Eddy
Eddy heeft een meervoudige beperking. Hij woonde jarenlang in Tollembeek, in de leefgroep van Zonnelied, een dienstverleningscentrum voor mensen met een beperking. Hij leefde zich uit in creatieve activiteiten zoals schilderen, naaien en koken, tot het door ouder te worden steeds moeilijker werd om mee te doen. Zijn fysieke toestand ging snel achteruit en er was intensievere zorg nodig.
‘Wanneer de zorg voor oudere bewoners met een beperking te zwaar wordt voor de leefgroepen van Zonnelied, biedt woonzorgcentrum De Overbron hen een nieuwe thuis.’
De begeleiders vroegen zich al langer af of de leefgroep nog de juiste plek was voor hem, maar na een plotse verlamming kon de voorziening niet meer de juiste zorg garanderen. De medische vraagstukken werden te groot. Na zijn laatste ziekenhuisopname werd Eddy overgebracht naar zijn nieuwe thuis: woonzorgcentrum De Overbron in Neder-Over-Heembeek.
Rita
Rita heeft het downsyndroom. Ook zij woonde een groot deel van haar leven in leefgroepen van Zonnelied en was altijd heel actief: ze deed aan begeleid werken en allerlei sporten. Al enkele jaren merkten haar begeleiders signalen van dementie. Bepaalde handelingen en routines werden steeds moeilijker. Ze was verward in haar dag- en nachtritme en dwaalde ‘s nachts rond.
Er was een risico dat ze onbewust naar buiten zou wandelen en niet meer binnen zou geraken. In een open leefgroep met beperkt nachtelijk toezicht kon haar veiligheid niet gegarandeerd worden. De begeleiders van Zonnelied gingen in gesprek met Rita’s familie om te bekijken of ze beter verzorgd kon worden in De Overbron. Ze verhuisde en dat bleek een goede volgende stap te zijn.
Verhoogde zorgnood
De situatie van Eddy en Rita is niet uitzonderlijk. Mensen met een fysieke of verstandelijke handicap kennen in het algemeen een sneller verouderingsproces en ervaren vaak bijkomende gezondheidsproblemen, zoals geestelijke gezondheidsproblemen, diabetes of dementie. Daardoor veranderen ook hun zorgnoden.
Hier legt de sectorale organisatie van onze zorg grenzen en beperkingen op. Zo kunnen woonoplossingen voor mensen met een beperking niet altijd de gepaste zorg blijven bieden omdat ze geen expertise hebben over verouderingsprocessen of omdat de infrastructuur niet aangepast is.
Intersectorale samenwerking
Een mogelijke oplossing ligt in intersectorale samenwerking tussen ouderenzorg en de sector voor personen met een handicap. Als de gezondheidszorg en sociale zorg de krachten bundelen, vormen ze een steviger vangnet voor mensen met een handicap die ouder worden. Dat gebeurt vandaag al bij sommige organisaties in Vlaanderen en Brussel, maar het blijft vaak beperkt tot expertise-uitwisseling of casusbespreking.
‘Als de gezondheidszorg en sociale zorg de krachten bundelen, vormen ze een steviger vangnet voor mensen met een handicap die ouder worden.’
In Brussel tonen De Overbron en Zonnelied hoe het anders kan. Wanneer de zorg voor oudere bewoners met een beperking te zwaar wordt voor de leefgroepen van Zonnelied, biedt woonzorgcentrum De Overbron hen een nieuwe thuis. Het gaat om mensen jonger dan 65 jaar met een persoonsvolgend budget van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH).
Evenwicht zoeken
De basis voor een goede samenwerking is de gedeelde visie op samenleven, zorg en ouder worden. Zonnelied gaat uit van een holistische visie op de mens in zijn geheel, met zorg voor alle behoeftes en wensen op alle levensdomeinen. Kleinschalig wonen, werken op maat en kansen bieden zijn daarbij essentieel.
‘De basis voor een goede samenwerking is de gedeelde visie op samenleven, zorg en ouder worden.’
De woonhuizen van Zonnelied zijn door hun kleinschalige karakter niet altijd voorzien op zwaardere zorgen bij het ouder worden, zoals iemand met dementie die ’s nachts ronddoolt of iemand met een chronische aandoening die verzorgd moet worden door een verpleegkundige.
“Daarom zoeken we een evenwicht tussen aandacht voor alle levensdomeinen en gepaste zorg voor wie meer nodig heeft”, zegt Katleen Evenepoel, directeur van Zonnelied. “Dat vinden we bij woonzorgcentrum De Overbron. Niet alleen omdat er expertise is over mensen met een ouderdomsproblematiek en palliatieve zorgen, maar omdat we dezelfde visie delen op samenleven: verbinding met de buurt, streven naar open leefgemeenschappen in plaats van hokjesdenken, verschillende doelgroepen samenbrengen en rekening houden met alle levensdomeinen.”
Persoonsgerichte zorg
De Overbron krijgt weleens de opmerking dat een woonzorgcentrum geen expertise heeft over zorg voor mensen met een handicap. “Maar voor ons is iedereen in de eerste plaats een mens met behoeften. We kijken voorbij statuten of beperkingen, en passen ons aan aan elk individu”, aldus Bert Anciaux, directeur van De Overbron.
Om die persoonsgerichte zorg te garanderen, volgt De Overbron de principes van het Tubbe-model. Bewoners – ook de mensen met een beperking – krijgen inspraak over hun dagelijkse leven en hun woonomgeving. “We nemen tijd om ze goed te leren kennen en we vertrekken van wat ze kunnen en willen”, zegt assistent-psycholoog Inge De Backer van De Overbron. “We kijken bijvoorbeeld naar hoe ze vroeger leefden en hoe we dat kunnen meenemen in hun leven hier. We luisteren naar hoe ze hun dag graag indelen en wat ze willen doen in de activiteiten.”
Bewoner Eddy is grote fan van zijn naamgenoot Eddy Wally. Het team ‘Wonen en Leven’ heeft voor hem eens een presentatie en meezingmoment georganiseerd, en er kwamen ook andere geïnteresseerden op af. Voor sommigen is korter een-op-een-contact belangrijker, zoals schilderen, puzzelen, oude muziek beluisteren of spelletjes spelen op een interactief tv-scherm.
Ook de verzorging gebeurt op maat van iedere bewoner. “Het is belangrijk dat ze ook daar de regie behouden en zo veel mogelijk zelf beslissen. Zij weten wat goed is voor zichzelf, dat mogen we hen niet zomaar ontnemen. Zelfstandigheid bij dagelijkse taken zoals eten en aankleden blijven we stimuleren, eventueel met hulpmiddelen”, aldus assistent-psycholoog Inge.

“We willen dat mensen met diverse ondersteuningsnoden met elkaar samenleven en van elkaar kunnen leren.”
© Kenniscentrum WWZ
Deel van het leven
De bewoners met een beperking wonen niet in een aparte vleugel, maar in gewone kamers of op de beschermde afdeling waar vooral mensen met zware dementie wonen, afhankelijk van wat het beste bij hen past. “We willen juist dat mensen met diverse ondersteuningsnoden met elkaar samenleven en van elkaar kunnen leren”, zegt Bert, directeur van De Overbron.
Ook in de activiteiten maken de bewoners met een beperking deel uit van het gewone leven. Er zijn activiteiten voor alle bewoners, bijvoorbeeld dans, bingo, uitstappen, muzikale optredens of een quiz, maar iedereen mag kiezen of ze meedoen en wanneer ze stoppen. Daarnaast zijn er aangepaste activiteiten in kleinere groepen, bijvoorbeeld voor de mensen op de beschermde afdeling.
Prima dat ze hier wonen
In het begin begrepen de andere bewoners niet helemaal waarom er mensen met een handicap bij hen kwamen wonen, maar de twijfels verdwenen na enkele maanden. De persoonlijke banden tussen bewoners onderling zijn vooral afhankelijk van wat ze nog kunnen en hoe verbaal ze zijn. Soms zijn de ouderen minder tolerant als de bewoners met een beperking de rust verstoren of bepaald gedrag vertonen, maar de medewerkers komen bemiddelend tussen.
‘Er is meer tijd en expertise voor medische zorg.’
“Ik vind het prima dat ze hier wonen. Soms zijn ze wat luid, maar ze mogen er zeker zijn,” zegt bewoner Marie-José. “Rita zag ik vaak toen ze op de tweede verdieping woonde. Ze stak een keer haar tong naar me uit, toen heb ik gezegd dat dat niet mocht. Sindsdien was ze vriendelijker. Maar nu is haar gezondheid slechter geworden. Ze zegt niet veel meer.”
Impact van de verhuis
De impact van de nieuwe woonplaats is voor iedereen anders. Het vraagt tijd om zich aan te passen aan de nieuwe situatie. De vertrouwdheid en herkenbaarheid van de mensen en omgeving vallen weg. Het verlies van sociale contacten maakte de overgang zwaar voor Rita. Bij haar familie was er frustratie omdat ze niet meer terechtkon in Zonnelied, al erkennen ze ook dat de verhuis nodig was en dat de verzorging bij De Overbron beter is.
‘De nieuwe omgeving brengt rust.’
“Als we in Zonnelied de veiligheid en zorg konden bieden die ze nodig hebben, zouden we ze liefst in hun vertrouwde omgeving laten. Maar dat kan nu eenmaal niet altijd, dus dit is de beste oplossing wat zorg betreft”, zegt Elisabeth Aelbrecht van Zonnelied. “In het algemeen zien we dat de cliënten goed aarden in De Overbron. Ze maken er nieuwe vrienden en ze vinden er de veiligheid om kwalitatief te leven.”
De nieuwe omgeving brengt rust. Ze komen terecht in een omgeving met minder prikkels en met meer structuur en aandacht die nodig is op oudere leeftijd. Een belangrijk aspect is bijvoorbeeld de vaste, door bewoners gekozen, dagindeling die houvast biedt en voor voorspelbaarheid en kalmte zorgt.
Opnieuw zelfstandig stappen
Rita kan in De Overbron makkelijker alleen zijn, wat haar rust geeft. En tegelijk is ze altijd omringd zodat ze veilig is. In het begin dwaalde ze nog veel, net als in Zonnelied. De medewerkers van De Overbron zorgden ervoor dat ze kon rondlopen met de nodige veiligheid en dat iedereen op de hoogte was van haar situatie. Het feit dat ze niet belemmerd werd, heeft haar geholpen om de nieuwe omgeving te accepteren.
Bovendien is er meer tijd en expertise voor medische zorg. Eddy leerde opnieuw zelfstandig stappen dankzij de aandacht van het zorgpersoneel. Daardoor kan hij weer meer meedoen met activiteiten, wat bij Zonnelied niet meer ging. Dankzij de zorgvuldige multidisciplinaire aandacht is Eddy weer meer zichzelf geworden.

“Medewerkers van het woonzorgcentrum moeten goed op de hoogte zijn van de persoonlijke, sociale, cognitieve en medische eigenschappen van de bewoner.”
© De Overbron / Nikita Galle
Continuïteit organiseren
Enkele randvoorwaarden zijn belangrijk om de overgang naar de nieuwe omgeving vlot te laten verlopen.
Medewerkers van het woonzorgcentrum moeten goed op de hoogte zijn van de persoonlijke, sociale, cognitieve en medische eigenschappen van de bewoner. Regelmatige uitwisselingsmomenten zijn nodig.
Zonnelied blijft betrokken en speelt nog een rol in administratie en begeleiding, ook al gebeurt de dagelijkse zorg en ondersteuning door De Overbron. Als er bijvoorbeeld complexe vraagstukken zijn over een bewoner of er moeten beslissingen worden genomen, organiseren medewerkers van beide organisaties een overleg.
Om het welzijn van de bewoners te bevorderen, is er idealiter blijvend contact met familie, vrienden en mensen uit de vorige leefgroep. Rita komt uit een leefgroep waar lang dezelfde mensen werkten en woonden, waardoor ze een veilig en vertrouwd kader rond zich had. Het is van belang dat ze regelmatig een vertrouwd gezicht ziet, bijvoorbeeld de begeleiders uit de leefgroep die af en toe langsgaan of foto’s van haar vrienden uit de leefgroep.
Interdisciplinaire aanpak
Een interdisciplinaire aanpak is noodzakelijk. Bij woonzorgcentrum De Overbron zijn zorg en ondersteuning een gedeelde verantwoordelijkheid. Niet alleen het zorgpersoneel, de psycholoog, orthopedagoog, muziektherapeut of maatschappelijk assistent, maar ook poetshulpen, keukenpersoneel en animatoren zijn alert voor zorg- en ondersteuningsvragen.
“Iedereen maakt connectie met de bewoners. We zagen onlangs dat iemand meer aan de poetsvrouw vertelde dan aan de begeleiding. Ook de vrijwilliger is al naar mij gekomen om te vragen of ik met een bewoner kon babbelen. Iedereen heeft een rol in het goed ouder worden”, vertelt Wout Somers, psycholoog bij De Overbron.
Andere bril
Een belangrijke meerwaarde van interdisciplinair werken is het combineren van denkkaders. Werken met mensen met een verstandelijke beperking vraagt om andere voelsprieten dan psycho-geriatrische zorg. Medewerkers kunnen veel leren van collega’s met een andere bril en achtergrond.
In het team van animatie, wonen en leven, en psychologische zorg ontstond er geleidelijk aan een cultuur waarin disciplines elkaar aanvullen in plaats van afbakenen. Zo denken ze niet enkel in taken of afgebakende verantwoordelijkheden, maar in gedeelde doelen en gezamenlijke initiatieven.
Administratief ingewikkeld
Op administratief vlak blijft voor deze cliënten alles hetzelfde: ze behouden hun persoonsvolgend budget en sociale rechten. Ze betalen aan Zonnelied en Zonnelied betaalt de factuur van De Overbron. Voor het woonzorgcentrum komt hier veel bij kijken, waardoor het moeilijk is om deze interdisciplinaire vormen van samenleven ver door te trekken.
‘Het is moeilijk om deze interdisciplinaire vormen van samenleven ver door te trekken.’
Zo moet De Overbron een aantal kamers vrij houden voor mensen uit Zonnelied. Die kamers moet ze uit de erkenning als ouderenvoorziening halen, aangezien die kamers niet meer zullen dienen voor de strikte ouderenzorg. Maar als een van de bewoners vanuit Zonnelied overlijdt, en er is bij Zonnelied niet meteen iemand die naar De Overbron komt, dan staat die kamer een tijdje leeg. Er mag niet zomaar oudere in verblijven en de kamer kan niet opnieuw in de erkenning opgenomen worden voor kortere tijd.
“Het zou interessant zijn als we de erkenningen niet verliezen, en als we per kamer sneller kunnen wisselen naargelang de doelgroep. Als er een bewoner is van Zonnelied, halen we de kamer even uit de erkenning. Is er een overlijden en hebben we niet meteen iemand nieuw van Zonnelied, kan de kamer weer in de erkenning en kan er een persoon via ouderenzorg wonen”, licht Bert toe. “Helaas staan sectorale regelgevingen dat nog in de weg.”
Gemengde leefhuizen
Ondanks de moeilijkheden waar ze op botsen, staan directeurs Bert en Katleen volledig achter deze samenwerking die sectorgrenzen doorbreekt. Voor Bert is dit slechts een tussenstap. “Het is een stap in de richting naar mijn droom: leefhuizen waar verschillende doelgroepen samenleven en waar zorgverleners interdisciplinair samenwerken. Niet alleen mensen met een handicap en ouderen, maar bijvoorbeeld ook jongeren uit de jeugdhulp. Ze kunnen hier gestimuleerd worden om te studeren of om hun dromen na te jagen, en ze kunnen ruimtes gebruiken voor activiteiten.”
“Als je vertrekt van een bestaande situatie, zoals wij deden, moet je de veranderingen
stapsgewijs implementeren en kom je heel wat administratieve drempels tegen. Het zou goed zijn
als we daar meer ondersteuning voor krijgen en als er meer flexibiliteit en vertrouwen is vanuit de overheid”, voegt Katleen toe. “Nieuwe woonhuizen kan je vanaf het begin zo ontwerpen dat interdisciplinair samenwerken makkelijker gaat en verschillende doelgroepen kunnen samenwonen. Daar moeten we in de toekomst naartoe.”



Reacties [4]
mijn broer had het syndroom van Down en vergevorderde alzheimer. Hij was 61 jaar. Omdat de infrastructuur van de voorziening niet meer veilig voor hem was (hij had epyleptische aanvallen tgv de alzheimer) hebben we besloten dat hij beter naar een WZC kon gaan. Ongeveer 2 weken nadat hij daar geïnstalleerd was kreeg ik het bericht dat er van hogerhand beslist was dat hij zijn PVB niet meer kon gebruiken in de instelling.
Dat was een serieuze tegenvaller. Dit gebeurde in 2024
Er waren slechts 2 WZC’s in Vlaanderen die werkten met PVB, nu is er misschien nog maar één.
Mijn broer is ondertussen overleden.
Fijn met dit mooie project kennis te maken. In een publicatie ‘Oud, niet Out! (2012) en later (2017) in sociaal.net konden we een gelijkaardig project voorstellen en reflecteren op de kansen die een dergelijke samenwerking biedt. Het betrof een samenwerking tussen de Kortrijkse voorzieningen vzw den achtkanter en Sint Vincentius vzw. Het kan boeiend zijn om de kritische succesfactoren en de uitdagingen van dergelijke vormen van samenwerking – uit hoofde van de bewoners, de medewerkers, de organisaties en de overheid – te bundelen en ruim te verspreiden.
(https://sociaal.net/achtergrond/mensen-met-een-beperking-worden-ouder/)
(Warnez J., Schepens N. & Seynaeve C. (2012). Oud, niet Out! Over ouderen met een beperking en inclusie. Garant, Antwerpen-Apeldoorn.)
Ik sta regelmatig versteld van de overeenkomsten in aanpak tussen personen met dementie, neurodiversiteit of een matig mentale beperking.
Allen heel fijne doelgroepen om mee te werken
Ik ben zelf 69 jaar. Rolstoel gebonden MS patiënt. Nu het thuis moeilijk wordt, kan ik niet meer terrecht in een gespecialiseerde voorziening. Rusthuis zeggen de Maatschappelijk werkers. Maar kom maar eens met slikproblemen bijvoorbeeld terecht in een woon en zorgcentrum.
De kans dat men je letterlijk ” laat stikken ” is heel reëel. Mijn logopediste werd er smalend onthaald met de opmerking :Logopedie…. waarom is dat nu nodig…..”ouw mensen verslikken zich toch allemaal regelmatig”.
Daar heb ik toch echt schrik van. Vriendelijke groeten Ronald