Achtergrond

Hoe kunst in het woonzorgcentrum vonkjes geeft

Lieselot Degraeve

In het woonzorgcentrum wordt niet alleen zorg verleend, maar is er ook aandacht voor zingeving en kwaliteit van leven. Dat daarin plaats is voor kunst, creatie en verbeelding zou vanzelfsprekend moeten zijn. Lieselot Degraeve (Kenniscentrum Welzijn, Wonen, Zorg) sprak daarover met kunstenaar Ann Weckx en directeur Arne Kenis.

kunst

© De Ambulanten

Kunst maken met bewoners

Kunst is een vorm van zingeving. Het biedt een expressie voor dingen die we soms moeilijk tot uiting kunnen brengen. Kunst duikt overal op, in het museum, op de straat, in de zorg.

Als het van Ann Weckx en Arne Kenis afhangt, dan kan ook in het woonzorgcentrum nooit sprake zijn van een overdosis kunst. Ann is als kunstenaar actief bij MUS-E Belgium, een organisatie die generaties met elkaar verbindt via kunst. Vier jaar geleden startten Ann samen met Rasa Alksnyte en Justie Maxelon in het Brusselse woonzorgcentrum Huize Sint-Monika het project ‘De Ambulanten’ op. Drie jaar lang organiseerden ze er kunstateliers voor de bewoners, samen met scholen uit de buurt.

‘Ann en Arne beleven het artistieke leven in woonzorgcentra elk op hun eigen manier.’

Arne Kenis is directeur van het Brusselse woonzorgcentrum Ter Ursulinen. Ook daar krijgen kunst en cultuur een centrale plaats met heel wat activiteiten zoals concerten, dansvoorstellingen en samenwerkingen met musea.

Ann en Arne beleven het artistieke leven in woonzorgcentra elk op hun eigen manier, met een gedeelde waardering voor de verbinding die erdoor kan ontstaan. We gingen met hen in gesprek over hun ervaringen, de noodzaak van artistiek werken met ouderen en de knelpunten die daarbij komen kijken.

Wat is jullie drijfveer om kunstpraktijken binnen te brengen in het woonzorgcentrum?

 Arne: “Kunst en cultuur zijn een middel om verbonden te blijven met de samenleving. We willen ouderen in het woonzorgcentrum ervaringen geven die niet gelinkt zijn aan ouder worden, zodat ze hun leven kunnen voortzetten. Ze moeten kunnen blijven proeven van nieuwe dingen. Dat gaat van klassieke concerten in de kapel tot creaties maken zoals een fotoroman of een langspeelplaat. Zo was er een project met Magritte Museum. Ouderen en jongeren haalden samen gekke objecten op de rommelmarkt en creëerden er een verhaal rond zoals in een schilderij van Magritte.”

“Bovendien zijn er mensen die vroeger niet de kans hadden om kunst en cultuur te beleven. Onlangs zei een bewoner: ‘Ik ben nog nooit zo vaak naar een concert geweest als hier.’”

‘Onlangs zei een bewoner: ‘Ik ben nog nooit zo vaak naar een concert geweest als hier.’’

Ann: “In de coronacrisis zag ik waar cultuur en welzijn elkaar nodig hebben: veel mensen in de culturele wereld waren hun job kwijt en tegelijk waren er duizenden handen tekort in de zorg. Bovendien zie ik bij veel kunstenaars een aanleg om met mensen te werken. Kunstenaars zijn heel communicatief. Daarom wilde ik verkennen hoe kunstenaars de dialoog kunnen stimuleren tussen cultuur en welzijn.”

“Met De Ambulanten brengen we met drie kunstenaars onze kunstpraktijk binnen in het woonzorgcentrum. Waar het vooral om gaat, zijn de momenten van contact en verbinding. Kleine gebaren zoals tijd maken en even bij iemand gaan zitten. We halen de menselijkheid naar boven.”

“De verbindingen die we maken, brengen nieuwe verhalen met zich mee. Een oudere die ooit schilder was, ontmoet bijvoorbeeld een jonge visuele kunstenaar. Ze voelen een klik en ze beginnen samen aan hun verhaal. Ook een project rond haakwerk spreekt tot de verbeelding. We lieten mensen haken, niet volgens een patroon maar op basis van de gesprekken die we voerden. Op het einde kwam er een kaartje aan het haakwerk met de naam van de maker en wat het meest bijbleef uit het gesprek.”

woonzorgcentrum

Ann Weckx en Arne Kenis: “Het belangrijkste is de verbinding die ontstaat.”

© Dora Turay

Welke rol kan het zorgpersoneel spelen om kunst en cultuur binnen te brengen in het woonzorgcentrum?

Arne: “We geven in ons woonzorgcentrum graag een podium aan bewoners of personeel, bijvoorbeeld om op te treden. We stimuleren medewerkers om hun hobby’s en interesses mee te nemen naar het werk, bijvoorbeeld een muziekinstrument of boeken. Het kan een gespreksstarter zijn of een gezamenlijke interesse waarmee bewoners elkaar leren kennen of het zorgt ervoor dat ze niet aan een lege tafel zitten. Het belangrijkste is de verbinding die ontstaat.”

“Dat is niet makkelijk, want niet iedereen heeft zulke hobby’s. Bovendien staat niet al het personeel ervoor open. Ook voor de grotere kunstprojecten springen sommigen moeilijker op de kar. Verpleeg- en zorgkundigen worden opgeleid met een ziekenhuisvisie en focus op het medische. Ze hebben er moeite mee om een holistische leefomgeving te creëren.”

“Daar zit een lacune in ons onderwijs. Veel nieuwe collega’s weten niet hoe ze eraan moeten beginnen. Tegelijk wil ik de dingen erkennen die we niet altijd opmerken. Een directeur ziet niet alles dat het personeel doet. De kleine gebaren gaan helaas soms onopgemerkt voorbij.”

‘We mogen fier zijn op wat we doen.’

Ann: “Ook in de media wordt veel van wat we doen niet opgemerkt. Vaak zien ze alleen wat niet goed gaat. Projecten zoals die van ons, daar kijken ze niet naar. Nochtans mogen we fier zijn op wat we doen.”

Arne: “Helaas hebben veel mensen nog een vertekende beeld van ons. Ik sprak onlangs met studenten op een jobbeurs en vroeg of ze in onze sector willen werken. Daar zag ik dat ze een eerder negatief beeld hebben van de woonzorgcentra. Toen ik vroeg welke hobby’s ze zouden meebrengen naar hun werk, zeiden ze dat het de eerste keer was dat zoiets gevraagd werd. Ze weten niet altijd dat werken in deze sector anders kan.”

Woonzorgcentra ervaren veel werkdruk. Is er nog voldoende ruimte en flexibiliteit voor deze manier van werken?

Ann: “Ik bots soms op de controles en regels die worden opgelegd aan woonzorgcentra. We werken met mensen, dus er moet ruimte zijn om te improviseren of om een andere koers op te gaan, en marge om fouten te maken.”

‘Er worden te veel details in regels gevat, ook voor de animatie en activiteiten.’

Arne: “De regelgeving rond de woonzorgcentra mist openheid om meer creativiteit in het dagelijkse leven te integreren. Er worden te veel details in regels gevat, ook voor de animatie en activiteiten. Samen met de zorginspectie streven we naar hetzelfde: een warme en inspirerende thuis geven aan onze bewoners. Het is jammer dat de vele persoonlijke engagementen van onze teams, bovenop hun drukke planning, door al die regeltjes naar de achtergrond lijken te verschuiven. Dat zou beter kunnen.”

“Iriscare, de instelling die woonzorgcentra financiert in Brussel, heeft in samenwerking met de Koning Boudewijnstichting het project ‘It Takes a Village’ in het leven geroepen. Hiermee trachten ze een antwoord te geven op de integrale visie rond het leven in een woonzorgcentra. Dat is een mooie aanzet.”

Zijn er grenzen aan de kracht van kunst?

Ann: “In het discours over kunst gaat het soms over ‘de helende kracht van kunst’. Dat wil ik nuanceren. Ik druk het liever uit als ‘through art we care’. Je kan een moment creëren met de mensen en hun dag zin geven. Je kan iemands pijn verminderen, maar je kan die nooit helemaal weghalen. We moeten ons bewust zijn van de limieten van wat we aanbieden. Weet dat de verbinding die we maken heel belangrijk is, maar dat we niet alles kunnen betekenen voor mensen.”

“Voor mij is ‘to care’ ook een uitwisseling. Je krijgt iets als kunstenaar en je luistert naar elkaar. Ook al kunnen we geen pijn helen, ik vind ook dat je een momentum kan creëren dat de kleine wereld opent voor iemand in een woonzorgcentrum. Kunst en cultuur kunnen de vonkjes zijn die we nodig hebben.”

‘Kunst en cultuur kunnen de vonkjes zijn die we nodig hebben.’

Arne: “De impact van die vonkjes kan groot zijn. Veel van onze bewoners gaan nog nauwelijks buitenshuis. Hun verhalen en beleving zijn vooral gebaseerd op het kleine gebeuren in de gang of in de eetzaal. De buurvrouw die drie keer langskomt om te vragen of je een koekje wil. Als ze een discussie met iemand hebben, blijft dat rondspoken in hun hoofd omdat ze niets anders meemaken.”

“Als je met hen iets samen beleeft, kan het een grote impact hebben en hun verhalen wat uitbreiden. Zo kunnen ze die moeilijkere momenten van de dag een plaats geven. Ik denk aan een bewoner met dementie die me maanden later zegt: ‘Die zangeres van toen, die was goed’. Die dingen blijven bij. Het is aan ons om die ervaringen te voeden.”

woonzorgcentrum

Ann Weckx: “We lieten mensen haken, niet volgens een patroon maar op basis van de gesprekken die we voerden.”

© Ann Weckx

Zo’n waardevolle initiatieven draaien vaak rond het engagement van vrijwilligers. Hoe worden kunstenaars gewaardeerd voor hun rol en expertise?

Arne: “We mogen artiesten niet zomaar als vrijwilligers zien. Maar een woonzorgcentrum heeft daar niet altijd geld voor, dus we vonden andere manieren om kunstenaars te waarderen. Zo stellen we onze lokalen open als repetitieruimte voor muzikanten. In Brussel zijn die plekken moeilijk te vinden, dus in plaats van geld geven we ruimte.”

‘Kunstenaars zijn geen vrijwilligers.’

“Het Conservatoire Royal de Bruxelles houdt hier examens en lessen die onze bewoners kunnen bijwonen. Het zorgt voor spontane interacties: ‘Welk instrument speel je, mag ik eens luisteren…’ Die gesprekjes scheppen een band en een herinnering aan vroeger. We brengen op een eenvoudige manier de buitenwereld naar binnen en we creëren nieuwe ervaringen voor bewoners. We schakelen ook studenten van het conservatorium in als jobstudent voor korte muziekmomenten in de kamer bij mensen die bedlegerig zijn. Het is een mooie bijverdienste tijdens hun studies.”

Ann: “Kunstenaars zijn geen vrijwilligers en ze verdienen een vergoeding voor hun werk. Er zouden meer gemeenschappelijke middelen moeten zijn voor de cultuur- en zorgsector, zodat je in de zorg niet alleen met verpleegkundigen, ergotherapeuten enzovoort werkt, maar ook andere mensen zoals kunstenaars kan vergoeden. In 2016 werkte ik bijvoorbeeld voor IN/FINITY, een project in dagcentrum TOPAZ waar we vanuit het Kunstendecreet subsidies kregen als ziekenhuis.”

“Een kanttekening is dat er enorm veel tijd gaat naar subsidies aanvragen, nog voordat je echt met een project kan beginnen. Met wie ga je in zee, hoe wordt het geld verdeeld… In die zin lijkt het op een kunstenaarsbestaan, want we worden nooit vergoed voor dat werk. Naast een vorm van vergoeding zijn er vanzelfsprekend ook nog andere randvoorwaarden. Zo is het belangrijk dat kunstenaars begeleid worden. Ik spreek uit eigen ervaring: het kan heftig zijn om als kunstenaar een palliatieve afdeling binnen te stappen. Maar de betekenis en zingeving die volgen, zijn onbetaalbaar.”

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.