Achtergrond

‘Sociaal werkers moeten hun stem in het klimaatdebat claimen’

Caro Bridts, Saskia De Bruyn, Birgit Goris, Saskia Jacobs

Over de aanpak van klimaatverandering lopen meningen uiteen. Maar dat actie nodig is, weten we allemaal. Alleen wordt vandaag te weinig geluisterd naar mensen met een armoede-ervaring bij het uitdenken van het klimaatbeleid. Dat moet dringend anders. En sociaal werkers hebben daarin een unieke rol te spelen. Onderzoek van UCLL expertisecentrum Inclusive Society toont ons hoe.

© Unsplash / Markus Spiske

Onderzoek

Hoe kan de kennis van mensen met armoede-ervaring wegen op lokaal klimaatbeleid? En welke rol kunnen sociaal werkers hierin spelen? Dat onderzochten wij met een team onderzoekers met en zonder ervaringskennis.

‘Mensen in armoede maken zich zorgen over het klimaat.’

We voerden diepte-interviews met mensen in armoedesituaties, sociaal werkers en beleidsmedewerkers die actief zijn op het kruispunt van klimaat, inclusie en rechtvaardigheid in heel Vlaanderen.

Uit eerder onderzoek weten we dat mensen in armoedesituaties zich zorgen maken over klimaatverandering, maar weinig mogelijkheden hebben om actie te ondernemen. We onderzochten dus niet of ze zich klimaat aantrekken, maar hoe hun ervaringen kunnen bijdragen aan eerlijkere oplossingen. Zo kregen we zicht op wat nodig is om kennis van ervaringsdeskundigen en sociaal werkers te benutten als hefboom voor rechtvaardig klimaatbeleid.

Actie is nodig

Over de aanpak van klimaatverandering lopen meningen uiteen, maar over het feit dat actie nodig is, bestaat consensus onder de mensen die we bevraagden. Zoals een respondent met armoede-ervaring zei: “We zien dat het klimaat aan het veranderen is. Laten we nu ook kijken wat we daaraan kunnen doen.”

‘Het is alsof men in de Middeleeuwen iedereen zou opgeroepen hebben om zijn eigen riolering uit te graven om de pest te bestrijden.’

Het huidige klimaatbeleid is natuurlijk een vorm van actie. Maar onze respondenten vinden dat dit beleid te veel focust op individuele inspanningen van de burgers. Het is alsof men in de Middeleeuwen iedereen zou opgeroepen hebben om zijn eigen riolering uit te graven om de pest te bestrijden. Absurd, toch? Waarom vinden we het dan normaal bij de energietransitie? Klimaatbeleid moet inzetten op structurele en collectieve oplossingen.

Een ander probleem met die individuele oplossingen is dat ze vaak vertrekken vanuit de mogelijkheden van midden- en hogere klassen. Ze stimuleren gedragsverandering, maar veranderen niets fundamenteels aan beleid of ongelijkheid.Jhagroe, S. (2024), Op weg naar een ecorechtvaardige samenleving, Mazirel Pers.Een sociaal werker verwoorde het treffend: “Als het over over zonnepanelen of premies gaat, leeft het gevoel: daar zit toch niets in voor mij. Mensen in armoede komen daar nooit voor in aanmerking.”

Iedereen mee?

In die zin is het interessant om te kijken naar de betekenis van woorden die gebruikt worden in het klimaatdebat. In een samenleving met grote ongelijkheid is het cruciaal om te begrijpen welke visies achter slogans schuilgaan. “Iedereen mee”, horen we bijvoorbeeld vaak. Dat klinkt inclusief, maar als we bij de respondenten verder ingaan op de onderliggende betekenis, ontkent de slogan verschillen in startposities, verantwoordelijkheid en effecten van maatregelen. Het focust te sterk op het aanzetten tot individuele gedragsverandering; alsof iedereen dezelfde kansen heeft om woning, mobiliteit, energie of voeding te verduurzamen.

En tegelijk worden mensen in armoedesituaties het eerst en vaak het hardst getroffen door klimaatverandering. “Wij zijn de eerste slachtoffers”, stelde een respondent. “Ik woon in de blokken. Tijdens een hittegolf vind je hier niet meteen verkoeling. De hitte blijft in de stad hangen.”

Herverdeling van macht, middelen en kansen

Technologische innovatie en mensen aanspreken op hun individuele verantwoordelijkheid volstaan niet. Er is nood aan herverdeling van macht, middelen en kansen. Alleen zo wordt klimaatbeleid ecologisch én sociaal rechtvaardig.

Gelukkig beseffen veel mensen die met klimaat bezig zijn dat een andere aanpak nodig is van individueel naar collectief, of een combinatie van beide. Maar hoe die aanpak eruitziet, blijft onderwerp van discussie. Technische profielen domineren de debatten en praktijkprojecten. Begrippen als EPC-labels, CO₂-uitstoot en isolatie klinken intussen vertrouwd, maar de vraag hoe de klimaattransitie sociaal rechtvaardig kan zijn, blijft onderbelicht.

‘Technische profielen domineren de debatten en praktijkprojecten.’

Alle respondenten benadrukten dat naast technische expertise ook een sociale blik nodig is, om te voorkomen dat maatregelen ongelijkheid versterken. “De politiek moet beseffen dat ze vaak premies geven waar mensen in armoede niet van kunnen profiteren, omdat ze huren bijvoorbeeld”, stelde een sociaal werker.

Neem de maatregelen die gas ontmoedigen ten voordele van elektriciteit. Ecologisch verdedigbaar, maar problematisch voor wie een nieuw elektrisch verwarmingssysteem niet kan betalen of afhankelijk is van een verhuurder. Collectieve maatregelen – zoals warmtenetten met bewonersparticipatie of zonnepanelen op publieke gebouwen met prijsdifferentiatie – bestaan, maar blijven marginaal. Ook burgercoöperaties zoals ECoOB tonen potentieel, maar zijn uitzonderingen.

Technologische oplossingen worden niet verbonden met de kennis van mensen in armoedesituaties. Ze worden niet betrokken bij probleemanalyse of strategieontwikkeling, maar wel aangespoord om maatregelen te volgen. Daardoor wordt rechtvaardigheid onmogelijk.

Onmacht

Ons onderzoek toont dat sociaal werkers en mensen met ervaringskennis vaak ontbreken in besluitvorming rond lokale transitieprocessen. Consultaties met mensen in armoedesituaties gebeuren pas nadat beleidslijnen vastliggen. Hun inbreng is corrigerend, niet bepalend. Zo hoopt men hen alsnog mee te nemen, maar niet vanaf het begin.

Zij hebben daardoor het gevoel er niet toe te doen. Een buurtbewoonster stelt het als volgt: “Onze Samentuin wordt opgeheven, een plek die voor heel veel mensen in de wijk belangrijk is. Als hier nu een bedreigde diersoort gevonden zou worden, zou de tuin beschermd en behouden blijven. Wij zijn nog minder waard als mens dan dat.”

Ook sociaal werkers haken af. Hun onmacht weerspiegelt die van mensen in armoedesituaties. Ze voelen zich onzeker en onwetend in het complexe klimaatdebat: Tijdens een gesprek over klimaat durfde ik mijn mond niet open te doen, omdat ik technisch helemaal niet onderlegd ben. Ik vind dat echt een handicap. Je kunt je zo moeilijk mengen in zulke gesprekken, want je wordt meteen onder tafel gepraat. Of zij echt gelijk hebben, dat weet ik niet. Ik denk vaak van niet.”

Sociaal werkers zien hun impact ook niet. Soms zijn ze het signaleren moe: “Hoeveel keer kan je blijven signaleren dat de huisvesting niet oké is of dat de uitkeringen te laag zijn? Met het klimaat is dat niet anders.”

Omdenken

Als we verandering willen die ecologisch én sociaal rechtvaardig is, moeten we omdenken. We hebben elkaars kennis nodig. Sociale, ervarings-, beleids-, technische en wetenschappelijke kennis belichten elk een deel van het ‘wicked problem’ dat klimaatverandering is.Korsten, A. (2019), ‘Omgaan met ‘wicked problems’’, Beleidsonderzoek Online, Boom.

Er is bovendien dringend nood aan democratisch debat.Dzur, A. (2018), Democracy Inside: Participatory Innovation in Unlikely Places, Oxford University Press.Dat debat op gang brengen met alle kennis aan tafel is de kernexpertise van sociaal werk. We moeten gesprekken voeren waarin we het grondig oneens zijn over oorzaken en aanpak.

Dat betekent samenwerken met technische experts, ervaringsdeskundigen en beleidsmakers. Een concreet voorbeeld daarvan zijn De Experten, waar SAAMO de kennis van mensen in armoedesituaties bundelt en van daaruit in gesprek gaat met verschillende actoren binnen het energiethema. Ook sociaal werkers moeten uit dus uit hun bubbel treden. “Sociaal werk blijft teveel bij gesprekken onder gelijkgezinden”, verwoordde een  sociaal werker het. “Het zijn allemaal dezelfde soort mensen.”

Beleid is zoekend

Beleidsmakers stellen zulke gesprekken vaak uit omdat het thema te complex is.  Ze zijn zelf nog heel hard zoekende. “Voor onszelf is het ook een complex verhaal. Er zijn nog zoveel openstaande vragen”, vertelde een van de beleidsmakers die we spraken voor ons onderzoek.

Daarnaast hoorden we ook voortdurend de vrees voor klassieke participatievallen zoals participatiemoeheid en selectieve deelname opduiken bij beleidsmakers: “Ik zie de personen in kwestie die in armoede leven of die in een sociaal zwakkere positie zitten, niet naar dat soort overlegmomenten komen.” En ook het vooroordeel dat mensen in armoedesituaties zich geen zorgen maken om het klimaat blijft hardnekkig bestaan.

In een complexe kwestie als klimaat, waarbij niemand dé oplossing heeft maar iedereen geraakt wordt, moeten we ruimte maken voor stemmen die als ‘onwetend’ gelden. Rancière leerde ons dat dit geen tekort is, maar een kracht: het doorbreekt de dominante logica van expertise en opent ruimte voor democratische dialoog. Rancière, J. (1987), La maîtrise ignorante: Cinq leçons sur l’émancipation intellectuelle, Stanford University Press.We kunnen versnellen door eerst te vertragen.

‘Het is onze job’

Als we echt ‘iedereen mee’ willen, moeten het sociaal werk en ervaringskennis structureel erkend, ondersteund en betrokken worden in het klimaatdebat. Dat het sociaal werk het stokje wil opnemen, zien we aan hoopvolle initiatieven. Denk aan de inspiratietekst van SAM vzw over eco-sociaal werk, SAAMO met klimaat in hun meerjarenplanning en Sterk Sociaal Werk dat rechtvaardige duurzaamheid als uitdaging opneemt.

Er zijn ook veel sociaalwerkpraktijken die met klimaat bezig zijn, vaak zonder het zo te benoemen: hergebruik van materialen, lokale voedselketens, groene ruimte, renovatie en energieverbruik. Klimaat en onrechtvaardigheid staan dus al op de radar van sociaal werk.

‘Sociaal werk heeft het potentieel om meer te zijn.’

Sociaal werkers moeten hun stem in het klimaatdebat claimen vanuit hun expertise. Sociaal werk heeft het potentieel om meer te zijn: een democratische kracht die structurele ongelijkheid aankaart. We moeten verder gaan dan sociale correcties doorvoeren binnen een ongelijk systeem.

Zoals een sociaal werker het omschrijft: “Ik denk dat dat onze job is, mensen meekrijgen in het idee van sociale rechtvaardigheid.” Dat betekent bijdragen aan een bredere vertegenwoordiging van kennis, zodat oplossingen beter aansluiten bij noden en leefwereld van kwetsbare groepen.

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.