Actief op oudere leeftijd

Lust of last?

Van ouderen wordt steeds meer verwacht. De overheid zet in op langer werken door de pensioenleeftijd te verhogen en trekt tegelijk de kaart van de vermaatschappelijking van zorg. Hierin is een grote rol weggelegd voor informele zorg en vrijwilligerswerk.Vandeurzen, J. (2014), Beleidsnota 2014-2019. Welzijn Volksgezondheid en Gezin, VR 2014 2410 MED.0421/26.Hoe realistisch is het om te verwachten dat ouderen zich sterk inzetten voor een warme en zorgzame samenleving?

© Bas Bogers
© Bas Bogers

Productive aging

In een samenleving waarin op termijn een kwart van de bevolking 65 jaar of ouder zal zijn, is de vraag naar de inzet en participatie van ouderen uiterst relevant. Waar kunnen ouderen hun capaciteiten nog inzetten? Engageren ze zich in betekenisvolle sociale rollen? En vooral: komt het combineren van rollen de ouderen zelf ten goede?

“We willen ook een zicht krijgen op de levenstevredenheid.”

Om dit in te schatten, gebruiken we het concept productive aging: “Any activity that produces goods and services, whether paid or not, including activities such as housework, childcare, volunteer work and help to family and friends.”Herzog, A.R., Kahn, R.L., Morgan, J.N., Jackson, J.S. and Antonucci, T.C. (1989), Age differences in productive activities. Journal of Gerontology: Social Sciences, 44 (4), S129-S138.Het gaat zowel om betaalde arbeid als om allerlei vormen van maatschappelijke inzet.

In deze bijdrage spitsen we ons toe op betaalde arbeid en drie vormen van niet-marktgerichte activiteiten: informele zorg, vrijwilligerswerk in een georganiseerd verband en opvang van kleinkinderen.Vanderleyden, L. en Heylen, L. (2015), ‘Het combineren van multiple rollen op oudere leeftijd: een lust of een last?’, in Vanderleyden, L. en Callens, M. (red.), Arbeid en Gezin: een paar apart. SVR-studie 2015/1, Brussel, Studiedienst van de Vlaamse Regering.

Vlaams onderzoek

Om de rollen en activiteiten van ouderen in kaart te brengen, gebruiken we de Survey of Health, Ageing and Retirement in Europe (SHARE).Deze Europese panelsurvey werd opgezet om zicht te krijgen op verschillen in levenskwaliteit van 50-plussers ten gevolge van uiteenlopende culturen, levensomstandigheden en beleidsmaatregelen. De multidisciplinaire, cross-nationale databank bevat informatie over aspecten van de leefsituatie van 50-plussers zoals gezondheid, informele en formele zorgkanalen, tewerkstelling en pensioen, huisvesting en relaties in verschillende Europese landen. Voor Vlaanderen beschikken we over gegevens van 1.840 respondenten voor het jaar 2010-2011.Op basis van deze gegevens beantwoorden we verschillende onderzoeksvragen. In welke mate participeren ouderen aan productieve activiteiten zoals betaalde arbeid, informele zorg, opvang van kleinkinderen of vrijwilligerswerk? Hoeveel rollen combineren ze? En scoort wie meer rollen combineert ook hoger op levenstevredenheid?

Deze onderzoeksvragen toetsen we af voor de totale groep van 50-plussers en voor de selecte categorie van 50-64-jarigen, de potentieel werkenden. We focussen hierbij op activiteiten in het afgelopen jaar en de frequentie ervan. Gebeurden deze activiteiten dagelijks of wekelijks, maandelijks of minder of helemaal niet? Voor de groep van 50-64-jarigen nemen we ook de rol van betaalde arbeid in beschouwing.

We willen ook een zicht krijgen op de levenstevredenheid van deze groepen. Respondenten konden zichzelf een score geven op een schaal van 0 tot 10, waarbij 0 staat voor volledig ontevreden en 10 voor volledig tevreden.

Maatschappelijk engagement

Minstens een vierde van de Vlaamse 50-plussers toont zijn maatschappelijk engagement via informele zorg (36,1%), opvang van kleinkinderen (36,7%) of formeel vrijwilligerswerk (24,0%).

Focussen we op de frequentie dagelijks/wekelijks, dan haalt informele zorg de hoogste score (25,5%) en vrijwilligerswerk de laagste (14,2%). 10 à 17% van de 50-plussers engageert zich maandelijks of minder in informele zorg, opvang van kleinkinderen of vrijwilligerswerk.

Twee hypothesen

De mogelijke relatie tussen rollen of productieve activiteiten kunnen we duiden aan de hand van twee hypothesen die elk een ander uitgangspunt hanteren.

Er is de hypothese van de ‘role extension’ die stelt dat mantelzorgers van een partner meer kans hebben om bijvoorbeeld vrijwilligerswerk op te nemen. Hun zorgrol brengt hen in contact met mensen en organisaties die opportuniteiten scheppen voor vrijwilligerswerk. Roluitbreiding is ook mogelijk wanneer de zorgverlener een uitlaatklep zoekt en kiest voor betrokkenheid in een andere rol vanuit een reflex van zelfbescherming.

“Zorg opnemen eist een fysieke en emotionele tol.”

De hypothese van de ‘role overload’ gaat er van uit dat de zorg voor een zieke of gehandicapte partner een stresserende rol is, een totaal engagement vraagt, veel tijd en energie opslorpt en daardoor zowel een fysieke als emotionele tol eist. Er is geen tijd of ruimte om andere rollen op te nemen.

Rollen en hun samenhang

Als we de totale groep van 50-plussers beschouwen, merken we dat wie informele zorg opneemt vaker instaat voor de opvang van kleinkinderen. Ook tussen informele zorg en vrijwilligerswerk is er een positief verband. Opvang van kleinkinderen en vrijwilligerswerk hangen niet samen.

“Tussen informele zorg en vrijwilligerswerk is er een positief verband.”

Voor de groep van 50-64-jarigen liggen de resultaten niet in dezelfde lijn. De positieve relatie tussen informele zorg en opvang van kleinkinderen vervalt, net zoals die tussen informele zorg en vrijwilligerswerk. Betaalde arbeid hangt in negatieve zin samen met opvang van kleinkinderen en met vrijwilligerswerk. Wie beroepsactief is, past minder op de kleinkinderen en is minder actief als vrijwilliger.

Geen éénduidig beeld

Ook in Frankrijk en Italië werd bij vrouwen een negatief verband vastgesteld tussen beroepsarbeid en opvang van kleinkinderen.Bordone, V. and Rosina, A. (2013), The role of education in the reconciliation between female occupation and family responsibilities at mid-life: the Italian case. Journal of Population Research, 30, 39-65.In Zweden was dit niet zo.

Een mogelijke verklaring kan zijn dat Zweden maatregelen nam voor een betere combinatie van werk en gezin. Vrouwen tussen 50 en 60 jaar kunnen er genieten van diensten en flexibele uren waardoor het opnemen van familiale verantwoordelijkheden geen hinderpaal vormt voor hun tewerkstelling.

Het verband tussen de maatschappelijke inzet van ouderen en betaalde arbeid is niet steeds eenduidig. Vaak is er wel een verband maar dit is niet altijd even sterk.Voor een overzicht, zie: Breedveld, K., de Klerk, M. en de Hart, J. (2004), Ouderen en maatschappelijke inzet. De betekenis van toenemende arbeidsparticipatie onder ouderen voor de betrokkenheid van ouderen bij politiek activisme, vrijwilligerswerk, informele hulp en zorg voor kleinkinderen. Werkdocument 4, Den Haag, Sociaal en Cultureel Planbureau.

Iedereen wil actief zijn

In verschillende Europese landen werden sterke verbanden gevonden tussen productieve activiteiten. Zo wijst onderzoek op een positieve relatie tussen het verlenen van informele zorg en vrijwilligerswerk.Hank, K. en Stuck, S. (2008), Volunteer work, informal help and care among the 50+ in Europe: further evidence for ‘linked’ productive activities at older ages. Social Science Research, 37, 1280-1291.

De onderlinge samenhang tussen de verschillende vormen van ‘productive aging’ zou er op wijzen dat er een algemene motivatie bestaat om actief te zijn. Die motivatie is onafhankelijk van een specifiek activiteitendomein en is betekenisvol voor de beslissing van het individu om zich maatschappelijk te engageren.

“Er bestaat een algemene motivatie om actief te zijn.”

Op basis van onze bevindingen besluiten wij dat er wel een samenhang is tussen verschillende rollen, maar niet over de hele lijn. Er is zowel steun voor de hypothese van ‘role extension’ als voor de hypothese van ‘role overload’. Die laatste geldt specifiek wanneer er ook betaalde arbeid verricht wordt.

Frequentie

Gaat het frequent opnemen van één rol samen met een hogere frequentie van de andere rollen of net niet?

Binnen de groep van 50-plussers die meer dan één rol opnemen, is er duidelijk een negatieve samenhang tussen de frequentie waarmee de verschillende rollen worden opgenomen. Zo gaat een hoge frequentie van het opnemen van informele zorg samen met een lage frequentie van de opvang van kleinkinderen. Of omgekeerd. Wie frequent instaat voor de opvang van kleinkinderen zal minder frequent informele zorg verlenen. Hetzelfde geldt voor de frequentie van informele zorg en vrijwilligerswerk en voor opvang van kleinkinderen en vrijwilligerswerk.

“Wie kleinkinderen opvangt, verleent minder frequent informele zorg.”

Wanneer 50-plussers actief zijn in meer dan één rol, is het niet zo dat ze deze verschillende rollen op frequente basis opnemen. Integendeel. Nagenoeg dezelfde conclusie gaat op voor de groep van de 50-64-jarigen.

Deze resultaten bevestigen de ‘role overload’-hypothese, althans voor de frequentie waarmee rollen worden opgenomen. Wie dagelijks of wekelijks zorgt voor een ziek, gehandicapt of ouder persoon, zal niet dagelijks of wekelijks de kleinkinderen in huis halen omwille van een gebrek aan tijd en ruimte, te weinig energie of te veel stress.

Combineren van rollen

Focussen we op de 50-plussers als geheel en nemen we de rol van betaalde arbeid niet mee, dan zien we dat vier op de tien zich beperkt tot één rol. Eén op vijf van de ouderen combineert twee rollen en 5% combineert er drie: informele zorg én opvang van kleinkinderen én vrijwilligerswerk. Vrouwen nemen vaker dan mannen twee of drie rollen voor hun rekening (29,4% versus 22,5%) en zijn dus wat actiever.

“Vrouwen nemen vaker twee of drie rollen op.”

Bij de 50-64-jarigen, waar we betaalde arbeid wel meenemen, beperkt meer dan een derde zich tot één rol. Iets meer dan een derde neemt twee rollen op en 16% combineert er drie of vier. Ook hier geldt dat vrouwen productiever zijn dan mannen. Bijna dubbel zoveel 50-64-jarige vrouwen nemen drie of vier rollen voor hun rekening (21,3% versus 11,0%).

Tabel 1. Aantal rollen opgenomen door 50-plussers exclusief betaalde arbeid en door 50-64-jarigen inclusief betaalde arbeid, Vlaanderen, in % Bron: SHARE, 2010-2011.
Tabel 1. Aantal rollen opgenomen door 50-plussers exclusief betaalde arbeid en door 50-64-jarigen inclusief betaalde arbeid, Vlaanderen, in %              Bron: SHARE, 2010-2011.

Sommigen zijn actiever

Waarom is de maatschappelijke inzet van sommige ouderen groter dan die van anderen? Bepalende factoren zijn onder meer leeftijd en geslacht. Onderzoek wijst erop dat de kans om actief te zijn in onder meer vrijwilligerswerk en informele hulp afneemt bij stijgende leeftijd. Wat geslacht betreft, is er geen verschil inzake vrijwilligerswerk, maar vrouwen bieden wel vaker informele hulp of zorg.

“Vrouwen bieden vaker informele hulp of zorg.”

Partnerstatus zou geen invloed uitoefenen. Opleiding correleert positief, ongeacht de activiteit die men voor ogen heeft. De relatie tussen een hoge opleiding en de kans op actief zijn, is meer uitgesproken wanneer het gaat over vrijwilligerswerk dan over informele hulp. Er is ook een samenhang tussen een goede gezondheid en de maatschappelijke inzet van ouderen.

Eigen empirisch onderzoek wijst eveneens het geslacht aan als een belangrijke determinant in het opnemen van verschillende rollen. Op grond van onze analyse blijken ook de leeftijd, de partnerstatus en de gezondheid een netto-effect te leveren.

Zo verkleint bij toenemende leeftijd de kans om drie rollen op te nemen. Wie samenwoont met een partner combineert vaker een aantal rollen. Het effect van gezondheid spreekt voor zich: wie de eigen gezondheid als heel goed of uitstekend evalueert, engageert zich in grotere mate.

Welbevinden

In de literatuur is er geen eensgezindheid over de relatie tussen het combineren van meerdere activiteiten en het welbevinden.Rozario, Ph.A., Morrow-Howell, N. and Hinterlong, J.E. (2004), Role enhancement or role strain: assessing the impact of multiple productive roles on older caregiver well-being. Research on Ageing, 26 (4), 413-428.Het opnemen van meerdere rollen hoeft niet noodzakelijk negatief te zijn. Onderzoek wijst uit dat het een verrijking kan zijn.

Sommige onderzoekers vermelden expliciet dat ze geen negatieve effecten vinden. Anderen concluderen dat productieve rollen zoals vrijwilligerswerk maar ook betaald werk een positief effect hebben op het welzijn van oudere zorgverleners. Er is geen bewijs voor negatieve effecten.

“Productieve rollen hebben een positief effect op het welzijn.”

Nog ander onderzoek wijst uit dat de hoeveelheid activiteiten op zich geen effect heeft op het welbevinden van de oudere. Het is vooral de kwaliteit van de sociale relaties die het meest impact heeft op het verband tussen activiteit en welbevinden.

Meer rollen, minder tevreden?

Wat leren onze bevindingen? Zowel bij de leeftijdsgroep van de 50-plussers als bij de 50-64-jarigen gaat een hogere leeftijd samen met meer tevredenheid. Al is deze relatie net niet significant voor de 50-64-jarigen. Samenwonenden met partner scoren hoger op de schaal van levenstevredenheid.

De gezondheid van ouderen vertoont een sterke relatie met de algemene tevredenheid, wat helemaal in de lijn ligt van de verwachtingen. Ook het inkomen is van belang: wie het financieel moeilijker heeft, is minder tevreden.

De hamvraag is of het combineren van meerdere rollen samengaat met meer of minder levenstevredenheid onder controle van individuele karakteristieken als geslacht, leeftijd, partnerstatus, gezondheid… Ons onderzoek wijst uit dat er binnen de totale onderzoekspopulatie van 50-plussers geen samenhang is tussen het aantal rollen die men combineert en de levenstevredenheid.

Beroepsactief

Bij de 50-64-jarigen met beroepsarbeid als mogelijke rol, is er wel een relatie met levenstevredenheid, maar in negatieve zin. Het opnemen van activiteiten op beroepsactieve leeftijd, met inbegrip van betaalde arbeid, gaat gepaard met een geringere levenstevredenheid. Dit kan er op wijzen dat het opnemen van één of meerdere activiteiten eerder een last is dan een lust in termen van welbevinden.

Deze bevindingen zijn niet zonder belang in het kader van een ‘active aging’-politiek en met het vooruitzicht op een langere beroepsloopbaan in de toekomst.

“Het opnemen van meer activiteiten is eerder een last dan een lust.”

Nemen we de beroepsactiviteit als rol niet mee op in de analyses bij de 50-64-jarigen, dan wordt de relatie tussen activiteit en levenstevredenheid bevestigd. Wie drie rollen combineert, heeft een lagere levenstevredenheid dan wie geen enkele rol opneemt. Het opnemen van drie rollen lijkt in dit geval een kritieke waarde waarbij de draaglast de draagkracht overschrijdt. Dit is in lijn met de ‘overload’-hypothese die poneert dat het combineren van meerdere rollen waaronder het ‘zorgen voor’ een emotionele en fysieke tol kan eisen.

Inzetten op levenskwaliteit

Welke ook de onderlinge mechanismen zijn die het maatschappelijk engagement van ouderen sturen – plichtsbesef, noodzaak, levensvervulling – vast staat dat een groot engagement weinig of niet bijdraagt aan de levenstevredenheid. Combineren 50-64-jarigen informele zorg met de opvang van kleinkinderen en met vrijwilligerswerk, dan is de relatie met levenstevredenheid zelfs negatief. Het zijn net de ‘jongere ouderen’ die meerdere rollen combineren. Een hoge frequentie in het opnemen van de ene rol gaat bovendien niet samen met een hoge frequentie van een andere rol.

“Ouderen moeten erkend worden in hun productieve activiteiten.”

Als de overheid ouderen wil aanspreken op hun professionele en maatschappelijke inzet en tegelijk toezien op een goede levenskwaliteit, dan is ondersteuning bij het combineren van verschillende activiteiten of rollen een noodzaak. Er moet meer aandacht gaan naar de balans draaglast-draagkracht. Naast ondersteunende maatregelen is het eveneens van groot belang dat ouderen erkend worden in hun productieve activiteiten omdat deze een economische waarde vertegenwoordigen waar de samenleving als geheel baat bij heeft.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen