Achtergrond

Straathoekwerker Camille werkt met zwangere meisjes die verslaafd zijn: ‘Als jonge mama is het ook voor mij soms lastig’

Peter Goris

Op Gentse straten, pleinen en in kraakpanden ontmoet straathoekwerker Camille Friant (35) jonge vrouwen met een verslaving. Het is een groep waar politici hard op willen ingrijpen. Camille werpt een genuanceerder licht op dit probleem.

Camille Friant

© ID / Josefien Tondeleir

Jeugdstraathoekwerker

Camille Friant (35) haar hart ligt bij kwetsbare jongeren. Na enkele jaren bij Gentse speelpleinwerkingen, koos ze vier jaar geleden voor het pad van straathoekwerker. Of beter: jeugdstraathoekwerker. Haar werkterrein ligt aan de Blaarmeersen, in en uit de schaduw van tien sociale huisvestingsblokken aan de Watersportbaan.

‘Via ontmoeting probeer ik geduldig een band op te bouwen.’

Klein maar dapper kiest ze vandaag voor jonge mensen die in precaire omstandigheden overleven. Ze doet dat niet alleen: Camille gaat nooit op pad zonder haar hond Billie. Voor wie geen zin heeft om over zijn of haar ellende te praten, brengt hij het gesprek vaak toch op gang.

“Ik kom de jongeren tegen op straten, pleinen, de wasserij of het buurthuis”, vertelt ze. “Via ontmoeting probeer ik geduldig een band op te bouwen. Ze hebben vaak al een heel traject achter de rug, hebben geen vertrouwen meer in hulpverlening of lopen verloren in voorwaarden en regels.”

“Al wil hulpverlening er voor iedereen zijn, toch werpt ze drempels op die voor deze jonge mensen te hoog zijn. Daarom bekijk ik samen met hen waar ik betekenisvol kan zijn, zonder strakke voorwaarden of hooggegrepen verwachtingen. Wat dat betreft verschilt straathoekwerk grondig van andere hulpverlening.”

Is straathoekwerk een moeilijke job?

“Op het eerste zicht misschien niet: als iemand helemaal alleen een verjaardag moet vieren, dan ben ik daar met taart en koekjes. Als een meisje dat op straat leeft een chirurgische ingreep moet krijgen maar niet in het ziekenhuis geraakt, dan breng ik haar en blijf ik bij haar tot ze ontwaakt. Een jongere die geen enkel netwerk heeft, leid ik toe naar vrijwilligerswerk.”

“Dat klinkt allemaal klein en eenvoudig, maar voor deze mensen maakt het een wereld van verschil. Want wat als ik dat meisje niet naar het ziekenhuis breng? We laten veel mensen die nog een toekomst voor zich hebben in de steek.”

Ervaar je dat als verrijkend of confronterend?

“Beide. Ik ben een bezoeker in de leefwereld van andere mensen. Als zondagskind had ik fantastische ouders, allebei sociaal werkers die me alle groeikansen gaven.”

‘Wil je voor deze mensen betekenisvol zijn, dan blijf je best ver weg van veroordelingen. Dat is niet iedereen gegeven.’

“Dat is helaas niet de wereld van mijn cliënten. Ze dragen een andere geschiedenis met zich mee, zitten vast in hun trauma’s. Om te overleven maken ze vaak keuzes die de wenkbrauwen doen fronsen. Ze hebben andere gewoontes, andere waarden. Wil je voor deze mensen betekenisvol zijn, dan blijf je best ver weg van veroordelingen. Dat is niet iedereen gegeven.”

Als jeugdstraathoekwerker ben je aanwezig in de leefwereld van een diverse groep van kwetsbare mensen. Zo ontmoet je ook een zeer precaire groep jonge vrouwen die nu volop in de schijnwerpers van beleidsmakers staan: ze zijn zwanger en verslaafd, waardoor ze de gezondheid van hun ongeboren baby in gevaar brengen.

“Ik heb inderdaad al enkele begeleidingen van zulke jonge vrouwen achter de rug. Ongetwijfeld heeft dat ook te maken met het feit dat ik zelf vrouw en jonge mama ben. Vaak is het makkelijker om problemen te bespreken met iemand die de ervaring van zwangerschap deelt.”

“En vergis je niet: deze groep van vrouwen is niet klein. Ik schat in dat hier in Gent al mijn collega-straathoekwerkers zulke vrouwen kennen en begeleiden.”

Gent

Camille gaat nooit op pad zonder hond Billie.

© ID / Josefien Tondeleir

Hoe komen die vrouwen bij jou terecht?

“Meestal hebben ze al een eerste zwangerschapstraject achter zich. Ze vermoeden dat ze zwanger zijn en kloppen bij de arts aan voor onderzoek. Soms vertellen ze dat ze worstelen met een verslavingsproblematiek, soms houden ze dat verborgen.”

“Gelukkig hebben gezondheidswerkers scherpe voelsprieten voor vrouwen die in precaire omstandigheden leven. Ze schakelen meteen perinatale netwerken in en activeren sociale diensten. Een zwangere vrouw krijgt dan bijvoorbeeld het advies om zich verder te laten begeleiden door een Centrum voor Integrale Gezinszorg of zich te laten opnemen in de verslavingszorg.”

Maar sommigen houden de boot af?

“Verschillende vrouwen hebben slechte ervaringen achter de rug binnen de jeugdhulp of de psychiatrie. Die deur van instellingen, regels, en de betutteling die ze daar ervaren, willen ze niet opnieuw open doen.”

‘Het is een goede zaak dat verontrusting en bezorgdheid leiden tot actie.’

“Het is een goede zaak dat verontrusting en bezorgdheid leiden tot actie. We nemen met de beste intenties beslissingen in hun plaats, maar bij deze jonge mensen heeft dat soms averechtse effecten.”

Elke situatie is anders en vraagt een eigen aanpak?

“Ik zie vrouwen in hun zwangerschap stoppen met middelengebruik. Anderen gaan door. Zo begeleid ik al enkele jaren een cliënte met twee kindjes. Tijdens beide zwangerschappen bleef ze gebruiken. Bij de geboorte vertoonden beide baby’s afkickverschijnselen. Vlak na de eerste geboorte heeft de mama zich samen met haar baby laten opnemen in de verslavingszorg. Maar na één dag is ze er vertrokken. Ze was er nog niet klaar voor.”

“Vandaag is diezelfde mama clean. Haar twee kinderen verblijven in een pleeggezin en ze probeert met vallen en opstaan het contact opnieuw op te bouwen.”

In het beleidsvoorstel dat nu op tafel ligt zou die vrouw de verslavingszorg niet meer kunnen verlaten. Is dat een goede zaak?

“Wie denkt dat verplicht afkicken werkt, onderschat de complexiteit van verslaving. Het lijkt alsof deze vrouwen zelf kiezen om daar in of uit te stappen. De eenvoudige redenering is dan: voor wie zwanger is en hulp weigert, zal dwang soelaas brengen.”

“Maar als je thuis bent in de verslavingszorg, dan weet je dat verplicht afkicken vooral verloren tijd en moeite zal zijn. De meeste vrouwen hebben geen dagbesteding, zijn dakloos, voelen zich nutteloos en dragen een bijzonder zware rugzak met zich mee, vaak van zware en onbehandelde trauma’s. Dat is de context van het grijpen naar verslavende en verdovende middelen. Dat verloopt via ups en downs. Verslaving heeft geen aan-/uitknop en helaas is er veel herval.”

Geef je de moeder geen kans om verslavende middelen te nemen, dan bescherm je wel het ongeboren kind?

“Ik geef toe dat het ook voor mij als jonge mama soms lastig is. Je kan dan wel zeggen: ik wil er onvoorwaardelijk zijn voor de moeder, maar inderdaad: er is ook die harde realiteit van een pasgeboren baby met afkickverschijnselen.”

‘De toekomst van moeder en kind mogen niet bepaald worden door individuele emoties.’

“Natuurlijk breekt dan ook mijn moederhart. Maar de toekomst van moeder en kind mogen niet bepaald worden door individuele emoties. Door zo’n radicale keuze voor de bescherming van het ongeboren kind, kan je de moeder verliezen. Je berooft haar niet alleen van haar vrijheid, maar geeft al tijdens de zwangerschap te kennen dat haar baby meteen na de geboorte bij haar zal weggenomen worden. Het kan dat ze dan van de radar verdwijnt, ook dat heeft een enorme impact.”

verslaving

Camille: “Wie denkt dat verplicht afkicken werkt, onderschat de complexiteit van een verslavingsprobleem.”

© ID / Josefien Tondeleir

Auteur Heleen Debruyne stelt principieel: het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw moet onvoorwaardelijk overeind blijven. Als er dan jaarlijks helaas enkele baby’s geboren worden met afkickverschijnselen, moeten we dat aanvaarden.

“Als terreinwerker vind ik het moeilijk om principiële standpunten in te nemen. Dat staat haaks op een praktijk die complex, genuanceerd en onvoorspelbaar is. Deze vrouwen zijn niet geholpen met een polariserende strijd tussen het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw en het recht op bescherming van het ongeboren kind.”

“Ik maak me vooral zorgen over een andere vraag: stel dat politici morgen dit beleidsvoorstel goedkeuren, hoe ga je dat dan zorgzaam implementeren op het terrein? Voor die vraag is er amper aandacht.”

Zie jij dan veel problemen en hindernissen opduiken?

“De eerste weken en maanden van de zwangerschap zijn cruciaal voor de ontwikkeling van de baby. Toch kunnen we in die periode niet ingrijpen, want niemand is al op de hoogte.”

“En ook al weet ik als hulpverlener dat een cliënte zwanger is, dan nog weet ik niet altijd zeker of ze ook verslaafd is. Ik kan me een situatie herinneren waarin het lang duurde vooraleer ik als startend straathoekwerker door had dat een zwangere cliënte verslaafd was aan aanstekergas. Ze verborg haar gezicht altijd achter een sjaal. En hoe bedreigend is aanstekergas voor de gezondheid van de moeder en haar baby? Bij hulpverleners leeft er nog steeds veel onwetendheid over de impact van verslavende middelen.”

‘Ook bij hulpverleners leeft er nog steeds veel onwetendheid over de impact van verslavende middelen.’

“Viseren we enkel wie verslaafd is aan harddrugs zoals cocaÏne en heroïne? En wat doen we dan met marihuana of alcohol? Niets, omdat ze minder schadelijk zouden zijn voor de baby? Allemaal uiterst relevant vragen waarop er geen trefzekere antwoorden zijn.”

Toch wordt gerekend op sociale professionals zoals jij om die vrouwen op de radar van justitie te zetten?

“Vertrouwen is de basis van onze job. Vandaar het beroepsgeheim: ik mag de vertrouwelijke informatie die mensen me vertellen binnen de context van onze hulpverleningsrelatie niet zomaar delen met anderen.”

“Sommige cliënten vertellen me in alle openheid dat ze niet willen geholpen worden doorheen hun verslaving. Anderen doen pogingen, maar hervallen. Wie gaat op basis van welke criteria bepalen dat iemand niet geholpen wil worden?”

“Ervan uitgaan dat we aan justitie kenbaar zullen maken dat een vrouw zwanger is en verslavingshulp weigert, is om veel redenen niet evident. Ook huisartsen en gynaecologen zullen dat niet meteen doen.”

‘Wie gaat op basis van welke criteria bepalen dat iemand niet geholpen wil worden?’

“Beleidsvoerders moeten eerst werk maken van een verslavingszorg die voldoende inzetbaar is. Overal zijn er wachtlijsten. Dit debat gaat niet alleen over vrouwen die hulp weigeren, maar ook over ontoereikende zorg en te strakke toegangscriteria. Vooraleer je dwang en ondertoezichtstelling overweegt, moet je eerst dat probleem oplossen.”

Je zei al dat elke situatie anders is. Is zo’n gedwongen ontwenning voor sommige vrouwen dan wel zinvol?

“Dat valt niet uit te sluiten. Ik denk aan de cliënte die momenteel opnieuw langzaam contact opbouwt met haar twee kleine kinderen die in de pleegzorg verblijven. Ze zegt zelf dat ze het bijzonder jammer vindt dat haar kinderen er niet op het juiste moment gekomen zijn. De verslaving had haar leven en moederschap overgenomen. Het zou best kunnen dat ze vindt dat ze beter af was geweest met een gedwongen opname tijdens haar zwangerschap.”

“Daarnaast staat een andere vrouw die ik begeleid. Ze was een zware gebruiker. Maar sinds ze weet dat ze zwanger is, heeft ze dat gebruik verminderd. Ze heeft daarvoor met veel vrienden en vriendinnen moeten breken waardoor ze nu helemaal alleen staat. Bij zo’n straffe keuze staan we veel te weinig stil.”

“Mocht deze vrouw voelen dat ik de druk opvoer, dan zou ze wellicht van mijn radar verdwijnen. Niet alleen ziet ze zelf geen oplossing in gedwongen ontwenning, maar vooral zou ze afhaken op het feit dat haar baby afgenomen kan worden. Zoals ik eerder zei: vanuit die angst verdwijnen veel vrouwen, die al in bijzonder precaire omstandigheden leven, helemaal van de radar.”

Wat kan voor deze vrouw dan wel helpen?

“Ik probeer zo veel mogelijk ondersteunende netwerken rond haar te mobiliseren. Ik ben de go-between. Het vertrouwen dat ze in mij heeft, helpt om verbinding te maken met de mensen die ik haar voorstel: een gezin dat zich over haar wil ontfermen, een vroedman, een kinesist, een maatschappelijk werker van het OCMW…”

“Op momenten dat het goed gaat, complimenteer ik haar. Als ze gebruikt heeft, dan voelt ze zich enorm schuldig tegenover haar baby. Vertelt ze me dat, dan ga ik haar niet veroordelen als een onverantwoorde moeder. Die strijd moet ze al genoeg voeren met zichzelf en haar omgeving. Mijn enige rode lijn in deze begeleiding: in mijn bijzijn gebruik je niet.”

zwangerschap

Camille: “Dit debat gaat niet alleen over vrouwen die hulp weigeren, maar ook over ontoereikende zorg. Vooraleer je dwang en ondertoezichtstelling overweegt, moet je eerst dat probleem oplossen.”

© ID / Josefien Tondeleir

Spreek je cliënten dan nooit aan op hun gebruik?

“Het klopt niet dat straathoekwerkers geen grenzen durven of willen stellen, uit angst om hun vertrouwensrelatie op te blazen. Het klopt wel dat een evenwicht vinden tussen begripvol luisteren en bezorgd confronteren, een moeilijke en wankele oefening is.”

“Soms confronteer ik en hou ik een spiegel voor. Ik geef aan dat ik het niet eens ben met sommige gedragskeuzes, ook al begrijp ik ze. Je bezorgdheid tonen, kan ook zonder dat vermanend vingertje. Ik zal nooit iemand als persoon veroordelen of stellen: als je nu niet stopt met gebruik, dan verbreek ik onze hulpverleningsrelatie. Dat zou haaks staan op de kern van mijn job.”

Hoe blijf je in zulke complexe situaties zelf overeind?

“Bij de begeleiding van deze vrouwen, ervaar ik veel verantwoordelijkheid. Ik gun deze meisjes een beter leven. Ik hoop dat de zwangerschap een start kan zijn van meer geluk. Soms lukt dat ook en geeft het me veel zuurstof om daaraan een bijdrage te kunnen leveren.”

‘Je bezorgdheid tonen, kan ook zonder dat vermanend vingertje.’

Het is logisch dat er soms twijfel opduikt in dit werk. Soms zit je met een knoop en hou je een beslissing even in beraad. Dan kan ook teamoverleg cruciaal zijn: je collega’s kunnen je weer vooruit helpen door nieuwe perspectieven te bieden.”

“Ik voel me verder groeien in deze job. Vroeger dacht ik dat na een begeleidingsgesprek mijn moment gepasseerd was. Nu kan ik met een cliënt terugkomen op dat moment en zeggen dat ik het toch anders zie of nieuwe woorden gevonden heb om me beter uit te drukken. Als er vertrouwen is, dan krijgen ook hulpverleners steeds nieuwe kansen.”

Reacties [7]

  • rené gerritsma

    Zonder deze vasthoudende held(in)en komt er sowieso niets van enige beleidsontwikkeling.
    Daarbij is het van groot belang de huidige politiek er blijvend op te wijzen dat een samenleving bestaan kan op basis van algemeen welzijn i.p.v. de voortdurend kortzichtig gepropageerde welvaart.
    Het is de keuze tussen de Werkelijke wereld, die van de honger, de lust en het ongeduld, tegenover de Ware wereld, die van de aandacht, het mededogen bij het geduld.

    • Geert Desmet

      Ontroerend mooi en verhelderend hoe je het formuleert

  • Margot De Clerck

    Misschien kunnen we nieuwe principes zoeken? We zouden kunnen weigeren mee te gaan in het debat over hoe we best mensen kunnen helpen/verzorgen/begeleiden, en in plaats daarvan praten over hoe we onze zorginstanties best organiseren. Uit het eerste spreekt meteen een machtsverhouding die straathoekwerkers net willen tegengaan: we hebben de waarheid niet in pacht. Het tweede is een meer concrete vraag, waarbij we volgens mij niet zo snel geneigd zijn de belangen van de moeder tegenover die van het kind te plaatsen. De meeste sociaal werkers geven het zelf aan: laten we het hebben over de wachtlijsten, de toegangscriteria enz. Misschien kunnen we daar dus een nieuw principe van maken, want die hebben we nodig om overeind te blijven.

  • kris stas

    Camille, wat een sterke getuigenis! Als beleidsmakers toch eens zouden willen luisteren naar de deskundigheid van het terrein vooraleer ze met veroordelende voorstellen komen die onderbouwing missen. Op zich is het debat niet erg, maar luisteren we echt naar wat de ander in te brengen heeft? Uit verschil wordt vernieuwing geboren, dus sociaal.net laat het maar schuren, dat doet ons nadenken!

  • Ann Driessen

    Ik ben echt blij dat er mensen als Camille zijn die moeilijk bereikbare mensen met een zware rugzak toch met veel inzet en moeite proberen te helpen……

  • Christine D'aes

    Het standpunt van Heleen Debruyn las ik vooral als een verontwaardigd antwoord op de brute en blinde machtsgreep die sommige beleidsmakers zoals Conner Rousseau overwegen op het leven van deze vrouwen en kinderen. Maar inderdaad, de warme en genuanceerde stem uit een moedige en respectvolle praktijk is essentieel en van onschatbare waarde. Dankuwel daarvoor!

  • Katrien Ruytjens

    Wat ben ik blij met dit verhaal. Ik ben als zorgethicus en geschoold intervisor blij met de nuance en realiteitszin. Elke ethische kwestie vraagt om beide kanten (elke waarde, in dit geval autonomie en beschermwaardigheid) overeind te houden. Ik was ook erg teleurgesteld in Sociaal.net dat er zoveel airplay eenzijdig gaat naat Heleen Debruyn. Vanuit mijn ervaringen met teams in de hulpverlening raken existentiële en vragen hen heel erg. Principiële standpunten doen onrecht aan hun doorleefde ervaring. Prachtig hoe deze straathoekwerker dit kan verwoorden. Ik wens alle hulpverleners een waardevrije plaats toe, in intervisie, waar elke waarde mag blijven klinken, waar we voorbij kunnen gaan aan simplificaties vanuit een principiële benadering. Elke zorgverlener heeft recht om in de machteloosheid, de ethische ambivalentie en de existentiële geraaktheid overeind te blijven. Dat vraagt nauwgezet luisteren en presentie; geen ideologische strijd van het gelijk.

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.