Rollercoaster
Beeld je eens in: je zag een zwaar ongeval gebeuren en krijgt amper een uur later de vraag om daarover te getuigen in het middagnieuws. Of je partner kwam om het leven, je beseft het zelf amper, en plots zie je zijn foto, van zijn sociale media geplukt, op een nieuwssite staan. Op het moment dat jij in een rollercoaster zit, draait de wereld door en verschijnen er allerlei nieuwsberichten waar je geen vat op hebt.
‘Rouw is geen live verslaggeving.’
Nieuws mag er zijn: de samenleving heeft het recht om te weten wat er gebeurt. Vandaar dat ook ernstige ongevallen of schokkende misdrijven in de media aan bod komen. Maar steeds vaker zijn er kanttekeningen te plaatsen bij die media-aandacht.
Rouw is geen live verslaggeving. Niemand hoeft zijn pijn publiek te bewijzen. Het is voor slachtoffers en hun familie bovendien belangrijk om de regie te kunnen houden over wat er over hen gezegd, geschreven, getoond en gedeeld wordt. Daarover geen controle hebben, maakt hen vaak een tweede keer slachtoffer.
In shock
Wie betrokken is bij een incident dat het nieuws haalt, kan plots geconfronteerd worden met veel mediabelangstelling. Dat is overweldigend, zeker als je nog volop in shock bent en niet helder kan nadenken over de gevolgen van wat je zegt of toont.
‘Geeft iemand die in shock ‘ja’ zegt werkelijk toestemming voor een interview?’
Mensen zijn zelden voorbereid op de hoeveelheid aandacht die volgt. Ze geven hun gsm-nummer, staan journalisten te woord en krijgen daar later soms spijt van. Ze vertellen hun verhaal aan journalisten maar weten nadien niet meer wat ze precies hebben gezegd. Ze schrikken bij het zien van beelden van zichzelf omdat ze afgevlakt of net heel heftig lijken. Je kan je afvragen of iemand die in shock ‘ja’ zegt voor een live-interview op tv, werkelijk toestemming geeft.
Ondersteuning
In zo’n situatie hebben mensen recht op een buffer. In Nederland ondersteunt Namens de Familie zo nabestaanden en slachtoffers in hun mediacontact. Ze vormen de schakel tussen pers en familie: ze luisteren naar wat mensen willen en brengen die wensen over aan journalisten. Deze vorm van structurele mediaondersteuning zorgt er ook voor dat journalistiek en hulpverlening elkaar kunnen vinden met respect voor beide kanten.
In Vlaanderen bestaat zo’n specifieke organisatie niet. Wel bieden alle Centra voor Algemeen Welzijnswerk (CAW) slachtofferhulp aan. Vanuit die expertise kunnen we advies geven aan andere sociale professionals die in contact staan met mensen die het slachtoffer zijn van gebeurtenissen die in het nieuws verschijnen. Wat kun je doen? En waarop heeft jouw cliënt recht?
Wat mensen vaak niet weten
Vaak weten betrokkenen niet dat ze nooit verplicht zijn om te reageren. Dat toestemming die gegeven wordt vlak na een ingrijpende gebeurtenis, later heel anders kan voelen. Dat ze zelf mogen bepalen wie namens hen spreekt. Dat ze het recht hebben om een artikel te lezen voor publicatie, ook al worden ze daar niet spontaan op gewezen.
Media-aandacht stopt bovendien niet na de eerste berichten. Ook maanden of jaren later kunnen die artikels of beeldfragmenten nog opduiken. Een rechtszaak, een herdenking, een verjaardag: opnieuw kan er aandacht zijn. Elke nieuwe confrontatie kan een nieuwe schok zijn.
Twee kanten
Media-aandacht is tegelijk niet zwart-wit. Praten met media kan voor sommige mensen juist helend werken, ze vinden erkenning in het gevoel dat hun verhaal telt, of in de wetenschap dat het hun zaak en anderen die hetzelfde meemaken vooruit kan helpen. Zo kan een artikel net het duwtje zijn dat iemand nodig heeft om de stap naar hulp te zetten.
Die kwetsende en helende kanten bestaan naast elkaar en precies daarom is begeleiding bij mediacontact zo waardevol. Vaak hebben deze mensen doorheen deze periode contact met hulpverleners. Zij hebben een belangrijke ondersteuningsrol bij het omgaan met deze media-aandacht.
Wat je als professional kan doen
- Maak media-impact bespreekbaar. Vraag actief hoe iemand de berichtgeving heeft ervaren.
- Wijs mensen op hun rechten. Ze mogen een interview weigeren, een stuk nalezen voor publicatie of een klacht indienen bij de Raad voor de Journalistiek.
- Besteed aandacht aan fragiele toestemming. Iemand die net iets traumatisch heeft meegemaakt, kan moeilijk inschatten wat het betekent om in de krant te staan of op televisie te komen.
- Mensen mogen zelf bepalen of en wie spreekt. Een familielid, vriend of hulpverlener kan namens hen communiceren. Ze hoeven zelf niet voor de camera of in de krant.
- Media-aandacht is niet alleen belastend. Erkenning, het gevoel dat een verhaal telt, kan ook helend zijn. Bespreek beide kanten.
- Deel als hulpverlener zelf geen informatie met journalisten zonder expliciete toestemming van de betrokkene, hoe goedbedoeld ook.
- Denk aan de lange termijn. Media-impact stopt niet na de eerste dagen. Sommige reacties komen pas weken of maanden later naar boven, soms net door een nieuwsbericht.
- Sociale media zijn ook media: informatie die gedeeld wordt op sociale media is moeilijk af te schermen van de pers. Foto’s en openbare berichten worden vaak zonder expliciete toestemming gebruikt. Adviseer mensen om privacy-instellingen aan te passen zodra je weet dat er media-aandacht is. Ze kunnen hun profiel op privé zetten of openbare foto’s of berichten verwijderen als ze dat willen. Houd er ook rekening mee dat beelden die eenmaal op sociale media staan, lang blijven circuleren.
- Ook reacties en commentaren onder nieuwsartikelen of op sociale media kunnen hard en polariserend zijn. De vele meningen over wat iemand had moeten doen of over de uitspraak van de rechtbank kunnen mensen doen twijfelen of hun beslissingen of gevoelens wel kloppen. ‘Is het oké dat ik genoegen neem met deze uitspraak?’ ‘Is het oké dat ik in contact wil komen met de dader?’ Adviseer om iemand aan te stellen die het slachtoffer vertrouwt om de berichtgeving op te volgen en de persoon alleen te informeren over wat die wil weten.
Ook de omgeving heeft het meegemaakt
Een schokkende gebeurtenis raakt meer mensen dan je op het eerste gezicht denkt. Naast de directe betrokkenen en hun familie zijn er ook mensen die het zagen of hoorden gebeuren, klasgenoten, collega’s en hulpverleners die met vragen blijven zitten. Voor scholen of werkomgevingen kan dat extra complex zijn: leerkrachten en directies staan plots voor een klas vol verdriet, terwijl ze zelf ook geraakt zijn. Ook zij verdienen ondersteuning.
‘Een schokkende gebeurtenis raakt meer mensen dan je op het eerste gezicht denkt.’
We mogen als samenleving gevoeliger zijn voor wat een schokkende gebeurtenis met iemand kan doen en hoe we ermee kunnen omgaan. Dit vraagt geen opleiding, maar wel een moment van stilstaan voor je handelt: als professional, als journalist, als buur of collega. Dat kan iets kleins zijn: nadenken over de woorden die je gebruikt, iemand informeren over zijn rechten, samen de stap zetten naar slachtofferhulp. Of gewoon: er zijn, ook als de camera’s al lang weg zijn.

Reacties [1]
Het is ivgm 10 jaar terug een zegen dat er tegenwoordig zoveel openbaar verschijnt.
De medemens kan een ‘mindere reactie’ best wel plaatsen…