Stap uit het wij-zij-verhaal

Hulpverlenen doe je samen

Hulpverlenen aan kinderen, jongeren en gezinnen is niet gemakkelijk. Nog te vaak krijgen ze onrechtmatig en eenzijdig de schuld van weerstand en moeilijkheden. Hulpverleners moeten uit dit wij-zij-verhaal stappen. Hoe sociale professionals in een team samenwerken is daarbij cruciaal.

© Unsplash / Rawpixel

Teamspirit

Een hulpverlener is geen wit blad. Persoonlijke en professionele ervaring, achtergrond en opleiding… het kleurt de manier waarop hulpverleners aan de slag gaan.

Hulpverleners werken meestal samen in een team. In zo’n team is een open en respectvolle kijk erg belangrijk. Enkel zo kunnen hulpverleners groeien en handelen vanuit gelijkwaardigheid.

“In een team is een open kijk erg belangrijk.”

Een heldere missie en visie vormen het vertrekpunt in een team. Gedeelde waarden zijn de rode draad. Elke inhoudelijke ontwikkeling gebeurt samen. Teamparticipatie is niet netjes mee aanschuiven aan de vergadertafel, maar een stemvork van een koor met verrassende dissonante stemmen. Verschil houdt ons scherp.Moonen, C. (2018), ‘Volwaardige cliëntparticipatie is niet evident. Maken hulpverleners ruimte voor fundamentele inspraak?’, Sociaal.Net, 21 augustus 2018.”

Het natuurlijk potentieel van een team verdient waardering. Gemeenschappelijke taal leidt tot verbinding en zorgt voor een overgang van ‘ik’ naar ‘wij’. Dankzij dat wij-gevoel kan een team beter op veranderingen inspelen.

Steen in het water

Teams die zo aan de slag gaan, krijgen extra spirit. Ze realiseren sneller een nieuw aanbod op maat van gezinnen. Want hoe je met elkaar omgaat, vormt een spiegel van hoe je kinderen, jongeren en gezinnen helpt.

“Teams krijgen extra spirit.”

Het is alsof je een steen in het water gooit, waarbij concentrische cirkels uitdeinen. Teamleden vertalen de gedeelde waarden in de praktijk. Ze dragen die waarden uit in hun contacten met gezinnen, maar ook met collega’s uit andere organisaties.

Goesting

Het verlenen van hulp is niet zomaar een job, maar eerder een ‘geloof in’ of ‘een kans tot’. Hulpverlenen is vertrekken vanuit goesting. Het is een unieke kans om met gezinnen en hun omgeving samen te werken.

“Hulpverlenen is vertrekken vanuit goesting.”

Jongeren en gezinnen durven hulp vragen of toelaten. Zij zijn zo moedig om ons -hulpverleners- toe te laten in hun levensverhaal. Te vaak wordt dit omgedraaid: hulpverleners vinden dat mensen dankbaar moeten zijn voor de hulp die ze krijgen.

Al is het begrijpelijk waar dit idee vandaan komt, het is belangrijk om als hulpverlener integer te blijven. Integer in het contact en de kans die je krijgt om samen aan de slag te gaan.

Denk daarom niet alleen vanuit wat wij kunnen bieden. Durf handelen vanuit wat wij van jongeren en ouders kunnen leren. Wees verwonderd om wat zij ons leren en hoe zij stappen vooruitzetten. Respecteer de beweegredenen en zie de goede intenties. Inzetten op een ‘en-en-verhaal’ en gedeelde verantwoordelijkheid in het belang van de kinderen en jongeren zijn daarbij cruciaal.

Basishouding

Die bewuste houding vereist dat je als sociale professional stilstaat bij jezelf. Er moet overeenstemming zijn tussen denken, voelen en spreken. Goede hulpverleners hebben oog voor wat de ander bij hen teweegbrengt. Ze drukken uit wat relevant is voor de ander indien dit goed is voor het hulpproces en de relatie.

“Zie de persoon achter het gedrag.”

Naast deze echtheid, zijn hulpverleners zich bewust van het eigen referentiekader. Ze moeten zich inleven in het referentiekader van de ander. Een goede hulpverlener ziet de persoon achter het gedrag, gelooft in een positief mensbeeld en ziet de groeimogelijkheden van de ander. Acceptatie is niet voorwaardelijk. Deze basishouding is niet alleen in het spreken, maar ook in het handelen weerspiegeld.

Zo’n basishouding kan enkel als je als sociale professional openstaat voor feedback en wil leren van andere. In een team is het daarom belangrijk om elkaar te stimuleren en te bevragen. Begrijpen en begrenzen wisselen elkaar af, vullen elkaar aan. Deze reflectieve houding is cruciaal en noodzakelijk om professioneel te handelen.

Parallellen

De gebruikte metafoor van de steen in het water en de concentrische cirkels zet parallelprocessen centraal.Van Praag-Van Asperen, H.M. en Van Praag, Ph.H. (1993), Handboek supervisie en intervisie, De Tijdstroom, Utrecht.Die processen zijn er tussen de coördinator en de teamleden, tussen collega’s onderling en tussen medewerkers en de gezinnen waarmee ze aan de slag gaan.

“Als hulpverlener ervaar je onmacht.”

Zo ervaren hulpverleners soms de onmacht waar gezinnen mee worstelen. Of worden hulpverleners lastig op elkaar, terwijl dit eigenlijk een symptoom is van het gedrag van de jongere. Of wantrouwen in een team sijpelt door naar een sfeer van controle van de leefgroep.

Of hulpverleners vinden gezinnen te weinig krachtig, terwijl als we uitzoomen zien dat dit het effect is van de hulpverlener die te veel overneemt en zo gezinnen eigenlijk ontkracht.Leijssen, M. (2001), Gids voor gesprekstherapie, de Tijdstroom, Utrecht..

Hefbomen

Deze parallelprocessen klinken negatief, maar eigenlijk bieden ze sociale professionals net een kans om er mee aan de slag te gaan. Ze vormen de hefboom om beweging te installeren.

“Hulpverleners moeten naar zichzelf kijken.”

Wat we zeggen over een kind, jongere of zijn ouders heeft effect op iedereen van het team. Daarom moeten hulpverleners in plaats van negatief naar de jongere of zijn ouders te kijken, eerst zichzelf voldoende onder de loep nemen: Wat gebeurt er bij mij? Deze vraag, deze beweging stelt ons in staat om los te komen van de verwachtingen naar de ander en aan de slag te gaan met wat we zelf kunnen doen.

In plaats van focus op controle van de ander, richten we ons op zelfcontrole en eerlijkheid. Transparant zijn en durven connectie maken met wat bij onszelf gebeurt, is belangrijk. Hulpverleners gaan aan de slag in het hier en nu. De interacties, dynamiek en beweging zijn net dat waarmee gewerkt wordt.

Grenzen stellen

Mee in de onmacht durven staan. Benoemen dat er weinig vertrouwen is. Grenzen durven stellen om samen met de ouders te handelen in het belang van de jongere. Aan de slag gaan met wat zich aandient zonder hierop onmiddellijk te reageren.

Het zijn voorbeelden die starten bij onszelf, om van daaruit verbinding te maken naar kinderen, jongeren, ouders en omgeving.

Alles begint bij jezelf

Als mobiel team binnen de geestelijke gezondheidszorg hebben wij bij Care de opdracht om hulp te verlenen aan “moeilijk te bereiken kinderen jongeren, ouders en netwerk, waarbij sprake van een complexe problematiek en waarvan nood aan een aanklampend en mobiel karakter.”

“Hulpverlenen is elke dag opnieuw een uitdaging.”

Deze opdracht is elke dag opnieuw een uitdaging.Dobbelaere, E. (2013), ‘Een cliëntgericht-experiëntieel integratieve benadering van het outreachend werk met jongeren onder toezicht van de Jeugdrechtbank’, Tijdschrift cliëntgerichte psychotherapie, 108-110.Hulpvragen stijgen, situaties zijn complex, administratieve verwachtingen groeien.

Het stelt hulpverleners voor boeiende uitdagingen. Ze hebben de opdracht om voldoende reflectief aan de slag te gaan. Leidinggevenden moeten daarbij het voorbeeld zijn. Ze moeten medewerkers stimuleren en motiveren zodat wisselwerking, dynamiek en wederkerigheid meer centraal staan. Zo kunnen medewerkers een polariserende visie loslaten waarbij het slagen van het hulptraject enkel wordt toegeschreven aan de hulpverlener, of de jongeren en ouders die gemotiveerd waren.

Als sociale professionals zijn we het verplicht in te zetten op ‘samen’. We zijn het aan gezinnen verschuldigd om professioneel te handelen. Reflectie over ons eigen functioneren maakt plaats voor oordelen over anderen.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen