Hoe kijken studenten naar radicalisering?

Opleiding sociaal werk beïnvloedt attitude

Radicalisering is een hot issue. Meningen over oorzaken en aanpak gaan alle richtingen uit. Hoe kijken studenten sociaal werk naar radicalisering? En verandert hun houding tijdens de opleiding?

radicalisering
©Cathy Yeulet @123rf

Gepolariseerd thema

Onze samenleving maakt zich zorgen over radicalisering. Het debat verloopt sterk gepolitiseerd en gepolariseerd.

Vanuit een sociaalwerkperspectief is dat problematisch. Grondrechten van mensen worden uitgehold in het kader van de strijd tegen terreur. Hulpverleners staan onder druk om hun vertrouwensrelatie met cliënten ondergeschikt te maken aan de agenda van politie- en andere veiligheidsdiensten.

Opleidingen sociaal werk

Gelukkig is er ruimte voor kritiek en nuance. Het is belangrijk dat sociaal werkers een standpunt innemen. Ze hebben de plicht om stigmatisering en uitsluiting aan te kaarten. Dat vereist een kritische houding tegenover problematische aspecten van het publiek debat over radicalisering.

“Gelukkig is er ruimte voor nuance.”

Ook sociaalwerkopleidingen dragen hun steentje bij door nuance en diepgang te versterken. Ze begeleiden studenten in hun groei naar een professionele identiteit. Naast vaardigheden en kennis, vormt de overdracht van beroepswaarden een belangrijke component van dit socialisatieproces.

Geen ingenieurs

Dat is niet evident. Er is weinig discussie over het feit dat opleidingen vaardigheden en kennis moeten bijbrengen. Het overbrengen van waarden ligt moeilijker. Zeker wanneer die zich richten op ideologisch getinte maatschappelijke thema’s.

“Waarden liggen in het hart van sociaal werk.”

Toch liggen ethiek en waarden in het hart van sociaal werk. Voor de kwaliteit van het werk van een ingenieur maakt het weinig uit of hij de islam ziet als een directe oorzaak voor terreur en geweld. Voor een sociaal werker ligt dat anders. Stigmatisering, polarisering en het ondergraven van grondrechten druisen in tegen waarden uit de internationaal erkende definitie van sociaal werk.

Sociaal werkers die de islam zien als inherent gewelddadig, kunnen moeilijk hun professionele identiteit ontplooien. Hoe bouw je vanuit die overtuiging een zinvolle relatie op met jongeren met deze geloofsovertuiging?

Socialisatieproces onderzocht

Er bestaat heel wat onderzoek naar de mate waarin sociaal werkers in opleiding zich die waarden eigen maken.Weiss, I., Gal, J., and Cnaan, R. A. (2004), ‘Social work education as professional socialization: A study of the impact of social work education upon students’ professional preferences’, Journal of Social Service Research, 31(1), 13-31.Telkens stelt zich de vraag of opleidingen studenten aantrekken die reeds overtuigd zijn van die waarden dan wel of ze er in slagen via het opleidingstraject studenten te overtuigen van het belang ervan.

“Studies zijn weinig éénduidig.”

Om de gevolgen van socialisatie in kaart te brengen, sporen onderzoekers veranderende houdingen van studenten op. Ze vergelijken die met de houdingen van andere groepen studenten.

De resultaten van internationale studies naar dit socialisatieproces zijn weinig éénduidig: sommige studies vinden een effect, sommige geen en andere een effect dat helemaal niet in lijn ligt met de verwachtingen. Studies naar het socialisatie-effect van opleidingen sociaal werk binnen de Vlaamse context ontbreken momenteel.

Deze studie

Ons onderzoek gaat na of er een socialisatie-effect is in twee bacheloropleidingen sociaal werk: VIVES Kortrijk en Arteveldehogeschool Gent. Centrale vraag: veranderen overtuigingen van studenten over radicalisering doorheen de opleiding? Bijzondere aandacht gaat naar houdingen die botsen met de waarden van het sociaal werk.

“Veranderen overtuigingen tijdens de opleiding?”

We ontwikkelden een aantal stellingen waarop studenten konden antwoorden op een schaal die varieert van één (helemaal niet akkoord) tot vijf (helemaal akkoord). Enkele voorbeelden. “De Islamitische leer leidt sneller tot gewelddadige radicalisering dan de meeste andere godsdiensten of ideologieën.” “Als er ernstige vermoedens zijn dat een individu zich klaar maakt om naar Syrië te reizen om daar te gaan vechten is preventieve opsluiting gerechtvaardigd.” “Jeugdwerkers en andere hulpverleners die signalen van radicalisering krijgen en die niet melden aan de veiligheidsdiensten zijn medeplichtig aan eventuele misdrijven.”

Problematisch of niet?

Zo brengen we in beeld hoe studenten kijken naar een aantal aspecten van radicalisering. Dit betekent niet dat het akkoord gaan met één of meerdere items op zich problematisch is of er een vaststaand kantelpunt is.

De mate waarin het akkoord gaan met een item problematisch is, hangt ook samen met hoe extreem het item geformuleerd werd. Studenten die in grote mate akkoord gaan met de meeste items, zetten grote spanning op de rol die ze als sociaal werker moeten opnemen.

“Hoe kijken studenten naar radicalisering?”

We namen dit instrument op in de studentenbarometer, een online bevraging bij studenten in de verschillende opleidingen van het studiegebied sociaal-agogisch werk van beide hogescholen. Ook de studenten van het VIVES-departement handelswetenschappen en bedrijfskunde werden bevraagd. Omdat hun opleiding grondig verschilt van het sociaal-agogisch werk, is het zinvol om na te gaan waar verschillen liggen.

Groepen vergelijken

Eerst onderzoeken we of studenten van deze opleidingen anders kijken naar radicalisering. Dat zou er dan op wijzen dat deze richtingen sowieso al andere types studenten aantrekken.

Vervolgens bekijken we of de houdingen van studenten evolueren doorheen hun opleiding. Als derdejaarsstudenten kritischer staan tegenover radicalisering dan eerstejaarstudenten, dan kan dat een gevolg zijn van het socialisatieproces binnen een opleiding.

Andere schalen

We vullen die analyse over radicalisering aan met een instrument dat peilt naar de mate waarin studenten akkoord gaan met een bijzonder repressieve aanpak van criminaliteit en overlast. Dat komt aan bod in de monitor van het Vlaams Jeugdonderzoeksplatform (JOP). Daar wordt bijvoorbeeld gemeten hoe studenten reageren op de stelling “Verkrachters moeten gecastreerd worden”.

Dezelfde JOP-monitor peilt ook naar de politieke interesse van jongeren. Die gegevens voegen we eveneens toe aan het onderzoek.Voor meer methodologische informatie verwijzen we naar de technische fiche van het onderzoek.

Elke opleiding zijn studententype

Figuur 1 toont de verschillen tussen de opleidingen. De gemiddelde respondent scoort 0. Hoe meer kritisch men staat tegenover kortzichtige en ongenuanceerde uitspraken over radicalisering, hoe negatiever de score.

De resultaten tonen aan dat er al bij aanvang van de studie belangrijke verschillen bestaan tussen studenten van de verschillende opleidingen. Studenten sociaal werk staan gemiddeld veel kritischer tegen het radicaliseringsdiscours dan studenten uit andere sociaal-agogische opleidingen. Het verschil met startende studenten uit handelswetenschappelijke richtingen is ronduit spectaculair.

Figuur 1. Verschillen in steun voor het problematische radicaliseringsdiscours

Elke opleiding trekt een eigen studententype aan met een specifiek waardenprofiel. Deze bevinding sluit aan bij andere studies die zich focussen op een breder scala van opleidingen.Elchardus, M., Spruyt, B. (2009), ‘The Culture of Academic Disciplines and the Sociopolitical Attitudes of Students. A Test of Selection and Socialization Effects’, Social Science Quarterly, 90, 2, 446-460.

Houdingen evolueren

Als we eerste-, tweede- en derdejaarstudenten sociaal werk met elkaar vergelijken, dan zien we ook duidelijke verschillen tussen de studiejaren. De meer kritische houding neemt toe. In de andere sociaal-agogische opleidingen is die evolutie minder uitgesproken. En bij handelswetenschappen en bedrijfskunde gaat het helemaal de andere richting uit.

Kunnen we deze evolutie verklaren vanuit de invloed van de opleidingen sociaal werk op hun studenten? Slagen deze opleidingen er in om studenten succesvol mee te nemen richting wenselijke professionele identiteit?

Studenten volgen

Dat kunnen we enkel uitklaren door dezelfde studenten te volgen doorheen de tijd. Bij een groep van 149 studenten, waarvan 44 studenten sociaal werk, gingen we na in welke mate hun houding over harde repressie evolueerde.

Een positieve houding ten opzichte van harde repressie hangt sterk samen met een sleutelvariabele in deze studie: wie een repressieve houding tegenover criminaliteit ondersteunt, is ook vaker geneigd het dominante discours rond radicalisering te volgen.

“De steun voor harde repressie daalt.”

Figuren 1 en 2 zijn dan ook zeer gelijklopend. De steun voor harde repressie daalt, zowel bij de studenten sociaal werk als bij studenten uit andere sociaal-agogische richtingen. Ook bij studenten uit de opleidingen handelswetenschappen en bedrijfskunde brokkelt de steun af naarmate ze ouder worden, zij het in mindere mate.

Figuur 2. Verschillen in steun voor harde repressie

Uit onze gegevensverwerking besluiten we dat de houdingen van studenten sociaal werk ten opzichte van harde repressie wel degelijk veranderen naarmate ze langer in de opleiding aanwezig zijn.

Dat bevestigt een socialisatie-effect van de opleiding. Aangezien hun houding ten opzichte van harde repressie zeer sterk samenhangt met steun voor het radicaliseringsdiscours, kan ook met betrekking tot deze laatste variabele gesproken worden van een socialisatie-effect. Hoewel er ook een trend zichtbaar is bij de studenten handelswetenschappen en bedrijfskunde in de richting van minder steun voor harde repressie, is deze niet significant.

Politieke dimensie

Radicalisering is een gepolitiseerd thema. Sociaal werk is, meer dan andere opleidingen, gericht op de politieke dimensie van haar werkterrein. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de opleiding studenten aantrekt met interesse in politiek.

Slechts 15,3% van de studenten geeft aan niet of helemaal niet geïnteresseerd te zijn in politiek. In andere sociaal-agogische opleidingen is dat 35,4%, bij studenten uit het departement handelswetenschappen en bedrijfskunde 26.1%. Volgens de JOP-monitor geeft 46,3% van de Vlaamse jongeren aan niet geïnteresseerd te zijn in politiek. De politieke interesse neemt ook toe naarmate bij studenten sociaal werk verder staan in hun opleiding. Bij andere opleidingen is dat niet het geval.

” Radicalisering is een gepolitiseerd thema.”

Het is dus belangrijk om te analyseren wat de impact is van die politieke interesse op het steunen van een problematische benadering van radicalisering.

Politieke interesse versterkt

Hoewel de rechtstreekse samenhang van politieke interesse met het radicaliseringsdiscours beperkt is, betekent dit niet dat het irrelevant is.

Figuur 3 toont aan dat er sprake is van een interactie-effect met opleiding. Studenten die weinig geïnteresseerd zijn in politiek nemen dezelfde en behoorlijk neutrale positie in rond radicalisering, welke opleiding ze ook volgen. Bij studenten met een grote politieke interesse zien we duidelijke verschillen tussen de opleidingen. Vooral de politiek geïnteresseerde studenten sociaal werk wijzen de kortzichtige en weinig genuanceerde kijk op radicalisering scherp af.

Figuur 3. De relatie tussen politieke interesse en problematische houdingen

De verandering in houding bij sociaalwerkstudenten tijdens hun opleidingstraject doet zich niet bij iedereen in dezelfde mate voor. Hoe sterker de politieke interesse, hoe groter de verandering.

“Hoe sterker de politieke interesse, hoe groter de verandering.”

Verschillen in politieke interesse tussen studenten zijn belangrijk voor het verklaren van verschillen tussen opleidingen in steun voor het problematisch discours. Verschillen in politieke interesse verklaren ook veranderingen in attitudes binnen de opleidingen sociaal-agogisch werk.

Opleiding moet tandje bijsteken

Toch staat de aandacht voor de politieke dimensie van sociaal werk in de opleiding onder druk ten voordele van een meer individuele benadering. Die verschuiving in het curriculum is nefast voor de professionele identiteit van het sociaal werk. Want vooral politiek geïnteresseerde studenten maken zich de beroepsrollen doorheen de opleiding eigen. Aandacht voor macro-politieke vraagstukken en maatschappelijk engagement is daarbij cruciaal.

“Reiken opleidingen voldoende tools aan?”

Bovendien stelt zich de vraag of de sociaalwerkopleiding haar studenten voldoende tools aanreikt om kritisch een publiek debat te analyseren. Kunnen studenten hier een standpunt innemen vanuit een sociaalwerkperspectief? Als we streven naar sociaal werkers die op een complex werkterrein ook maatschappelijke ontwikkelingen kunnen doorgronden, dan moeten we een tandje bijsteken.

Debat aanmoedigen

Dat proberen we ook stap voor stap waar te maken. Zo gingen we naar aanleiding van deze studie in gesprek met het docententeam sociaal-agogisch werk bij VIVES. Centraal stond de vraag hoe we studenten kunnen aanzetten tot kritische zelfreflectie over hun houdingen. In welke mate kan de opleiding hier ‘corrigerend’ optreden?

Weinig docenten voelen zich geroepen om expliciet te hameren op ‘hoe een sociaal werker moet kijken naar een geladen problematiek’. Wat docenten wel zien zitten? Het aanmoedigen van een debatcultuur waarbij studenten hun, soms controversiële, standpunten verdedigen tegenover andere studenten. Want dat draagt bij tot zelfreflectie en verhoogt de kwaliteit van de argumenten die standpunten onderbouwen.

“Docenten willen debat aanmoedigen.”

Experimenten binnen de opleiding tonen aan dat debatten tussen studenten veranderingen in houdingen rond concrete topics zoals armoede of diversiteit in gang zetten. Ze moeten dan wel goed omkaderd zijn, liefst gevoed met relevante, wetenschappelijke input.

Verken de wereld

Een opleiding moet een leercontext creëren waarin ervaringen die buiten de vertrouwde leefwereld liggen, aan bod komen. Dat kan door contact en dialoog te faciliteren met een diversiteit aan doelgroepen.

Ervaringen tijdens stages en projectwerk hebben, vaker dan klassieke werkvormen, het potentieel om de leef- en denkwereld van studenten te verbreden.

We denken hier aan ‘Debate in the Neighbourhood’ initiatieven, waar studenten in debat gaan met sociaal kwetsbare jongeren of bewoners van een kwetsbare buurt. Zo leggen ze contacten buiten de schoolmuren en leren ze argumenten onderbouwen in de context van het dagelijks leven.

Bruggen bouwen tussen opleiding en de superdiverse samenleving heeft dus een groot potentieel. Daarom moeten we streven naar een diverser studenten- en docentenkorps. Onderzoek toont immers aan dat contact met een doelgroep kan bijdragen tot een positievere houding ten opzichte van die doelgroep.Pettigrew, T. F. (1998), ‘Intergroup contact theory’, Annual review of psychology, 49(1), 65-85.

 

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen