Oplopende werkdruk
De druk op OCMW’s is in de voorbije jaren sterk toegenomen. Men kijkt namelijk steeds meer naar de steden en gemeenten om maatschappelijke problemen op te lossen. Tussen 2014 en 2024 steeg het aantal leefloonaanvragen met bijna 50 procent.
‘Wat vroeger nog werkbaar was, wordt vandaag moeilijk vol te houden.’
Daar komt sinds begin dit jaar de beperking van de werkloosheid in de tijd bovenop. Veel mensen die hun werkloosheidsuitkering verliezen, doen een leefloonaanvraag. Eerste schattingen geven aan dat in januari en februari 2026 75 procent meer mensen een leefloon toegekend kregen dan het geval zou geweest zijn zonder beleidsverandering.
Geen theoretische oefening
Sociale diensten van het OCMW voelen die verschuiving in hun dagelijkse werking: meer instroom, nieuwe cliëntprofielen en een toenemende werkdruk. Die realiteit zet het beslissingsproces voor de toekenning van het leefloon onder druk. Procedures die sterk steunen op uitgebreide dossieropbouw en het systematisch opvragen van bewijsstukken botsen steeds vaker op hun grenzen. Wat vroeger nog werkbaar was, wordt vandaag moeilijk vol te houden.
In die context wordt de vraag naar vereenvoudiging van procedures geen theoretische oefening, maar een praktische noodzaak. Hoe zorgen we ervoor dat mensen tijdig geholpen worden, zonder in te boeten op zorgvuldigheid? En hoe creëren we ruimte voor maatschappelijk werkers om te doen waar hun meerwaarde ligt: in het begeleiden van mensen, eerder dan in het verzamelen van documenten?
Ondersteuning bij beslissing
Digitale gegevens, zoals die uit de Kruispuntbank Sociale Zekerheid (KSZ), worden daarbij vaak naar voren geschoven als deel van de oplossing. Kan een automatisch gegenereerd advies, gebaseerd op die gegevens, maatschappelijk werkers ondersteunen bij hun beslissing over het leefloon?
‘Hoe zorgen we ervoor dat mensen tijdig geholpen worden, zonder in te boeten op zorgvuldigheid?’
Want om na te gaan of een cliënt recht heeft op een leefloon, voert de OCMW maatschappelijk werker een sociaal onderzoek uit rond de persoonlijke, financiële en administratieve situatie van een cliënt. De maatschappelijk werker baseert zich daarbij traditioneel op het gesprek met de cliënt, de consultatie van administratief beschikbare data, een huisbezoek, documenten die opgevraagd worden en contacten met andere instanties.
Een aanzienlijk deel van het sociaal onderzoek steunt op informatie die maatschappelijk werkers kunnen terugvinden in databanken zoals de Kruispuntbank. In een context waarin sociale diensten geconfronteerd worden met een stijgende instroom, is dat een belangrijk inzicht. Als we procedures verantwoord kunnen vereenvoudigen, dan ontstaat er ruimte om maatschappelijk werkers in te zetten waar ze het meest nodig zijn: in het contact met cliënten.
Toch sociaal onderzoek
Zo’n vereenvoudiging kan sterke resultaten opleveren. Uit eerder onderzoek, gebaseerd op een analyse van 240 dossiers in twaalf Vlaamse centrumsteden, blijkt dat een automatisch advies dat uitsluitend steunt op beschikbare KSZ-gegevens verrassend accuraat is.De Wilde, M., Van Lancker, W. (2022). Onderzoeksrapport Automatisch beslissingsadvies leefloon? Een verkennende studie in 12 Vlaamse Steden. Leuven: Centre for Sociological Research, KU Leuven.In 48 procent van de onderzochte dossiers leidde dit tot een advies tot toekenning leefloon, dat in 96 procent van de gevallen overeenstemde met de uiteindelijke beslissing van het OCMW. Zelf op zoek gaan naar bijkomende informatie, kost de maatschappelijk werker veel tijd, maar levert slechts een beperkte meerwaarde op.
‘Terughoudendheid komt niet uit de lucht gevallen.’
Toch is de realiteit weerbarstiger. Dat besluiten we uit ons recent onderzoek waarbij we fictieve cliëntsituaties – telkens met KSZ-gegevens en een automatisch advies – voorlegden aan 243 maatschappelijk werkers, verspreid over 39 Vlaamse OCMW’s.
Wanneer we deze sociale professionals het automatisch advies tot toekenning van een leefloon voorleggen, wensen ze dat niet altijd te volgen. In ongeveer twee derde van de situaties kiezen ze ervoor om bijkomend sociaal onderzoek te doen. Dat lijkt op het eerste gezicht inefficiënt. Maar wie dieper kijkt, ziet dat deze terughoudendheid niet uit de lucht komt vallen.
Op zoek naar zekerheid
Maatschappelijk werkers vertrekken vanuit een sterke professionele reflex: zekerheid. Ze vertrouwen een automatisch advies niet blindelings, hoe accuraat dat ook lijkt. Voor hen moet de situatie van de cliënt volledig duidelijk zijn. Ze willen nagaan of alle voorwaarden effectief vervuld zijn. Ze verkiezen om zelf te controleren of iemand geen andere middelen heeft, of andere rechten uitgeput zijn, en of de situatie van de cliënt volledig duidelijk is.
‘Voor maatschappelijk werkers moet de situatie van de cliënt volledig duidelijk zijn.’
In die zin is het logisch dat ze niet blind varen op een automatisch advies, hoe accuraat dat ook lijkt. Die reflex wordt bovendien versterkt door de aard van het leefloon zelf: het gaat om een middelengetoetste en residuaire uitkering. Dat betekent dat een correcte inschatting van de financiële situatie essentieel is.
Grens van automatisering
Hier botsen we op een belangrijke grens van automatisering: niet alle relevante informatie zit in de KSZ. Een automatisch advies dat enkel gebaseerd is op de informatie in deze database, houdt bijvoorbeeld geen rekening met spaargelden, informele steun of onderhoudsgelden. Daarom blijft een gesprek met de aanvrager en een gerichte controle van de rekeningstanden noodzakelijk.
Bij vereenvoudiging en efficiëntiewinst ligt de uitdaging dus niet in het vervangen van het sociaal onderzoek, maar in het herdenken ervan. Een werkbaar en realistisch proces bestaat uit een combinatie van een automatische screening op basis van KSZ-gegevens, aangevuld met een gericht gesprek waarin de ontbrekende informatie wordt aangevuld en geduid.
Omgaan met bewijsstukken
Een van de meest opvallende inzichten uit het onderzoek gaat over hoe maatschappelijk werkers omgaan met bewijsstukken. In 38 procent van de gevallen wordt informatie opgevraagd die eigenlijk niet nodig is. Zo stelden we vast dat vaak rekeninguittreksels of aankoopaktes van onroerend goed opgevraagd worden, terwijl voor het leefloon enkel het kadastraal inkomen meetelt.
‘In 38 procent van de gevallen wordt informatie opgevraagd die eigenlijk niet nodig is.’
Maatschappelijk werkers vragen ook regelmatig het huurcontract op, terwijl bij leefloon de feitelijke verblijfplaats telt. Die wordt al vastgesteld bij een huisbezoek, dus maakt het opvragen van een huurcontract zelden een verschil.
Daarnaast worden soms loonfiches van vroegere tewerkstelling opgevraagd, terwijl enkel huidige inkomsten relevant zijn. Sommige maatschappelijk werkers vragen ook bewijzen van schulden of inschrijvingen voor sociale huisvesting, hoewel ze in principe geen impact hebben op het recht op leefloon.
Tastbare documenten
Deze tendens om onnodig documenten op te vragen, is de sterkste voorspeller voor het niet volgen van het automatisch advies. Dat wijst op een dieperliggend mechanisme. Voor veel maatschappelijk werkers is een dossier pas volledig wanneer het ondersteund wordt door tastbare documenten. Die behoefte aan controle is begrijpelijk, zeker wanneer beslissingen moeten standhouden tegenover inspectie, beleid en interne verantwoording.
‘Voor veel maatschappelijk werkers is een dossier pas volledig wanneer het ondersteund wordt door tastbare documenten.’
Voor die zekerheid betaal je een prijs: het betekent een aanzienlijke belasting, niet alleen voor maatschappelijk werkers zelf, maar ook voor cliënten. Zij moeten vaak opnieuw documenten verzamelen waarvan de informatie eigenlijk al beschikbaar is of die weinig verschil zullen maken.
Hier ligt een belangrijke opportuniteit van een automatisch advies. Het kan helpen om ingesleten gewoontes in vraag te stellen en het sociaal onderzoek opnieuw te focussen op wat werkelijk nodig is, in plaats van op wat standaard gebeurt. In een context van stijgende instroom wordt die spanning scherper. Wat gisteren nog werkbaar leek, dreigt morgen onhoudbaar te worden.
Foute interpretatie
Naast bewijsstukken speelt ook de interpretatie van gegevens een belangrijke rol. Ons onderzoek toont dat maatschappelijk werkers de informatie uit de KSZ niet altijd correct interpreteren.
Als de Kruispuntbank bijvoorbeeld in een dossier een ‘actief recht op een werkloosheidsuitkering’ meldt, dan wordt dat door één op drie maatschappelijk werkers gelezen als een mogelijk lopende uitkering. Toch blijkt uit andere KSZ-gegevens voor dezelfde case dat er geen recente betalingen meer zijn. Dit heeft te maken met het feit dat het recht op een werkloosheidsuitkering in de gegevens van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) actief blijft, ook wanneer iemand opnieuw aan het werk is of een andere uitkering ontvangt. Niet alle maatschappelijk werkers weten dat.
Ook bij eigendommen is er verwarring: één op vijf maatschappelijk werkers denkt dat een eigendom altijd moet meetellen bij het onderzoek naar financiële middelen, terwijl het kadastraal inkomen van minder dan 750 euro vrijgesteld is.
Betrouwbare gegevens
Ten slotte geeft een goede vijf procent van de maatschappelijk werkers te kennen dat zij de KSZ-gegevens niet volledig vertrouwen, vanuit de veronderstelling dat deze informatie niet steeds actueel is.
Deze veronderstelling is grotendeels onterecht: de KSZ-gegevens worden weergegeven zoals ze worden aangeleverd door de authentieke bronnen (zoals RVA, FOD Sociale Zekerheid, kadaster…). Voor elke bron zijn ook de mogelijke vertragingstermijnen bekend. Voor het merendeel van de gegevens is dus duidelijk op welk moment ze als betrouwbaar kunnen worden beschouwd.
Dezelfde informatie, andere conclusie
Zelfs met correcte en volledige data blijft interpretatie een menselijke activiteit. Zonder gedeelde kaders en voldoende ondersteuning blijft de kans groot dat maatschappelijk werkers verschillende conclusies trekken uit dezelfde informatie.
‘Waar kunnen we vereenvoudigen zonder in te boeten op kwaliteit?’
De vraag is dan niet alleen hoe we technologie kunnen inzetten, maar ook hoe we onze werkwijzen durven herbekijken. Welke stappen zijn echt noodzakelijk? Waar kunnen we vereenvoudigen zonder in te boeten op kwaliteit?
Een praktijkvraagstuk
Dit onderzoek stelt vast dat het al dan niet volgen van het automatisch advies weinig te maken heeft met factoren zoals de leeftijd van maatschappelijk werkers, de werkdruk die ze ervaren of hun houding tegenover technologie. Wat wel een rol speelt, is hoe OCMW’s het werk organiseren: maatschappelijk werkers met een meer generalistisch takenpakket zijn minder geneigd om het advies te volgen dan collega’s met een meer afgebakende rol.
‘Maatschappelijk werkers met een meer generalistisch takenpakket zijn minder geneigd om het advies te volgen dan collega’s met een meer afgebakende rol.’
Ook attitudes maken een verschil. OCMW-medewerkers die gevoeliger zijn voor het risico op non-take-up – dus voor de kans dat mensen steun mislopen waarop ze eigenlijk recht hebben – blijken eerder geneigd om het automatisch advies te volgen.
Dat bevestigt dat de invoering van een automatisch advies geen louter technische operatie is. Het raakt aan professionele routines, aan organisatiemodellen en aan de manier waarop maatschappelijk werkers kijken naar toegang tot rechten.
Meer dan een tool
De kloof tussen het automatisch advies en de gedifferentieerde praktijk moet daarom vooral begrepen worden als een implementatievraagstuk. Een goed werkend systeem is noodzakelijk, maar niet voldoende. Wat nodig is, zijn duidelijke interpretatiekaders, opleiding en begeleiding, en ruimte om te oefenen met een nieuwe manier van werken.
‘Het automatisch advies moet correct gepositioneerd worden: niet als vervanging van professioneel oordeel, maar als ondersteuning ervan.’
Vanuit die ambitie, moet het het automatisch advies correct gepositioneerd worden: niet als vervanging van professioneel oordeel, maar als ondersteuning ervan. Zo kunnen KSZ-gegevens helpen om sneller en consistenter te beslissen, op voorwaarde dat dit wordt ingebouwd in een breder proces dat rekening houdt met de realiteit van het sociaal werk.
Er valt veel te zeggen voor de vereenvoudiging van de toekenning van het leefloon, maar dat moet doordacht gebeuren vanuit een zorgzame vertaalslag op het werkterrein. Ruimte voor gesprek en professionele inschatting moeten centraal blijft staan.Om die vertaalslag te maken, loopt momenteel een vervolgonderzoek waarin een vereenvoudigde procedure wordt getest in vijf Vlaamse steden en gemeenten. In dat onderzoek wordt nagegaan hoe maatschappelijk werkers omgaan met een proces dat sterker steunt op KSZ-gegevens, en in welke mate dat leidt tot minder administratieve lasten, kortere doorlooptijden en meer consistentie in beslissingen. Tegelijk wordt gekeken hoe deze aanpak een verschil maakt voor cliënten. De resultaten van dit onderzoek zullen begin 2027 bekend zijn.
Zekerheid organiseren
De discussie over automatisering in het sociaal werk gaat vaak over technologie. Maar dit onderzoek toont dat de kern van de uitdaging elders ligt. Niet in de vraag of we kunnen automatiseren, maar in hoe we vandaag zekerheid organiseren, welke bewijsvoering we noodzakelijk achten en hoeveel ruimte we laten voor vertrouwen in bestaande gegevens.
Die vraag is vandaag urgenter dan ooit. De beperking van de werkloosheid in de tijd is geen toekomstscenario meer, maar een realiteit die zich vertaalt in meer aanvragen, meer druk op sociale diensten en minder ruimte voor omslachtige procedures.
Systeem werkbaar houden
In deze realiteit is vereenvoudiging geen efficiëntie-oefening meer, maar een noodzakelijke voorwaarde om het systeem werkbaar te houden. Zonder aanpassing dreigt niet alleen de werkdruk verder op te lopen, maar ook de toegankelijkheid van het leefloon onder druk te komen staan.
De vraag is dan niet alleen hoe we automatisering inzetten, maar hoe we durven herdenken wat nodig is om tot een beslissing te komen. Want als de instroom stijgt, wordt elke overbodige stap voelbaar, voor maatschappelijk werkers én voor cliënten.



Reacties [4]
De job als maatschappelijk werker is niet énkel leefloonberekeningen maken. Het voornaamste is om mensen hun rechten te onderzoeken en te laten uitputten. Dat is een voornaamste reden om extra documenten of informatie op te vragen. Problemen huisvesting? Klachten? Dan bekijken we al vaker het huurcontract en kunnen we eventueel doorverwijzen naar de juiste instanties om te helpen. Klopt het bedrag van uw uitkering naargelang uw situatie? Zijn er dingen waarop je kan besparen, extra premies waarvoor je in aanmerking kan komen, ben je ingeschreven voor soc. huisvesting, … Tijdens het eerste kennismakingsgesprek komen vaak thema’s aan bod waarop je al direct inpikt. Rechten uitputten is ook de voorloper op het recht op leefloon.
Voor een leefloon onderzoek moeten we ook niet alleen naar het KI kijken, maar ook naar verkochte woningen in de laatste 10jaar voorafgaand aan de aanvraag. Dán vragen we de afrekening van verkoop natuurlijk op.
Onze job is zoveel meer dan alleen leefloon.
ik geef het advies aan mijn cliënten om AI te gebruiken voor een LL berekening na te kijken. Het lukt aardig en het geeft hun meer duidelijkheid en kennis inzicht. Ik voel me de dag van vandaag meer een subsdiehunter dan een m.a ! echt m.a werk doe ik in mijn vrije tijd… want dit doe ik zeer graag.
Het artikel gaat over formaliseren en beoordelen van toekenningsvoorwaarden. Een maatschappelijk werker moet, wat mij betreft, toch eerst en vooral de mens leren kennen en sociaal werk doen. Een begeleiding geven. Door de hoge administratieve druk komen ocmw medewerkers daar vaak niet toe. GPMI’s overstijgen vaak niet het niveau van een extra admin taak. Ook niet voor de hervormingen. Ipv meer – geautomatiseerde – administratie zou beter deftig gesnoeid worden in de vele controlerende admin taken. We willen niet evolueren van admin medewerker naar system administrator. Het vertrouwen dient hersteld in de meerwaarde van het sociaal werk van.een maatschappelijk werker. En daarvoor moet.je – de maatschappelijk werker controlerende – taken durven schrappen. Less is more.
Mijns inziens beperkt dit artikel zich te veel tot het leefloon. Iedere MA weet dat hulpvragen nooit beperkt blijven tot enkel het leefloon. Vaak komen hierna allerhande andere vragen naar financiële steun. Zicht krijgen op een bestedingspatroon, schulden, … Hier zal je automatische informatie niet volstaan.