Expertisecentrum rond seksualiteit
Aditi vzw is een expertisecentrum rond seksualiteit, intimiteit en relaties voor mensen met een ondersteuningsnood: personen met een beperking, mensen met een psychische zorgnood en kwetsbare ouderen.
Jaarlijks voert de organisatie honderden consultgesprekken, begeleidt ze zorgteams, geeft ze vormingen aan zorgprofessionals en ondersteunt ze organisaties bij het uitwerken van een beleid rond seksuele gezondheid.
Volgens coördinatrice Miek Scheepers begint alles met de eenvoudige vaststelling: ook wie afhankelijk wordt van zorg, blijft een mens met verlangens, gevoelens en behoeften. Dat besef lijkt vandaag vanzelfsprekend, maar dat was het lang niet.
Onderdrukt met medicatie
Miek werkte zelf 27 jaar in een voorziening voor mensen met een beperking. Ze leidde er een werkgroep rond seksualiteit en grensoverschrijdend gedrag. Daar zag ze hoe seksuele noden vaak genegeerd of zelfs onderdrukt werden.
‘Vroeger werden mensen met een beperking vaak als aseksueel beschouwd.’
“Toen ik in de jaren 80 begon, werden mensen met een beperking vaak als aseksueel beschouwd”, vertelt ze. “Of men dacht dat het beter was om hun seksuele gevoelens niet aan te moedigen. In sommige instellingen werden seksuele behoeften zelfs letterlijk onderdrukt, bijvoorbeeld via medicatie.”
Geen aangepast aanbod
Tegelijk kwamen er steeds meer vragen van cliënten. Mensen wilden wel relaties en intimiteit aangaan, zichzelf ontdekken of hun seksualiteit beleven, maar botsten op praktische en maatschappelijke drempels. “Wanneer iemand nood had aan een concrete manier om zijn seksualiteit te beleven, liepen we tegen een muur. Er was – buiten het reguliere sekswerk – geen aangepast aanbod en er rustte een groot taboe op seksualiteit binnen de zorg.”
Die vaststelling leidde in 2009 tot de oprichting van Aditi vzw. Samen met een collega-orthopedagoge wilde Miek een organisatie uitbouwen die niet alleen sprak over seksuele rechten, maar ook antwoorden bood op vragen.
Vandaag telt Aditi een team van negen psychologen, orthopedagogen en seksuologen. Daarnaast werkt de organisatie samen met ongeveer 100 seksuele dienstverleners.

Miek: “Gehoord worden, erkenning krijgen voor je noden: dat heeft op zich al een enorme waarde.”
© ID / Michiel Cremers
Gesprek is soms voldoende
De organisatie wil seksuele gezondheid bespreekbaar maken in de maatschappij en de seksuele rechten van kwetsbare mensen verdedigen. “Onze belangrijkste opdracht is praten over seksuele gezondheid en het maatschappelijke debat aangaan”, vertelt Miek.
“Dat klinkt eenvoudig, maar achter seksualiteit zitten heel wat emoties, overtuigingen, culturele invloeden en ervaringen. Daarom moeten we blijven investeren in de bespreekbaarheid ervan, zeker bij mensen die afhankelijk zijn van zorg.” Dat doet ze op verschillende manieren.
Enerzijds voert Aditi jaarlijks tussen de 500 en 600 consultgesprekken met cliënten. “We hebben het met hen over anticonceptie, relaties, intimiteit, seksuele voorlichting of vragen rond grensoverschrijdend gedrag”, zegt Miek. “Een consult kan bijvoorbeeld gaan over een koppel dat allebei in een rolstoel zit en manieren zoekt om seks te beleven. Of over de vraag om bij een partner op palliatieve zorg te mogen overnachten.”
‘Veel mensen zijn opgelucht wanneer ze merken dat hun gevoelens niet vreemd of ongepast zijn.’
Soms blijkt een gesprek al voldoende. “Mensen zijn vaak vooral blij dat ze hun verhaal kunnen vertellen. Niet elk probleem vraagt een oplossing. Gehoord worden, erkenning krijgen voor je noden: dat heeft op zich al een enorme waarde.” Dat geldt zeker voor ouderen, een generatie die opgroeide in een tijd waarin seksualiteit veel minder bespreekbaar was. “Veel mensen zijn opgelucht wanneer ze merken dat hun gevoelens niet vreemd of ongepast zijn.”
Een centraal uitgangspunt van Aditi is dat seksualiteit een mensenrecht is. En daarbij horen ook andere fundamentele rechten, zoals privacy en autonomie. Net daar loopt het volgens Miek vaak mis. “Mensen moeten in een veilige omgeving hun seksualiteit kunnen bespreken en beleven.”
Seksuele dienstverlening
Ook seksuele dienstverlening is een deel van de werking van Aditi, al is dat niet het grootste. “Het is bedoeld voor mensen die niet zelfstandig tot seksualiteit kunnen komen en die geen gebruik kunnen maken van het reguliere sekswerk.”
Miek benadrukt ook dat het niet gaat om een commerciële dienst, maar om zorgverlening. “De dienstverleners werken als zelfstandigen en wij als organisatie ontvangen geen middelen rechtstreeks uit de dienstverlening. Zo kunnen we de focus leggen op de kwaliteit van de sessies, niet op de kwantiteit.”
‘We bepalen niets over de cliënt zonder de cliënt.’
“Aan elke aanvraag gaat een uitgebreid traject vooraf”, vertelt Miek. Tijdens consultgesprekken wordt nagegaan wat de precieze vraag is, welke beperking er speelt en welke ondersteuning nodig is. “Pas daarna bekijken we of seksuele dienstverlening een gepast antwoord kan zijn.”
Als iemand echt kwetsbaar is en zich moeilijk kan uitdrukken, is het soms nodig om de familie of begeleiding erbij te betrekken. “Dan gebruiken we een methodiek om samen met het netwerk een inschatting te maken van de noden.”
Toch betekent het betrekken van het netwerk niet dat familie automatisch beslissingsrecht krijgt, benadrukt Miek. “We vertrekken altijd vanuit het principe: we bepalen niets over de cliënt zonder de cliënt.”
Mooie trajecten
“Soms volstaat één ontmoeting. Iemand zegt dan: nu heb ik dat ervaren, nu weet ik wat het is.” Andere cliënten bouwen gedurende jaren een vertrouwensrelatie op met dezelfde dienstverlener.
“Dat zijn vaak mooie trajecten. Zo heb ik ouders gekend van een cliënt die gestorven was. Zij hebben eerst de seksuele dienstverlener ingelicht en pas dan de rest van de familie. Dat betekent dat die toch een belangrijke rol heeft gespeeld in iemands leven.”
Seksuele dienstverlening draait niet enkel rond lichamelijke ervaringen. Ook thema’s zoals toestemming, grenzen en communicatie komen aan bod. “Zelfs tijdens de dienstverlening wordt gewerkt rond toestemming”, zegt Miek.
‘Mensen moeten leren hun grenzen te herkennen en te bewaken.’
Dat aspect is volgens haar cruciaal. Mensen met een beperking bevinden zich vaak in een afhankelijke positie. “Daarom is seksuele vorming zo belangrijk. Mensen moeten leren hun grenzen te herkennen en te bewaken.”
Tegelijk zijn er ook situaties waarin seksuele dienstverlening onmogelijk is. “Wanneer iemand zijn grenzen niet kan bewaken, stopt het verhaal. Dat is soms heel pijnlijk, maar veiligheid voor de dienstverlener blijft vooropstaan.”

Miek: “Soms volstaat één ontmoeting. Iemand zegt dan: nu heb ik dat ervaren, nu weet ik wat het is.”
© ID / Michiel Cremers
Netwerk van de doelgroep
Naast begeleiding van de doelgroep, kijkt Aditi ook naar hun netwerk: de begeleiders, de opvoeders, de verplegers … én de familie. “We proberen hen mee te nemen in ons verhaal en kijken welke rol ze kunnen opnemen.”
Aditi organiseert daarom vormingen voor zorgorganisaties: “Zonder beleid reageren mensen vaak vanuit hun buikgevoel. Maar seksualiteit verdient dezelfde professionele benadering als andere aspecten van zorg.”
‘Zonder beleid reageren mensen vaak vanuit hun buikgevoel.’
“Er zijn steeds nieuwe generaties zorgverleners, allemaal met een eigen achtergrond. Toch komt seksualiteit in de opleidingen nauwelijks of zelden aan bod. Terwijl dat zo’n belangrijk onderdeel van ons mens-zijn is.”
Vormingen in de zorgsector
Aditi geeft 150 vormingen per jaar in de zorgsector en een 30-tal gastcolleges aan studenten. “Personeelsleden worden geregeld geconfronteerd met seksualiteit en weten niet altijd goed hoe ze daarmee om moeten gaan, wat ze wel en niet kunnen doen. Logisch, want het is niet altijd duidelijk.”
Daarnaast werken wij doelgericht samen met teams binnen deze organisaties. “We denken met een groep professionals rond een specifieke casus na en geven adviezen aan de organisaties. Zo reiken we handvatten aan om de begeleiding beter op te kunnen volgen.”
Waarom beleid nodig is
Volgens Miek blijft seksualiteit in veel organisaties een thema dat pas opduikt wanneer er problemen ontstaan. Aditi pleit daarom ook voor een verplicht beleid rond seksuele gezondheid in woonzorgcentra en andere voorzieningen. Zo’n beleid gaat niet alleen over seksuele contacten. “Het gaat over privacy, over de vraag of een partner kan blijven slapen of over aandacht voor relaties en intimiteit. Maar ook over preventie van grensoverschrijdend gedrag.”
Om organisaties te ondersteunen om zo’n beleid uit te rollen, ontwikkelde Aditi de opleiding tot referentiepersoon RIS: Relaties, Intimiteit en Seksualiteit. Die zijn een aanspreekpunt binnen hun organisatie. “Dat kan een verpleegkundige, psycholoog, zorgkundige of begeleider zijn”, legt ze uit. “Belangrijk is vooral dat die persoon interesse heeft in het thema en het graag op de agenda wil zetten.”
Duidelijk aanspreekpunt
“Professionals vragen zelf naar zo’n aanspreekpunt”, zegt Miek. “Ze willen iemand bij wie ze terechtkunnen wanneer ze twijfelen. En voor cliënten is het zo duidelijk wie ze kunnen aanspreken wanneer ze zich ergens niet goed bij voelen.”
Ze vergelijkt het met een andere realiteit die veel mensen met een zorgnood ervaren: “Door personeelstekorten worden mensen soms elke keer door iemand anders gewassen. Voor zorgverleners is dat een routinehandeling, maar voor de persoon die gewassen wordt, is dat een intieme ervaring.”
‘Door personeelstekorten worden mensen soms elke keer door iemand anders gewassen.’
De behoefte blijkt groot. Inmiddels zijn al zo’n 130 RIS-personen actief in woonzorgcentra. “Ook binnen de geestelijke gezondheidszorg loopt een pilootproject. En de komende jaren starten we met RIS-personen in voorzieningen voor mensen met een beperking.”

Miek: “Het gaat over de mogelijkheid om verlangens te hebben, keuzes te maken en jezelf te blijven, ook wanneer je afhankelijk wordt van zorg.”
© ID / Michiel Cremers
Wetenschappelijk onderzoek
Tot slot bouwt Aditi expertise op via wetenschappelijk onderzoek. Samen met ervaringsdeskundigen en universiteiten onderzoekt de organisatie vragen en noden uit het werkveld, zodat ze onderbouwde antwoorden in de praktijk kan bieden.
Volgens Miek is de werking van Aditi uniek in Europa. De organisatie werkt tegelijk op maatschappelijk niveau, binnen zorgorganisaties én rechtstreeks met cliënten. Bovendien richtte Aditi in 2015 het European Platform Sexual Assistance (EPSEAS) op, een netwerk van Europese organisaties rond seksuele dienstverlening aan personen met een ondersteuningsnood.
Aditi is door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) erkend als vergunde zorgaanbieder voor rechtstreeks en niet-rechtstreeks toegankelijke hulp. “Daarnaast wordt onze werking ondersteund door de Vlaamse overheid en werkt Aditi nauw samen met Sensoa.”
“Verschillende landen kijken naar het Belgische model, dat uitzonderlijk is omdat Aditi als enige gelijkaardige organisatie in Europa structureel door de overheid wordt ondersteund. Minister van Welzijn, Caroline Gennez, heeft seksuele gezondheid zelfs in haar beleidsdoelstellingen opgenomen.”
Gevecht tegen taboes
Ondanks de vooruitgang van de laatste jaren ziet Miek ook nog veel werk. Het grootste obstakel blijft volgens haar het taboe. “Bij cliënten, familieleden en zelfs professionals.”
Vooral zorgverleners ervaren vaak handelingsverlegenheid. “Ze weten niet goed hoe ze het gesprek moeten openen.” Tegelijk ziet ze nieuwe uitdagingen opduiken. De zorgsector kampt met personeelstekorten. “Woonzorgcentra of voorzieningen moeten meer en meer ongeschoold personeel aanwerven, vaak in de vorm van flexijobbers. Nieuwe medewerkers krijgen vaak weinig opleiding rond seksualiteit en intimiteit.”
Maatschappelijke uitdagingen
Miek merkt wel dat er meer bereidwilligheid is voor seksualiteit en het thema intimiteit binnen voorzieningen voor personen met een beperking. “Zij werken al langer rond dit thema. Wanneer we zo’n team aan tafel hebben, is de feedback altijd positief. Ze willen er graag mee aan de slag. Maar niet elke organisatie slaagt daarin door tijdsgebrek, ingesteldheid, prioriteiten…”
Ook maatschappelijke ontwikkelingen baren haar zorgen. “We zien internationaal dat rechten van vrouwen en LGBTQ+-personen onder druk komen te staan. Kwetsbare groepen voelen die veranderingen vaak als eerste.” Daarom blijft waakzaamheid nodig. “Seksualiteit mag niet opnieuw in de vergeethoek terechtkomen.”
‘Dit thema is cruciaal voor het welzijn van iedereen met een handicap.’
Precies daarom blijft Aditi investeren in sensibilisering, vorming en beleid aan professionals en de overheid. “We willen hen bewust maken van het belang van dit thema, vooral omdat het zo cruciaal is voor het welzijn van iedereen met een handicap.”
Want uiteindelijk draait het volgens Miek niet over seks alleen. “Het gaat over algemene gezondheid en kwaliteit van leven. Over de mogelijkheid om verlangens te hebben, keuzes te maken en jezelf te blijven, ook wanneer je afhankelijk wordt van zorg. En vooral over gezien worden als mens.”


Reacties