Achtergrond

‘Politiek duwt mensen in onwettig verblijf, om er vervolgens over te klagen’

Pascal Debruyne, Kaat Van Acker, Sylvie Van Dam

Beleidsmakers vinden mensen zonder wettig verblijf vaak een probleem of risico. Nochtans zijn het net die beleidsmakers die met beleidskeuzes mensen ongewild in een onwettig verblijf duwen. Dat schrijven onderzoekers van Odisee Hogeschool. “Sociaal werkers draaien mee in dit systeem. Aan welke kant willen ze staan?”

© Unsplash + / Getty Images

De valse grens tussen wettig en onwettig verblijf

Onwettig verblijf is strafbaar in België, maar in de praktijk wordt het niet vervolgd als feit op zich. Onwettig verblijf lijkt daardoor op het eerste gezicht een louter administratieve categorie: er zijn mensen met papieren en mensen zonder. In beleidspraat lijkt het alsof die scheidingslijn absoluut is. Alsof dit een eenvoudig observeerbaar fenomeen is.

Wie dicht bij de dagelijkse realiteit van scholen, OCMW’s, CAW’s en ziekenhuizen staat of in de frontlinie werkt van allerlei sociale organisaties, ziet een veel minder heldere scheidingslijn. Steeds meer sociaal werkers zien mensen tussen wal en schip, met verlopen papieren, vastgelopen procedures of een statuut dat aan een zijden draadje hangt.

Voorspelbare gevolg van beleidskeuzes

Dat is allemaal het voorspelbare gevolg van beleidskeuzes. De praktijk van asiel, gezinshereniging, arbeidsmigratie en speciale verblijfsprocedures is een juridisch‑bureaucratisch doolhof. Procedures slepen jaren aan, voorwaarden worden aangescherpt, tijdelijke statuten houden mensen eindeloos in wachtstand. Ondertussen staat de deur naar regularisatie symbolisch op een kier, maar blijft die in de praktijk grotendeels dicht.

Dat ontvouwt zich in een context waar de afbouw van internationale bescherming niet alleen gaat over de verblijfsstatus zelf, maar ook over een tekort aan pro-Deoadvocaten en hun onderbetaling. Ook andere sociaal-juridische dienstverlening staat onder druk wegens besparingen (van Casa legal over CAW’s tot het voortdurend kortwieken van de juridische dienstverlening van het Agentschap Integratie en Inburgering).

Eigen verantwoordelijkheid?

Politici wijzen graag op de zogenaamde ‘eigen verantwoordelijkheid’ van mensen zonder wettig verblijf. Maar in deze context klinkt dit verwijt bijzonder hol.

De opties tot legaal verblijf vernauwen en worden zodanig wankel dat onwettig verblijf een opgelegde realiteit wordt, de enige overgebleven weg. Vervolgens zoeken en vinden veel mensen zonder wettig verblijf creatieve manieren om te overleven – en ook hier biedt beleid weinig reddingsboeien om vanuit een veilig kader na te denken over een toekomstplan.

‘Het beleid biedt nog zo weinig opties tot legaal verblijf dat onwettig verblijf een opgelegde realiteit wordt.’

Nando Sigona en Ilse van Liempt spreken daarom over een “assemblage van irreguliere migratie”. Irreguliere status is geen vast juridisch etiket, maar een conditie die ontstaat in de knoop van migratie‑ en visaregels, arbeidsmarktregimes, procedures, controles en negatieve publieke vertogen over ‘de illegalen’. Onwettig verblijf is in die logica niet iets aan de rand van het systeem, maar een van de producten die systematisch van haar assemblagelijn rolt. We maken dat even concreet.

Een gezin met Mstatus in de Begijnhofkerk

In 2025 besliste de federale overheid dat mensen met een zogenoemde M‑status – erkend als vluchteling in een andere EU‑lidstaat – in België geen opvang meer kregen, ook niet als ze met kinderen aankwamen.

Onder hen was een gezin dat eerder in Griekenland bescherming had gekregen maar er geen reële toegang had tot huisvesting, werk of zorg. In Brussel kregen ze te horen dat ze geen opvang zouden krijgen. Ze brachten nachten door op straat, tot ze tijdelijk onderdak kregen in de Brusselse Begijnhofkerk dankzij een solidariteitsactie.

‘Het beleid stelt mensen in kwetsbare situaties voor onmogelijke keuzes.’

Dit is geen uitglijder maar beleid: een bewuste keuze om bepaalde gezinnen uit het opvangnet te duwen. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen stelde nochtans dat opvang weigeren onwettig is. En in februari schorste ook het Grondwettelijk Hof delen van de strengere opvangwetten en stelde het prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU.

Voor sociaal werkers – vrijwilligers, straathoekwerkers, hulpverleners – was er geen neutrale positie. Niets doen betekende kinderen op straat laten slapen.

Gezinshereniging: voorwaarden die relaties doen breken

Hetzelfde geldt bij gezinshereniging. Tijdens een van mijn lessen vertelde een studente dat ze ooit een periode niet over papieren beschikte. De jonge vrouw was via gezinshereniging naar België gekomen om bij haar partner te zijn. In zo’n geval blijft je verblijfskaart de eerste jaren afhankelijk van samenwonen met de partner en voorwaarden over diens inkomen en huisvesting.

Toen de situatie thuis onveilig en onhoudbaar werd en zij vertrok, verloor ze prompt ook haar verblijfsrecht. Dit toont hoe beleid mensen in kwetsbare situaties voor onmogelijke en onmenselijke keuzes stelt.

Bovendien versterken de opgeworpen drempels elkaar. Inkomensvereisten, huisvestingsnormen, leeftijdsvoorwaarden en onredelijke wachttermijnen creëren samen een smal, kronkelig pad dat veel gezinnen niet kunnen bewandelen. Dat het Grondwettelijk Hof strengere regels rond gezinshereniging schorste, spreekt boekdelen.

“Arbeidsmigratie blijkt een systeem van strikt tijdelijke en voorwaardelijke migratie. Loopbaanbreuken leiden bijna automatisch tot periodes van irreguliere status, ook al kwamen mensen volledig legaal het land binnen.”

© Unsplash + / Getty Images

Arbeidsmigratie: legaal binnenkomen, toch uit het statuut vallen

Een ander voorbeeld is arbeidsmigratie met een ‘single permit’. Die is er voor mensen uit derde landen (niet-EU-landen) die naar hier komen om te werken. De single permit combineert een werkvergunning en een verblijfsvergunning, en is gekoppeld aan een specifieke werkgever en functie.

Zolang de job loopt, lijkt alles helder. Maar uit onderzoek blijkt arbeidsmigratie een systeem van strikt tijdelijke en voorwaardelijke migratie. Loopbaanbreuken leiden bijna automatisch tot periodes van irreguliere status, ook al kwamen mensen volledig legaal het land binnen.

‘Vind je binnen de 90 dagen geen nieuwe werkgever, dan wordt de werkvergunning ingetrokken.’

Bij ontslag, faillissement of een niet‑verlengd contract moet de werkgever dat melden. De betrokkene krijgt nog 90 dagen om via een nieuwe werkgever een nieuwe aanvraag in te dienen. In sommige sectoren is dat haalbaar, in andere is die periode bijzonder kort. Vind je geen nieuwe werkgever die tijdig een volledig dossier indient, dan wordt de werkvergunning ingetrokken en komt ook het verblijfsrecht onder druk te staan.

Ironisch is dat beleidsmakers er prat op gaan om op deze manier hun grip op migratie te behouden, maar met de single permits net een ingangspoort bouwden voor arbeidsdetachering, waarbij buitenlandse werknemers uitgeleend worden aan Belgische werkgevers. Detachering blijkt een broeihaard voor uitbuiting, sociale fraude en criminele netwerken, zagen we onlangs in een Pano-reportage.

De focus op individuele verantwoordelijkheid verbergt zo de structurele architectuur van ‘wegwerpmigranten’ die makkelijk uit te buiten zijn en tegelijk totaal onderbeschermd.

Mensenhandel: bescherming met hoge drempels

Vaak zegt het beleid dat ze mensen in extreem kwetsbare situaties wil beschermen. Denk aan slachtoffers van mensenhandel. Nochtans illustreren getuigenissen uit ons lopende onderzoek naar gezinnen zonder wettig verblijf dat theorie en praktijk mijlenver uit elkaar liggen.

Op papier is de regeling helder: wie als slachtoffer geïdentificeerd wordt, alle banden met de daders verbreekt, zich laat begeleiden door een erkend centrum, zoals Payoke, en meewerkt met het onderzoek, kan stap voor stap een verblijfsstatuut opbouwen. In de praktijk liggen de drempels hoog.

Denk aan een arbeider die onder mensonwaardige omstandigheden op werven werkt, zonder contract, voor een te laag loon en onder constante dreiging. Hij kan juridisch misschien als slachtoffer worden beschouwd, maar vreest inkomensverlies, represailles en maakt zich zorgen om familie in het herkomstland.

‘Uitgebuite personen zijn bang voor represailles, economisch afhankelijk of diep wantrouwig tegenover politie en justitie.’

Of neem een jonge vrouw die we spraken, die via mensensmokkel in de prostitutie belandt, zonder contracten of papieren en zonder tastbare bewijzen. Om bescherming te krijgen, moet ze voldoende elementen aandragen en uitgebreid tegen haar uitbuiters getuigen om kans te maken op verblijf, zonder veel garanties.

Veel uitgebuite personen durven of kunnen die route naar bescherming niet nemen uit angst voor represailles, economische afhankelijkheid of diep wantrouwen tegenover politie en justitie. De procedure wordt zo een gammele reddingsboei voor een kleine groep ‘ideale’ slachtoffers. Ondertussen blijft een veel grotere groep niet‑passende slachtoffers in onwettig verblijf.


“Terwijl het formele beleid vooral inzet op terugkeer en uitsluiting uit de reguliere opvang, bouwen onafhankelijke initiatieven aan veilige plekken.”

© Unsplash + / Getty Images

Sociaal werk in een assemblage die onwettig verblijf maakt

Al deze voorbeelden tonen hetzelfde patroon: onwettig verblijf is geen toevallig restprobleem, maar een voorspelbare uitkomst van hoe asielbeleid, gezinshereniging, arbeidsmigratie en beschermingsprocedures in elkaar haken.

Beleidsmakers ontlopen vaak hun verantwoordelijkheid: eerst creëert het systeem een groeiende groep mensen zonder papieren, vervolgens presenteert de politiek hen als hét probleem. Of anders gezegd: Eerst duwt beleid mensen in onwettig verblijf. Dan klagen politici over ‘de illegalen’.

Sociaal werk maakt deel uit van die assemblage: de samenhangende constellatie van wetten, procedures, controles, discoursen en alledaagse praktijken die samen bepalen wie papieren heeft, wie ze verliest en wie in onwettig verblijf terechtkomt. Sociaal werk draait mee in dit systeem. Ze geeft het actief mee vorm en kan het – potentieel – contesteren.

‘Sociaal werk geeft het systeem mee vorm en kan het contesteren.’

Scholen die kinderen al dan niet inschrijven, OCMW’s en ziekenhuizen die al dan niet verder kijken dan dringende medische hulp, gemeentes die noodhulp bieden, noodopvanginitiatieven zoals een nachtopvang die al dan niet openstaan voor mensen zonder papieren: ze bewegen allemaal mee op de grenslijn tussen medewerking en verzet.

Dat is geen verwijt, maar een uitnodiging om scherp te kijken naar de eigen positie. In zo’n vijandige context bestaat neutraal handelen namelijk nauwelijks.

Lakmoesproef voor het sociaal werkveld

In de dagelijkse praktijk komt deze spanning scherp naar voren in de opvangprojecten die sociale organisaties opzetten met en voor mensen zonder papieren. Terwijl het formele beleid vooral inzet op terugkeerMet uitzondering van Individual Case Management coaches van de Dienst Vreemdelingenzaken, al moeten de begeleiders politiek als “terugkeercoaches” worden benoemd. en uitsluiting uit de reguliere opvang, bouwen onafhankelijke initiatieven aan veilige plekken waar mensen zonder wettig verblijf niet alleen een bed vinden, maar ook begeleiding, juridische ondersteuning en ruimte om hun eigen verhaal te vertellen. Denk bijvoorbeeld aan vzw’s Recht op Migratie, Vluchtelingenhuis, Een Hart voor Vluchtelingen, Pigment en De Loodsen.

‘Als het systeem zelf deze situaties mee creëert, aan welke kant willen wij dan staan?’

In deze projecten wordt opvang niet gereduceerd tot een voorportaal van terugkeer, maar opgevat als politiserend sociaal werk. Samen met bewoners zoeken medewerkers en vrijwilligers naar regularisatiemogelijkheden, alternatieve statuten of manieren om schade te beperken wanneer geen verblijfsrecht in zicht komt. Tegelijk signaleren ze publiek de structurele impasses van het beleid.

De kwestie van onwettig verblijf is geen niche voor enkele migratiespecialisten, maar een lakmoesproef voor het hele sociaal werkveld. Wie in contact komt met mensen zonder papieren staat vroeg of laat voor dezelfde, ongemakkelijke vraag: als het systeem zelf deze situaties mee creëert, aan welke kant willen zij dan staan?

Reacties [1]

  • johan de troyer

    Wat ik me in heel deze zaak afvraag, zijn wij vergeten dat wij ook vluchteling waren nog niet zo heel lang geleden… En zijn we ziende blind dat heel die problematiek gebruikt wordt door sommige politieke partijen om net dezelfde reden als toen we zelf slachtoffer waren ?

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.