Een golf van solidariteit
Het is september 2015. In het Maximiliaanpark, net buiten het treinstation van Brussel-Noord, ontstaat een tentenkamp dat onderdak biedt aan duizend mensen op de vlucht, de meesten uit Syrië en Irak. Jonge mannen en gezinnen met kinderen slapen er in iglotentjes.
‘De afwijzende houding van de politieke elite stond in schril contrast met een breed gedragen en divers samengestelde burgerbeweging.’
Het raakt de harten van vele mensen. Er ontstaat een onophoudelijke stroom van burgers die kleren, dekens en voedsel brengen. Er worden juridische infostands opgericht, een school, een verdeelpunt voor kleding, kinderanimatie en een openluchtcinema.
Beschamend voor imago
Politici reageren sceptisch op die spontane solidariteit. Toenmalig vice-premier Alexander De Croo (Open Vld) was geen supporter: “Als ik burgemeester zou zijn, zou ik nooit tolereren dat er in mijn gemeente een publiek park op die manier bezet wordt, als er alternatieven bestaan. Het lijkt daar soms een camping, een markt, ja zelfs een muziekfestival.” Bart De Wever, toen nog voorzitter van N-VA, ging een stap verder en noemde het Maximiliaanpark een ‘extreemlinkse activistenpost’.
Zijn partijgenoot en toenmalig staatssecretaris van Asiel en Migratie Theo Francken voerde een registratiequotum in bij de Dienst Vreemdelingenzaken, waardoor pas aangekomen vluchtelingen tot enkele maanden moesten wachten vooraleer ze een asielaanvraag konden doen. Tot dan hadden ze geen recht op opvang. Intussen verspreidde hij ook officieuze brieven die Irakezen wezen op de lange behandeltermijnen van hun aanvragen en het bestaan van terugkeerpremies.
Opnieuw naar het kamp
Die afwijzende houding van de politieke elite stond in schril contrast met een breed gedragen en divers samengestelde burgerbeweging: jong en oud, links en rechts, rijk en arm, mensen met en zonder migratieachtergrond haasten zich naar het Maximiliaanpark.
Op 6 september 2015, daags nadat de foto van het levenloze lichaam van het Koerdische jongetje Alan Kurdi de wereld rondging, vond een grote ‘Assemblée Génerale’ plaats. Meer dan 1.600 mensen verzamelden zich aan de trappen van Brussel-Noord. Ze organiseerden zich in werkgroepen voor onder meer logistiek, communicatie en beleid. Een dag later liet de federale regering weten dat ze in een kantoor van het WTC-gebouw 500 veldbedden zou voorzien voor de vooropvang van mensen op de vlucht.
‘Het werd steeds duidelijker dat deze crisis in de eerste plaats het gevolg was van het onvermogen en de onwil van het beleid.’
Die vooropvang bleef echter onderbenut. “Na negen uur ’s avonds kan niemand meer in of uit het gebouw. En overdag worden de mensen die er de nacht hebben doorgebracht, toch weer op straat gezet zonder dat ze er zelfs hun persoonlijke spullen kunnen achterlaten. En dus komen die mensen opnieuw naar het kamp”, legde een woordvoerder van het Burgerplatform uit, dat inmiddels ontstond uit de Assemblée Génerale.
Spontane solidariteit vult gaten
Het werd steeds duidelijker dat deze crisis in de eerste plaats het gevolg was van het onvermogen en de onwil van het beleid. In een interview met de VRT stelt de woordvoerder van het Burgerplatform: “Al de hele zomer zijn het de Europese burgers die de handen uit de mouwen steken om deze mensen op te vangen en te helpen, omdat de politici achterblijven. In België heeft het gebrek aan structuren ervoor gezorgd dat er in het Maximiliaanpark een tentenkamp is ontstaan dat enkel draait op vrijwilligers. Sinds een maand slapen in Brussel mensen op straat omdat de regering weigert adequate opvang te voorzien.”
De oorzaken van die onmenselijke toestanden liggen inderdaad bij politieke beslissingen. In 2013 hervormde de Vlaamse regering de integratiesector, wat vooral uitliep op een bezuinigingsoperatie. Aan federale zijde bouwde begin 2015 de regering Michel I de opvangcapaciteit sterk af, zonder de nodige buffers te voorzien. In september 2015 vult de spontane solidariteit op het Maximiliaanpark de gaten die de verschillende overheden hadden geslagen.
De laatste zondag van september 2015 trekken naar schatting 20.000 mensen de straat op met een duidelijk appél aan het adres van de federale regering. Begin oktober besluit het Burgerplatform, niet zonder interne verdeeldheid en wrevel bij andere bewegingen, om het kamp te ontruimen en haar activiteiten verder te zetten in een nabijgelegen pand.
Nieuwe opvangcrisis
Zes jaar later, in november 2021, trekken verschillende organisaties aan de alarmbel: de opvangcrisis is opnieuw volledig ontspoord. Al vier weken botsen asielzoekers die zich willen registreren aan het Klein Kasteeltje op een weigering. Lange rijen vormen zich aan de ingang en mensen slapen er op de stoep of brengen de nacht in kraakpanden door, vermits ook de noodopvang voor daklozen dichtgeslibd is.
‘NGO’s spannen de eerste rechtszaken aan tegen de Belgische Staat en Fedasil voor het niet respecteren van het recht op opvang.’
Opnieuw organiseren burgers en NGO’s zich. Ze brengen de wachtenden slaapzakken, warme kleren en soep, en informeren hen over hun rechten. Ze spannen de eerste rechtszaken aan tegen de Belgische Staat en Fedasil voor het niet respecteren van het recht op opvang. In december spreekt een rechtbank een eerste veroordeling uit.
5.000 keer schuldig
Als in de maand daarop Fedasil opnieuw weigert asielzoekers te registeren, keren de NGO’s terug naar de rechtbank om hogere boetes te eisen voor de niet-naleving van rechterlijke uitspraken, in de hoop zo de druk op te voeren.
In het voorjaar van 2022 wordt op initiatief van de Brusselse Orde van Advocaten in samenwerking met lokale advocatenpraktijken en NGO’s een ‘Legal Helpdesk’ geïnstalleerd. Via deze helpdesk ondersteunen vrijwilligers asielzoekers bij het nemen van juridische stappen om hun uitsluiting van de opvang aan te klagen bij de rechtbank.
‘In een symbolische processie dragen advocaten en mensenrechtenactivisten de rechtsstaat ten grave.’
In september 2022 tellen we 5.000 uitspraken waarin de Staat en Fedasil schuldig bevonden worden aan het niet verlenen van opvang. In november zijn er dat 7.000. In een symbolische processie dragen advocaten en mensenrechtenactivisten de rechtsstaat ten grave.
Salon van de schaamte
Ondertussen hebben asielzoekers hun toevlucht gezocht in een groot leegstand pand in de Paleizenstraat dat ze omdopen tot ‘Palais des Droits’. Op haar hoogtepunt verblijven er meer dan 800 mensen in het pand.
Na een chaotische evacuatie van het pand in februari slaan 200 asielzoekers zonder opvang hun tentjes op langs het kanaal aan de overzijde van het Klein Kasteeltje. “Nicole, hoe krijgen we dit nog uitgelegd aan onze kinderen?”, staat op een banner van bezorgde buurtbewoners te lezen. Na de ontruiming van de kaai en de verhuis naar een ander pand, bezet het collectief ‘Stop de Opvangcrisis’, samen met thuisloze asielzoekers, het toekomstige federale crisiscentrum.
‘Nicole, hoe krijgen we dit nog uitgelegd aan onze kinderen?’
Omdat de overheid blijft weigeren om de dwangsommen voor niet-opvang uit te betalen, gaat de rechtbank over tot inbeslagname en openbare verkoop van onroerende goederen. Burgers kopen de zetels van Fedasil op en installeren voor de deur van het Federaal crisiscentrum een ‘salon van de schaamte’. Op de banners staat de niet mis te verstane boodschap: “No bed for us. No couch for you.”
Niet naar België
September 2025. Tien jaar na de burgersolidariteit in het Maximiliaanpark, bevinden we ons al vier jaar in een nieuwe opvangcrisis. De Belgische overheid is intussen meer dan 10.000 keer veroordeeld. De Nederlandse Raad van State besliste dat alleenstaande mannelijke asielzoekers niet naar België teruggestuurd mogen worden, omdat ze daar geen recht op opvang meer hebben. Ook het Europees Hof voor de Rechten van de Mens stelde het ‘systematisch falen’ van de federale overheid aan de kaak.
‘Het contrast tussen de situatie vandaag en de zomer van 2015 kan haast niet groter zijn.’
Asielzoekers moeten vandaag nog steeds drie tot vier weken wachten voordat zij hun wettelijk verankerd recht op opvang kunnen opeisen. Wie ‘geluk’ heeft vindt een tijdelijke slaapplaats in de noodopvang, maar ook daar gaat een wachtperiode aan vooraf.
Ondertussen blijft de federale regering de beslissingen van de rechtbanken naast zich neerleggen. Ze maakt zich sterk ‘het strengste migratiebeleid ooit’ te voeren. Niet het gebrek aan opvang is het probleem, maar de ‘instroom’, zo luidt het. En zo wordt de oorzaak van het falende regeringsbeleid opnieuw bij de asielzoekers zelf gelegd die met te veel zouden zijn.
Solidariteit in de schaduw
Toch lijkt er nog weinig publieke verontwaardiging te zijn over een overheid die rechterlijke uitspraken negeert, kromme redeneringen maakt en gezinnen die op straat laat leven. Het contrast tussen de situatie vandaag en de zomer van 2015 kan haast niet groter zijn. Het lijkt alsof we in de herfst van de solidariteitsbeweging zijn aanbeland. Is dat zo?
Tot op zekere hoogte was de zomer van 2015 een uniek historisch moment. Het beeld van het levenloze lichaam van Alan Kurdi vond, samen met de beelden van dolende families in Brusselse straten de weg naar de woonkamers en smartphones van Belgische burgers. De schok was even groot als de kans om iets te doen.
De verontwaardiging om het politieke discours van staatssecretaris Theo Francken gooide olie op het vuur. “Achteraf bekeken was Francken een ongelooflijk cadeau voor ons”, vertelt een woordvoerder van het Burgerplatform ons in een gesprek. “Bij iedere tweet stroomden nieuwe vrijwilligers binnen.”
Voor veel vluchtelingen én burgers betekende die zomer een breuk in hun leven. Er werden banden gesmeed. Het vertrouwen in de overheid kreeg een ferme deuk. Veel mensen engageerden zich voor een lange tijd, soms als vrijwilligers, soms als professionele hulpverlener.
Van onthaal naar inclusie
Hun engagement is samen met de trajecten van vluchtelingen opgeschoven van onthaal naar inclusie. Noodopvang, veilige ontmoetingsplaatsen voor vrouwen, geïmproviseerd onderwijs en vrijetijdsbesteding evolueerden naar georganiseerde taal-oefenkansen, het zoeken naar een woonst, zich inschrijven bij de gemeente of diensten die de weg wijzen in de Belgische bureaucratie.
De afgelopen tien jaar hebben honderden kleinschalige vrijwilligersgroepen zich verenigd in vzw’s, feitelijke verenigingen en professionele NGO’s. Het Burgerplatform is uitgegroeid tot een van de grootste publieke dienstverleners in Brussel.
Engagement onder druk
Door die ‘institutionalisering’ is spontane solidariteit vandaag een stuk minder zichtbaar. Toch zijn de obstakels waarmee mensen op de vlucht worden geconfronteerd er niet bepaald minder op geworden, zoals recent onderzoek uitwijst.
Organisaties die zich engageren met en voor mensen op de vlucht, staan onder zware druk. Door het gebrek aan een degelijk opvangbeleid, moet er voortdurend naar noodopvang gezocht worden voor pas aangekomen asielzoekers. Door de wooncrisis loopt het integratietraject van erkende vluchtelingen dan weer nodeloos veel vertraging op.
Ook hier moeten we de oorzaken in politieke hoek zoeken: de Vlaamse regering probeert de wooncrisis te verlichten door nieuwkomers uit te sluiten van de sociale woonmarkt. En dan hebben we het nog niet over de integratiesector die door de voorbije Vlaamse regeringen werd uitgekleed en gedepolitiseerd.
Nieuwe vonk
Door dit gebrek aan een humaan overheidsbeleid vallen er opnieuw grote gaten. Wie vult die naar best vermogen in? Inderdaad: veel vrijwilligersgroepen bieden vandaag opnieuw de laagdrempelige hulpverlening die enkele jaren geleden nog door professionals werd verzorgd.
‘Als humanitaire noden hoog zijn en de politiek niet thuis geeft, drukt burgersolidariteit zich opnieuw door.’
Als humanitaire noden hoog zijn en de politiek niet thuis geeft, drukt burgersolidariteit zich opnieuw door. Dat is zowel een geruststellende als verontrustende gedachte. Het toont dat mensen nog steeds in grote getale de handen uit de mouwen steken om problemen aan te pakken. Het gevolg is evenwel dat zo politieke oplossingen buiten schot blijven.
Zal die burgersolidariteit vroeg of laat opnieuw ontsteken in een massale mobilisatie, zoals tien jaar geleden? De geschiedenis toont dat daarvoor vaak weinig nodig is. Een vonk, op het juiste moment, op de juiste plaats, volstaat.



Reacties