Wij blijven mensen!

Gedetineerden over de gevangenis van de toekomst

Een gevangenisverpleegster wordt vermoord door een koppel. Tijdens de feiten was de vrouwelijke dader in penitentiair verlof, haar mannelijke mededader voorlopig vrijgelaten. In Luik vallen vier doden na een schietpartij. De dader had net de gevangenis verlaten omwille van penitentiair verlof. Er klinkt felle kritiek op hoe we omgaan met gedetineerden. Maar hoe kijken zij er zelf naar?Naessens, L., De Koster, K. en Segaert, F. (2017), Naar een nieuwe Brusselse gevangenis. Gedetineerden denken mee, Brussel, Odisee/Vrije Universiteit Brussel.

Gedetineerden
© ID / Bas Bogaerts

Verscheidene invalshoeken

De hulpverlening aan gedetineerden is een gedeelde verantwoordelijkheid van justitie en de gemeenschappen. Sinds de staatshervormingen van 1980 en 1988 werden de persoonsgebonden aangelegenheden overgedragen naar de gemeenschappen. Justitie bleef verantwoordelijk voor de strafuitvoering.

“De hulpverlening is een gedeelde verantwoordelijkheid.”

Een belangrijk deel van het justitieel sociaal werk wordt voorzien door de Federale Overheidsdienst Justitie, met name door een psychosociale dienst in elke gevangenis. Die psychosociale dienst is een multidisciplinair team dat advies geeft bij de uitvoering van de verschillende vrijheidsberovende straffen. Deze dienst begeleidt gedetineerden ook bij de voorbereiding van hun re-integratie in de samenleving.

Daarnaast is er in de gevangenissen hulp- en dienstverlening die voorzien wordt door de gemeenschappen. Heel wat diensten ontwikkelen een aanbod voor gedetineerden, denk aan onderwijs, gezondheid, cultuur, sport en tewerkstelling.

Zowel de federale als Vlaamse overheid zijn dus verantwoordelijkheid voor de hulpverlening aan gedetineerden, elk vanuit hun eigen invalshoek. In de praktijk betekent dit dat er wordt samengewerkt, over de verschillende bevoegdheden en taakstellingen heen.

Onder druk

Waar knelt dan het schoentje als het gaat over hulpverlening en sociaal werk in de gevangenissen? Het recht van gedetineerden op hulp- en dienstverlening is onder druk komen te staan.

“Het is moeilijk werken voor de psychosociale dienst.”

De opdracht van de psychosociale dienst is verengd tot risicotaxatie en rapportage. Justitie beseft echter dat verslaggeving geen doel op zich kan zijn. Er moet aandacht blijven voor de mogelijkheden van gedetineerden. Recente richtlijnen van de psychosociale dienst leggen meer de focus op de gesprekken met de gedetineerde waarbij men hen laat bewustworden van onderliggende oorzaken van het plegen van de delicten.

Toch is het in de praktijk moeilijk werken voor de psychosociale dienst. De werkdruk blijft hoog waardoor de vooropgestelde doelen moeilijk haalbaar zijn. Zo is er geen budget voor het volgen van opleidingen.

Besparingsoperatie

Om in de gevangenissen aan hulpverlening te doen, rekent Justitie sterk op de diensten van de gemeenschappen. Maar deze hulp- en dienstverlening vanuit de gemeenschappen moet functioneren binnen de complexe context van het gevangeniswezen. Dit creëert het gevoel dat diensten het eigen aanbod voortdurend moeten aanpassen aan de gevangenis, in plaats van het verder te kunnen ontwikkelen.

“Federale besparingen hebben grote impact.”

Zo worden begeleidende activiteiten van deze diensten geannuleerd bij vakbondsacties van penitentiaire beambten. Ook de beslissing van de federale overheid om tussen 2015 en 2019 10% te besparen op personeel heeft een grote impact. De beschikbare uren voor activiteiten worden ingeperkt, in sommige gevangenissen sluiten werkplaatsen een half uur vroeger, in een aantal gevangenissen zijn de avondactiviteiten afgeschaft.Paterson, N. (2017), ‘Besparen heeft ook een kost’, Fatik, 34 (153).; Naessens, L. (2016), ‘We zitten vast. Welzijnswerk in Brusselse gevangenissen wordt onmogelijk’, Sociaal.Net, 30 mei 2016.

Masterplan bouwt en verbouwt

Een ander heikel punt blijft de kwaliteit van de gevangenissen. Onze gevangenissen zijn verouderd en overbevolkt. Al zijn er de afgelopen jaren wel degelijk inspanningen gedaan om op deze problemen te antwoorden.

“Nieuwe gevangenissen verlichten de druk.”

Nieuwbouw en renovatie zijn belangrijke elementen uit het ‘Masterplan gevangenissen en internering’. Binnen dit masterplan voorziet men in de uitbreiding van de gevangeniscapaciteit en het renoveren van de verouderde infrastructuur. Nieuwe gevangenissen werden gebouwd, onder meer in Beveren en Leuze. Daarnaast gingen in Gent en Antwerpen de psychiatrische forensische centra open.

Deze initiatieven verlichten zonder twijfel de druk op de overbevolkte gevangenissen. Tevens is het een antwoord op de lamentabele leef- en werkomstandigheden in de oude gevangenissen.

Slechte oude wijn

Toch stellen we vast dat men bij de bouw van nieuwe gevangenissen teruggrijpt naar het gekende concept van een grootschalige gevangenis. Nochtans zijn de nadelige effecten van zo’n gevangenissen al lang bekend.Sykes, G. (1958), The society of captives: a study of a maximum-security prison, Princeton, Princeton University Press.Grote gevangenissen hebben een groter risico dat mensen gereduceerd worden tot delinquent, dat ze geen inspraak hebben en hun sociale relaties verliezen.

“Alternatieven krijgen geen voet aan de grond.”

Alternatieve voorstellen zoals het detentiehuis, om zo meer op maat van de gedetineerde aan de slag te gaan, breken niet door.Claus, H. (2015), ‘Moeizame geboorte van het detentiehuis. Penitentiaire trein der traagheid’, Sociaal.Net, 5 mei 2015.

Groot project, geen inspraak

Eén van de grootste bouwprojecten dat nog steeds op stapel staat, is de gevangenis van Haren. Deze gevangenis wordt met een capaciteit van 1.190 gedetineerden de grootste gevangenis van België. Haren zal de huidige oude Brusselse gevangenissen vervangen.

De plannen voor deze nieuwe gevangenis zijn concreet, maar inspraak van hulp- en dienstverlening bleef tot nu toe schaars. En al helemaal onduidelijk zijn de verwachtingen van de Brusselse gedetineerden over deze ‘gevangenis van de toekomst’.

Verdriet en wanhoop

Wij vroegen het wel aan gedetineerden van drie Brusselse gevangenissen: Sint-Gillis, Vorst en Berkendaal.We bevroegen in vijf focusgroepen 26 (ex-)gedetineerden. Het onderzoek werd uitgevoerd door Odisee Hogeschool, in samenwerking met de Vrije Universiteit Brussel en de forensische welzijnsorganisaties Psychotherapie-BRUG en O.R.S.-W.S.W.

De gedetineerden vertelden hoe ze de situatie nu ervaren: ze voelen zich niet gezien als mens, voelen zich uitgestoten en herleid tot de feiten die ze pleegden. De impact daarvan is voelbaar. In de gesprekken klinkt verdriet, frustratie, verzet, machteloosheid en wanhoop. Meer nog dan de te verwachten nadruk op een betere infrastructuur of andere activiteiten in de gevangenis, benadrukken gedetineerden hoe belangrijk het is om erkend te blijven in je mens zijn.

“In Zweden noemt men een gevangene een cliënt.”

En gevangene zegt dat zo. “Hier in België vergeet de samenleving en de politiek dat veroordeelden ook mensen zijn. Wie daar blind voor is, zal veel recidive krijgen. Waarom liggen de recidivecijfers in Zweden veel lager? In Zweden noemt men een gevangene een cliënt. Elke bewaker spreekt de gedetineerde er zo aan. En dus daar heb je meer eigenwaarde. Daar voelt ge je nog mens.”

Weggegooid geld

Verschillende gevangen uitten ook hun visie op criminaliteit. Ze benadrukken dat de gevangenis mensen huisvest die kampen met problemen op verschillende levensdomeinen. “We hebben hier allemaal problemen waarmee we geholpen moeten worden.”

Men verwacht en hoopt om tijdens de detentie aan die problemen te werken. Maar dat gebeurt onvoldoende. Gedetineerden hebben zelf het gevoel niet klaar te zijn om na detentie opnieuw aan de samenleving te participeren.

“Begeleiding is belangrijker dan straf.”

“Als je buitenkomt, sta je er nog slechter voor. Begeleiding is echt wel belangrijk. De begeleiding is eigenlijk belangrijker dan de straf”. Er is weinig begrip voor het feit dan men nu vooral inzet op het opsluiten van mensen. Op termijn levert dat niets op.

Gedetineerden zien veel mensen terug opgesloten worden na hun vrijstelling omdat er tijdens de detentie te weinig gewerkt werd aan onderliggende problemen. “Mensen hier twee jaar opsluiten, is niet nuttig. Dat is weggegooid geld en tijd. Het is niet nuttig om opgesloten te zitten zonder dat je opleiding krijgt, zonder begeleiding.“ Gedetineerden verwachten dat men via gevangenisarbeid, activiteiten, opleiding, gespreksgroepen en begeleiding beter voorbereid is op het leven en de toekomst na de gevangenis.Op het vlak van arbeid loopt er momenteel een praktijkgericht onderzoek aan Odisee Hogeschool. Hierin wordt geanalyseerd in welke mate gevangenisarbeid welzijnsbevorderend kan zijn, zowel tijdens als na detentie.

Luisteren is respect

Respect betekent voor gedetineerden dat er naar hen geluisterd wordt, dat ze niet afgesnauwd worden en dat er een antwoord volgt op een vraag. De aanspreekbaarheid van het personeel is belangrijk en kan volgens gedetineerden veel onrust vermijden.

“Je hoort hier veel geschreeuw, geroep, kloppen op de deuren. Ik begrijp dat dat niet gemakkelijk is voor de cipiers. Maar dat komt misschien ook omdat mensen gefrustreerd zijn, omdat ze niet gehoord worden. En dan ga je op den duur uit de bol.”

“Aanspreekbaar personeel kan veel onrust vermijden.”

Gaat het over begeleiding, dan komt de psychosociale dienst regelmatig aan bod. Ook hier verwachten gedetineerden dat hun vragen gehoord worden en dat hun penitentiair dossier correct wordt opgevolgd. En ook hier is er begrip voor de werkdruk van de medewerkers. “Toch blijft het een zware dobber om een maand te moeten wachten op een gesprek”, zo stelt een gedetineerde.

Gefaseerd traject

In het huidige debat rond het penitentiair verlof en een succesvolle re-integratie in de samenleving, roepen deze gedetineerden op om meer geïndividualiseerd en op maat te begeleiden. De nadruk moet liggen op de mens achter de feiten, op zijn waardigheid.

Daarbij is een gefaseerd traject onontbeerlijk. Uitgangspermissies en penitentiair verlof zijn belangrijke elementen in zo’n traject. Willen we de gedetineerden voorbereiden op een terugkeer in de samenleving, dan is het essentieel om op verschillende domeinen stappen te ondernemen: huisvesting, opleiding, werk, administratie, psychosociale begeleiding, schuldbemiddeling, relaties, gezondheid…

“Penitentiair verlof is een belangrijk element.”

Gedetineerden kiezen voor zo’n gefaseerd traject met uitgangspermissies en verlof, om de overgang naar de samenleving vlotter te laten lopen. Na een positieve evaluatie van de strafuitvoeringsrechtbank kan men een voorwaardelijke invrijheidsstelling bekomen waarbij er toezicht is van een justitie-assistent. Tot het einde van de straf in de gevangenis zitten zonder enige vorm van voorbereiding of gecontroleerde terugkeer naar de samenleving, heeft volgens hen geen zin.

Na de stenen, nu de mensen

Terecht werd er de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in stenen. Nieuwe gebouwen en betere procedures zijn belangrijk. Maar nu moet justitie vooral inzetten op mensen, participatie en waardigheid, op samenleven zowel binnen als buiten de muren.

We horen het minister van Justitie Koen Geens dan ook graag zeggen dat hij nood heeft aan meer verpleegkundigen en psychologen in de gevangenis. Als hij dat echt meent, heeft hij ook oog voor de negatieve effecten van zijn besparingsmaatregelen.

“Het blijft verleidelijk om problemen weg te stoppen.”

De sociaalwerkconferentie van mei 2018 onderstreepte vijf krachtlijnen voor het sociaal werk: politiserend werken, nabijheid, proceslogica, generalistisch en verbindend werken. Deze krachtlijnen zijn ook binnen een gevangenis cruciaal. Want het blijft verleidelijk om maatschappelijke problemen letterlijk weg te stoppen achter slot en grendel. Maar dat leidt alleen tot meer frustratie en geweld. Als samenleving verdienen we beter.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen