Achtergrond

Gevangen in armoede: hoe detentie sociale uitsluiting verdiept

Neil Paterson

Een gevangenisstraf lost zelden problemen op. Integendeel: mensen die kwetsbaar zijn op vlak van onderwijs, werk, inkomen of huisvesting, glijden tijdens en na het gevangenisverblijf nog verder weg. Dat blijft een doorn in het oog van expert Neil Paterson (SAM, steunpunt Mens en Samenleving) die al enkele decennia actief is rond detentie: ’Wie armoede en sociale uitsluiting wil aanpakken, kan niet voorbij de gevangenispoorten lopen.’

armoede

© Unsplash+ / Patrick Hendry

Meest kwetsbare groepen

Wie in de gevangenis belandt, brengt zelden alleen een strafblad mee. Achter de gevangenismuren schuilt vaak een lange geschiedenis van sociale uitsluiting, financiële problemen, psychische kwetsbaarheid en een gebrek aan stabiele huisvesting of werk.

‘Achter de gevangenismuren schuilt vaak een lange geschiedenis van sociale uitsluiting.’

Een grootschalige studie naar re-integratie van personen in gevangenissen in Vlaanderen en Brussel bevestigt wat hulpverleners al langer ervaren: mensen in detentie behoren tot de meest kwetsbare groepen in de samenleving. Wie armoede en sociale uitsluiting wil aanpakken, kan dus niet voorbij de gevangenispoorten lopen.

Onderwijs, werk, schulden

Een eerste opvallend kenmerk is het lage opleidingsniveau van veel gedetineerden. Ongeveer een kwart van hen heeft geen diploma secundair onderwijs. Dat beperkte scholingsniveau reduceert hun kansen op de arbeidsmarkt. Vaak hebben deze mensen vóór hun opsluiting al een precaire of onderbroken tewerkstellingsgeschiedenis, met tijdelijke contracten, zwartwerk of periodes van werkloosheid.

Ook de schuldenproblematiek is sterk aanwezig. Voor veel mensen die in detentie terechtkomen, maken financiële problemen al jarenlang deel uit van hun dagelijks leven.

Wonen, gezondheid

Daarnaast kampen veel gedetineerden met een bijzonder instabiele woonsituatie: bijna drie op de tien mensen die in de gevangenis verblijven, waren ooit dak- of thuisloos. En een kwart verbleef ooit in een instelling, zoals de jeugdzorg of psychiatrie. Veel mensen kampen ook met psychische problemen wanneer ze de gevangenis binnenkomen. Ook die problemen kunnen binnen de gevangenismuren moeilijk aangepakt worden.  Bovendien versterken psychische kwetsbaarheid, armoede, verslaving, schulden en woonproblemen elkaar voortdurend.

‘Bijna drie op de tien mensen die in de gevangenis verblijven, waren ooit dak- of thuisloos.’

Deze vaststellingen zijn geen toeval. Ze wijzen op levenslopen waarin sociale uitsluiting zich opstapelt en waarin mensen vaak al op jonge leeftijd in kwetsbare situaties terechtkomen.

Complexe relatie tussen armoede en criminaliteit

Toch moeten we voorzichtig omgaan met uitspraken over het verband tussen armoede en criminaliteit. Armoede veroorzaakt op zich geen criminaliteit en de overgrote meerderheid van mensen in armoede komt nooit in aanraking met justitie. Desondanks tonen onderzoeken aan dat bepaalde sociale en economische factoren de kans vergroten dat mensen in conflict komen met de wet. Zo hebben  mensen zonder werk, zonder stabiele woonst of met psychische problemen bijvoorbeeld een grotere kans om in de voorlopige hechtenis te belanden. Magistraten beschouwen zo’n leefsituatie namelijk als een verhoogd risico op herval of vluchtgevaar.

Zo ontstaat een vicieuze cirkel. Een precaire leefsituatie verhoogt de kans om in de gevangenis te belanden, terwijl een gevangenisstraf die kwetsbaarheid verder verdiept. De gevangenis is niet alleen een plaats waar maatschappelijke problemen zichtbaar worden, maar ook een plaats waar armoede en sociale ongelijkheid versterkt worden.

De gevangenis als schuldenmachine

Een krachtige illustratie hiervan is de opstapeling van schulden doorheen het verblijf in de gevangenis. Meer dan 70 procent van de gedetineerden in Vlaanderen en Brussel heeft schulden. Dat gaat onder meer over huurachterstand, onbetaalde alimentatiegelden en openstaand rekeningen bij energieleveranciers of telecomproviders.

Tijdens de detentie breiden die schulden zich vaak verder uit. Dat gebeurt op verschillende manieren. Eerst zijn er de kosten die gepaard gaan met een strafprocedure: penale boetes, gerechtskosten, bijdragen aan het slachtofferfonds en schadevergoedingen aan burgerlijke partijen. Daarnaast zijn er de kosten van juridische bijstand. En ook de bestaande schulden blijven vanzelfsprekend doorlopen.

Voor personen in detentie wordt het geheel van terugbetalingen bijzonder onoverzichtelijk. Naast al die schulden bij instanties, hebben ze vaak ook  schulden bij vrienden en familie. Familieleden springen vaak financieel bij om basisuitgaven mogelijk te maken tijdens detentie, maar ook die steun moet later soms terugbetaald worden.

Het probleem stopt bovendien niet bij de vrijlating. Veel ex-gedetineerden verlaten de gevangenis met een schuldenberg die jarenlang op hun leven blijft wegen. Net op het moment dat ze opnieuw een woning, werk of stabiliteit proberen op te bouwen, worden ze geconfronteerd met beslagleggingen, opgelegde afbetalingsplannen en deurwaarders.

Schulden als obstakel voor re-integratie

Die schuldenproblematiek heeft een directe impact op de kansen op succesvolle re-integratie. Uit Deens onderzoek blijkt dat beschermende factoren zoals werk, opleiding of stabiele huisvesting minder effect hebben wanneer mensen tegelijk zware schulden moeten afbetalen.

‘Het gevoel voortdurend achtervolgd te worden door schulden werkt verlammend.’

Dat heeft niet alleen praktisch maar ook psychologische gevolgen. Wie jarenlang geconfronteerd wordt met een uitzichtloze financiële situatie, ontwikkelt moeilijk een toekomstperspectief. Het gevoel voortdurend achtervolgd te worden door schulden werkt verlammend.

Voor veel mensen wordt het bijzonder moeilijk om een nieuwe identiteit op te bouwen buiten criminaliteit of detentie. Re-integratie vraagt immers meer dan alleen een woning of een job. Mensen moeten ook opnieuw geloven dat ze een plaats kunnen innemen in de samenleving. Een voortdurende schuldenlast ondermijnt dat vertrouwen.

Leven in de gevangenis kost geld

Veel mensen gaan ervan uit dat de basisbehoeften van gedetineerden volledig worden voorzien door de gevangenis. Maar in werkelijkheid brengt detentie heel wat kosten met zich mee.

Wie in de gevangenis verblijft, moet betalen voor de huur van een televisie, hygiëneproducten of andere aankopen in de gevangeniskantine. Bovendien moeten telefoonkaarten of postzegels aangeschaft worden. Contact onderhouden met familie of kinderen kost dus ook geld. Wie geen financieel netwerk buiten de gevangenis heeft, komt daardoor snel in een bijzonder kwetsbare positie terecht.

Tegelijk verliezen gedetineerden hun inkomen uit arbeid zodra ze opgesloten worden. Ook gezinsleden voelen de impact daarvan. Wanneer een partner of ouder plots wegvalt als kostwinner, kan een heel gezin in financiële moeilijkheden terechtkomen. Tegenover die inkomensdaling staan dus extra kosten en oplopende schulden. Dat verklaart waarom armoede tijdens detentie vaak nog dieper wordt.

Gevangenisarbeid: noodzakelijk maar problematisch

In theorie kan gevangenisarbeid een manier zijn om gedetineerden een inkomen, structuur en werkervaring te bieden. Maar in de praktijk botst dat systeem ook op problemen.

Om te beginnen is er onvoldoende werk beschikbaar binnen de gevangenismuren. Lang niet alle gedetineerden die willen werken, krijgen ook effectief een job. Wie geen werk krijgt, ontvangt bovendien geen werkloosheidsvergoeding.

‘Van gedetineerden wordt verwacht dat ze werken aan hun re-integratie, maar tegelijk worden ze uitgesloten van arbeidsrechten en sociale bescherming.’

Daarnaast zijn de lonen voor werk in de gevangenis bijzonder laag. De regelgeving rond het minimumloon is niet van toepassing op arbeid in Belgische penitentiaire instellingen. Gedetineerden verdienen gemiddeld ongeveer vier euro per uur, terwijl het wettelijke minimumloon in België meer dan drie keer zo hoog ligt.

Geen inkomen, geen sociale bescherming

Bovendien is gevangenisarbeid niet gekoppeld aan een arbeidscontract en bouwen gedetineerden via hun werk dus geen sociale rechten op. Ze dragen niet bij aan de sociale zekerheid en verwerven geen rechten op werkloosheidsuitkeringen, pensioen of ziekteverzekering.

Dat gebrek aan sociale bescherming heeft verstrekkende gevolgen. Wanneer een gedetineerde ziek wordt of een arbeidsongeval heeft in de gevangenis, bestaat er geen uitkering. Ook het leefloon wordt tijdens detentie opgeschort, zelfs wanneer iemand met penitentiair verlof gaat of onder elektronisch toezicht wordt geplaatst.

Het huidige statuut van gevangenisarbeid creëert zo een paradoxale situatie. Van gedetineerden wordt verwacht dat ze verantwoordelijkheid opnemen en werken aan hun re-integratie, maar tegelijk worden ze uitgesloten van arbeidsrechten en sociale bescherming.

Wonen na detentie: bijna onmogelijk

Een stabiele woonst is een van de belangrijkste voorwaarden voor succesvolle re-integratie. Toch is huisvesting een van de grootste obstakels voor mensen die vrijkomen uit de gevangenis.

Zoals eerder werd vermeld, kampen veel gedetineerden al vóór hun opsluiting met een precaire woonsituatie. Tijdens de detentie raken veel mensen hun woning volledig kwijt. Financiële problemen maken het moeilijk om huur of een woonkrediet verder af te betalen. Ook relatiebreuken of familiale conflicten spelen vaak een rol.

Bovendien is het bijzonder moeilijk om vanuit de gevangenis een nieuwe woning te zoeken. Vlaanderen kampt al jaren met een groot tekort aan betaalbare huurwoningen. Wie een strafblad heeft, weinig inkomen kan voorleggen en geen stabiele tewerkstelling heeft, heeft het extra moeilijk om een woonst te vinden op de private huurmarkt. Ook administratieve en juridische factoren bemoeilijken de zoektocht naar huisvesting. Vrijlatingsdata zijn niet altijd voorspelbaar, waardoor het moeilijk is om tijdig een huurcontract te regelen.

Geen lokale binding

Vaak kiezen personen in detentie bewust om niet terug te keren naar hun vroegere woonomgeving, bijvoorbeeld om afstand te nemen van oude netwerken. Bovendien worden in sommige gevallen justitiële voorwaarden opgelegd die een terugkeer naar de regio van herkomst verbieden.

‘Wie geen woning vindt, blijft soms langer in detentie.’

Deze factoren bemoeilijken de toegang tot sociale huisvesting omdat het aantonen van lokale binding met een stad of gemeente dikwijls doorslaggevend is om een sociale woning te kunnen bemachtigen. Dat verkleint het aantal beschikbare opties nog verder.

Tot slot vereisen sommige vormen van strafuitvoering een stabiele woonplaats als voorwaarde voor vrijlating. Wie geen woning vindt, blijft soms langer in detentie.

Gevolgen van onverwachte opsluiting

Een aspect dat vaak onderbelicht blijft, zijn de praktische gevolgen van een onverwachte opsluiting. Wanneer iemand plots in voorlopige hechtenis wordt genomen, ontstaat vaak onmiddellijk chaos op verschillende levensdomeinen. Wie zorgt voor het leegmaken van een woning? Wat gebeurt er met meubels en persoonlijke bezittingen? Hoe worden lopende contracten opgezegd? Wie verwittigt schuldeisers of verhuurders?

Voor mensen met een sterk sociaal netwerk kunnen familie of vrienden tussenkomen. Maar niet alle gedetineerden beschikken over een ondersteunend netwerk. Daardoor verliezen mensen soms binnen enkele weken hun woning én hun volledige inboedel.

Katalysator van sociale uitsluiting

Wanneer we alle elementen samen bekijken, ontstaat een duidelijk patroon. De gevangenis functioneert niet alleen als een plaats van vrijheidsberoving, maar ook als een katalysator van sociale uitsluiting.

Dat betekent niet dat persoonlijke verantwoordelijkheid onbelangrijk is. Maar wie criminaliteit uitsluitend benadert als een individueel moreel falen, mist een belangrijk deel van het verhaal. Sociale ongelijkheid, armoede en gebrekkige toegang tot basisrechten spelen wel degelijk een rol in de levens van veel mensen in detentie.

Bovendien heeft die dynamiek gevolgen voor de hele samenleving. Wie zonder woning, inkomen of perspectief vrijkomt uit de gevangenis, heeft een grotere kans om opnieuw in criminaliteit te belanden. Investeren in re-integratie is dus niet alleen een sociale opdracht, maar ook een vorm van preventie.

Hoe kunnen we vermijden dat detentie mensen verder in armoede duwt? Op de vele plaatsen en momenten waar het fout loopt, liggen er ook oplossingen. Verschillende beleidsmaatregelen kunnen een belangrijke rol spelen.

Geïntegreerde schuldhulpverlening

Een eerste belangrijke stap is de uitbouw van een geïntegreerd en toereikend schuldhulpverleningsaanbod tijdens en na detentie. Vandaag is schuldhulp in gevangenissen vaak versnipperd en afhankelijk van lokale initiatieven. Gedetineerden hebben nood aan een volledig overzicht van hun schulden, begeleiding en ondersteuning bij het ontwikkelen van financiële vaardigheden. Dat vraagt structurele samenwerking tussen justitie, OCMW’s, CAW’s, schuldbemiddelaars en andere hulp- en dienstverleningsactoren.

‘Vandaag is schuldhulp in gevangenissen vaak versnipperd en afhankelijk van lokale initiatieven.’

Daarnaast moet ook worden nagedacht over meer haalbare vormen van schuldeninning. Geldboetes en schadevergoedingen zouden sterker rekening moeten houden met de financiële draagkracht van veroordeelden.

Investeren in huisvesting

Een tweede prioriteit is het recht op stabiele huisvesting na detentie. Zonder woning is succesvolle re-integratie bijzonder moeilijk. Daarom moet het woonbeleid beter afgestemd worden op de realiteit van mensen in detentie.

‘Woonbeleid moet beter afgestemd worden op de realiteit van mensen in detentie.’

Dat kan bijvoorbeeld door het wegwerken van de administratieve en regelgevende drempels bij inschrijving. Ook de organisatie van zitdagen in de gevangenis waar woonmaatschappijen inschrijvingen, actualisaties en opvolging van dossiers ondersteunen kan waardevol zijn.

Een sterker arbeidsstatuut

Een grondige hervorming van gevangenisarbeid dringt zich op. Werk in de gevangenis kan een belangrijke hefboom  voor re-integratie zijn, maar dan moet het ook gepaard gaan met correcte verloning en sociale bescherming. Gedetineerden zouden sociale rechten moeten kunnen opbouwen via arbeid, net zoals andere werknemers.

Bovendien moet er voldoende werk beschikbaar zijn voor wie wil werken. Zinvolle arbeid kan niet alleen financiële voordelen bieden, maar ook bijdragen aan structuur, eigenwaarde en toekomstperspectief.

Meer ondersteuning tijdens detentie

Een toereikend hulp- en dienstverleningsaanbod is cruciaal. Veel problemen waarmee gedetineerden kampen – psychische kwetsbaarheid, verslaving, schulden of woonproblemen – bestonden al vóór de opsluiting. De gevangenis kan een moment zijn waarop ondersteuning eindelijk bereikbaar wordt, maar dan moet die hulpverlening wel voldoende uitgebouwd zijn.

Dat vraagt de nodige investeringen in geestelijke gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening, opleiding, verslavingszorg en begeleiding naar werk en wonen.

Een maatschappelijke verantwoordelijkheid

Het debat over detentie gaat vaak over veiligheid, straf en verantwoordelijkheid. Dat zijn belangrijke thema’s, maar ze mogen niet verhinderen dat we ook luisteren naar de schrijnende verhalen van kwetsbaarheid achter de gevangenismuren.

Wie vandaag de gevangenis binnenstapt, behoort vaak al tot de meest kwetsbare groepen in de samenleving. Wanneer detentie die kwetsbaarheid verder verdiept, creëren we omstandigheden die re-integratie bemoeilijken en sociale uitsluiting bestendigen.

De vraag is dus niet alleen hoe we mensen straffen, maar ook welke samenleving we willen zijn wanneer zij terugkeren. Een samenleving die mensen na hun straf blijft reduceren tot hun verleden of een samenleving die investeert in nieuwe kansen?

Armoede achter tralies is geen randprobleem. Het raakt aan fundamentele vragen over sociale rechtvaardigheid, mensenrechten en maatschappelijke inclusie. Wie armoede wil bestrijden, kan niet voorbij de gevangenispoorten lopen.

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.