Duracell-konijn
Wie aan een vrijwilliger denkt, ziet vaak hetzelfde beeld voor zich: iemand die zich jarenlang inzet voor dezelfde organisatie, altijd klaarstaat en zich volledig smijt voor de groep. Arne De Volder is zelf vrijwilliger bij Vlaamse Dienst Speelpleinwerk (VDS) en schetst het scherp: “Voor die vrijwilliger ligt de lat hoog: hij of zij is gepassioneerd, creatief, speels, goed met kinderen… En zoals een Duracell-konijn: altijd inzetbaar en actief aan een hoog tempo.”
‘Bredere vormen van engagement blijven vaak onder de radar omdat we ze aftoetsen aan de traditionele invulling van vrijwilligerswerk.’
Tine Bergiers is verantwoordelijke beleid bij VDS en vult dat beeld nog verder aan: “De maatschappij denkt vaak aan een witte, middenklasse jongere in uniform. Die bestaan en doen prachtige dingen. Maar er zijn zo veel meer manieren waarop jongeren zich engageren.”
Een verouderde bril
Die bredere vormen van engagement blijven vaak onder de radar omdat we ze aftoetsen aan de traditionele invulling van vrijwilligerswerk. Wie zich projectmatig inzet, een actie organiseert, een buurtinitiatief op poten zet of zich tijdelijk engageert rond een maatschappelijk thema, voldoet niet aan dat traditionele beeld. Niet omdat die inzet minder waardevol is, maar omdat onze definitie van vrijwilligerswerk er te weinig ruimte voor laat.
Veel organisaties zijn opgebouwd vanuit dat klassieke beeld. Ze vertrekken van een traject waarin jongeren lid worden, doorgroeien tot vrijwilliger en zich vervolgens jarenlang aan dezelfde werking verbinden. Dat model heeft jarenlang gewerkt, maar botst vandaag steeds meer op de dagelijkse realiteit van jongeren.
Minder rechtlijnig
Een klassiek vrijwilligerstraject veronderstelt dat jongeren tijd, stabiliteit en ruimte hebben om zich langdurig aan één organisatie te verbinden. Maar voor veel jongeren is dat vandaag allesbehalve vanzelfsprekend. Studie- en loopbaantrajecten verlopen minder rechtlijnig dan vroeger. Jongeren combineren lessen met stages, studentenjobs en sociale activiteiten.
Tegelijkertijd ervaren ze druk om voortdurend te investeren in hun toekomst. Daardoor verdwijnt hun engagement niet, maar krijgt het een plaats naast tal van andere verwachtingen en verantwoordelijkheden.
Vrijwilligerswerk vs. studentenjob
Ook maatschappelijke keuzes spelen een belangrijke rol. Vrijwilligerswerk wordt wel aangemoedigd, maar betaald werk is de afgelopen jaren steeds aantrekkelijker geworden. Studenten mogen intussen tot 650 uur per jaar werken tegen verminderde sociale bijdrage. Dat creëert kansen om ervaring op te doen en geld te verdienen, maar zorgt er ook voor dat de beperkte vrije tijd van jongeren vaker naar betaald werk gaat dan naar vrijwilligerswerk.
‘Betaald werk is de afgelopen jaren steeds aantrekkelijker geworden.’
“Doordat je naast je dagbesteding de optie hebt om nog eens 650 uur te gaan werken, heb ik het gevoel dat engagement plots in competitie is beland met studentenjobs”, zegt Remus Verwimp, vrijwilliger en woordvoerder bij Wel Jong, een jeugdwerkorganisatie die actief is rond lichaam, gender en seksualiteit. “En dan wordt vrijwilligerswerk iets dat zich moet verantwoorden tegenover betaald werk.”
Voor veel jongeren is die afweging bovendien geen vrije keuze. Wie studeert, op kot zit of zelfstandig woont, voelt hoe duur het leven geworden is. Een studentenjob is voor velen geen extraatje meer, maar een noodzakelijke bron van inkomen.

Tine Bergiers en Arne De Volder van de Vlaamse Dienst Speelpleinwerk
© Vlaamse Jeugdraad
Vrijwilligerswerk als statement
Die persoonlijke insteek weerspiegelt zich ook in de manier waarop jongeren zich vandaag engageren. Sommigen blijven jarenlang actief binnen dezelfde organisatie, anderen kiezen bewust voor een tijdelijk project, een concrete taak of een maatschappelijk thema dat hen op dat moment in hun leven raakt. Ze organiseren protestacties, begeleiden een vakantiekamp, zetten een buurtinitiatief op poten of springen bij achter de bar in het jeugdhuis. Hun betrokkenheid is niet kleiner, maar neemt andere vormen aan.
‘Langdurig engagement blijft voor heel wat jongeren een belangrijke keuze.’
Tegelijk blijft langdurig engagement voor heel wat jongeren een belangrijke keuze. Voor hen is een organisatie een plek waar ze verantwoordelijkheid opnemen, relaties opbouwen en zich thuis voelen. “Als ze mij morgen zeggen dat het niet meer nodig is om te komen, zou ik echt verdrietig zijn”, vertelt Adam El Amrite, vrijwilliger in een buurthuis van Groep Intro: “Deze plek is een deel van wie ik ben. Ik ben hier opgegroeid en zie mezelf in de kinderen waar ik vandaag animator van ben. Omgekeerd ook trouwens: voor hen ben ik een soort rolmodel.”
Evenwicht tussen flexibiliteit en zekerheid
Die verscheidenheid aan engagement hoeft geen probleem te zijn, maar zorgt wel voor spanning. Veel organisaties zijn gebouwd op een model van langdurige inzet en continuïteit, terwijl steeds meer jongeren hun engagement flexibel willen invullen en mee vormgeven. Voor vrijwilliger Arne De Volder is het duidelijk: “Mijn engagement kies ik zelf. Ik wil dan ook voelen dat ik als vrijwilliger iets kan betekenen. Als ik denk dat ik niet langer het verschil kan maken, dan stop ik en zoek ik iets anders.”
‘Als ik denk dat ik niet langer het verschil kan maken, dan stop ik en zoek ik iets anders.’
Tegelijk dragen organisaties de verantwoordelijkheid voor continuïteit, kwaliteit en veiligheid. De uitdaging bestaat er daarom in een evenwicht te vinden tussen flexibiliteit en zekerheid, zodat beide vormen van engagement naast elkaar kunnen bestaan.
Engagement op maat
Veel jeugdwerkorganisaties bevinden zich momenteel middenin die evenwichtsoefening. Ze zoeken naar een betere match met de huidige realiteit en experimenteren met projectmatig vrijwilligerswerk, flexibele rollen en engagement op maat. Vrijwilligers vullen niet langer een vooraf afgebakende rol in, maar denken mee na over hoe die rol eruitziet.
“We vinden het heel belangrijk om vanaf de start duidelijke afspraken te maken”, zegt Virginie Bauveroy, stafmedewerker vorming en vrije tijd bij Groep Intro en jeugdwerkadviseur bij de Vlaamse Jeugdraad. “Zo is het voor zowel de organisatie als voor vrijwilligers duidelijk wat ze van elkaar kunnen verwachten. Tijdens hun engagement krijgen vrijwilligers de ruimte om feedback te geven over de werking en hun taken. Ze kunnen ook aangeven wat ze graag anders zien of welke taken ze liever niet meer opnemen. Dat kan op elk moment, maar daarnaast plannen we ook jaarlijks een formeel evaluatiegesprek in.”

Remus Verwimp en Nina Uyttenhove van Wel Jong vzw
© Vlaamse Jeugdraad
Minimumdoelen voor vrijwilligers
Ook Wel Jong merkt dat gesprekken met nieuwe vrijwilligers er anders uitzien dan vroeger. “Als we nieuwe vrijwilligers aanwerven, gaat een groot deel van het gesprek over wat hun engagement precies inhoudt”, vertelt Wel Jong-vrijwilliger Remus Verwimp. “Waar moet je zijn? Wat wordt er van jou verwacht? We moeten veel meer uitleg geven en expliciet zijn over dingen die tot een paar jaar geleden vanzelfsprekend waren.”
‘Om kwaliteitsvol jeugdwerk te kunnen behouden, zijn er minimumcriteria nodig. Maar daarbuiten is heel veel mogelijk.’
Die zoektocht legt ook nieuwe vragen op de vergadertafel. Hoe flexibel kan een organisatie zijn als activiteiten moeten doorgaan? Hoe zorg je voor continuïteit wanneer vrijwilligers zich op verschillende manieren engageren? En welke verwachtingen mag je nog stellen?
Bij Wel Jong resulteerde dit vraagstuk in brainstormsessies rond minimumdoelen voor vrijwilligers. “Wij willen dat eigenlijk niet vastleggen, maar voelen dat het nodig is”, zegt coördinator Nina Uyttenhove. “Het is een manier om het gesprek aan te gaan en erover te onderhandelen. Om kwaliteitsvol jeugdwerk te kunnen behouden, zijn er minimumcriteria nodig. Maar daarbuiten is heel veel mogelijk. Engagement is vandaag maatwerk.”
Organisaties evolueren, regels niet
De uitdaging is dus niet om jongeren opnieuw in het verouderde model te laten meedraaien, maar om organisaties zo in te richten dat verschillende engagementsvormen naast elkaar kunnen bestaan.
‘Engagement is vandaag maatwerk.’
Organisaties die dat proberen, botsen momenteel op grenzen waar ze zelf weinig invloed op hebben. Dat is logisch, want vrijwilligers engageren zich niet los van de wereld om hen heen. Hun inzet wordt mee bepaald door subsidieregels, kwaliteitsvereisten, veiligheidsvoorschriften en administratieve verplichtingen. Die verwachtingen zijn begrijpelijk, maar vertrekken nog vaak vanuit het idee dat vrijwilligers zich langdurig aan één organisatie verbinden en voldoende tijd hebben om opleidingen te volgen, administratie op te nemen en verantwoordelijkheden te dragen.
Bedrijf in een jeugdwerkjasje
“Eigenlijk wil je gewoon zeggen: merci dat je dit georganiseerd hebt”, zegt Nina Uyttenhove. “Maar je moet ook zeggen: hou je voorbereidingen goed bij, zorg ervoor dat er altijd een inschrijvingslijst is waarin je deze en deze gegevens verzamelt, vergeet de postcodes niet door te geven…”
Die verplichtingen vormen voor vrijwilligers vaak een drempel. “Veel jongeren zeggen heel duidelijk: ik wil mij engageren, maar niet onder deze voorwaarden”, vertelt Nina. “Ze komen bij ons terecht met de allerbeste bedoelingen, maar dan moeten wij hen, bij wijze van spreken, zeggen: om vrijwilliger te worden, moet je eerst twee keer een vorming volgen op zaterdag. Velen haken af omdat ze daarvoor geen tijd of zin in hebben. Uiteraard vinden wij dat niet leuk, maar vanuit organisatieperspectief heb je soms geen andere keuze.”
“Het jeugdwerk is een gigantische, professionele business, alleen wordt dat door de buitenwereld niet zo gezien”, zegt Tine Bergiers. “Wij zijn een bedrijf in een jeugdwerkjasje: sommige jeugdwerkorganisaties ondersteunen honderden werkingen. Als je verwacht dat wij aan alle regels en voorschriften voldoen, dan moet je ook erkennen dat daar mensen, tijd en middelen voor nodig zijn.”
Bouwen aan de toekomst
Niet alleen de manier waarop jongeren zich engageren is veranderd, maar ook de manier waarop de samenleving hun inzet waardeert. Jongeren krijgen voortdurend de boodschap dat ze aan hun toekomst moeten bouwen en werkervaring moeten opdoen. Een studentenjob past perfect in dat verhaal, vrijwillig engagement veel minder.
“Jongeren krijgen voortdurend te horen: zoek een studentenjob die je als werkervaring op je cv kunt zetten”, zegt Nina Uyttenhove. “Maar niemand heeft het over alles daarnaast. Hoe heb je je vrije tijd ingevuld? Wat heb je betekend voor de maatschappij? Welke vormingen heb je gevolgd? Binnen het jeugdwerk leer je zo ontzettend veel over coaching, gesprekstechnieken en samenwerken, maar dat wordt veel minder gezien als een waardevolle ervaring.”

Adam El Amrite (tweede in het rijtje) vrijwilliger in een buurthuis van Groep Intro
© Vlaamse Jeugdraad
Vergoeding: motivator of noodzaak?
Dat verschil in waardering beïnvloedt onvermijdelijk de keuzes die jongeren maken en brengt jeugdwerkorganisaties in een lastige positie. Enerzijds willen ze niet concurreren met studentenjobs, anderzijds zoeken ze wel naar manieren om engagement haalbaar te houden voor jongeren die studies, werk en andere verwachtingen moeten combineren.
“Omdat we in onze coachingstrajecten geloven en overtuigd zijn van het feit dat jongeren hier kennis en vaardigheden opbouwen, vergoeden we hen volgens een aantal parameters”, zegt Virginie Bauveroy. “Voor sommigen is die vergoeding een motivator, voor anderen een noodzaak.”
‘Binnen het huidige systeem van vrijwilligersvergoedingen is er weinig ruimte om jongeren op een transparante manier te vergoeden.’
Zo’n vergoeding gaat over meer dan geld alleen. Het is een poging om een deel van de ongelijkheid tussen betaald werk en vrijwillig engagement op te vangen. Een moeilijke zoektocht, want organisaties botsen onvermijdelijk op de grenzen die subsidiërende overheden bepalen.
Vrijwilligerswerk is namelijk per definitie onbezoldigd. Organisaties die jongeren toch financieel willen tegemoetkomen, botsen daardoor op een beperkt wettelijk kader. Binnen het huidige systeem van vrijwilligersvergoedingen is er weinig ruimte om jongeren op een transparante manier te vergoeden. Forfaitaire vergoedingen kunnen bijvoorbeeld niet worden gecombineerd met een terugbetaling van werkelijke onkosten voor dezelfde vrijwilliger.
Bredere erkenning van engagement
De discussie over vergoedingen gaat om veel meer dan over geld alleen. Ze legt een veel groter vraagstuk bloot: welke vormen van engagement vinden we als samenleving waardevol? En op welke manier kiezen we ervoor om die te erkennen?
In het advies Jong engagement (h)erkennen pleit de Vlaamse Jeugdraad voor een bredere erkenning van jongerenengagement. “Er zijn zo veel meer manieren waarop jongeren zich vandaag engageren”, zegt Tine Bergiers. “De uitdaging voor het jeugdwerk, en breder voor beleid en samenleving, ligt erin om die realiteit niet alleen te zien, maar ook te erkennen en er ruimte voor te maken.”
Niet alleen langdurig vrijwilligerswerk verdient waardering, maar ook tijdelijke of projectmatige inzet en andere vormen waarop jongeren verantwoordelijkheid opnemen. Dat vraagt meer dan flexibiliteit van organisaties alleen. Het vraagt ook een beleid dat rekening houdt met de leefwereld van jongeren en ruimte laat voor verschillende vormen van engagement.
Misschien is het vrijwilligerstekort minder een tekort aan inzet dan een tekort aan manieren waarop we engagement herkennen en waarderen.


Reacties [1]
Ik loop stilaan naar een gezegende leeftijd van 80 jaar en ben al ruim 10 jaar werkzaam als vrijwilliger en dit onbezoldigd.
Ik ben blij en fier dat ik mij nog kan inzetten voor mijn medemensen.
Tijdens mijn jeugd ben ik werkzaam geweest bij de Chiro en wij zagen dat niet als vrijwilligerswerk en we zijn blij dat we dit hebben kunnen beleven.
Ik raad iedereen aan om je eens in te zetten als vrijwilliger en liefst onbezoldigd. Wat een rijkdom.