkeling van toekomstige interventiestrategieën.

“Justitie en hulpverlening kunnen elkaar versterken.”

Beide programma’s kiezen ervoor om een samenwerking met justitie op te zetten. Nog te lang hebben justitie en hulpverlening naast elkaar gewerkt. Zeker bij de groep die verwikkeld is in conflictueuze scheidingen lijkt deze samenwerking essentieel. Dat justitie en hulpverlening mekaar kunnen versterken, is eveneens belangrijk om mee te nemen bij nieuwe interventiestrategieën.

Feitenonderzoek

Glasl benadrukt dat de mechanismen en interventiestrategieën van zijn model uitgaan van gezonde actoren. Ook al speelt het gedrag van de strijdende partijen zich af binnen een zone waar de ander gedemoniseerd wordt. Ook hiermee moeten we rekening houden bij onze analyse. We moeten steeds evalueren op maat van de betrokken actoren.

Om dit te kunnen doen, moeten we over de nodige gegevens beschikken. De Nederlandse hoogleraar psychiatrie Corine de Ruiter stelt dat gedegen feitenonderzoek naar wat er precies gaande is in elk conflictscheidingsgezin absoluut noodzakelijk is om tot een effectieve aanpak te komen.De Ruiter is betrokken bij het project ‘Verbetering Ketenaanpak Conflictscheidingen in de regio Midden-Brabant’ en lichtte haar bevindingen toe tijdens het echtscheidingscongres in Amsterdam van 22 juni 2017; De Ruiter, C. en Van Pol, B. (2017), ‘Mythen over conflictscheidingen. Een onderzoek naar de kennis van juridische en sociale professionals’, Family and Law, mei 2017.

Uitgebreid diagnostisch onderzoek wijst uit dat er bij vechtscheidende ouders een oververtegenwoordiging is van een psychiatrische problematiek. De Ruiter stelt dat in de praktijk dit onderzoek nog te weinig gebeurt, waardoor vaak niet-effectieve interventies ingezet worden.

Deze vaststelling gaat wellicht ook op voor ons land. De getuigenissen van Vlaamse kinderen in het onderzoek ‘Awel, ik ben de war door de scheiding van mijn ouders’ maakten duidelijk dat een aantal van hen ernstig lijdt onder het gedrag van een ouder met een psychiatrische of afhankelijkheidsproblematiek. Deze problematiek overstijgt hun draagkracht en staat een positieve ontwikkeling in de weg. Sommige kinderen zullen als antwoord het contact met een ouder verbreken.Wiewauters, C. en Emmery, K. (2016), ‘Parental Alienation Syndrome of contactbreuk. Waarom uit het oog niet uit het hart is. Kinderen verst(r)ikt in verbinding’, Relaties en Nieuwe Gezinnen, 6, 2.

Positie van het kind

Als drie vierde van de kinderen na een scheiding het na een normale aanpassingsperiode van ongeveer drie jaar goed stellen, dan betekent dit dat een kwart van de kinderen nog lang na de scheiding kampt met ernstige problemen. Onderzoek geeft aan dat het blijvend conflict tussen de ouders hier grotendeels voor verantwoordelijk is.Amato, P.R. (2000), ‘The consequences of divorce for adults and children’, Journal of Marriage and Family, 62, 1269-1287.

“Een kwart van de kinderen kampt met ernstige problemen.”

Ook kinderen die bij scheiding het contact verliezen met een ouder of die geconfronteerd worden met geweld, met een ouder met een depressie, een psychiatrische of afhankelijkheidsproblematiek staan ernstig onder druk. In heel wat situaties gaat het om een combinatie van verschillende factoren.

Ondertussen geven kinderen en jongeren signalen dat het hen teveel wordt. Eén van de jongeren bij Awel zei: “Ik weet echt niet meer wat ik met mijn leven kan doen.”

Isolement

Kinderen vertellen over het isolement waarin ze dreigen terecht te komen. Daarom is het belangrijk te onderzoeken welke steun het familienetwerk of lotgenoten kan bieden. Het is een uitdaging hierop in te zetten.

Kinderen en jongeren willen hun stem laten horen en kunnen participeren. Zij vragen zich af waarom zij zich niet tot bemiddeling kunnen wenden. Ze dringen erop aan om een vraag naar wijziging van de bezoekregeling steeds ernstig te nemen en grondig te onderzoeken. Sommige jongeren willen zich rechtstreeks kunnen laten vertegenwoordigen in een burgerrechtelijke zaak.

Kinderen hebben recht op onze steun. Uiteraard zal hun leeftijd de mogelijkheden en grenzen van de geboden steun en interventies mee bepalen.

Aanpak

Bij moeizaam verlopende scheidingsprocessen is het van het grootste belang dat er zo snel mogelijk verandering komt. Liefst zo vroeg mogelijk op de escalatieladder. Dat dit niet altijd van een leien dakje loopt, is duidelijk.

“Er is nood aan een aanpak op maat.”

Er moet ingezet worden op het voorkomen en beheersbaar houden van het conflict. Er is nood aan een gepast aanbod op het gepaste tijdstip, rekening houdend met de persoonlijkheid van de actoren. Zo’n aanpak op maat kan pas na diepgaande analyse en met kennis van zaken.

Als we tot meer effectiviteit en vernieuwing willen komen, is er meer samenwerking tussen juridische en sociale professionals nodig. Ondertussen mogen we de betrokken kinderen niet uit het oog verliezen. We moeten er alles aan doen om hun ontwikkeling veilig te stellen en hen te versterken.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen