Achtergrond

Studenten lopen stage bij kwetsbare gezinnen: ‘Met geduldig luisteren, geraak je verder dan met snel oordelen’

Peter Goris

Katrolwerkingen begeleiden studenten die tijdens hun stage thuis komen bij kwetsbare gezinnen. Die aanwezigheid heeft volgens coördinator Emily Dumarey veel impact: “Een student komt hier ook leren van het gezin. Voor gezinnen die vaak niet ernstig genomen worden, is dat een verrassende boodschap.”

De Katrol Oostende

© ID / Femke den Hollander

Beter doen dan wij

Voor kwetsbare gezinnen is school niet altijd een ‘match made in heaven’. Afspraken, taken en verwachtingen staan vaak veraf van hun leefwereld. Op sommige scholen helpen brugfiguren om de kloof te dichten, op andere scholen blijft de afstand groot.

‘Centraal staan studie- en gezinsondersteuning bij kwetsbare gezinnen thuis.’

Die moeilijke relatie tussen school en kansarme gezinnen is niet nieuw. In 2002 tijdens een manifestatie op de Werelddag van het Verzet tegen Armoede in Oostende, gaven ouders een krachtig signaal: ‘We willen dat onze kinderen het beter doen dan wij. Leerkrachten en hulpverleners praten te veel over ons en missen aansluiting bij wie we zijn.’

Enkele ervaren welzijnswerkers en docenten van graduaats- en bacheloropleidingen pikten dat signaal op. Ze vroegen zich af of hun studenten tijdens de stage geen steentje konden bijdragen. Twee jaar later startten ze in Oostende ‘De Katrol’. Daar ligt ook vandaag nog steeds de uitvalsbasis van intussen 35 Katrolwerkingen over heel Vlaanderen, ondersteund door een eigen expertisecentrum. Coördinator Emily Dumarey (29) vertelt vol overtuiging over geduld en de kracht van nabijheid.

Wat doet De Katrol?

Emily Dumarey: “Centraal staan studie- en gezinsondersteuning bij kwetsbare gezinnen thuis. Studenten uit sociale en pedagogische graduaats- en bacheloropleidingen zoals gezinswetenschappen, sociaal werk, orthopedagogie, logopedie of de lerarenopleiding, zijn in het kader van hun stage aanwezig in het gezin.”

“We noemen de studenten geen huiswerkbegeleiders. Dat zou hun werk te sterk verengen tot het mee in orde brengen van huistaken, terwijl ze veel meer doen: ze gaan aan de slag met alle hulpvragen binnen het gezin.”

‘We noemen de studenten geen huiswerkbegeleiders, ze doen veel meer dan dat.’

“De gezinnen ervaren op verschillende vlakken problemen. Soms gaat het over een moeilijke relatie met de school, soms over administratieve chaos, soms over de opvoeding die moeilijk loopt. We richten ons vooral op gezinnen met jonge kinderen: van de kleuterschool tot het tweede leerjaar.”

“Al blijft die kern van onze werking hetzelfde, toch is er doorheen al die jaren ook veel veranderd. Bij de opstart, meer dan twintig jaar geleden, spraken we nog van geïsoleerde en milde problemen. Uitzonderlijk ging het over een complexe gezinsproblematiek. Vandaag is die verhouding helemaal omgekeerd. En het grootste deel van de gezinnen heeft migratieroots. Ook dat was vroeger uitzonderlijk. Taal en cultuur zijn in dit werk cruciaal geworden.”

Hoe komen deze gezinnen bij jullie terecht?

“De meeste aanmeldingen komen vanuit de onderwijscontext: de school, de brugfiguur van de school of het CLB. Ook welzijnsorganisaties zoals het OCMW of CAW wijzen de weg naar ons. Sommige gezinnen kloppen op eigen initiatief bij ons aan.”

“Hier in Oostende starten we ongeveer 250 gezinsondersteuningen per jaar op. Dat traject begint bij een ankerfiguur, een betaalde medewerker van De Katrol. Onze werking in Oostende heeft vier ankerfiguren in dienst.”

“Deze ankerfiguur neemt contact op met het gezin om te bekijken of ze onze ondersteuning wensen. Ze brengen vervolgens hun vragen en noden in kaart en beslissen of een aanbod van De Katrol een verschil kan maken. Het ankerfiguur gaat dan op zoek naar een student die zich vanuit de opleiding engageert voor De Katrol en brengt het gezin en de student voor het eerst bij elkaar.”

En dan is de trein vertrokken?

“De student is twee keer per week gedurende ongeveer een uur aanwezig in het gezin. In het begin wordt er vooral geluisterd en afgetast. Moeilijkheden op school zijn vaak een belangrijke eerste insteek. Er wordt dan samen in kaart gebracht waarom het op school moeilijk loopt.”

“Blijkt de schoolagenda niet in orde, dan wordt een helpende hand toegestoken. Maar die praktische ondersteuning is slechts een eerste stap. Want ook onderliggende factoren kunnen ervoor zorgen dat school thuis weinig of geen ruimte krijgt.”

‘De student brengt samen met het gezin in kaart waarom het op school moeilijk loopt.’

“Wanneer ouders bijvoorbeeld geconfronteerd worden met psychische, relationele of financiële problemen, is het niet evident om betrokken te zijn bij de schoolloopbaan van de kinderen. We gaan aan de slag met mogelijke struikelblokken of drempels op die verschillende levensdomeinen.”

“Stel: een alleenstaande mama vertelt dat haar psychische problemen veel energie vergen. Huistaken en oudercontacten zijn voor haar hoog gegrepen. Ze durft ook niet op gesprek bij de psycholoog. De student bekijkt dan hoe hij daarbij kan helpen. Eventueel begeleidt de student de moeder naar het eerste gesprek bij de psycholoog.”

Een student is geen alleskunner? Wat als problemen te complex worden?

“Het inschatten van de eigen rol en expertise is een belangrijk aandachtspunt. Veel start bij praktische hulp, goed luisteren en een stevige kennis van de sociale kaart. Je moet je niet verdiepen in toekenningen van leeflonen, dat is de taak van het OCMW. Maar als gezinnen drempels ervaren om daar te geraken, kan je wel een belangrijke rol spelen door gesprekken voor te bereiden en eventueel mee te gaan.”

“Een student stelt bijvoorbeeld bij elk bezoek vast dat een jong kind onafgebroken achter het scherm zit. Als de stagiair aftast of er al andere vrijetijdsinvullingen bekeken werden, wordt de boot afgehouden wegens te moeilijk bereikbaar, te duur, geen vriendjes… De student gaat daarmee aan de slag door samen in de buurt naar betaalbare vrijetijdsplekken te zoeken.”

“Mensen informeren en helpen aanhaken bij wat al bestaat, lost niet alles op. Maar het is wel belangrijk. Want studenten zijn slechts tijdelijke passanten, terwijl deze organisaties meer permanent verankerd zijn in het dagelijks leven van mensen.”

Emily Dumarey

Emily Dumarey: “Ervaringen in de gezinnen worden uitgebreid teruggekoppeld en besproken, individueel en in groep.”

© ID / Femke den Hollander

Wat leren studenten van deze ervaringen?

“Via onze Katrolwerkingen willen we toekomstige hulpverleners en leerkrachten heel direct en authentiek laten ervaren met welke drempels en moeilijkheden deze gezinnen geconfronteerd worden.”

‘Voor sommige studenten is dit een eerste confrontatie met armoede, anderen groeiden er zelf in op.’

“Dat traject loopt voor elke student anders. Voor sommige studenten is dit een eerste confrontatie met armoede, anderen groeiden er zelf in op. Allemaal botsen ze op eigen grenzen en drempels: een eerste huisbezoek, een moeilijk contact met een gezin dat een andere taal spreekt, en de uitdaging om problemen aan te pakken op maat en tempo van het gezin.”

Studenten kiezen bij De Katrol dus voor een uitdagende stageplaats?

“We geven studenten niet de illusie dat de juiste gereedschapskist en een goede handleiding wonderen brengen. Bij hulpverlening is de persoon van de hulpverlener een cruciaal instrument. Permanent aan jezelf sleutelen is dus de boodschap. Het feit dat een groeiende groep van studenten ook zelf een stevige rugzak met allerlei problemen torst, maakt die uitdaging nog groter.”

“Om die pittige opdracht tot een goed einde te brengen, kan je niet alleen rekenen op de korte begeleidingscontacten van de hogescholen. Om kwaliteit te garanderen, bieden we intensieve begeleiding aan. Ervaringen in de gezinnen worden uitgebreid teruggekoppeld en besproken, individueel en in groep.”

We geven studenten niet de illusie dat de juiste gereedschapskist en goede handleiding wonderen brengen.’

“We nemen tijd om een praktijkgerichte invulling te geven aan de presentietheorie van Andries Baart. En omdat het grootste deel van onze gezinnen migratieroots heeft, gaan we ook uitgebreid in op het belang van cultuursensitief handelen. Naast aanwezigheid in de gezinnen staat dus ook veel reflectie en terugkoppeling. Vandaar dat je hier op dit moment heel wat studenten ziet rondlopen.”

Een korte stage biedt weinig tijd om vertrouwensrelaties op te bouwen.

“Omdat stageperiodes niet in elke opleiding even lang zijn, verwachten we een minimum van 16 contactmomenten. Als die afgelopen zijn, bekijken we met het gezin of er een nieuwe student toegekend moet worden. Soms geeft het gezin aan voldoende op weg te zijn geholpen. Maar de meeste gezinnen zijn vragende partij voor een volgende ondersteuning.”

“Het klopt dat die korte trajecten en wisselende gezichten de continuïteit onder druk kunnen zetten. Hier is het ankerfiguur cruciaal: deze Katrol-medewerker blijft de rode draad doorheen de verschillende trajecten van studenten. Deze collega zorgt niet alleen voor de opstart en afronding van elke ondersteuning, maar is ook voor alle partijen voortdurend bereikbaar.”

Hoe kunnen zo’n korte en afwisselende trajecten toch impact hebben?

“Elk nadeel heeft zijn voordeel: de meeste gezinnen werken samen met verschillende studenten, elk met een eigen stijl. Soms is er een match, soms ook niet. We werken niet met dossiers en studenten hebben bij de start enkel basisinformatie over het gezin. Omdat de tellers telkens weer op nul staan, geeft dat iedereen nieuwe kansen.”

‘Meer nog dan tijd, is gelijkwaardigheid de sleutel naar impact.’

“Meer nog dan tijd, is gelijkwaardigheid de sleutel naar impact. Gezinnen geven aan studenten vrijwillig een inkijk in de mooie en moeilijke kanten van hun leven. Vooral zij bepalen waarrond wel of niet gewerkt wordt.”

“De student komt hier ook leren van het gezin. Voor gezinnen die vaak niet ernstig genomen worden, is dat een verrassende boodschap. Dat tekent de verdere relaties tussen beide partijen. Een student die aanklopt, is helemaal iets anders dan een medewerker van het CLB, OCMW of de jeugdrechtbank die aan de deur staat.”

Een student heeft niet de opdracht om dit of dat probleem op te lossen?

“We motiveren studenten om die open en onbevangen ruimte maximaal te benutten. We laten hen zelf ervaren hoe groot de valstrik is om met de beste bedoelingen op jouw manier problemen op te lossen en helemaal voorbij te lopen aan het gezin zelf. Met geduldig luisteren geraak je verder dan met snel oordelen. Het is mooi om zien hoe studenten hierin groeien.”

“Een voorbeeld. Na lang wikken en wegen, doktert een student een mooi plan uit voor een beter contact tussen de ouders en leerkracht. Hij kijkt ernaar uit om dat plan aan de ouders voor te leggen. Maar meteen bij aankomst blijkt dat mama en papa ruzie hebben, de frigo leeg is of er een brief in de bus zat dat het gezin het huis moet verlaten. Hij moet zijn plan opbergen om met andere dingen aan de slag te gaan.”

Scholen zijn te weinig afgestemd op de leefwereld van deze gezinnen. Los je dat op door enkel te sleutelen binnen deze gezinnen?

“Het lijkt misschien zo dat we ons opsluiten in de kleine wereld van het gezin. Toch hebben we ook aandacht voor meer structurele verandering.”

“Door heel direct in deze gezinnen aanwezig te zijn, leren studenten anders kijken naar de kracht van deze gezinnen. Die ervaring is de hoeksteen van een schoolcultuur en -organisatie die beter afgestemd is op de noden van deze gezinnen.”

“Sommige studenten die wij begeleiden staan morgen als leerkracht voor de klas. Deze stage-ervaring kan hen helpen om anders te kijken naar de communicatie tussen de school en deze gezinnen. Ik hoop van harte dat als ouders niet op een oudercontact verschijnen, deze leerkrachten veel meer kunnen zeggen dan het stereotype: ‘ze zijn niet gemotiveerd’.”

“En als studenten zich verontwaardigd uitspreken over gebrek aan respect of inlevingsvermogen vanwege de school, dan zullen we hen stimuleren om naar de school te stappen en dat aan te kaarten.”

Is dat voldoende om meer duurzame verandering te realiseren?

“Op dat structurele vlak hebben onze ankerfiguren een belangrijke rol. Het zijn ervaren medewerkers die deze gezinnen goed kennen én rijke netwerken hebben binnen scholen en welzijnsorganisaties.”

“Deze collega’s zitten mee aan tafel bij lokaal of bovenlokaal overleg en grijpen er elke kans om structurele problemen kenbaar te maken. Niet alleen over onderwijs, maar bijvoorbeeld ook over racisme bij werkgevers of immokantoren, de ellenlange wachtlijsten in meer gespecialiseerde zorg of de nefaste gevolgen van de wooncrisis.”

 “We zijn ambitieus en willen veel veranderen. Maar we moeten ook realistisch zijn. Om onze eigen slagkracht te evalueren, blijft een open en eerlijke feedback van gezinnen en studenten cruciaal. Zo’n bevraging levert quasi unaniem een win-win op. Iedereen is enthousiast. Gezinnen kijken uit naar de komst van een volgende stagiair. Afgestudeerden vertellen ons dat deze ervaring een spoor in hun leven trok.”

preventieve gezinsondersteuning

Emily Dumarey: “Afgestudeerden vertellen ons dat deze ervaring een spoor in hun leven trok.”

© ID / Femke den Hollander

Naast Oostende, zijn jullie ook actief in verschillende andere gemeenten. Hoe loopt dat?

“Het zou jammer zijn om deze ervaringen op te sluiten in Oostende. Dus rolden we onze methodiek uit over heel Vlaanderen. We zijn fier dat er intussen in 35 gemeentes Katrolwerkingen zijn.”

‘We zijn fier dat er intussen in 35 gemeentes Katrolwerkingen zijn.’

“Het is onze verantwoordelijkheid ten aanzien van gezinnen en studenten om de kwaliteit van die werkingen hoog te houden. Het risico bestaat dat onze expertise gereduceerd wordt tot een interessant idee dat op elke plaats helemaal anders uitgewerkt wordt. Gezinnen en studenten mogen niet de speelbal worden van lokale voorkeuren.”

“We hebben veel ervaring en willen kennis over wat werkt in elk initiatief overeind houden. Vandaar dat we heldere afspraken maken met gemeenten die met ons in zee willen gaan. Begeleiding door ons expertisecentrum is daarbij een must. Niet vanuit een arrogante overtuiging dat wij dit alleen kunnen, wel vanuit de bekommernis dat we kwaliteit moeten realiseren voor alle betrokkenen.”

Dit initiatief is voor veel partijen een win-win. Kunnen jullie rekenen op overheidssteun?

“Vlaanderen subsidieert amper één ankerfiguur. Met enkel die middelen, zijn we morgen dood. Inhoudelijk is de keuze om op de brug te zitten tussen onderwijs en welzijn heel sterk. Maar financieel ben je de speelbal van ministeries en departementen die naar elkaar kijken.”

‘Vlaanderen subsidieert amper één ankerfiguur. Met enkel die middelen, zijn we morgen dood.’

“Tijdelijke samenwerkingscontracten met lokale overheden en gulle fondsen moeten een groot gat vullen. Het is lastig om bekwaam personeel aan boord te houden, te innoveren en vooruit te kijken op lange termijn.”

De overheid pakt graag uit met het belang van preventie. Maar niet als het over centen gaat?

 

“Ik lees in Vlaamse beleidsnota’s enthousiasme rond het ‘vroeg en nabij’ werken met jonge gezinnen en het belang van preventieve gezinsondersteuning. Al zit De Katrol in het hart van die beleidskeuzes, toch zitten we financieel permanent in overleefmodus.”

“Om de jeugdhulp of zorg voor personen met een handicap weer op orde te krijgen wordt een groot deel van de gemeenschapsmiddelen geïnvesteerd in crisissen en wachtlijsten. Dat is absoluut noodzakelijk, maar duwt waardevol preventief werk nog verder weg.”

“Het water staat niet alleen De Katrol aan de lippen. Vandaar dat we met verschillende partners die in Vlaanderen actief zijn rond preventieve gezinsondersteuning de krachten bundelen in een Preventie Collectief. We hopen op die manier ook de Vlaamse overheid te overtuigen van onze meerwaarde. Als we te weinig aandacht krijgen, treden we zelf uit de schaduw.”

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.