Capabilitybenadering als kompas voor sociale professionals

Het gaat niet alleen om goed zijn, ook om goed doen

In aanloop naar de sociaalwerkconferentie is er debat over de rol en positie van het sociaal werk in Vlaanderen. Het sociaal werk is op zoek naar houvast. Onderzoekers Michel Tirions en Collin den Braber schuiven de capabilitybenadering naar voor als kompas voor het sociaal werk van morgen.

Capabilitybenadering
© Alex Naanou @Flickr

Een kompas

De aandacht voor de capabilitybenadering in het sociaal domein groeit. Centraal in deze benadering staat het versterken en ondersteunen van mensen in hun leefwereld door vrijheden, kansen of mogelijkheden te creëren zodat zij het leven kunnen leiden dat zij zelf willen leiden en dat zij met reden waarderen.Tirions, M., Blok, W. en den Braber C. (2018), De capabilitybenadering in het sociaal domein. Een praktijkgerichte kennismaking, Houten, Bohn Stafleu van Loghum, p. 33.

Het realiseren van dit doel heeft alles te maken met de manier waarop wij in onze samenleving zorg willen dragen voor het elkaar.

“De aandacht voor de capabilitybenadering groeit.”

De capabilitybenadering biedt hiervoor een conceptueel kader dat voortbouwt op wat mensen waardevol vinden. Daarmee functioneert de capabilitybenadering als een moreel kompas dat sociale professionals helpt in tijden van grote transformaties.Robeyns, I. (2018), Voorwoord, in Tirions M., Blok, W. en den Braber C. (2018), De capabilitybenadering in het sociaal domein. Een praktijkgerichte kennismaking, Houten, Bohn Stafleu van Loghum.

De capabilitybenadering kan dus gezien worden als een ethisch kompas dat de sociaal werker gebruikt om zich te positioneren bij het organiseren van zorg en welzijn in de samenleving, dus om goed te zijn. Maar het is meer dan dat. Het is ook een theoretisch en praktisch kompas voor het professionele handelen in de beroepspraktijk, het werk goed doen. In combinatie zorgt dat voor een geschikt kader om de positie van sociaal werkers en hun handelen in de praktijk te evalueren.

Het kompas van de sociale professional is daarom drieledig: het biedt een houvast voor handelen (goed doen), normatief-ethisch positie nemen (goed zijn) en een evaluatiekader voor goed doen en goed zijn.

Kwaliteit van leven

Het handelen van sociale professionals is gericht op het bevorderen van de kwaliteit van leven. Om zuiver te hebben wat die kwaliteit van leven betekent, moet je eerst vaststellen wat mensen daar zelf onder verstaan. Pas als die vraag is beantwoord, kan je het professionele handelen daarop afstemmen.

“Het is een multidisciplinaire, evidence-based theorie.”

De capabilitybenadering is een multidisciplinaire, evidence-based theorie die handvatten biedt voor interventies die gericht zijn op het achterhalen wat mensen verstaan onder de kwaliteit van leven en hoe je op die basis interventies kan doen.

Bij deze interventies wordt vooral uitgegaan van wat mensen zelf willen en kunnen. Het is belangrijk om niet te snel toe te geven aan de vaak sterke neiging om dat voor hen in te vullen. Het risico daarvan is een onbedoelde, paternalistische en kortzichtige aanpak die de capabilitybenadering liever inruilt voor een krachtenperspectief, gericht op het floreren van mensen.

Ook maatschappijkritisch

Niet alleen de doelstellingen van handelen worden onderworpen aan een reflectie. Ook de middelen in de samenleving die het leven en welzijn van mensen beïnvloeden, ontkomen niet aan een kritische blik. De capabilitybenadering is geen neutraal kader. Ze vergt van de sociale professional een maatschappijkritische betrokkenheid.

“De capabilitybenadering vergt betrokkenheid.”

De kritische blik als kompas verwijst naar de noodzaak om het kritische vermogen van sociale professionals te ontwikkelen en aan te scherpen als het gaat om het werken met mensen, in organisaties, in de wijk en op maatschappelijk en beleidsniveau.

De sociale professional moet het vermogen hebben om deze kritische blik om te zetten in doelgericht handelen. Het gaat bij de capabilitybenadering immers niet alleen om goed zijn maar ook om goed doen.

Mensen in armoede

Zo kan je aan de zijde van mensen in armoede de onrechtvaardigheid van hun leefsituatie aankaarten, maar dat volstaat niet. Als sociaal werker heb je ook de opdracht om mensen in armoede concreet te versterken. Je moet hen helpen om uit de situatie van armoede te breken. Tegelijk is het een taak om maatschappelijke drempels die armoede veroorzaken weg te werken.

“Het is een taak om drempels weg te werken.”

Sociaal werk richt zich dan zowel op het individu in diens leefwereld als op het realiseren van inclusieve maatschappelijke structuren.

Zo kan je met de beste intenties en beantwoordend aan een duidelijke vraag van een betrokkene interveniëren in een situatie van intrafamiliaal geweld, maar als je die interventie niet tegelijk onderbouwt vanuit een methodisch handelingsperspectief of voorbij gaat aan wat de betrokkene zelf wil, loop je de kans meer schade aan te richten dan te herstellen.

Voer voor dialoog

Om de dialoog over de kritische blik van sociale professionals voeding te geven hebben we acht aandachtspunten geformuleerd die geïnspireerd zijn door de capabilitybenadering. Het zijn richtlijnen die het uitgangspunt vormen voor professioneel handelen.Deze aanbevelingen zijn het product van een denkoefening door Janny Beernink, Annica Brummel, Willem Blok, Collin den Braber en Michel Tirions. Ze staan in het boek: Tirions M., Blok, W. en den Braber C. (2018), De capabilitybenadering in het sociaal domein. Een praktijkgerichte kennismaking, Houten, Bohn Stafleu van Loghum.

Zie deze richtlijnen niet als axioma’s, wel als voeding voor dialoog. We hoeden ons voor een ‘one-fits-all’, maar vragen iedereen om mee te denken over de toepassing van de capabilitybenadering. We geloven niet in een vaste formule, hoe verleidelijk dat soms ook is. Ook wij willen de valkuil van het paternalisme vermijden.

Acht aandachtspunten

1.
Stel mensen in staat om eigen keuzes te maken voor het leven dat ze waardevol vinden.

Voor de sociale professional betekent dit dat het niet alleen van belang is om te kijken wat iemand vraagt, maar ook hoe die vraag tot stand is gekomen en welke voorwaarden nodig zijn. Hebben mensen in alle vrijheid kunnen kiezen tussen verschillende alternatieven? Zijn er alternatieven voor handen of moeten we deze creëren of laten ontdekken?

2.
Heb als sociale professional niet alleen oog voor de persoonlijke context, maar ook voor de sociale en omgevingscontext.

Een oplossing voor ondersteuning kan dus zowel in de persoonlijke context als in de sociale of omgevingscontext zitten, maar meestal gaat het om een combinatie van beide.

3.
Wees je bewust van de eigen waarden die aan de basis liggen van je handelen.

Het is van belang om de eigen waarden voortdurend te onderzoeken, bijvoorbeeld als het gaat om stigma’s en vooroordelen ten aanzien van anderen. Wat zijn de waarden van de sociale professional? Hoe verhouden die zich tot het professionele waardenkader? Hoe zijn de eigen waarden vertaald in het handelen naar anderen?

4.
Sta voor een positieve benadering. Ga uit van de mogelijkheden van mensen en houdt rekening met de onmogelijkheden.

Een kritische blik vereist de vraag of er is gekeken naar de mogelijkheden en belemmeringen die mensen hebben, net als naar de mogelijkheden en belemmeringen uit de sociale en fysieke omgeving. Belemmeringen moet men omzetten in kansen en mogelijkheden.

5.
Vertrek van een holistische, meervoudige benadering van het welzijn van mensen.

Mensen zijn mens in alle dimensies die voor mensen belangrijk zijn, zoals sociale relaties, familie, wonen, werk en vrije tijd. Mensen worden nooit gereduceerd tot een enkele kwaliteitsdimensie, zoals gezondheid of origine. Mensen worden ook niet tot een enkele sociale identiteit gereduceerd, zoals cliënt, werkloze, oudere of jongere, man of vrouw.

6.
Kijk bij het bevorderen van welzijn van mensen ook naar mogelijkheden buiten het eigen sociaal domein.

Sociale professionals moeten in staat zijn om buiten bestaande kaders en structuren te denken. Ze bouwen bruggen en slopen muren tussen disciplines, sectoren en organisaties. De capabilitybenadering creëert daarvoor een gemeenschappelijke taal.

De kritische blik van de capabilitybenadering geeft de sociale professional de mogelijkheid om over de grenzen van het eigen vakgebied te kijken. Ze nodigt uit en biedt houvast om samen te werken met andere sectoren zoals wonen, veiligheid of economie. Of met andere disciplines zoals psychologen, stadsplanners, ICT-deskundigen en medische beroepen.

7.
Richt de maatschappij zo in dat faciliteiten aanwezig, toegankelijk en toereikend zijn voor mensen. Zo kunnen ze kansen en mogelijkheden verzilveren.

Naast aandacht voor de persoonlijke context van mensen zoekt de sociale professional naar kansen en mogelijkheden om de nodige vrijheid te creëren in de sociale en fysieke omgeving van mensen. Dat biedt aan mensen ruimte om het leven te leiden dat ze willen leiden en waardevol vinden.

8.
Inspiratie voor het curriculum van het sociaal onderwijs.

De capabilitybenadering heeft een plaats in vakken waarin beroepsethiek en ethisch handelen aan bod komen. De capabilitybenadering is voor sociale opleidingen een houvast als overkoepelend integraal kader dat de inzichten uit de verschillende mens- en maatschappijdomeinen zoals de sociologie, het recht, de psychologie, de agogiek samenbrengt rond de gemeenschappelijke focus op menselijke vrijheid en welzijn.

In het bouwen aan een curriculum dat is verbonden met de actuele uitdagingen in het sociale domein én met de normatieve uitgangspunten van de sociale professies kan de capabilitybenadering een wetenschappelijk en richtinggevend kompas bieden.

Kritisch vermogen

Het ontwikkelen van een kritische blik is essentieel als sociale professionals de capabilitybenadering toepassen. Zo’n blik helpt bij het ontwikkelen van nieuwe methodieken of bij het gebruiken van bestaande methodieken die men in het kader van de capabilitybenadering wil toepassen.

“Laat het geen nieuw buzz-woord worden.”

Het helpt echter ook om verkeerd gebruik van de capabilitybenadering te voorkomen. De capabilitybenadering mag niet het zoveelste containerbegrip, kreet of buzz-woord worden. Te vaak wordt er lichtzinnig gedacht over het omarmen van de capabilitybenadering. Soms worden er onderdelen naar eigen gading geplukt. Wie is immers niet voor een goed en kwalitatief leven?

Meervoudigheid van waarden

Het moet gezegd. Ook binnen goed geïnformeerde academische kringen is er debat over de juiste hantering of interpretatie van de uitgangspunten van de capabilitybenadering.

“Er bestaat geen eenduidig typische capability-blik.”

Zelfs grondleggers Martha Nussbaum en Amartya Sen blijken in publieke debatten elkaar niet te sparen in kritiek. Er bestaat dus geen eenduidig typische capability-blik.

De meervoudigheid of diversiteit van waarden is ook van toepassing op de uitgangspunten van de capabilitybenadering zelf. Om die reden vraagt het begrijpen en delen van de capabilitybenadering om een open dialoog. Het maakt de capabilitybenadering tot een duurzame en dynamische theorie die blijft inspelen op een voortdurende veranderende sociale en maatschappelijke context.

Al maakt dit het er ook niet altijd gemakkelijker op. Het daagt de sociale professional uit om voortdurend in dialoog te gaan met de uitgangspunten van de capabilitybenadering. Hij moet deze toetsen aan de praktijk. Die reflecties en toetsing vormen letterlijk een kwestie van levenslang leren.

Debat over vrijheid in verbondenheid

capabilitybenaderingBinnen het sociaal domein, in onderzoek en onderwijs is de discussie over de toepassing van de capabilitybenadering volop aan de gang. Vanuit het Nederlands-Vlaams netwerk voor de Capabilitybenadering in het Sociaal Domein willen we dit debat voeden.

We moedigen academici, praktijkwerkers, studenten, beleidsmakers en gebruikers aan om samen kritisch en open te reflecteren over de zorg voor de kwaliteit van leven. Het gaat om een evaluatie van bestaande systemen en structuren. We kunnen dat debat voeren in termen van mensenrechten en grondrechten, maar ook met de verbindende, leefwereld-geënte en wetenschappelijke taal die de capabilitybenadering aanreikt.

Zo’n debat kan sociale professionals helpen om de uitdagingen in hun werk aan te kunnen. In woelige tijden, is er nood aan een stevig houvast. Het kan mee de omstandigheden creëren waarin zij kunnen floreren in hun werk. Binnen dit publieke debat kunnen mensen leren wat termen als vrijheid en solidariteit betekenen om mensen het leven te te laten leiden dat mensen zo graag willen leiden en wat ervoor nodig is om dat doel te bereiken.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen