Veelzijdig jeugdwerk
Jeugdwerkers spelen een cruciale rol in het leven van jongeren. Ze bieden ruimte om te leren, groeien en participeren in de samenleving. Het jeugdwerk in Vlaanderen vormt al decennialang een cruciale pijler binnen het maatschappelijke en socio-culturele weefsel van onze samenleving. Het biedt jongeren kansen om zich te ontplooien, sociale vaardigheden te ontwikkelen, verantwoordelijkheid op te nemen en actief burgerschap te oefenen.
‘Vlaanderen behoort tot de Europese top wat betreft de kwaliteit en diversiteit van het jeugdwerk.’
De rijkdom van het Vlaamse jeugdwerk ligt in haar veelzijdigheid: meer dan 100.000 vrijwilligers en meer dan 3.000 professionele krachten dragen dagelijks bij aan een levendig en inclusief jeugdwerklandschap. Vlaanderen behoort tot de Europese top wat betreft de kwaliteit en diversiteit van het jeugdwerk.
Hoge uitstroom
Maar de lat hoog houden, gaat niet vanzelf. Want het jeugdwerk staat ook voor enkele belangrijke uitdagingen. Zo is er ook de hoge uitstroom van jeugdwerkers. Dit vormt een belangrijk knelpunt binnen het jeugdwerk en onderstreept de noodzaak om meer inzicht te verkrijgen in de factoren die de professionele ontwikkeling en betrokkenheid van jeugdwerkers beïnvloeden en versterken.
Om een goed zicht te krijgen op mogelijkheden en knelpunten, deden onderzoekers en studenten van de Vrije Universiteit Brussel en Erasmushogeschool in samenwerking met het Kernkabinet Jeugdwerk en De Ambrassade onderzoek naar het profiel, de positie en de maatschappelijke rol van professionele jeugdwerkers in Vlaanderen en Brussel. We organiseerden daarvoor 7 focusgroepen met 34 eerstelijns professionele jeugdwerkers.
Wat is het jeugdwerk?
Wie de jeugdwerker is, hangt natuurlijk af van wat het jeugdwerk is. En je hoeft geen onderzoek te doen om te weten dat het antwoord op die vraag niet eenduidig is.
Het jeugdwerk in Vlaanderen wordt gedragen door een unieke wisselwerking tussen vrijwilligers en beroepskrachten. Vrijwilligers vormen onmiskenbaar het kloppende hart van het jeugdwerk. Tegelijk is de aanwezigheid van professionele jeugdwerkers essentieel om continuïteit, expertise en kwaliteit te bestendigen.
Dankzij hun diverse vooropleidingen, talenten en competenties brengen deze beroepskrachten niet enkel inhoudelijke expertise en stabiliteit, maar ook innovatiekracht, methodologische vernieuwing en een sterke verbinding tussen beleid, praktijk en vrijwilligerswerk.
Een breed scala
Jeugdwerk omvat een breed scala aan activiteiten en contexten, gericht op de vrije tijd en ontwikkeling van jongeren. En hoewel dat al iets leert over de context waarbinnen jeugdwerkers werken, zijn de kernwaarden die binnen die context gelden wellicht nog belangrijker: participatie, zelfontplooiing en sociale rechtvaardigheid.
‘Jeugdwerk is een mix van plezier, begeleiding en vorming, en van maatschappelijke betrokkenheid.’
Vanuit die kernwaarden stimuleren jeugdwerkers informeel en non-formeel leren – leren dat plaatsvindt buiten school, in een context die aansluit bij de leefwereld van jongeren. Jeugdwerk is op die manier een mix van plezier, begeleiding en vorming, en van maatschappelijke betrokkenheid.
Meer dan cijfertjes
Ondanks verwoede pogingen van een beleid dat de impact van jeugdwerk steeds meer probeert te reduceren tot cijfertjes en kwantitatieve effecten, toont onderzoek aan dat jeugdwerk vaak resulteert in kwalitatieve aspecten zoals de groei van zelfvertrouwen en sociale vaardigheden van de deelnemers.
Ook bevordert het gemeenschapsvorming en de democratische betrokkenheid van jongeren. Jeugdwerk vervult bovendien de belangrijke maatschappelijke taak van signaalfunctie naar het beleid en die van brugfunctie naar het welzijnswerk.
De eigenheid van het jeugdwerk staat dus op gespannen voet met de toenemende beleidsdruk voor meetbare output: jeugdwerkers willen werken vanuit waarden, terwijl beleidskaders soms puur gericht zijn op aantallen en cijfers.
Wie is de jeugdwerker (v/m/x)?
Uit ons onderzoek blijkt dat er geen uniform profiel is dat dé Vlaamse jeugdwerker omschrijft. Velen van hen zijn jong, met diverse achtergronden. Ongeveer twee derde van de respondenten heeft een opleiding in sociale wetenschappen gevolgd, maar dat blijkt geen vereiste. Vrijwilligerswerk vormt vaak de eerste stap richting een professionele carrière. Die diversiteit in kennis, expertise en ervaring versterkt de sector.
‘De professionele jeugdwerker is sterk waardengedreven en gericht op emancipatie.’
Wat jeugdwerkers bindt, is intrinsieke motivatie. Ze willen impact hebben op het leven van jongeren, ook wanneer die impact niet meteen zichtbaar of meetbaar is. Naarmate ze langer actief zijn, groeit vaak hun maatschappelijke betrokkenheid. Jeugdwerk wordt dan meer en meer een manier om bij te dragen aan een rechtvaardige samenleving vanuit democratische waarden zoals inclusie en participatie.
Vanuit een sterk gevoel voor rechtvaardigheid en participatie zijn professionele jeugdwerkers sterk in contact leggen en verbinding creëren met jongeren en hun leefwereld. De professionele jeugdwerker is met andere woorden sterk waardengedreven en gericht op emancipatie. Het zijn bruggenbouwers die oog hebben voor zowel directe als structurele impact.
Toenemende druk
Vandaag staat deze professionele rol onder toenemende druk. Het ontbreken van een structureel kader rond opleiding en professionalisering maakt dat Vlaanderen het risico loopt achter te blijven ten opzichte van andere Europese landen. Onder impuls van de European Youth Work Convention (2010) hebben diverse Europese lidstaten de voorbije jaren sterk geïnvesteerd in de ontwikkeling van formele opleidingsprogramma’s en duidelijke kwalificatiekaders voor jeugdwerkers.
Deze investeringen hebben geleid tot een verhoogde maatschappelijke erkenning van jeugdwerk als professioneel domein en tot duurzame loopbaanperspectieven voor beroepskrachten. Verschillende landen hebben kwalificatiekaders, universitaire opleidingen of praktijkgerichte trainingsprogramma’s geïnstalleerd die jeugdwerkers voorbereiden op hun maatschappelijke opdracht. Dit leidt tot meer duurzame loopbaanperspectieven, en een betere borging van bestaande expertise.
In Vlaanderen en Brussel daarentegen ontbreekt een eenduidig beroepsprofiel en bijhorend opleidingskader. Ondanks talrijke waardevolle initiatieven vanuit de sector zelf, is er geen structureel verankerde opleiding of vastomlijnd kader dat de functie, rol en competenties van professionele jeugdwerkers consistent definieert.
Waar sectoren zoals onderwijs of welzijnswerk beschikken over een helder traject van opleiding en erkenning, blijfthet jeugdwerk steken in fragmentatie en onduidelijkheid. Dit resulteert in een fundamenteel probleem van professionele erkenning, zowel op beleidsmatig als maatschappelijk niveau.
Structurele uitdagingen
Daarnaast kampt het jeugdwerkveld met structurele uitdagingen die rechtstreeks de positie van beroepskrachten aantasten: hoge werkdruk, rolverwarring tussen vrijwilligers en beroepskrachten, tussen jeugdwerk en jeugdwelzijnswerk, beperkte loopbaan- en doorgroeimogelijkheden, en een hoog personeelsverloop.
‘De kernrol van de professionele jeugdwerker verschuift naar taken die eerder binnen het welzijnswerk horen.’
Deze factoren bemoeilijken niet alleen het aantrekken, maar ook het behouden van professionele jeugdwerkers. Het roept fundamentele vragen op over hoe we duurzame betrokkenheid en werkbare loopbanen in de sector kunnen waarborgen.
Bovendien betekent de uitval of het vertrek van beroepskrachten vaak het verlies van opgebouwde kennis, netwerken en methodieken. Dit vormt een bedreiging voor de stabiliteit van organisaties en voor de kwaliteit van het jeugdwerk als geheel.
Spanningsvelden en uitdagingen
Uit de resultaten van de focusgroepen blijkt dat een eerste uitdaging te maken heeft met het inhoudelijke takenpakket: jeugdwerkers geven aan dat de kernrol van de professionele jeugdwerker verschuift naar taken die eerder binnen het welzijnswerk horen.
De grootstedelijke context is hierin een bijkomende uitdaging. Professionele jeugdwerkers in grootsteden merken dat maatschappelijke problemen zich op jongere leeftijd voordoen en dat het ondersteuningsnetwerk versnipperd is, waardoor ze vaker alleen staan bij complexe situaties.
Zowel in de literatuur als in onze onderzoeksresultaten zien we dat professionele jeugdwerkers steeds vaker geconfronteerd worden met welzijnsvragen waarvoor zij niet altijd zijn opgeleid. Onze resultaten benadrukken dat jeugdwerkers naast jongeren ook vrijwilligers met een psychische kwetsbaarheid ondersteunen.
De bevraagde jeugdwerkers duiden aan dat deze verschuiving wordt gedreven door de verwachting dat jeugdwerk fungeert als een universele probleemoplosser en hierdoor opdrachten krijgt van andere beleidsdomeinen. Dit zet het recreatieve en preventieve karakter van het jeugdwerk onder druk.

“Professionele jeugdwerkers worden steeds vaker geconfronteerd met welzijnsvragen waarvoor zij niet altijd zijn opgeleid.”
© Unsplash+ / A. C.
Eigenaarschap
Een tweede uitdaging die uit ons onderzoek naar voren komt, gaat over het spanningsveld rond autonomie en eigenaarschap. Net als eerder onderzoek, wijzen onze resultaten op de negatieve impact van overmatige regelgeving die de autonomie van professionele jeugdwerkers beperkt. De bevraagde jeugdwerkers benadrukken dat strakke regels een bedreiging zijn voor de kwaliteit van hun werk. Ze geven aan dat vrijheid om hun werk vorm te geven cruciaal is en dat uniformiteit een bedreiging is voor de essentie van het jeugdwerk.
‘Uniformiteit is een bedreiging voor de essentie van het jeugdwerk.’
De maatschappij verandert voortdurend, waardoor de professionele jeugdwerker zich steeds moet aanpassen en flexibel opstellen. Maatschappelijke ontwikkelingen zoals digitalisering, COVID-19 en de vermarkting van het jeugdwerk hebben volgens de jeugdwerkers een blijvende impact.
Professionele jeugdwerkers vinden daarentegen motivatie in de warme netwerken met collega’s, steun van leidinggevenden, een hoge mate van autonomie en flexibiliteit, en de mogelijkheid om continu te leren en uitgedaagd te worden. Deze factoren sluiten aan bij de zelfdeterminatietheorie: motivatie groeit wanneer mensen autonomie, verbondenheid en competentie ervaren.
Druk op mentaal welzijn
Een derde uitdaging is de druk op het mentaal welzijn van de professionele jeugdwerker. In de literatuur “Trying to be everything else”: Examining the challenges experienced by youth development workers & Challenges experienced by child and youth care workers in child and youth care centres working with children & European youth work developments and challenges—A meta-synthesiswordt dit vooral gelinkt aan een hoge werkdruk en onregelmatige werkuren, een nadelig paritair comité – en dus een lage verloning – beperkte doorgroeimogelijkheden, emotionele belasting en het gebrek aan professionele ondersteuning.
Daarnaast geven jeugdwerkers aan dat het onregelmatige werkritme en de moeilijke balans tussen werk en privé hun motivatie onder druk zet. Sommigen zien jeugdwerk daardoor eerder als een tijdelijke of startersfunctie dan als een duurzame loopbaankeuze. Dit leidt tot een hoog verloop.
Vrijwilligers en toegankelijkheid
Een vierde uitdaging is de daling in langdurige betrokkenheid van vrijwilligers. De bevraagde jeugdwerkers wijzen erop dat deze evolutie onder andere wordt veroorzaakt door financiële druk op jongeren en een grotere aandacht voor zelfzorg, waardoor zij minder tijd of energie hebben voor langdurig engagement. Dit leidt ertoe dat organisaties steeds meer tijd moeten investeren in het werven van nieuwe vrijwilligers, wat soms ten koste gaat van de kwaliteit van het werk.
Uitdaging vijf is de toegankelijkheidsparadox. Ondanks de intentie om inclusief te zijn en open te staan voor alle jongeren, worden niet alle jongeren bereikt. De bevraagde jeugdwerkers benadrukken dat organisaties streven naar toegankelijkheid maar geconfronteerd worden met toenemende financiële druk die deze toegankelijkheid onder druk zet. Ze noemen daarbij voorbeelden zoals de fysieke ontoegankelijkheid van infrastructuur en een toename van openlijk racisme.
Continuïteit
Een zesde uitdaging draait rond continuïteit: de duurzaamheid van werkingen, kennis, netwerken en samenwerking.
Uit de resultaten blijkt dat deze zaken vaak persoonsgebonden zijn. Wanneer collega’s vertrekken, verdwijnen dus ook hun netwerken en opgebouwde kennis. De bevraagde jeugdwerkers benadrukten dat het jeugdwerklandschap gekenmerkt wordt door een uitgebreid maar versnipperd aanbod aan dienstverleners, wat effectieve samenwerking bemoeilijkt.
‘75 procent van de professionele jeugdwerkers is jonger dan 35 jaar.’
Het ontbreken van formele systemen voor intervisie en begeleiding versterkt dit probleem. Dit resultaat komt overeen met de manier waarop Redig (2020) wijst op het ontbreken van een institutioneel kader in Vlaanderen, waardoor systematische kennisopbouw moeilijk is.
Het veld kenmerkt zich door een jonge populatie waarbij 75 procent van de professionele jeugdwerkers jonger is dan 35 jaar, wat uitdagingen meebrengt op vlak van continuïteit en ervaring. De combinatie van informatieoverload en een gebrek aan ondersteuning leidt tot een hoge uitval in de beginfase. Voor jeugdwerkers die ambitie hebben om meer verantwoordelijkheid op te nemen, is er vaak weinig perspectief binnen het jeugdwerk.
Maatschappelijke onderwaardering
De resultaten van ons onderzoek wijzen op verschillende spanningsvelden die de dagelijkse realiteit van de jeugdwerker complexer maken: idealen versus beleid, betrokkenheid versus begrenzing, toegankelijkheid versus exclusie.
Tot slot speelt een onderliggende uitdaging doorheen verschillende thema’s: de maatschappelijke onderwaardering van het jeugdwerk. Dit komt overeen met eerder onderzoek dat aangeeft dat jeugdwerk in sommige landen niet erkend wordt als beroep en vaak gezien wordt als een tijdelijke functie. Het maakt het voor professionele jeugdwerkers moeilijk om zich verder te ontwikkelen terwijl hun werk van onschatbare waarde is voor de samenleving.
Aanbevelingen
Hoe zorgen we ervoor dat professionele jeugdwerkers hun werk met volle overtuiging en maximale impact kunnen uitvoeren?
Dat begint met het erkennen van de maatschappelijke kern van jeugdwerk in het beleid: jeugdwerk heeft bestaansrecht op zichzelf, als kritische maatschappelijke speler. Het dient niet louter als instrument om overheidsbeleid te kanaliseren. Het is de kwaliteit die jeugdwerk tot jeugdwerk maakt, niet de kwantiteit.
Erken daarnaast de agogische kern van jeugdwerkers in het beleid: jeugdwerkers zetten in op verbinding en emancipatie, vanuit ‘zachte’ competenties als nabijheid, empathie en relationele positionering. Jeugdwerkers zijn belangrijke emancipatorische actoren: geen loutere uitvoerders van beleid, maar kritische autonome professionals.
‘Het is de kwaliteit die jeugdwerk tot jeugdwerk maakt, niet de kwantiteit.’
Hoewel jeugdwerkers wel degelijk leren en verder professionaliseren, gebeurt dat vooral informeel en samen met collega’s. Een helder profiel, met de daarbij horende mogelijkheden voor professionalisering van de jeugdwerker (en het jeugdwerk), vanuit een mensgerichte en contextgebonden aanpak, ontbreekt vooralsnog.
Investeer daarom in (het belang van) jeugdwerk als lerende en reflectieve organisaties: het structureel verankeren van begeleiding, kennisdeling en reflectie met oog op professionalisering in de organisatiecultuur. Een collectieve leercultuur is al aanwezig in het jeugdwerk, maar kan beter verankerd en ondersteund worden.
Investeer ook in een flexibel en modulair opleidingssysteem dat aansluit bij de praktijk en bij de diverse profielen die het jeugdwerk nodig heeft. Zo’n opleidingssysteem beoogt geen eenvormigheid, maar net de professionele (door)groei van jeugdwerkers
En als laatste: stem beleid en kwaliteitskaders beter af op de praktijk. Beweeg weg van outputgerichte sturing en laat ruimte voor proces, context, verbinding en betekenis.
Balanceren tussen idealen en beleidskaders
Vlaamse jeugdwerkers zijn maatschappelijke actoren die dagelijks balanceren tussen idealen, leefwereld van jongeren en beleidskaders. Hun motivatie wordt gedreven door intrinsieke waarden, versterkt door een ondersteunende organisatie en netwerk. Het erkennen van hun kritische professionaliteit, het ondersteunen van in- en non-formeel leren en het afstemmen van beleidskaders op de praktijk kan hun werk duurzaam versterken.
Door te investeren in jeugdwerkers, investeert Vlaanderen in een samenleving waarin jongeren de ruimte krijgen om te groeien, participeren en hun stem te laten horen. Hun werk is van directe waarde voor jongeren, en van structurele waarde voor een inclusieve en rechtvaardige samenleving.


Reacties [1]
Interessante resultaten! Zou er ergens een mogelijkheid zijn om het volledige onderzoeksrapport hiervan te bekijken?
Met vriendelijke groeten
Jonathan Depoot
Docent SRW Howest