Het systeem faalt
Een paar weken geleden belde een vriendin mij in tranen op. Er was iets gebeurd op haar werk. “Kun je langskomen?” vroeg ze. Automatisch wilde ik reageren: “Natuurlijk, ik kom eraan.” Want dat is wat je doet voor een vriendin. Maar nog voordat ik het had uitgesproken, besefte ik: dat gaat niet.
‘Ons openbaar vervoer is nog altijd niet toegankelijk voor mensen met een beperking.’
Niet omdat ik niet wil, niet omdat ik geen tijd heb, maar omdat ik als rolstoelgebruiker niet zonder de nodige organisatie en voorbereiding met de trein kan reizen. Ons openbaar vervoer is nog altijd niet toegankelijk voor mensen met een beperking. Het bleef wel wringen: de afstand tussen willen helpen en kunnen helpen zou er niet mogen zijn. Ik had het gevoel dat ik haar in de steek liet, terwijl het eigenlijk het systeem is dat faalt.
Onderzoeksproject
Het probleem van de beperkte mobiliteitsmogelijkheden in Vlaanderen dook steeds weer op toen ik als onderzoeker meewerkte aan een studie over hoe mensen met een beperking zich voelen in hun stad of gemeente. We onderzochten hun welbevinden, betrokkenheid en thuisgevoel, maar ook welke rol het lokale beleid hierin speelt.
Voor dit onderzoek doorkruiste ik Vlaanderen met de trein. Dat was niet evident. Als persoon met een beperking had ik hiervoor telkens een compagnon de route nodig. Ik organiseerde dertien focusgroepen met in het totaal zeventig mensen met een beperking.
De participanten varieerden sterk qua leeftijd en qua regio. Ook op vlak van de aard van de beperking, was er een grote variatie: visueel, auditief, fysiek, verstandelijk en neurodivers. Ik sprak zowel mensen met aangeboren als verworven beperkingen en zowel zichtbare als onzichtbare beperkingen.
Maar ondanks de verschillen, was wat ze me vertelden confronterend en herkenbaar. Er kwam veel ter sprake. Maar het grootste probleem waar iedereen tegen aanbotst? Gebrekkige mobiliteit.
Mobiliteit is het begin van alles
Mobiliteit is het begin van alles. Dat leerden we glashelder uit ons onderzoek: zonder de mogelijkheid om zich vlot te verplaatsen, worden mensen met een beperking systematisch buitengesloten van het openbare leven en verschillende domeinen zoals onderwijs, tewerkstelling, sociale contacten, cultuur, vrije tijd…
‘Mobiliteit is geen detail. Het is een basisvoorwaarde om te kunnen deelnemen aan de samenleving.’
Mobiliteit is geen detail. Het is een basisvoorwaarde om te kunnen deelnemen aan de samenleving, om je ergens thuis te voelen, om volwaardig mens te kunnen zijn. En het is de verantwoordelijkheid van de overheid om de nodige maatregelen te nemen zodat mensen zich vrij, veilig en zo zelfstandig mogelijk kunnen verplaatsen.
België ondertekende al in 2009 het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Dat verdrag is duidelijk: mensen met een beperking hebben recht op persoonlijke mobiliteit (artikel 20). Toch voelt het recht op mobiliteit voor veel mensen met een beperking in ons land nog als een verre bestemming waar geen enkele toegankelijke weg naartoe leidt.
Het gaat niet alleen over vervoer
Bij het begin van het onderzoeksproject dacht ik zelf vrij klassiek over mobiliteit: als de technische mogelijkheid om van punt A naar punt B te reizen. De gesprekken met de deelnemers aan onze focusgroepen hebben mijn blik op dit thema grondig verruimd.
‘Het ergste is niet dat ik hulp nodig heb, maar dat iedereen voor mij beslist wat ik nodig heb.’
Mobiliteit draait niet alleen om vervoer zoals bus, tram, trein of taxi. Het gaat over veel meer: over zelfregie, over vrijheid, over de mogelijkheid om een sociaal leven uit te bouwen. Of zoals Kobe het in een focusgroep verwoordde: “Het ergste is niet dat ik hulp nodig heb, maar dat iedereen voor mij beslist wat ik nodig heb. Alsof ik zelf niet weet wat goed voor mij is.”
Ik wil dus niet de indruk wekken dat mensen zich volledig zelfstandig moeten kunnen verplaatsen. Je moet dit doen volgens je mogelijkheden. Maar je moet wel op elk moment van de dag en en op elke plaats het openbaar vervoer kunnen nemen.

“Mobiliteit draait niet alleen om vervoer zoals bus, tram, trein of taxi. Het gaat over veel meer: over zelfregie, over vrijheid, over de mogelijkheid om een sociaal leven uit te bouwen.”
© Unsplash / Getty Images
Mobiliteitsarmoede
In de focusgroepen kwam herhaaldelijk aan bod dat mensen met een beperking vaak noodgedwongen thuisblijven omdat ze het openbaar vervoer niet kunnen gebruiken. Voor velen is dit zelfs hun enige vervoersmogelijkheid, waardoor de ontoegankelijkheid ervan een directe impact heeft op hun bewegingsvrijheid.
Het concept ‘mobiliteitsarmoede’ is hier dus zeker van toepassing: onvoldoende kunnen deelnemen aan de samenleving door gebrek aan verplaatsingsmogelijkheden. Mobiliteitsarmoede gaat over meer dan een gebrek aan financiële middelen om je te verplaatsen. Ook mensen die fysieke drempels ervaren waardoor vervoersopties niet toegankelijk zijn of die in hun buurt weinig openbaar vervoer hebben, kunnen in mobiliteitsarmoede leven.
Buiten willen komen is geen kwestie van willen, maar van daartoe de kans krijgen. Die kans krijgen mensen met een beperking nu vaak niet. Tegelijk legt de samenleving wel de verantwoordelijkheid bij hen om ‘actief’ te zijn of meer buitenshuis te komen. Maar hoe kan iemand zich verplaatsen als het openbaar vervoerssysteem niet voor hen ontworpen is?
Nauwgezet plannen
Bovendien moeten mensen met een beperking hun verplaatsingen met het openbaar vervoer extreem nauwgezet plannen. Assistentie moet bijvoorbeeld op voorhand worden aangevraagd en is slechts beschikbaar op vaste tijdstippen. Spontaan vertrekken of flexibel inspelen op onverwachte situaties is daardoor nauwelijks mogelijk.
In plaats van een gevoel van vrijheid en zelfstandigheid, gaat mobiliteit gepaard met stress, onzekerheid en afhankelijkheid. Je moet je voortdurend voorbereiden op ontoegankelijkheid. Dat zorgt voor een mentale belasting die het reizen al ontmoedigt nog voor het begonnen is.
Mobiliteit en belonging: onlosmakelijk verbonden
Een van de belangrijke inzichten uit ons onderzoek is de verwevenheid tussen mobiliteit en het gevoel van ‘belonging’. Dit concept omvat vier elementen: geaccepteerd worden, gerespecteerd worden, geïncludeerd worden en zich welkom voelen. Belonging komt niet uit de lucht gevallen. Het is een proces van voortdurende interactie waar een duidelijk engagement voor nodig is. Het draait niet enkel om technische oplossingen voor infrastructuur, maar ook rond een open houding, zorgzaamheid en wederzijds respect.
Een gebrek aan mobiliteitsmogelijkheden kan leiden tot gevoelens van isolatie en het idee dat je er niet echt bij hoort. Wanneer mensen zich moeilijk kunnen verplaatsen, vermindert hun toegang tot sociale activiteiten, werkgelegenheid, vrije tijd en informele ontmoetingen.
‘Een gebrek aan mobiliteitsmogelijkheden kan leiden tot gevoelens van isolatie.’
Roos getuigde in ons onderzoek bijvoorbeeld hoe je welkom voelen, samenhangt met dingen zoals kunnen parkeren, ergens binnen kunnen en een toilet ter beschikking hebben. “Dat zijn basisvoorwaarden waar in heel veel gevallen niet aan voldaan wordt. Als dat er wel is, voel je je meteen veel meer welkom.”
Een mooi initiatief in Gent dat belonging stimuleert is de fietstaxi waarbij vrijwilligers mensen met mobiliteitsproblemen vervoeren. “Ze komen tot aan je deur, zijn heel vriendelijk en helpen je van voor de fiets op. En ze zetten je af en begeleiden je naar binnen”, vertelde Hans er enthousiast over in ons onderzoek. “Je hebt een ongelooflijke rit voor maar 2,50 euro. En dat zijn allemaal vrijwilligers.”

“Wanneer mensen zich moeilijk kunnen verplaatsen, vermindert hun toegang tot sociale activiteiten, werkgelegenheid, vrije tijd en informele ontmoetingen.”
© Unsplash / Getty Images
Ableism
Wat onder dit alles ligt, is ableism: een vorm van discriminatie waarbij mensen met een beperking systematisch als minderwaardig worden behandeld, vaak zonder dat het uitgesproken wordt.
‘De samenleving is gebouwd voor mensen die zien met twee ogen, horen met twee oren, en wandelen op twee benen.’
De samenleving is gebouwd voor mensen die zien met twee ogen, horen met twee oren, en wandelen op twee benen. Alles wat daarvan afwijkt, wordt gezien als afwijkend van de norm, als iets dat gerepareerd, begeleid, behandeld of genegeerd moet worden.
Ableism zit in systemen, in taal, in beleid, in hoe beslissingen genomen worden zonder dat mensen met een beperking mee aan tafel zitten. Het begint vaak bij de stille overtuiging dat de ander zich aan de norm moet aanpassen voor die mag meedoen.
Treingebruik als gunst, niet als recht
Wie als rolstoelgebruiker bijvoorbeeld de trein wil nemen in België, belandt al snel in een minderwaardige positie. De manier waarop het systeem georganiseerd is, maakt duidelijk: jij bent niet de standaardgebruiker. Jij bent de uitzondering waarvoor geprobeerd wordt om iets te regelen. Je moet dankbaar en tevreden zijn met wat je krijgt.
Wat in principe een recht zou moeten zijn – vrije toegang tot openbaar vervoer – wordt herleid tot een gunst, afhankelijk van personeel, planning en infrastructuur die zelden afgestemd is op mensen met een beperking.
‘Het voelt alsof je in de weg staat in plaats van welkom bent.’
De treinstations vormen vaak al een barrière. Waar andere reizigers gewoon binnenrennen om hun trein te halen, moeten mensen in een rolstoel zich twintig minuten op voorhand aanmelden. Daarna volgt een afdaling richting wat vaak aanvoelt als de catacomben van het station: donkere, tochtige gangen waar het binnenregent, liften die slecht onderhouden zijn of naar urine ruiken. Soms worden we zelfs over andere treinsporen geduwd om het juiste perron te bereiken.
Eens je op de trein geraakt, stopt het niet. Mensen met een rolstoel worden vaak niet in een coupé geplaatst, maar tussen twee coupés geparkeerd. Geen volwaardige zitplaats, geen rust. Elke reiziger moet langs jou, waardoor je voortdurend geraakt wordt door rugzakken, ellebogen of tassen. Het voelt alsof je in de weg staat in plaats van welkom bent.
Relationele toegankelijkheid
Toegankelijkheid moet breder worden gezien dan fysieke toegankelijkheid van liften, perrons en haltes. Het zit ook in de relatie met andere mensen: de houding, communicatie en bereidheid om iemand serieus te nemen en mee op weg te helpen.
‘Hulp vragen is niet vanzelfsprekend.’
Dat belang van relationele toegankelijkheid blijkt bijvoorbeeld uit het verhaal van Sam: “Voor mij is de route naar mijn werkplek een vaste routine. Maar als er iets onverwachts gebeurt, zoals een omleiding, dan stopt alles. Door mijn autisme weet ik dan niet wat ik moet doen, en moet ik hulp vragen aan andere mensen. Als mensen mij dan negeren, dan geraak ik gewoon niet verder. Dan weet ik niet hoe ik op het werk geraak.”
Mensen met een beperking moeten vaker om ondersteuning vragen, zeker wanneer zij er alleen voor staan. Hulp vragen en toelaten is noodzakelijk, maar niet altijd vanzelfsprekend. Je moet best assertief durven zijn.
Samen zoeken
Het is ook niet voorspelbaar hoe mensen in de omgeving omgaan met iemand met een beperking. Het komt frequent voor dat mensen met een beperking niet correct geholpen worden of er niet naar hun noden wordt geluisterd. Het resultaat is niet alleen fysieke onveiligheid, maar ook een diepgeworteld gevoel van onmacht, afhankelijkheid en uitsluiting.
‘Zelfs als je je noden helder communiceert, wordt er vaak geen rekening mee gehouden.’
Daarover getuigde Stan: “Ik zei duidelijk tegen de buschauffeur: ‘Wacht even tot ik zit, ik heb evenwichtsproblemen.’ Maar hij vertrok toch meteen. Ik viel en lag gewoon op de grond. Zelfs als je je noden helder communiceert, wordt er vaak geen rekening mee gehouden.”
Mensen zonder beperking hebben vaak schrik om iets verkeerd te doen. Daarom bieden ze geen hulp aan. Nochtans hoef je niet alles perfect te weten. Mensen met een beperking kunnen wel aangeven hoe ze geholpen willen worden. Het voornaamste is dat je samen zoekt en probeert.
Het kan wel in het buitenland
In heel wat landen rondom ons kan het wel. Deelnemers van het onderzoek vertelden over hoe vanzelfsprekend toegankelijkheid er soms is.
In Londen kan je gewoon een reguliere taxi nemen met een rolstoel: je rijdt er zo in. De bussen hebben een elektrisch uitschuifbaar platform dat je zelf kan bedienen. De treinen sluiten aan op perronhoogte, waardoor rolstoelen en buggy’s moeiteloos kunnen inrijden. Wil je assistentie? Dan ga je gewoon naar het station en vraag je het. En vaak lukt dat ook meteen, omdat het personeel gewoon is om flexibel in te spelen op vragen.
Bij ons is dat nog vaak niet zo. Hier lijkt toegankelijkheid iets dat “kan worden voorzien” als er tijd, geld en zin voor is.

“Als we willen dat de wereld verandert, moeten we gezien worden. Zichtbaarheid is een vorm van verzet in een samenleving die ons liever onzichtbaar houdt.”
© Unsplash / Jon Tyson
Zichtbaarheid
Als we willen dat de wereld verandert, moeten we gezien worden. Zichtbaarheid is een vorm van verzet in een samenleving die ons liever onzichtbaar houdt. Zolang wij ons blijven wegsteken, verandert er niets. Als we niet in het straatbeeld verschijnen, niet op het perron staan, niet aan de bushalte wachten of op café zitten, dan blijven onze noden onopgemerkt – en dus onbesproken en genegeerd.
‘Zolang wij ons blijven wegsteken, verandert er niets.’
Beleidsmakers en vervoersmaatschappijen turven. Ze kijken naar wie er gebruik maakt van hun diensten: hoeveel mensen met een beperking nemen de trein, de tram, de bus? Zijn aantallen laag, volgt vaak de redenering: “Er is weinig vraag, dus we hoeven niets aan te passen.” Maar dat is een fundamenteel fout uitgangspunt. De afwezigheid is een gevolg van de slechte toegankelijkheid, het is geen keuze.
Velen voelen de plicht om te blijven opduiken, om aanwezig te zijn in de publieke ruimte, zelfs als dat telkens strijd vergt. Om klacht in te dienen als een chauffeur je onbeschoft behandelt of als de georganiseerde assistentie niet goed is verlopen. Omdat die klachten ergens terechtkomen. Omdat ze zichtbaar maken wat te vaak onzichtbaar blijft.
Een zaak van ons allemaal
Toegankelijkheid van het openbaar vervoer is een zaak van ons allemaal. Het is niet alleen het probleem van mensen met een beperking. Als we zorgen dat het openbaar vervoer toegankelijker wordt voor mensen met een beperking, zullen we daar allemaal mee van kunnen profiteren.
Ieder van ons heeft er op een bepaald moment in zijn leven nood aan toegankelijk openbaar vervoer. Als je als student heel veel bagage rondsleurt van thuis naar kot, als je met een buggy op stap bent, als je niet meer met de auto durft rijden, als je moeilijk te been bent…
Toegankelijkheid mag geen bijzaak zijn, geen extraatje dat wordt toegevoegd als er nog tijd en budget overblijven. Het moet een vertrekpunt zijn. Van bij het begin. Als mobiliteit echt een recht is, dan moet het systeem gebouwd worden op gelijkwaardigheid. Niet op medelijden, niet op voorwaardelijkheid. Wat we nodig hebben, is geen sympathie, maar beleid. Geen belofte, maar actie. Geen half verhoogd perron.


Reacties [6]
Goed artikel! Maar als rolstoelgebruiker ervaar ik naast een mobiliteitsprobleem vooral ook een sanitair probleem. Er zijn zeer weinig horecazaken die één toegankelijk zijn en twee over een aangepast sanitair beschikken! Een even grote rem op uw sociaal leven als het mobiliteitsprobleem. Oplossing gedaan met het gender onderscheid, één groot aangepast toilet, onder het motto WC voor iedereen. De overheid zou dit wettelijk moeten opleggen.
Klopt, mensen leven vaak geïsoleerd omdat ze zich niet met het openbaar vervoer kunnen verplaatsen . Taxi’s zijn duur en ook daar moet alles vooraf aangevraagd worden
Hierbij een uitspraak van het hof van beroep in Brussel, dat oordeelde dat de NMBS de antidiscriminatiewet heeft overtreden. Samenvatting van het artikel op GVA
Francis Rombouts, paralympisch bocciaspeler uit Tielen, diende klacht in tegen de NMBS omdat het station van Tielen niet toegankelijk was voor mensen met een beperking.
– ⚖️ Het hof van beroep in Brussel gaf hem gelijk: de NMBS werd veroordeeld wegens schending van de antidiscriminatiewet.
– 🛠️ De NMBS moet het station aanpassen om het toegankelijk te maken.
– 📉 Slechts 29% van de Vlaamse stations voldoet aan de vier criteria voor autonome toegankelijkheid: perronhoogte van 76 cm, helling of lift naar elk perron, geleidelijnen voor slechtzienden, en een ticketautomaat met assistentieknop.
– 📅 Tegen 2032 wil de NMBS 176 stations autonoom toegankelijk maken.
https://www.gva.be/politiek/zeven-op-tien-stations-voldoen-niet-aan-toegankelijkheid-reizigers-met-een-handicap/70924072.html
Erg negatief artikel hoor. Ik reis sinds 2007 minstens tweemaal per week met de trein vanuit Aarschot naar Brussel. De keren dat het in al die jaren misliep met mijn manuele rolstoel kan ik nog steeds op een hand tellen.
Je kan Londen ook moeilijk vergelijken met een land als België. Londen en Parijs zijn de twee meest bezochte steden ter wereld. Logisch dat daar dan ook veel aandacht gaat naar toegankelijkheid.
In België ontbreekt de politieke moed om een structurele aanpak te voorzien. Er zijn ook teveel beslissingsniveaus (gemeente, provincie, gewest, federaal) om tot een besluit te komen.
Dit is een zeer oud “zeer”. 1970 reeds ter sprake. Toegankelijkheid gebouwen ,openbaar vervoer en vrije doorgang op stoepen. Dan nog te bedenken dat de “doelgroep” van vlotte toegankelijkheid veel ruimer is dan hier aangegeven. Bejaarden, tijdelijk immobiel door klein ongelukske, moeders met kinderwagen. De negatieve gevolgen (k)raken ook de tewerkstellingkansen van mensen.
Onder de gestadige druppel buigt de hardste arduin, maar toch….blijven gaan.
een tip: neem bus of tram naar station in Antwerpen , rijd vandaar naar Keulen, neem daar ook tram of bus en bekijk winkelstraat. Terug naar huis met openbaar vervoer naar station, trein naar huis, maar stap af in Berchem station met pak en zak, neem openbaar vervoer naar Antwerpen station. Mijn dochter woonde in Keulen en kwam vandaar uit naar Berchem station, met buggy met peuter + kleuter en bagage op weekend bij mij. De vraag was telkens in Berchem, welk kind laat ik alleen boven aan de trap en welk kind zet ik daarna alleen onder aan de trap,om bagage en 2e kind op te halen boven?En zij was dan zelfs niet mindervalide. Ik nu wel maar mag zelfs niet met openbaar vervoer, geen fiets. Ik ben afhankelijk van Mobitwin, wat momenteel ook stroef verloopt. ik heb geen taxibudget.