Adoptiestop
In 2019 stelde de Vlaamse Regering een expertenpanel aan om wanpraktijken in het transnationaal adoptiesysteem te onderzoeken. Zij concluderen dat het systeem vraaggestuurd is. Adoptiediensten worden daarin aangemoedigd om actief op zoek te gaan naar adopteerbare kinderen via het opzetten van nieuwe samenwerkingen met herkomstlanden. Hierdoor is er een groot risico dat kinderen onterecht in het adoptiesysteem belanden.
Nadat verschillende problematische adoptiecases uit Ethiopië werden vastgesteld, riep het Vlaams Centrum voor Adoptie (VCA) in 2023 mensen op om vermoedens van wanpraktijken te melden. In maart 2026 stond de teller op 241 meldingen. Samen met lokale partners in de herkomstlanden worden deze momenteel onderzocht.
‘Er is een groot risico dat kinderen onterecht in het transnationaal adoptiesysteem belanden.’
Hoewel een stap vooruit, blijven dit individuele dossiers. Het structurele probleem wordt daarmee niet benoemd noch erkend. Dat deed minister Caroline Gennez (Vooruit) wel, toen zij in april 2026 met een adoptiestop voor het eerst erkenning gaf aan structurele wanpraktijken in het transnationaal adoptiesysteem.
Maatschappelijk debat over wanpraktijken
Die stop kan niet overal op bijval rekenen. Door sommige wens- en adoptieouders wordt hij als abrupt en oneerlijk ervaren. Dat komt mede omdat een breed maatschappelijk gesprek over wanpraktijken in transnationale adoptie ontbreekt. Integendeel, adoptiediensten en regulerende instanties hebben de wanpraktijken te lang ontkend of geminimaliseerd tot individuele dossiers.
Na de adoptiestop breekt nu een herstelperiode aan. Belangrijk daarbij is de waarheid. De Vlaamse samenleving heeft daar recht op. Hoe faciliteerde transnationale adoptie kinderhandel? Hoeveel dossiers van geadopteerden in Vlaanderen bevatten sporen van wanpraktijken? Hoeveel geadopteerden werden onrechtmatig gescheiden van hun ouders in het land van herkomst?
‘Wanpraktijken zijn geen uitzondering in het transnationaal adoptiesysteem. Ze zijn er inherent aan.’
Op het federaal niveau vroeg de Kamer vorig jaar al om een historisch onderzoek naar de wanpraktijken in België tussen 1960 en 2005. In afwachting van dit onderzoek vinden wij het de taak van de Vlaamse regering om de bevolking te informeren over wat we al weten dankzij buitenlandse onderzoekscommissies.
In onder andere Nederland, Zwitserland, Frankrijk en Zuid-Korea werden de voorbije jaren grootschalige onafhankelijke onderzoeken gevoerd. Zij concluderen onomwonden dat wanpraktijken geen uitzondering zijn in het transnationaal adoptiesysteem. Ze zijn er inherent aan. Sinds de start van transnationale adoptie, worden kinderrechten op grote schaal geschonden om de kinderwens van kandidaat-adoptanten in te vullen.
Relevant voor Vlaanderen
Waarom zijn deze buitenlandse onderzoeken relevant voor Vlaanderen? We zien in de Zwitserse, Nederlandse en Franse rapporten dat er structurele wanpraktijken en onregelmatigheden worden vastgesteld in tal van herkomstlanden, landen waar Vlaanderen ook mee heeft samengewerkt.
Bovendien zijn in landen zoals Zuid-Korea, Ethiopië en Guatemala ernstige misstanden aan het licht gekomen. Er volgenden rechtszaken en veroordelingen in verband met frauduleuze adopties. In diezelfde periode werd vanuit deze landen ook naar Vlaanderen geadopteerd.
‘Laten we inzoomen op de mechanismen van kinderhandel.’
Laten we dus inzoomen op de mechanismen van kinderhandel die deze commissies blootlegden. De onderzoeken beschrijven hoe kinderen systematisch onrechtmatig tot wees werden gemaakt, hoe eerste ouders valselijk beticht werden van verwaarlozing, hoe toestemming werd vervalst of omzeild en ouders onder druk afstandsdocumenten tekenden.
Decennialang verschuilden adoptiediensten en verantwoordelijken in het adoptielandschap zich achter het ‘belang van het kind’, terwijl ze in werkelijkheid vooral de internationale vraag naar adoptiekinderen wilden spijzen . Via citaten uit de rapporten tonen we hoe dat concreet in zijn werk ging.
Wat we verstaan onder ‘kinderhandel’
Om de inzichten van de rapporten te kunnen interpreteren, moeten we eerst meegeven hoe kinderhandel en de verkoop van kinderen juridisch wordt gedefinieerd. Het Palermo Protocol van de Verenigde Naties definieert kinderhandel als het “werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten of ontvangen van kinderen met het oog op uitbuiting”.
In transnationale adoptie is vaak het laatste element van de definitie – uitbuiting – een onderwerp van discussie. Adoptieouders en actoren in het transnationaal adoptiesysteem hadden zelden de intentie om geadopteerde kinderen uit te buiten, al komt het in uitzonderlijke gevallen wel voor. Daarom maken rapporten een onderscheid tussen kinderhandel en de verkoop van kinderen. Waar het eerste moeilijk te bewijzen is, is de verkoop van kinderen breed vastgesteld in transnationale adoptie.
‘De verkoop van kinderen is breed vastgesteld.’
Wat begrijpen we onder ‘verkoop van kinderen’? Het Facultatief Protocol bij het VN-Kinderrechtenverdrag definieert de verkoop van kinderen als “elke handeling waarbij een kind door wie dan ook wordt overgedragen aan een andere persoon of groep tegen betaling of enig ander voordeel.”
De Speciale VN-rapporteur voor de verkoop en seksuele uitbuiting van kinderen Maud de Boer-Buquicchio identificeerde in 2016 in een rapport vier praktijken als illegale adoptie en kwalificeert ze als verkoop van kinderen. De eerste twee mechanismen ontleent De Boer-Buquicchio rechtstreeks aan het Facultatief Protocol van het VN-kinderrechtenverdrag: (1) geen geïnformeerde toestemming van beide eerste ouders, of toestemming verkregen onder druk, misleiding of valse beloften, en (2) financieel gewin voor tussenpersonen (adoptieorganisaties, klinieken, advocaten of ambtenaren).
Daarnaast benoemt De Boer-Buquicchio nog bijkomende mechanismen, zoals (3) schending van het subsidiariteitsbeginsel: er werd niet ernstig gezocht naar opvang in de eigen regio van het kind vóór internationale plaatsing werd overwogen, en (4) documentvervalsing of identiteitsfraude: valse weesregistraties, vervanging van kinderen, of het bewust verdoezelen van de herkomst van het kind.
Wanneer deze elementen opduiken in adoptiedossiers, samen of apart, spreekt de VN dus niet van een onregelmatigheid of administratieve fout, maar van de verkoop van kinderen. De verschillende onafhankelijke onderzoekscommissies transnationale adoptie tonen elk apart aan dat al deze elementen systematisch en over decennia heen in meerdere landen tegelijk aanwezig waren.

“Decennialang verschuilden adoptiediensten en verantwoordelijken in het adoptielandschap zich achter het ‘belang van het kind’, terwijl ze in werkelijkheid vooral de internationale vraag naar adoptiekinderen wilden spijzen.”
© Pexels / G Media Malta
Zuid-Korea: Adoptieorganisaties zetten eerste ouders buiten spel
De vier rapporten die we zullen bespreken, zijn verschillend van aard. In Zuid-Korea werd een waarheids- en verzoeningscommissie aangesteld om de massale meldingen van mensenrechtenschendingen te onderzoeken.
Zuid-Korea stuurde tussen 1950 en 1999 ongeveer 140.000 kinderen naar het buitenland. In 2022 dienden 367 geadopteerden uit elf landen een klacht in bij de nationale waarheids- en verzoeningscommissie. Zij stelden dat zij valselijk als wees waren geregistreerd.
‘Adoptieorganisaties vervalsten stelselmatig documenten.’
Na bijna drie jaar onderzoek bevestigde de commissie in 2025 dat adoptieorganisaties stelselmatig documenten hadden vervalst, met stilzwijgende medewerking van de staat. “Adoptieorganisaties konden elk kind zonder toestemming van de biologische ouders of familieleden naar het buitenland sturen voor adoptie, door het kind valselijk te registreren als wees en vervolgens zelf rechtstreeks toestemming te verlenen”, staat er in het rapport. Truth and Reconciliation Commission of Korea, (2023), Decision on Intercountry Adoption: Systematic Violations of Adoptees’ Rights, Seoul, Truth and Reconciliation Commission of Korea.
Toestemming geldt in het internationale adoptierecht als de hoeksteen van een ethische adoptie. Maar de Zuid-Koreaanse casus toont aan hoe dit principe structureel werd omzeild, niet enkel door toestemming te vervalsen, maar door ze juridisch overbodig te maken. Via wettelijke tekortkomingen konden adoptieorganisaties zichzelf tot voogd van het kind laten benoemen. Eens ze die voogdijrol vervulden, konden ze zelf de toestemming verlenen die normaal aan de ouders toebehoort.
Nederland: Afstand onder dwang of misleiding
Onze noorderburen ontdekten de actieve betrokkenheid van de Nederlandse overheid bij wanpraktijken eerder per toeval. Toen het ministerie van Justitie in 2017 een archiefverzoek beantwoordde van een geadopteerde uit Brazilië, bleek dat eigen overheidsfunctionarissen betrokken waren bij illegale adopties.
Daarop werd een parlementaire onderzoekscommissie aangesteld. De onderzoekscommissie onder leiding van Tjibbe Joustra concludeerde in 2021 dat de overheid decennialang had weggekeken en zelf deel uitmaakte van het systeem dat ze had moeten controleren.
“Het adoptiebesluit is vaak onder sociale druk of dwang tot stand gekomen. Naast de extreme vormen van kinderdiefstal of kidnapping, is afstand van kinderen ook gedaan door aan de geboortefamilie valse beloften te doen of hen documenten te laten tekenen die ze niet begrepen”, lezen we in het rapport. “Het interlandelijke adoptiesysteem zelf fungeerde in sommige gevallen als een ‘kinder-witwas’ mechanisme omdat het kinderen die onder verdachte omstandigheden voor adoptie werden aangeboden in legitiem geadopteerde kinderen kon omzetten.”
‘Ouders die zulke documenten ondertekenden, begrepen vaak niet wat ze tekenden.’
In heel wat herkomstlanden is het permanent afstand doen van een kind via een handtekening geen cultureel verankerde praktijk. Het is een Europese transactionele logica: een krabbel op papier die een onherroepelijke overdracht van een kind bezegelt. Ouders die zulke documenten ondertekenden, begrepen vaak niet wat ze tekenden. Niet enkel omdat de documenten in een vreemde taal waren opgesteld, maar omdat het concept zelf – je kind definitief overdragen via een administratieve handeling – cultureel geen betekenis had.
Adoptieorganisaties en hun bemiddelaars opereerden in contexten van extreme armoede en sociale uitsluiting, legden ouders documenten voor waarvan de permanente juridische gevolgen hen nooit werden uitgelegd. Valse beloften deden de rest. Ouders werd gezegd dat hun kind tijdelijk zou worden opgevangen, dat het zou terugkeren, dat contact mogelijk bleef. Eens de handtekening was gezet, deed het systeem de rest: kinderen die onder verdachte omstandigheden voor adoptie werden aangeboden, werden via opeenvolgende administratieve stappen omgezet in legitiem geadopteerde kinderen.

“In heel wat herkomstlanden is het permanent afstand doen van een kind via een handtekening geen cultureel verankerde praktijk. Ouders die zulke documenten ondertekenden, begrepen vaak niet wat ze tekenden.”
© Pexels / Thirdman
Zwitserland: Opvang in eigen netwerk niet onderzocht
Zwitserland begon met excuses voor Sri Lanka, en eindigde met een veel grotere erkenning. Uit eerder onderzoek was gebleken dat Zwitserse autoriteiten hadden weggekeken toen hun bij adopties van baby’s uit Sri Lanka onvolledige of vervalste documenten werden voorgelegd. De Zwitserse regering bood daarvoor in december 2020 haar excuses aan.
Maar de vraag drong zich op: was Sri Lanka een uitzondering, of het topje van een ijsberg? Archiefonderzoek wees uit dat illegale praktijken zichtbaar waren in alle tien onderzochte herkomstlanden: Bangladesh, Brazilië, Chili, Guatemala, India, Colombia, Korea, Libanon, Peru en Roemenië.
Het subsidiariteitsbeginsel vereist dat transnationale adoptie pas overwogen wordt wanneer alle zorgopties in het land van herkomst uitgeput zijn. In de praktijk bleek het een formaliteit. Het Zwitserse archiefonderzoek toont aan dat Zwitserse vertegenwoordigers in de herkomstlanden zelden rekening hielden met bestaande familie- of gemeenschapsstructuren.
‘Grootouders, ooms, tantes, buren werden niet gezien.’
Grootouders, ooms, tantes, buren: het weefsel van zorg dat in veel landen van het globale zuiden de opvang van kinderen draagt, werd niet gezien. “Dit betekende dat de mogelijkheid over het hoofd werd gezien dat er lokaal een verwantschapsnetwerk of een uitgebreide sociale omgeving bestond die, met de juiste financiële steun, het betreffende kind had kunnen opvoeden”, schrijven de onderzoekers in hun rapport.
Het subsidiariteitsbeginsel toepassen kost tijd, middelen en lokale kennis. Transnationale adoptie was sneller, lucratiever en beantwoordde aan een concrete vraag vanuit het Westen. Zo verschoof het belang van het kind stilaan naar de achtergrond en werd het belang van de kandidaat-adoptant de stille drijfveer van het systeem.
Op 29 januari 2025 nam de Zwitserse federale regering het principebesluit om internationale adoptie volledig te beëindigen, op basis van de conclusie van een onafhankelijke expertengroep dat zelfs een grondig herzien wettelijk kader misbruik niet kan uitsluiten. Het Zwitserse parlement heeft zich echter later dat jaar tegen een wettelijk verbod uitgesproken.
Frankrijk: Altijd al op de hoogte van wanpraktijken
Frankrijk is het enige land waar het initiatief voor een onderzoek niet vanuit de politiek, maar vanuit de wetenschap kwam.
In 2021 deed historicus Yves Denéchère vanuit archiefonderzoek verontrustende vaststellingen: het werkelijke aantal geadopteerde kinderen lag 20 tot 25 procent hoger dan de officiële statistieken. De meeste extra kinderen kwamen het land binnen zonder adoptievisum. Meldingen van illegale praktijken bleken talrijk, terugkerend en wijdverbreid.
Diplomatieke correspondentie uit Guatemala, Nepal, El Salvador, Sri Lanka en Vietnam toont aan dat Franse diplomaten ter plaatse al minstens vanaf de jaren tachtig op de hoogte waren van illegale praktijken. Ze rapporteerden erover. De informatie bereikte Parijs. En toch veranderde er niets. “Met name in Peru en Brazilië waren alle betrokkenen bij het internationale adoptieproces zich bewust van de illegale praktijken die daarin plaatsvonden. Zij konden zich dus niet onbewust zijn van de risico’s op strafbare feiten die verbonden zijn aan internationale adoptie.”
‘De vraag naar adoptiekinderen vanuit Frankrijk was groot, de druk op herkomstlanden reëel, en de financiële belangen van bemiddelaars aanzienlijk.’
Het Franse rapport beargumenteert dat de passieve houding te verklaren is door belangen in de adoptiemarkt. De vraag naar adoptiekinderen vanuit Frankrijk was groot, de druk op herkomstlanden reëel, en de financiële belangen van bemiddelaars aanzienlijk. Ingrijpen betekende die markt verstoren. Dat de overheid tegelijk uitvoerder en controleur was van het systeem, maakte handhaving structureel onwaarschijnlijk.

“Franse diplomaten in de herkomstlanden waren al minstens vanaf de jaren tachtig op de hoogte van illegale praktijken. Ze rapporteerden erover. De informatie bereikte Parijs. En toch veranderde er niets.”
© Pexels / Faruk Tokluoğlu
Kinderwitwassen
Wat de rapporten samen blootleggen, is geen reeks nationale schandalen. Ze tonen een systematisch probleem bij transnationale adoptie. De illegale praktijken waren geen ongewenste bijwerking van een verder gezond systeem. Ze waren de smeerolie die het systeem draaiende hield.
Dat systeem heeft altijd gefunctioneerd in een grijze zone waarin legaliteit en illegaliteit in elkaar overvloeiden. Kinderen die adoptabel werden verklaard, waren zelden echte wezen. Andere redenen moesten worden ingeroepen om hun scheiding van de familie te rechtvaardigen.
Hierbij duiken in de rapporten telkens weer de vier mechanismen op die een adoptie voor de VN kwalificeren als illegale verkoop van kinderen. Om te beginnen werd geïnformeerde toestemming niet structureel gewaarborgd. De commissies vonden bewijzen van vervalsing en omzeiling. Financieel gewin voor tussenpersonen creëerde bovendien prikkels om kinderen adoptabel te verklaren die dat niet waren.
‘De illegale praktijken waren geen ongewenste bijwerking van een verder gezond systeem. Ze waren de smeerolie die het systeem draaiende hield.’
Het subsidiariteitsbeginsel werd ook niet structureel opgevolgd. Het Westen vroeg namelijk om sneller en lucratiever te beantwoorden aan de vraag naar kinderen, waardoor onvoldoende geïnvesteerd werd in het zoeken naar lokale zorgopties. En documentvervalsing was een instrument om al het voorgaande te legaliseren. De onafhankelijke commissies noemen dit, elk in hun eigen woorden, een vorm van kinderwitwassen.
Een combinatie van factoren zorgde ervoor dat dit systeem decennialang bleef draaien. Onder meer: armoede en onwetendheid bij eerste ouders, de gebrekkige ontwikkeling van lokale zorgsystemen, de hoge bedragen die corruptie stimuleerden, de stigmatisering van alleenstaande moeders en gemarginaliseerde gemeenschappen, en de neiging bij overheden en adoptieouders om het hoofd in het zand te steken. In een globale context gekenmerkt door ongelijkheden en winstbejag is dit een systeem dat niet te remediëren valt.
Vlaanderen verdient eigen onderzoek
Ondanks de bewijslast die deze rapporten hebben geleverd, verdient ook Vlaanderen een eigen waarheids- en verzoeningscommissie. We kunnen daarin leren van Denemarken, waar een universitaire onderzoekscommissie werd aangesteld. Denemarken onderzoekt niet enkel individuele klachten, maar neemt het volledige systeem in zeventig landen onder de loep.Wij zijn als onderzoekspartners betrokken bij die Deense studie van het transnationaal adoptiesysteem in Bolivia en Nepal.
‘Geadopteerden, eerste ouders en adoptieouders hebben recht op de waarheid.’
Geadopteerden, eerste ouders en adoptieouders hebben recht op de waarheid. Zij verdienen extra ondersteuning in het erkennen, aanvaarden en verwerken van de impact van deze verwoestende geschiedenis op hun leven.


Reacties [2]
Wat over een aantal jaren, wanneer kinderen geboren uit een wensmoeder hun moeder willen leren kennen? Hebben de wensmoeders altijd een keuze? Waarom wordt er eerst altijd gehandeld en daarna pas nagedacht over de consequenties op langere termijn?
Als metissen geboren tijdens de kolonisatie brachten we het bewijs van mensenhandel in de contekst van kolonisatie of andere machtsonevewicht in kaart.
EN ook hier blijven we vergeten in dit debat. Waarom Ook wij zijn geboren in de jaren 1950 zoals u schrijft in dit artikel, ook wij hebben een moeder uit een niet-Europees land en ook wij werden verwijderd uit ons geboorteland. We hadden een witte vader en toch werden we weggehaald bij onze moeders. Maar niet iedereen werd geadopteerd, we leefden als pleegkinderen en zo groeiden we op zonder vaderland, zonder erfrechten. Vandaar opnieuw de vraag vormen buitenlandse niet geadopteerde kinderen ook een deel van de groep waarvoor jullie opkomen zelfs als ze buitenlanders bleven zonder erfrecht.