Opvang voor niet-begeleide minderjarigen

Pleegzorg speelt zijn troeven uit

De Vlaamse pleegzorg heeft heel wat ervaring met de opvang van niet-begeleide minderjarige vreemdelingen in gezinsverband. Momenteel worden 318 van die jongeren in pleeggezinnen opgevangen. Wat leert wetenschappelijk onderzoek? Wat kunnen we leren uit de praktijk? En wat vinden de betrokkenen?

 pleegzorg

Toestroom

In het najaar van 2015 kwam een grote toestroom van vluchtelingen op gang. Ook het aantal niet-begeleide minderjarigen die in België hun toevlucht zochten, steeg. Vooral de groep jonger dan vijftien jaar groeide aanzienlijk.

Voor hen is pleegzorg erg waardevol. Ook de Vlaamse overheid schuift pleegzorg sinds 2015 expliciet naar voor als de te verkiezen opvangvorm voor de jongste niet-begeleide minderjarige vluchtelingen.

“Er was een grote toestroom van vluchtelingen.”

In diezelfde periode meldden veel burgers en gezinnen zich spontaan aan om een minderjarige of zelfs een heel vluchtelingengezin hij hen thuis op te vangen. De Vlaamse overheid voorzag extra middelen om deze instroom te kanaliseren, de gezinnen voor te bereiden en te begeleiden. Zo ontstond het project “Geef de wereld een thuis”.

De pleezorg vond hiervoor partners bij Vluchtelingenwerk Vlaanderen en diensten die reeds een categoriaal aanbod hebben voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen. Het ging hier onder meer over opvang in kleinschalige leefgroepen en begeleid zelfstandig wonen.

Wetenschappelijk onderzoek

Uit een recente literatuurstudie blijkt dat er weinig wetenschappelijk onderzoek bestaat over niet-begeleide minderjarigen in pleegzorg.Van Holen, F., Trogh, L., Carlier, E. en Vanderfaeillie, J. (2016), ‘Niet begeleide minderjarige vreemdelingen en pleegzorg: een literatuurstudie’, Orthopedagogiek: Onderzoek en Praktijk, 55, 11-12, 251-267.

“Pleegzorg biedt meer veiligheid.”

Onderzoekers zijn het erover eens dat pleegzorg, zeker voor de jongere vluchtelingen, te verkiezen is boven andere opvangvormen. Pleegzorg slaagt er beter in een context te creëren waarin beschermende factoren voor de ontwikkeling van een kind aanwezig zijn. Het gaat hierbij onder meer over steunfiguren, vrienden, opvolging en begeleiding in het onderwijs.

Door de individuele zorg biedt een pleegzorgplaatsing meer veiligheid, stabiliteit en minder isolement. Pleegzorg maakt nieuwe hechting voor deze kinderen mogelijk.

Jean en Ahmad getuigen

Pleegvader Jean vangt de veertienjarige Bilal uit Syrië op. Hij bevestigt het belang van pleegzorg voor deze jongeren: “Als je ziet hoe zo’n kind een volledige ommedraai kan maken, dan haal je daar enorm veel voldoening uit. In het opvangcentrum had hij het heel moeilijk en was hij heel onrustig. Op school behaalde hij slechte resultaten. Binnen ons gezin heeft Bilal rust gevonden. Nu is hij op school zeer leergierig. Het is zonde dat die jongens dreigen weg te kwijnen of opgaan in de massa in zo’n centrum, waar ze te weinig als individu benaderd worden.”

Ahmad uit Irak woont in een Belgisch bestandsgezin.Bij bestandspleegzorg vangt een pleeggezin een kind of jongere op, waarmee het voordien nog geen band had.“Ik heb één jaar en acht maanden in een opvangcentrum gewoond. Ik was veertien jaar toen ik naar België kwam. Ik vind dat moeilijk zonder ouders te leven. Daarom heb ik aan mijn voogd gevraagd om bij een gezin te gaan wonen. Ook voor mijn Nederlands, want ik wou verder studeren. Mijn droom is om ingenieur te worden. In het opvangcentrum kreeg ik niet echt goede zorgen. In het pleeggezin wel.”

Cultuurverwant

Een terechte vraag is of niet-begeleide minderjarigen beter af zijn bij cultuurverwante gezinnen of bij gezinnen uit het gastland. De literatuur geeft hierop geen eenduidig antwoord.

“Is men beter af bij cultuurverwante gezinnen?”

Ook in de praktijk lopen de meningen uiteen. Bij de Nederlandse voogdijorganisatie NIDOS wordt enkel cultuurverwant geplaatst. Bij ons en in andere landen wordt zowel cultuurverwant als niet-cultuurverwant geplaatst. Wij vinden het belangrijk om verder te kijken dan culturele factoren. De individuele noden en behoeftes van de jongeren moeten bepalend zijn.

Verwachtingen

Opvang in een pleeggezin blijkt vooral positief te zijn. Het schaarse onderzoek wijst echter op de negatieve gevolgen van een vroegtijdig stopgezette pleegzorgplaatsing bij deze groep jongeren. Er moet daarom voldoende aandacht zijn voor de wederzijdse verwachtingen van de jongeren en de pleeggezinnen.

Pleeggezinkenmerken, cultuurverschillen en contextuele factoren beïnvloeden het plaatsingsproces. Zowel in de voorbereiding als bij de plaatsing moet hier bijzondere aandacht aan besteed worden.

Pleegzorgers aan het woord

Pleegvader Bart vangt de zestienjarige Yasser uit Irak op in zijn gezin. Hij vertelt over de culturele verschillen: “Voor ons werd het moeilijker omdat hij pubert en wij niet goed weten hoe daarmee om te gaan. Daarbij komt de culturele achtergrond en de bagage die hij meeneemt. Het is soms moeilijk te plaatsen waarom hij bepaalde dingen doet. Zo lijkt het of hij beter naar mij luistert dan naar mijn vrouw. Heeft dit te maken met het puberen of met zijn achtergrond als moslim? Heeft dit te maken met een verschil in respect naar vrouwen of mannen? Dat zorgt soms toch voor spanning in ons gezin.”

Pleegmoeder Marie van de veertienjarige Bilal: “Het is een enorme verrijking om Bilal in ons gezin op te vangen. Hij kan veel van ons leren, maar wij leren ook veel van hem. We krijgen veel mooie dingen mee vanuit zijn cultuur. Het is mooi om zien hoe culturen in elkaar overvloeien. Op moeilijke momenten trek ik me daaraan op.”

Jongeren vragen informatie

Vanuit de literatuur onthouden we dat het belangrijk is om aan deze jongeren goed uit te leggen wat pleegzorg inhoudt. Zo kunnen ze een weloverwogen keuze maken. De meesten kennen pleegzorg niet of hebben er een negatief beeld over.

“Jongeren wensen meer informatie.”

Jongeren geven aan dat ze meer informatie en ondersteuning wensen rond Westerse sociale en culturele thema’s. Ze moeten tegelijk de mogelijkheid krijgen om hun eigen cultuur verder te beleven en hun moedertaal te spreken. Sommige onderzoekers adviseren dat jongeren de band met minimaal één cultuurverwante volwassene behouden.

Pleegvader Jean: “In het opvangcentrum pikken die jongeren vrij snel conservatieve ideeën op, terwijl ze eigenlijk niet goed weten waar die vandaan komen. Daar moet je heel hard op inspelen en voortdurend de gewoontes van België verduidelijken.”

Begin met een open kijk

Tijdens de voorbereiding van pleeggezinnen moet ingegaan worden op verwachtingen en culturele barrières. Sommige auteurs benadrukken het belang van een specifieke selectie en training voor pleegzorgers. Dit moet hen helpen om beter te communiceren met jongeren met een andere culturele achtergrond en moet realistische verwachtingen creëren.

Pleegvader Bart: “Ik denk dat je er een beetje verwachtingsloos aan moet beginnen om het jezelf niet moeilijk te maken wanneer het niet loopt zoals verwacht. De werkelijkheid is vaak net iets anders. Het is dus goed om er met een open kijk aan te beginnen, je erin te storten en niet te veel verwachtingen te hebben.”

Samen koken

Het is nuttig de jongeren te betrekken bij de organisatie van het huishouden door hen kleine taken en verantwoordelijkheden te geven of hen bij keuzes te betrekken. Dit vergroot het gevoel van ‘thuishoren’ in het pleeggezin, draagt bij tot binding met het gezin en creëert een vorm van wederkerigheid. Veel jongeren willen zo iets terug doen voor het gezin.

Onderzoek wijst op de rol van voeding in de culturele beleving van kinderen. Ze kunnen mee koken, het menu bepalen of eten uit hun land klaarmaken.

“Jongeren willen iets terug doen voor het gezin.”

Pleegmoeder Hilda vangt de zestienjarige Jigmet uit Tibet op: “Ik ben met Jigmet naar een dienstencentrum geweest om momo te leren maken, het nationale gerecht van Tibet. Ze was enorm trots dat ze wist hoe dat gemaakt wordt en maakt het nu ook zelf voor ons. Dat is heel leuk.”

Samenwerking tussen diensten

Om op een kwaliteitsvolle manier tegemoet te komen aan de noden van niet-begeleide minderjarige vluchtelingen is een intensieve en gestructureerde samenwerking tussen verschillende diensten nodig. Hun expertise wordt gebruikt om pleegzorgwerkers te trainen om met deze jongeren te werken. Ze moeten bijvoorbeeld bewust zijn van de effecten van oorlogstrauma’s en het risico op post-traumatische stressstoornis bij de doelgroep.

Vaak geven jonge vluchtelingen vanuit hun cultuur een andere betekenis aan psychosociaal welzijn en vertonen ze weerstand tegen therapeutische zorg. Pleegzorg moet dit weten en kan het stigma verminderen door in de begeleiding standaard geestelijke gezondheidszorg te voorzien. Zo kunnen onderwerpen die de relatie met pleegzorgers bemoeilijken, gemakkelijker ter sprake komen. Omdat individuele hulpverlening vaak niet aanvaard wordt, is het nuttig te werken met ondersteuningsgroepen of groepssocialisatieprogramma’s.

“Werken met groepen is nuttig.”

Wil men pleegzorgers gepast ondersteunen en versterken, dan is training en supervisie voor pleegzorgmedewerkers aangewezen, naast een verminderde caseload van maximum twaalf tot vijftien begeleidingen. Bovendien raadt men aan om personeel met een migratieachtergrond te rekruteren.

De ouders betrekken

De niet-begeleide minderjarigen missen hun ouders. Die ouders of de ruimere familie hebben vaak een niet te onderschatten invloed op het kind, ook al zijn ze niet in België. Daarom is het belangrijk hen te betrekken bij de pleegzorgplaatsing. Ze kunnen bijvoorbeeld hun toestemming geven voor het verblijf van hun kind in een pleeggezin. En het helpt als pleegzorgers met hen communiceren over hun kind.

Dirk is voogd van verschillende niet-begeleide minderjarigen: “Ik heb een aantal jongeren van Afghanistan en ik ervaar dat ze, hoe stoer ze er ook uitzien, zeer emotioneel verbonden zijn met hun familie en vooral met hun moeder. Heel dikwijls zie ik in hun kamer een tekening waar ‘I miss my mama’ op staat.”

“Jongeren missen hun ouders heel erg.”

Pleegvader Jean: “Ik heb meteen het telefoonnummer van zijn ouders gevraagd. Ik heb hen opgebeld om uit te leggen dat Bilal bij ons kon verblijven en om hun akkoord te vragen. Het contact viel heel goed mee. Ze waren enorm dankbaar. Het contact tussen Bilal en zijn ouders verloopt moeizamer. Ze leggen heel veel druk op hem om alles in orde te brengen zodat ook zij kunnen overkomen. Hij heeft dagelijks contact met hen en wordt daar telkens op aangesproken, terwijl hij toch machteloos staat tegenover die papiermolen. Dan voel je dat dit een zware last is voor die jongen.“

Praktijkervaringen

Steeds meer niet-begeleide minderjarigen vinden de weg naar pleegzorg. Voor de start van het project verbleven er 130 minderjarige vluchtelingen in pleegzorg. Sinds de start van het project anderhalf jaar geleden kwamen er nog eens 188 jongeren bij.

Op dit moment zijn er dus 318 pleegzorgsituaties van minderjarige vluchtelingen in Vlaanderen. Daarvan zijn 76% netwerkplaatsingen bij familie of het netwerk van de jongere en 24% bestandsplaatsingen in door de pleegzorgvoorzieningen geselecteerde gezinnen, die vooraf geen enkele band hadden met de jongere.

Bestandspleegzorg

Uit de grote groep kandidaat pleeggezinnen kwam slechts een beperkt aantal actieve pleeggezinnen voort. Zelfs al versoepelde men de procedures om tegemoet te komen aan de grote vraag. Die grote uitval had te maken met onrealistische verwachtingen. Mensen wilden bijvoorbeeld wel een weesmeisje van kleuterleeftijd opvangen, terwijl er vooral vraag is naar tijdelijke opvang voor Afghaanse puberjongens.

“Kandidaten hadden onrealistische verwachtingen.”

Daarom werd de vorming die hoort bij de voorbereiding voor reguliere pleegzorg aangepast. Er worden thema’s besproken die essentieel zijn bij de psychosociale ondersteuning van mensen die een gedwongen migratie hebben doorgemaakt: trauma, ontworteling, acculturatie, interculturele communicatie…

Ook van de kant van de jongeren of hun voogden is er koudwatervrees. De jongeren hebben vaak een onrealistisch of negatief beeld over pleegzorg. Ze hadden net rust en vaste grond gevonden in hun opvangcentrum of leefgroep. Velen zagen een verhuis naar een gezin niet zitten. Voorbereidingstrajecten duurden vaak lang en liepen soms mis door te grote versnippering bij de  actoren op het terrein.

Om de jongeren te informeren over pleegzorg ontwikkelden we een film met getuigenissen van minderjarige vluchtelingen uit de pleegzorg. We gebruiken ook een methodiek die met tekeningen de kern van pleegzorg toelicht.

Netwerkpleegzorg

De grootste groep jongeren (76%) vond een thuis in een gezin uit hun familiaal of sociaal netwerk. Ze konden terecht bij broers, nonkels, grootouders, leerkrachten of huiswerkbegeleiders. Pleegzorg screent de netwerkgezinnen en biedt op een cultuursensitieve manier de nodige omkadering.

Zo vond de vijftienjarige Wahidullah na een kort verblijf in een opvangcentrum een thuis bij zijn oom en tante in Brussel. Hij vertelt: “Ik voel me goed hier, ik kan mijn taal spreken en ik hou ervan om zoveel mensen rond mij te hebben. In Afghanistan heb ik ook veel broers en zussen. Ik voel me hier thuis en wil hier blijven wonen tot mijn ouders ook naar België kunnen komen.”

De vijftienjarige Ibrahim wordt opgevangen door het gezin waar hij vroeger tijdens de weekends en vakanties al op bezoek ging. Toen zij hoorden dat het opvangcentrum sloot, stelden ze zich kandidaat als pleeggezin. Zo kon Ibrahim zijn school, vrienden en opgebouwd netwerk behouden.

Cultuursensitief werken

Al sinds 1998 werd binnen de Vlaamse pleegzorg expertise rond cultuursensitief werken opgebouwd. Dat gebeurde binnen het project Dunya. Recent werd de expertise van Alternative Family Care overgebracht naar de Vlaamse diensten voor pleegzorg. Dit is een grote troef voor het werven en screenen van cultuurverwante pleeggezinnen en voor het begeleiden van alle pleegzorgsituaties met niet-begeleide minderjarigen.

“Er is expertise rond cultuursensitief werken.”

Voor een aantal jongeren is het een meerwaarde om op te groeien in een cultuurverwante gezinscontext. Daarom startten we in de zomer van 2016 met het actief werven in de cultuurgemeenschappen van de herkomstlanden. We deden extra inspanningen om hen te bereiken en mee verantwoordelijk te maken voor de opvang van deze jongeren.

De methodiek die we gebruiken bij de screening in reguliere pleegzorg werd aangepast aan de culturen van de herkomstlanden. Zo vragen we bijvoorbeeld bij het bespreken van opvoedingsvaardigheden ook naar de betekenis van religie, eerkwesties en de kijk op seksualiteit. We voorzien een specifieke netwerkobservatie bij cultuurverwante gezinnen om na te gaan of ze voldoen aan de criteria voor pleegzorg.

Meteen naar het pleeggezin

Er is een actieve samenwerking tussen pleegzorg en categoriale diensten die met niet-begeleide minderjarigen werken, maar ook met organisaties die instaan voor voogdij en met Fedasil, het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers. Verder zijn er nuttige contacten met het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers (OKAN), diensten voor traumabegeleiding, zoals Solentra, interculturele bemiddeling, de Ondersteuningsteams Allochtonen en lokale overheden.

Een voorbeeld van zo’n samenwerking is die met Minor Ndako. Niet-begeleide minderjarige vluchtelingen die jonger zijn dan dertien jaar gaan wanneer ze in België toekomen meteen naar een pleeggezin, zonder eerste opvang in een leefgroep. Dit heeft zeker voordelen voor het kind, maar het nadeel is dat er weinig of geen informatie is om door te geven aan het pleeggezin.

Daarom worden deze plaatsingen mee opgevolgd door Minor Ndako. In een eerste periode zorgen die voor intensieve begeleiding, 24 uur op 24 bereikbaarheid en voorzien ze een bufferplaats in hun leefgroep moest de plaatsing onverwacht stoppen.

Uitdagingen voor de toekomst

Na anderhalf jaar projectwerking tekent zich een duidelijker profiel af van de pleegzorgwerking voor niet-begeleide minderjarigen. We ontwikkelen op basis van ervaring en expertise aangepaste methodieken en werkwijzen.Naast de ervaringen van het eerste werkjaar van het project en de resultaten uit het literatuuronderzoek gaat het ook over de inbreng van de partners in de samenwerking, een werkbezoek bij de Nederlandse Voogdijorganisatie NIDOS en input vanuit het Europese Alternative Family Care-project (AlFaCa).Daarbij legden we kwalitatieve klemtonen die nuttig zijn voor de brede doelgroep van bestand- en netwerkgezinnen en al dan niet cultuurverwante gezinnen. Vluchtelingenkinderen worden een steeds belangrijker doelgroep voor onze werking.

We organiseren ontmoetingsmomenten waar pleegzorgers en jongeren elkaar ontmoeten en ervaringen uitwisselen. Zowel Belgische als Afghaanse, Syrische, Congolese of Albanese pleegzorgers vinden elkaar in het gemeenschappelijk gegeven dat ze een minderjarige vluchteling in hun gezin opvangen. We organiseren intervisie en supervisie voor de begeleiders van deze pleegzorgsituaties. Zo werken we verder aan de kwalitatieve uitbouw van onze werking.

“We werken aan de kwalitatieve uitbouw.”

We volgen het welbevinden van deze jongeren op en willen vanuit wetenschappelijk oogpunt zicht krijgen op de factoren die het verloop van een pleegzorgplaatsing beïnvloeden. Het verder sensibiliseren en betrekken van de verschillende cultuurgemeenschappen voor de opvang voor deze groep jongeren vormt een belangrijke focus voor de komende periode. Hiertoe zetten we onder meer netwerkpleegzorgers in als sleutelfiguren.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen