Achtergrond

Exit bachelorproef, enter bachelorproject: ‘Weg uit het leslokaal en met de voeten op het terrein’

Steven Brandt, Greet De Brauwere, Werner De Wael, Tom Van Nieuwenhove

Aan de bacheloropleiding sociaal werk (HOGENT) schrijven studenten geen bachelorproef meer, maar werken ze samen aan een bachelorproject. Iedereen reageert enthousiast op die keuze: “Het brengt opleiding en werkveld dichter bij elkaar.”

werkterrein

© Gwendoline Devogele

Op de lange baan

Sinds een aantal jaren merkten we in onze bacheloropleiding sociaal werk dat steeds meer studenten hun bachelorproef op de lange baan schoven. In het kader van die proef moest een praktijkgericht onderzoek opgezet worden. Omdat studenten in die periode ook stage lopen, was dat voor velen te veel hooi op de vork.

‘We zagen de impact van de bachelorproef steeds kleiner worden.’

Bovendien belandde de bachelorproef vaak in de boekenkast. We zagen de impact van de bachelorproef steeds kleiner worden, zowel in het leerproces van de student als in de bruikbaarheid voor het werkveld.

Tegelijk zien we in het sociaal-agogisch werkveld een trend naar meer projectmatig werken bij het omgaan met kleine en grote maatschappelijke uitdagingen. Daarbij kijkt men ook in de richting van opleidingen sociaal werk om lesgevers en studenten te betrekken bij het ontwikkelen en implementeren van oplossingen voor problemen op het terrein.

Vertrekken vanuit terreinervaringen

Binnen de opleiding sociaal werk (HOGENT) beslisten we om het over een andere boeg te gooien: exit bachelorproef, enter bachelorproject.

Vroeger startte een bachelorproef met een onderzoeksvraag die vervolgens beantwoord moest worden via een praktijkgericht onderzoek. Vandaag verwachten we dat studenten vertrekken van ervaringen in hun brede stagecontext of andere interessegebieden om een uitdaging voor het sociaal werk aan te pakken.

‘We beslisten om het over een andere boeg te gooien.’

We koppelen groepen studenten op basis van interesses en ervaringen aan maatschappelijke ontwikkelingen die impact hebben op sociaal werk, zoals digitalisering, vergrijzing, migratie of preventie. Het hele jaar werken ze rond dit thema.

In een individueel artikel omschrijven de studenten een probleem. Het overzicht van de thema’s en opmerkelijke individuele artikels zijn voor ons geen bedrijfsgeheimen: we delen ze via de website van de hogeschool.

Dan volgt een ontwikkeltraject waarin ze in kleine teams mogelijke oplossingen onderzoeken. Gaandeweg ontwerpen ze één of meerdere concrete interventies die ze testen en bijsturen. Dit doen ze in nauwe samenwerking met een sociaalwerkorganisatie die optreedt als projectpartner. Weg uit het leslokaal en met de voeten op het terrein dus.

Sociale cohesie in de Gentse Dampoortwijk

Een voorbeeld van deze nieuwe aanpak is het bachelorproject rond sociale cohesie. Daarin gingen twintig studenten in dialoog met hun projectpartner: buurtwerkers van de Gentse Dampoort. Samen kwamen ze tot twee kernvragen. Hoe vergroten we de sociale cohesie in de Gentse Dampoortwijk? En hoe slagen we erin om de dienstverlening beter bekend te maken bij de bewoners?

‘Dit bachelorproject bewijst haar relevantie: de prototypes die de studenten ontwierpen, werden later verfijnd en worden op het terrein nog steeds gebruikt.’

Studenten, bewoners, gebruikers en projectpartner gingen verder met elkaar aan het werk. Ze ontwierpen een verhalenwandeling, een buitenspeeltafel voor het park en een gezelschapsspel over dienstverlening. Dit bachelorproject bewijst haar relevantie: de prototypes die de studenten ontwierpen, werden later verfijnd en worden op het terrein nog steeds gebruikt.

Is de bachelorproef dan dood en begraven? Niet helemaal. Naast verhogen van relevantie en praktijkbetrokkenheid, vinden we het nog steeds belangrijk dat sociaal werkers in spe kritisch nadenken, wervend schrijven en onderzoeksvaardigheden ontwikkelen. Ook die competenties blijven vandaag meer dan ooit nodig in het complexe sociaal werkveld. Het bachelorproject combineert het beste van twee werelden.

Traject in zes stappen

Het bachelorproject vertrekt vanuit drie fundamenten die gebaseerd zijn op de internationale definitie van het sociaal werk. (1) Het persoonlijke engagement voor mensenrechten en de verontwaardiging voor sociale onrechtvaardigheid is de drive van maatschappelijke verandering. (2) Het onderzoeken van inzichten en perspectieven op maatschappelijke ontwikkelingen zijn cruciaal om ze te begrijpen en effectieve interventies op te zetten. (3) Interventies kunnen op een bekwame wijze, met een helder doel voor ogen of vanuit een bepaalde strategie tot een reële verandering leiden.

Vanuit die drie uitgangspunten bouwden we een model dat sterk geïnspireerd is op de methode van het ontwerpend denken. Die methode kent de laatste jaren in de non-profitsector en het hoger onderwijs een sterke opgang. Ons model bestaat uit zes stappen die de ruggengraat van het bachelorproject vormen. Het is de bedoeling dat studenten doorheen het academiejaar, van september tot juni, deze zes stappen doorlopen.

bachelorproject

‘Het is de bedoeling dat studenten in het bachelorproject zes stappen doorlopen.’

© HOGENT

Brede thema’s verkennen

In de eerste stap verkennen we met de studenten verschillende actuele maatschappelijke ontwikkelingen die een impact hebben op sociaal werk. We noemden hierboven al enkele voorbeelden zoals digitalisering, vergrijzing, migratie of preventie. Dit academiejaar (2025-2026) gaat het bijvoorbeeld om welvaartschauvinisme, wantrouwen in instituties of klimaatverandering.

Vervolgens motiveren we in een tweede stap studenten om via literatuur en gesprek de brug te leggen tussen deze maatschappelijke ontwikkelingen en hun stagecontext, hun persoonlijke levenssfeer of – in het geval van werkstudenten – hun professionele omgeving. Het is de start van een exploratie over wat hen als sociaal werker uitermate boeit, verontwaardigt of prikkelt.

Verdiepen in bachelorcafé’s

Zodra studenten hun themakeuze hebben aangegeven, worden ze ingedeeld in klasgroepen rond dezelfde maatschappelijke ontwikkeling. Vanaf stap drie verdiept en verbreedt elke student zijn kennis hierover in wat wij ‘bachelorcafé’s’ noemen.

‘Eind januari dient elke student een wervend en onderbouwd artikel in.’

In een bachelorcafé kunnen veel verschillende dingen gebeuren: zoeken naar literatuur, een organisatie bezoeken, een gesprek voeren met een expert, een individuele en gedeelde visie ontwikkelen en presenteren… De studenten werken hier samen met de lesgevers en vullen deze ervaringen aan met eigen observaties, gesprekken met diverse belanghebbenden en praktijkinzichten tijdens hun stage.

Onderbouwd artikel

Eind januari dient elke student een wervend en onderbouwd artikel in over een thema dat past binnen de gekozen maatschappelijke ontwikkeling. Studenten tonen hiermee dat ze het sociaal werkprobleem goed begrijpen, zowel op het niveau van cliënten, burgers en professionals als op het niveau van organisaties, beleid en de samenleving als geheel.

De lesgevers stimuleren hen om hiervoor zoveel mogelijk gebruik te maken van inzichten uit de opleiding. Het artikel vormt zo een individueel sluitstuk van een driejarige bacheloropleiding.

Op het einde van deze derde stap introduceren we voor elke maatschappelijke ontwikkeling een projectpartner die studenten kansen wil geven om via hun bachelorproject mee naar mogelijke oplossingen te zoeken voor uitdagingen. Deze projectpartner is vanaf dan hun ‘compagnon de route’ tot het einde van het academiejaar.

Hoe-kunnen-we-vragen

De vierde stap start bij het begin van het tweede semester. De inzichten uit de vorige stappen vormen de basis voor het formuleren van uitdagingen die voor de projectpartner urgent én oplosbaar zijn. Een projectteam van vier tot zes studenten vertaalt een uitdaging in een vraag die start met de woorden “Hoe kunnen we”.  Daarop gaan ze met de vraag aan de slag.

‘Hoe kunnen we de kennis over welvaartziekten in Zuid-West-Vlaanderen vergroten?’

Die hoe-kunnen-we-vragen kunnen heel verschillend zijn. Hoe kunnen we jongeren warm maken voor lokale beleidsparticipatie? Hoe kunnen we de publieke ruimte in de Priesteragiewijk in Sint-Niklaas seniorvriendelijker maken? Hoe kunnen we de aandacht voor het kind in een proces van scheiding vergroten? Hoe kunnen we het sociaal netwerk van niet-begeleide minderjarige vluchtelingen versterken? Hoe kunnen we de kennis over welvaartziekten in Zuid-West-Vlaanderen vergroten?

Voor het beantwoorden van deze vragen doen studenten veldonderzoek en gaan ze in dialoog met bewoners, professionals en andere betrokkenen. De studenten worden door de lesgevers ondersteund om zoveel mogelijk diverse onderzoeksmethoden te gebruiken, bijvoorbeeld observaties, stoepgesprekken, mental mapping of visual harvesting.

bachelorproject

‘Het is belangrijk dat studenten veel op het terrein zijn om in gesprek te gaan over de oplossingen die ze voorstellen.’

© Greet De Brauwere

Werken aan oplossingen

Vanaf stap vijf komen de projectteams wekelijks samen om te werken aan oplossingen voor hun uitdaging, opnieuw onder begeleiding van hun lesgever en hun projectpartner. Elk studententeam werkt drie concepten uit als mogelijke oplossingen voor de geformuleerde uitdagingen.

‘Projectteams komen wekelijks samen om te werken aan oplossingen voor hun uitdaging.’

Samen met de projectpartner wordt vervolgens in de zesde en laatste stap gekeken welk concept verder uitgewerkt, getest, bijgestuurd en geïmplementeerd kan worden op het terrein. Van het ‘probleem schetsen en definiëren’ zitten we nu in de fase van het ‘probleem oplossen’.

Dat kan alleen maar als de mensen en organisaties om wie het gaat centraal staan. Het is belangrijk dat studenten in deze stap veel op het terrein zijn om in gesprek te gaan over de oplossingen die ze voorstellen. Vanuit die informatie kunnen ze hun oplossingen ook bijsturen.

Presentatie

Als afsluiter van hun bachelorproject presenteren de studenten half juni hun prototype van oplossing aan de projectpartner, medestudenten, docenten, andere werkveldorganisaties en zelfs hun familie.

Zo presenteerden studenten al een spel over lokale democratie, een wandeling met verhalen van en over de buurt, een interactieve dienstverleningskalender, een trainingsmodule over studiekeuzes voor leerlingen uit de B-stroom en een bloemenpluktuin als middel voor meer sociale cohesie.

Vernieuwing slaat aan

Na drie jaar vernieuwing merken we zowel bij studenten, lesgevers als projectpartners een grotere tevredenheid over de aanpak. Studenten slagen erin om op enkele weken tijd in een artikel een probleemschets uit het werkveld te formuleren. Ze verrassen hun lesgevers, de projectpartners en zichzelf door in een relatief korte periode een concreet eindproduct op te leveren dat meermaals getest werd op het terrein.

‘Na drie jaar vernieuwing merken we een grotere tevredenheid.’

Projectpartners kunnen met de eindproducten van de studenten meteen aan de slag in hun organisatie of kunnen deze verder verfijnen tot iets dat ze duurzaam kunnen inzetten. Een projectpartner formuleerde het zo: “Dankzij het werk van jullie studenten heb ik een prototype gekregen waar mijn collega’s en ik een volwaardig spel van maakten dat nu regelmatig gebruikt wordt.”

Ook voor deze projectpartner heeft hebben de bachelorprojecten duidelijk een meerwaarde: “Ik zie het als mijn taak om studenten mee te nemen op het werkveld. Het worden misschien wel mijn collega’s. En ik ben heel blij wanneer studenten mij confronteren met problemen die ik allang niet meer zelf zag.”

Voor wie nog niet overtuigd is: recent verschenen op Sociaal.Net twee publicaties naar aanleiding van zo’n bachelorprojecten. De eerste bijdrage gaat over autisme op de werkvloer, de tweede over inclusie van mensen met een arbeidshandicap. Het bevestigt dat wat we doen ook relevant is voor sociale professionals.

Iedereen enthousiast

Alle partijen zijn enthousiast omdat ze zien dat opleiding en werkveld elkaar vinden en erin slagen om van een eerder theoretische probleemstelling over een praktijkgerichte uitdaging naar concrete oplossingen voor het werkveld toe te werken.

De methode van het ontwerpend denken biedt zowel de studenten als de lesgevers voldoende vrijheid om à la carte te werken. Het maakt iedereen er bovendien bewust van dat het uiteindelijk steeds voor de kwetsbare burger of cliënt is waarvoor we als sociale professionals werken. De tijd dat de bachelorproef in de boekenkast verdween, is voorbij.

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.