Wees niet te kritisch
Het middenveld staat onder druk. Verschillende sociaal-culturele organisaties verloren vorig jaar hun subsidies, ondanks een positieve evaluatie. Mutualiteiten worden bekritiseerd omdat ze te duur en te verzuild zouden zijn. Andere organisaties hebben schrik om zich uit te spreken omdat ze van de overheid – soms letterlijk en soms wat subtieler – de boodschap krijgen: wees niet te kritisch, dat hebben we niet graag.
‘Het middenveld verzet zich.’
Maar het middenveld verzet zich. Een aantal sociaal-culturele organisaties verenigden zich onder de naam ‘Tegenmacht’. Ze startten een petitie waarin ze eisen dat de Vlaamse regering “de aanval op kritische stemmen stopt”. Socius, steunpunt sociaal-cultureel volwassenwerk, richtte de ‘Academie van Verzet’ op waarmee ze organisaties willen ondersteunen in het omgaan met de “krimpende civiele ruimte” – daarover later meer. En in Oost-Vlaanderen verenigt het nieuwe Middenveldforum organisaties die botsen op de steeds lastigere samenwerking met lokale besturen.
De civiele ruimte
Het was midden in deze ontwikkelingen dat Socius het kennisdossier ‘De civiele ruimte vrijwaren voor een vitale democratie’ publiceerde. Die civiele ruimte, dat is waar de druk op het middenveld zich bevindt. “De civiele ruimte is de plek waar burgers zich op eigen initiatief kunnen organiseren, waar ze hun stem kunnen laten horen en waar ze die maatschappelijke verandering mogelijk maken”, vertelt Nele Vanderhulst, stafmedewerker politiserend werken en burgerinitiatief bij Socius. “Het middenveld en het sociaal-cultureel werk zijn de kernspelers in die ruimte.”
Stijn Oosterlynck is een van de onderzoekers die dit kennisdossier samenstelde. “Aan het begin van het onderzoek waren we nog voorzichtig om te stellen dat die civiele ruimte effectief aan het krimpen was. Maar ik denk dat er ondertussen geen twijfel meer over bestaat.”
Geen nieuw fenomeen
Er gaan heel wat verhalen rond van organisaties die teruggeroepen worden omdat ze te kritisch zijn tegenover de overheid. Maar hoe weten we zeker dat het gaat om een bredere trend? Stijn Oosterlynck: “Kijk naar de subsidies voor sociaal-culturele organisaties waarin gesneden is. Als de overheid een onafhankelijke expertencommissie aanstelt om te bepalen of organisaties een subsidie moeten krijgen, en vervolgens het advies van die commissie niet volgt om politieke redenen – namelijk: als we in de subsidies van een aantal rechtsgeoriënteerde organisaties knippen, dan moeten we ook op links knippen – dan weet je dat er iets aan de hand is.”
‘Sinds de opkomst van figuren zoals Donald Trump zijn de handschoenen echt afgegaan.’
“Voor de duidelijkheid: dit is geen nieuw fenomeen. Het is niet zo dat dit soort ideologie eerst niet bestond, maar die discussies werden vroeger in meer bedekte termen gevoerd. Je zou kunnen zeggen dat sinds de opkomst van figuren zoals Donald Trump, de handschoenen echt zijn afgegaan.”
“De politiek heeft al langer kritiek op het middenveld en probeert al langer te besparen. Maar die besparingen en hervormingen, zoals fusies, waren voordien zogezegd gericht op het efficiënter en sterker maken van het middenveld. Tegenwoordig gebruiken politici andere argumenten die de legitimiteit van het middenveld in vraag stellen.”
Bang voor de toekomst
Het Middenveldforum Oost-Vlaanderen ontstond in aanloop naar de lokale verkiezingen van 2024. Barbara Beausaert is beleidsmedewerker bij CAW Oost-Vlaanderen, dat samen met SAAMO Oost-Vlaanderen het Middenveldforum opstartte: “We waren bang voor de toekomst. Er moesten nieuwe overeenkomsten gesloten worden met besturen, en we wisten niet wat er op ons af zou komen.”
‘Samen kun je makkelijker een rode lijn trekken.’
“We zijn samengekomen met het welzijnswerk, opbouwwerk, sociaal-cultureel werk en de lokale armoedeverenigingen om ervaringen uit te wisselen. We wilden niet vanuit ons onderbuikgevoel werken, maar patronen ontdekken en ons daarop voorbereiden.”
“Dat we snel op dezelfde lijn zaten, betekent niet dat het makkelijk was om mensen samen te krijgen. Iedereen zit met hoge werkdruk, en zeker bij organisaties waar in de subsidies gesneden wordt, zie je dat zij noodgedwongen moeten terugvallen op kerntaken. Ze hebben geen tijd om zich hiermee bezig te houden.”
Waarom is het dan toch van belang dat organisaties hier tijd voor vrijmaken? Enerzijds gaat het volgens Barbara Beausaert om het simpele feit dat je met meer organisaties meer druk kan zetten op het beleid. “Samen kun je makkelijker een rode lijn trekken. Maar het gaat ook om collectief onze meerwaarde tonen aan de samenleving, elkaar versterken en kennis uitwisselen, en door samen tegenmacht te organiseren.”
Uitvoerders van beleid?
“We merken dat besturen middenveldorganisaties steeds meer gaan zien als pure uitvoerders van beleid”, gaat Barbara Beausaert verder. Ze wil liever geen namen noemen, omdat ze de samenwerking tussen organisaties en lokale besturen niet wil verzuren, maar voorbeelden heeft ze meer dan genoeg.
“In de nieuwe overeenkomst tussen een van de organisaties die wij spraken en het lokale bestuur, stond plots dat zij door die overeenkomst aan te gaan, uitvoerders werden van het beleid van de stad. Dat betekende ook dat ze zich aan het neutraliteitsprincipe van die gemeente moesten houden. Dat zou dus betekend hebben dat medewerkers geen tekenen van geloofsovertuigingen, zoals een hoofddoek, meer mochten dragen.”
‘Middenveldorganisaties zijn onafhankelijke werkgevers die mensen tewerkstellen volgens hun eigen deontologische code.’
“De lokale middenveldactoren hebben dat gelukkig gezien en we zijn er collectief over in discussie gegaan. Uiteindelijk werd die bepaling geschrapt. Middenveldorganisaties zijn onafhankelijke werkgevers die mensen tewerkstellen volgens hun eigen deontologische code. Dat is blijkbaar niet meer zo vanzelfsprekend.”
En hoewel het beleid het middenveld dus steeds meer als verlengde van zichzelf lijkt te zien, loopt de communicatie tussen organisaties en de overheid volgens Barbara Beausaert steeds stroever: “Het middenveld wordt minder betrokken door de lokale besturen: het is moeilijk om een afspraak te krijgen voor dialoog, we mogen minder bijdragen aan het maken van beleid… En dan zijn er nog de GAS-boetes waarmee sommige besturen dreigen als organisaties aangeven op straat te willen komen om te betogen. Dat is een vorm van intimidatie.”

Barbara Beausaert: “Samen kun je makkelijker een rode lijn trekken.”
© Unsplash / Rob Curran
In een extremistische hoek geduwd
Het onderzoek in opdracht van Socius bracht verschillende ingrepen in beeld waarmee het beleid druk zet op het middenveld. Stijn Oosterlynck vertelt: “De organisaties die wij voor ons onderzoek spraken, kregen vooral te maken met psychologische ingrepen. Ze worden door politici in een extremistische hoek geduwd, of worden persoonlijk geviseerd. Het draait dan niet meer om een meningsverschil. De legitimiteit van de organisatie wordt in vraag gesteld. Gebeurt dat bijvoorbeeld op sociale media, dan krijgt de organisatie een heel trollenleger over zich heen.”
“Zo’n druk leidt er uiteraard toe dat mensen zich gaan inhouden, een bepaalde zelfcensuur gaan toepassen. En dat leidt dan weer tot de verarming van het publieke debat”, zegt Stijn Oosterlynck.
Subsidies als traditie
“Er is wereldwijd bezorgdheid rond de druk op de civiele ruimte”, vertelt Stijn Oosterlynck. “Het gaat dan vooral over mensenrechten die onder druk staan: vrijheid van meningsuiting, het recht op vreedzaam protest… Dat lijkt voor ons erg ver weg. Maar ook hier probeert de politiek meer grip te krijgen op organisaties die kritisch zijn tegenover het beleid. Denk aan het voorstel binnen het ‘Vlaams actieplan ter preventie van gewelddadige radicalisering, extremisme en terrorisme’ waarmee de Vlaamse Overheid organisaties wil kunnen verbieden bij een vermoeden van betrokkenheid bij extremisme.”
‘Ook hier probeert de politiek meer grip te krijgen op organisaties die kritisch zijn tegenover het beleid.’
De situatie in België is heel specifiek, omdat we zo’n sterk gesubsidieerd middenveld hebben. Hoe komt dat eigenlijk? Stijn Oosterlynck: “Kort uitgelegd zit dat zo: België heeft een sterk christendemocratische traditie. Bij de oprichting van België in 1830 wou de Katholieke Kerk de seculiere overheid enkel erkennen als katholieke organisaties onderwijs en zorg zelf mochten blijven organiseren, met financiële steun van de overheid. Met de uitbouw van onze welvaartsstaat, werden die subsidies sterk uitgebreid. Zo konden burgers blijven kiezen voor diensten die passen bij hun eigen ideologie, in Vlaanderen vooral binnen de katholieke zuil. Het is dus eigenlijk echt een Vlaamse traditie dat we dit zo organiseren. Vreemd dat een conservatieve partij als N-VA zich daar zo tegen verzet (lacht).”
Een middenveld zonder subsidies?
Hoewel het woord ‘subsidies’ tegenwoordig bijna als een scheldwoord klinkt, zorgen die subsidies er wel voor, halen zowel Stijn Oosterlynck als Nele Vanderhulst aan, dat ook minderheden de kans krijgen om zich te verenigen, en er meer ruimte is voor inclusie.
Nele Vanderhulst: “Zonder subsidies zouden mensen zeker ook initiatieven opzetten. Maar dat zou wel erg moeilijk worden voor mensen met minder middelen en voor groepen die minder gezien worden door of minder populair zijn bij het grote publiek. Hoe zouden die laatsten anderen moeten overtuigen om hun werking financieel te steunen? Die overheidsfinanciering garandeert in mijn ogen dat je specifieke inspanningen doet voor de meest kwetsbare mensen in de samenleving.”
Stijn Oosterlynck: “Uiteraard kun je een middenveld hebben zonder subsidies. Dat bewijzen andere landen, zoals de Verenigde Staten. Maar of dat dan nog even inclusief en empowerend zal zijn? Grote cultuurorganisaties zullen zeker blijven bestaan. Voor armoedeorganisaties of organisaties die opkomen voor mensen met een handicap zal dat minder evident zijn.”
Tegenspraak organiseren
Wat dan met mensen die denken: de overheid mag toch bepalen wat er gebeurt met de middelen die zij uitdelen? “Democratie is meer dan enkel verkiezingen organiseren”, zegt Nele Vanderhulst. “Een democratie is een plek waar elke burger ten alle tijden mag meedenken over hoe de samenleving er zou moeten uitzien. In mijn ogen is het een taak van de overheid om te zorgen dat organisaties met burgers aan de slag gaan om te dromen over die samenleving.”
‘De overheid moet ervoor zorgen dat burgers zich kunnen uitspreken, zeker ook burgers die anders denken dan de overheid.’
“Ook het organiseren van tegenspraak hoort daar bij”, geeft Nele Vanderhulst aan. “Het komt de maatschappij en het beleid ten goede als we verschillende perspectieven horen. Zo breng je leefwereldkennis binnen en kun je solider beleid voeren. Zo vergroot je ook het vertrouwen in de overheid. Maar momenteel worden verzet en tegenspraak eerder geproblematiseerd dan als meerwaarde gezien.”
Stijn Oosterlynck sluit daarbij aan: “De overheid moet ervoor zorgen dat burgers zich kunnen uitspreken, zeker ook burgers die anders denken dan de politieke partijen die aan de macht zijn. Wanneer je verkozen bent, werk je bovendien voor het algemeen belang, niet enkel meer voor het partijbelang.”
“Los daarvan moet de overheid ook rechtszekerheid bieden”, zegt Stijn Oosterlynck. “Als de politiek dus regels vastlegt voor het verkrijgen van een subsidie, dan moet die overheid zich daar ook aan houden. Door subsidies weg te nemen bij organisaties die een positieve evaluatie kregen van een onafhankelijk expertenpanel, breekt de overheid haar eigen beloftes. Dan ben je geen betrouwbare partner voor de bevolking.”
Middenveld moet het kunnen uitleggen
Maar het feit dat burgers zich steeds meer vragen stellen bij het nut van al die subsidies, daar moet het middenveld wel mee aan de slag. Stijn Oosterlynck: “Het middenveld moet aan de bevolking kunnen uitleggen waarom subsidies belangrijk en waardevol zijn. Want ik denk niet dat die druk op het middenveld een probleem is dat bij de meeste burgers op dit moment erg leeft.”
“Anderzijds moet het middenveld ook in eigen boezem durven kijken”, vult Stijn Oosterlynck aan. “Het is op dit moment namelijk geen representatie van de Vlaamse samenleving: het grootste deel van de organisaties die wij onderzochten, heeft een behoorlijk hooggeschoolde achterban. Dat is een essentieel vraagstuk als we de democratische functie van het middenveld in de verf willen zetten.”
En nu?
Kan het middenveld de band met het beleid nog herstellen? Kunnen organisaties burgers warm maken om voor hen in de bres te springen?
“Er is in de eerste plaats nood aan samenwerking tussen álle actoren in de civiele ruimte: sociaal-culturele organisaties, de media, onderzoekers…”, zegt Stijn Oosterlynck. “Maar ook met de juridische macht. Die laatste is net zo goed slachtoffer van de uitvoerende macht die steeds meer macht naar zich toetrekt. Het machtsevenwicht staat onder druk.”
‘Pas als vrijheden je afgenomen worden, sta je stil bij hoe belangrijk ze zijn.’
Barbara Beausaert: “Naast dat we ons lokaal verenigen als middenveld, willen we ook inzetten op expertise-opbouw. Zo hebben we op onze laatste studiedag 53 cases verzameld van middenveldorganisaties over de druk die zij vanuit het beleid voelen op hun werking. Hoe manifesteert die zich? En hoe gaan zij ermee om? We hopen daar hypotheses uit te halen die kunnen dienen voor verder onderzoek.”
“Het is belangrijk dat we hier nu over praten, dat we samen nadenken over hoe we ons hierop kunnen organiseren”, geeft Nele Vanderhulst aan. “Vanuit die urgentie kozen we de naam ‘Academie van Verzet’. We moeten het hebben over: hoe kunnen we onze missie nog waarmaken als we onze plaats aan de beleidstafel verliezen? Maar we willen het ook hebben over hoe organisaties hun mensen kunnen ondersteunen in kader van die psychologische ingrepen vanuit het beleid. Als je online overspoeld wordt door haatberichten heeft dat een grote impact.”
Is het niet spijtig dat middenveldorganisaties zich pas lijken te verenigen nu de druk toeneemt? Nele Vanderhulst: “Mensen beseffen vaak pas hoe belangrijk die civiele ruimte is wanneer eraan gemorreld wordt. Dat is zo met alle vrijheden. Pas als ze je afgenomen worden, sta je stil bij hoe belangrijk ze zijn.”


Reacties