Achtergrond

Wat betekent ‘gezin’ nog als je kinderen in de jeugdhulp zitten?

Jitske Willems

Veel ouders ervaren een uithuisplaatsing als een breuk in hun ouderschap. Wat betekent gezin-zijn dan nog voor hen? Pedagoge Jitske Willems onderzocht het voor haar masterproef. “Gewoon allemaal samen zijn”, bleek het fundament. Toch is niets meer ‘gewoon’ eens kinderen uithuisgeplaatst zijn.

© Unsplash / Mick Haupt

Paradox

Wanneer je kinderen in een residentiële voorziening worden geplaatst, behoud je als ouder juridisch ouderschap. Je hebt dus recht op informatie, contact en inspraak. Hoewel iedereen ouderbetrokkenheid als essentieel beschouwt, ervaren ouders in de praktijk vaak een breuk in hun ouderschap.

‘Wat betekent gezin-zijn als het dagelijks samenleven wegvalt?’

In mijn onderzoek voor mijn masterproef sprak ik ouders over wat gezin-zijn betekent wanneer het dagelijkse samenleven wegvalt.Jitske Willems behaalde een master Klinische Orthopedagogiek en Disability Studies en deed haar masterproef onder begeleiding van professoren Lieselot De Wilde en Lieve Bradt van de vakgroep Sociaal Werk en Sociale Pedagogiek van de UGent.“Gewoon allemaal samen zijn”, vat hun antwoorden zowat samen. Het weerspiegelt een fundamentele verlangen van de ouders naar de vanzelfsprekendheid van het dagelijks gezinsleven.

Tegelijk legt die uitspraak een paradox bloot. Het ‘gewone’ gezinsleven waar ouders naar verlangen, staat in schril contrast met het feit dat niets meer ‘gewoon’ is: de residentiële context waarbinnen ze hun ouderrol en gezin-zijn moeten vormgeven ligt bezaaid met drempels.

Herdefiniëring van ouderrol

Ouders geven aan dat de uithuisplaatsing van hun kind gepaard gaat met het plots wegvallen van de dagelijkse gezinsdynamiek. “Anders heb je een bezigheid,” vertelt een vader. “Je moet ze eten geven, je moet ze op tijd in bed steken, de rekeningen moeten worden betaald.”

Ouders missen niet alleen de dagelijkse zorg, maar ook de kleine en grote momenten in het leven van hun kind: een eerste keer make-up kopen, oudercontacten en verjaardagen. Een moeder vertelt: “De kleinste gaat sinds september naar het bijzonder onderwijs. En je ziet die bijleren, groeien… en je kan er zelf niet bij zijn.”

‘Ouders missen niet alleen de dagelijkse zorg, maar ook de kleine en grote momenten in het leven van hun kind.’

Om hun ouderrol betekenis te blijven geven, zoeken ouders actief naar nieuwe manieren om hun ouderrol vorm te geven tijdens de uithuisplaatsing van hun kinderen. Ze grijpen naar symbolische handelingen en rituelen, zoals dagelijks bellen met hun kind, foto’s en video’s van hun kind bekijken of een huisdier verzorgen dat hen aan hun kind herinnert.

Deze handelingen verzachten het gemis en zorgen voor verbinding, vertelde een ouder: “Om het niet te zwaar te laten worden, probeer ik ervoor te zorgen dat er dingen zijn in de plaats. Zodat ik niet dat leeg gevoel heb: ik ga niet meemaken hoe ze vanavond in hun bed kruipen. Daarom zorg ik er voor dat ik even naar hun bed ga kijken, ik leg er een teddybeer een beetje anders en ik geef een kus op het kussen.”

Rolverlies in de voorziening

Veel ouders beschrijven hoe hun ouderrol onder druk staat binnen de muren van de voorziening. Ze voelen zich er eerder ‘bezoeker’ dan ouder: “Je bent er wel als mama, maar als er iets is, gaan ze naar de begeleiding.”

De regels, het toezicht en de aanwezigheid van begeleiders maken dat ouders zich bekeken voelen. Goedbedoeld toezicht kan aanvoelen als controle. Ouders vertellen dat ze zich inhouden, bang dat iets wat ze doen of zeggen verkeerd wordt geïnterpreteerd. “Je kan jezelf niet zijn,” zegt een vader. “Want als je iets doet, is het dan wel goed genoeg voor hen?”

‘Je kan jezelf niet zijn. Want als je iets doet, is het dan wel goed genoeg voor de begeleiding?’

Net daarom vormt de samenwerking tussen ouders en begeleiders een fragiel, maar essentieel element in de ervaring van gezin-zijn. Waar wederzijds vertrouwen en open communicatie aanwezig zijn, voelen ouders zich erkend en betrokken. Waar informatie ontbreekt of afspraken niet worden nagekomen, groeit frustratie. Zoals een ouder zegt: “Ik moet elke maand zelf bellen om te vragen wanneer mijn zoon naar huis komt.”

Erkenning en nabijheid

Erkenning van het ouderschap blijkt daarmee een cruciale factor. Wanneer hulpverleners ruimte geven aan de ouderrol, draagt dit bij aan het behoud van het gevoel van gezinsidentiteit. Bijvoorbeeld door te luisteren, ouders actief te betrekken en hun positie te bevestigen: “Je blijft altijd mama”.

Tijd en aandacht voor relationele nabijheid kunnen hierin een doorslaggevende rol spelen. Ouders vragen geen grootse veranderingen, wel eenvoudige kansen: samen koken, spelen, huiswerk maken, een verjaardagsmoment delen.

Daarnaast benadrukken ouders het belang van plekken buiten de voorziening waar gezinnen samen kunnen zijn, zonder controle, maar mét discrete ondersteuning. Daar ervaren ze vrijheid en authenticiteit, de essentie van wat gezin-zijn voor hen betekent: “Buiten de voorziening kunnen we doen wat we willen. Dan zijn we even gewoon een gezin.”

“Ouders willen niet enkel hun kinderen zien, ze willen er zijn voor hen: koken, huiswerk maken, samen tv kijken.”

© Unsplash / Isaac Owens

Nabijheid als voorwaarde

Nabijheid blijkt een fundamentele bestaansvoorwaarde om te kunnen spreken over gezin-zijn. Gezin-zijn wordt niet alleen ervaren als een status, maar als iets dat actief onderhouden en ‘gedaan’ wordt. Dit sluit aan bij het concept ‘doing family’ waarin gezinsrelaties vorm krijgen via het delen van alledaagse handelingen, rituelen en interacties.

Betekenisvolle ouderbetrokkenheid gaat verder dan contactmomenten. Ouders willen niet enkel hun kinderen zien, ze willen er zijn voor hen. Een moeder getuigt: “Samen huiswerk maken, koken, de douche insteken. Dat zijn dingen die je thuis zou doen. Dat maakt mij mama.”

‘Ze kunnen hun kinderen zien, maar dat betekent niet automatisch dat ze zich een gezin voelen.’

De nabijheid die ouders ervaren in dagelijkse handelingen, is moeilijk te realiseren in een context van beperkte bezoekuren, toezicht en het voortdurende afscheid nemen. De momenten van gezin-zijn worden zo vaak overschaduwd door stress: “Je denkt al op zaterdag dat je hem zondag weer moet terugbrengen”, zegt een ouder.

Ouders spreken over een constante spanning tussen gezin-zijn en gezin-voelen. Ze kunnen hun kinderen zien, maar dat betekent niet automatisch dat ze zich een gezin voelen. Ouders beschrijven hoe hun ouderschap na de uithuisplaatsing voortdurend inzet vraagt: plannen, bellen, onderhandelen, zich vrijmaken van werk, en telkens weer afscheid nemen. “Ik wring mij in honderdduizend bochten om er te zijn voor die kinderen.”

Wat dit vraagt van hulpverleners

De verhalen van ouders benadrukken het belang van kwaliteitsvolle contactmomenten tussen ouders en kinderen. Louter fysiek samen zijn zonder inhoudelijke invulling wordt door ouders niet ervaren als betekenisvol voor hun gezinsbeleving.

Het is dan ook cruciaal om deze momenten actief en intentioneel vorm te geven, bijvoorbeeld door gedeelde dagelijkse activiteit zoals samen eten, spelen of huiswerk maken. Ook het samen beleven van levensgebeurtenissen zoals verjaardagen of feestdagen, draagt in belangrijke mate bij aan het ervaren van gezinsidentiteit.

Daarnaast hebben ouders nood aan plekken buiten de voorziening waar ze met hun gezin op een vrije, ongedwongen manier samen kunnen zijn. Er is nood aan initiatieven waar gezinnen met uithuisgeplaatste kinderen in een veilige en ondersteunende, maar niet controlerende context samen kunnen zijn. Initiatieven zoals de gezinsuitstappen en gezinsvakanties van armoedevereniging Centrum Kauwenberg bieden hierin waardevolle inspiratie.

Tot slot vragen ouders om een hulpverlening die het belang van het kind niet los ziet van de noden van het hele gezin. Een participatieve hulpverlening vraagt erkenning van ouderlijke noden in uithuisplaatsingssituaties en vraagt om ondersteuning op maat van het volledige gezinssysteem.

Oproep

De verhalen van de ouders tonen het belang aan van fysieke en emotionele nabijheid voor de gezinsbeleving van ouders van uithuisgeplaatste kinderen. Deze nabijheid is onlosmakelijk verbonden met betekenisvolle ouderbetrokkenheid, die ouders in staat stelt hun ouderrol daadwerkelijk vorm te geven.

Het ervaren van gezin-zijn zit in het verlangen van ouders om “Gewoon allemaal samen zijn.” In dat verlangen schuilt een oproep aan hulpverleners en beleidsmakers om nabijheid en partnerschap structureel te verankeren in de residentiële zorg. Alleen dan kunnen ouders hun rol blijven opnemen, niet enkel in woorden, maar ook in daden.

Reacties [3]

  • agnes de grande

    Goed zo! probeer het naar de praktijk te brengen

  • Ides Nicaise (ATD Vierde Wereld)

    Dit artikel verwoordt heel goed wat ook ouders in de Beweging ATD Vierde Wereld steeds herhalen. Er is wel vooruitgang geboekt, maar het blijft wringen. Een Europees project van de Beweging (het Family Advocacy Project) bepleit enkele fundamentele hervormingen: 1) jeugdhulp moet gezinsondersteuning worden; 2) ervaringsdeskundigen moeten ingeschakeld worden in de vorming van professionals, van magistraten tot opvoeders; 3) de rechtspositie van ouders moet versterkt worden door vorming, een ombudsdienst en gemakkelijker toegang van ouders tot de jeugdrechtbank; 4) specifieke ouderverenigingen moeten erkend en ondersteund worden; 5) innoverende praktijken zoals steungezinnen, gezinsvakanties en ervaringsdeskundigen moeten opgeschaald worden.

  • Paul Jando

    Wat weer niet aan bod komt is HET probleem met uithuisplaatsing … begeleiders willen wel controle over de kinderen, want X, want ze doen Y, want ze willen niet samenwerken, want …

    Maar waar nooit over gepraat wordt is de grond van de rechtvaardiging: helpt het? Elk onderzoek dat daarover gaat komt met dezelfde conclusie: nee, het helpt niet. De kinderen worden er niet beter van, en vaak slechter. Soms veel slechter. Soms zodanig slechter dat zelfmoord volgt.

    Er wordt tenminste al vermeld dat het vaak neerkomt op arme mensen hun kinderen afnemen. En, uiteraard, in die situatie is het gewoon onmogellijk dat uithuisplaatsen helpt. Elk kind in jeugdzorg leeft in armoede, en uiteraard werkt het van de andere kant ook niet: zo’n uithuisplaatsing lost, uiteraard, de armoede van de ouders niet op. Er is dus geen oplossing mogelijk voor die kinderen … en toch is dat het gros van de uithuisplaatsingen.

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.