Achtergrond

Criminoloog Randy Haers: ‘Sociale problemen worden benaderd als kwesties van orde en veiligheid’

Geert Schuermans

Volgens criminoloog Randy Haers (Crime & Society Research Group, VUB) heeft onze samenleving steeds minder begrip voor wie niet mee kan of een misstap begaat. Het controleren en beheersen van gedrag komt centraal te staan en duwt de aanpak van structurele oorzaken weg. Op 18 juni geeft hij een webinar over dit thema voor SAM, steunpunt Mens en Samenleving en Sociaal.Net.

Dossier:  
criminoloog

© ID / Sebastiaan Franco

Stropers en boswachters

Na een korte carrière in het algemeen welzijnswerk en het jeugdwerk doctoreerde Randy Haers (35) vorig jaar in de criminologie. “Ik ben gefascineerd door de vraag wat mensen richting criminaliteit duwt en wat beleid daarin kan betekenen”, zegt hij. Die fascinatie heeft ook een persoonlijke oorsprong. “Als tiener was ik, om het zacht uit te drukken, niet de braafste”, vertelt Haers.

“Ik kwam een aantal keer in contact met politie en justitie. Uiteindelijk lukte het mij om aan de juiste kant van de wet te blijven. Maar een aantal mensen met wie ik toen optrok, hadden dat geluk niet. Met hen is het slecht afgelopen. Als achttienjarige vroeg ik me af hoe dat kwam. Uiteindelijk heeft die ervaring me richting criminologie geduwd. ‘Stropers zijn de beste boswachters’, zei een leerkracht me ooit.”

‘Als tiener was ik, om het zacht uit te drukken, niet de braafste.’

Vandaag ziet Haers hoe we als samenleving ongemak steeds meer willen beheersen. We bekijken maatschappelijke problemen zoals langdurige werkloosheid, psychische kwetsbaarheid, dakloosheid of langdurige ziekte steeds vaker als vormen van sociaal onwenselijk gedrag. Volgens hem verklaart dat waarom overheden almaar vaker teruggrijpen naar controlerende, disciplinerende en straffende oplossingen. “We proberen ongemak onzichtbaar te maken, terwijl de problemen zelf blijven bestaan.”

Kan je dat toelichten met een voorbeeld?

Randy Haers: “Ik woon zelf in Antwerpen en moet dan meteen aan de situatie van het De Coninckplein denken. Dat plein, waar ook de stadsbibliotheek staat, heeft de laatste tijd te maken met een toenemende groep dak- en thuislozen waarvan er een aantal ook met een drugsprobleem kampt.”

‘We proberen ongemak onzichtbaar te maken, terwijl de problemen zelf blijven bestaan.’

“De reactie van de stad hierop is dubbel. Er is wel degelijk ingezet op hulpverlening, bijvoorbeeld in de vorm van tijdelijke opvang voor de dak- en thuislozen. Maar ik zie vooral toch meer camera’s, plaats- en alcoholverboden en een verhoogde aanwezigheid van de politie, die soms hard tegen de straatbewoners optreedt.”

Is dat geen spierballengerol van politici die de indruk willen geven hard op te treden tegen overlast?

“Natuurlijk speelt beeldvorming daar een rol in. Maar als je naar de begrotingen kijkt, zie je dat het veel verder gaat dan wat stoere communicatie. In Antwerpen loopt het veiligheidsbudget op tot meer dan 430 miljoen euro per jaar, waarvan meer dan 300 miljoen naar politie gaat. Tegelijk zie je dat het sociale middenveld onder druk staat en dat er bespaard wordt op sociale organisaties. Die cijfers tonen waar beleidsmatig de nadruk ligt: op controle en handhaving.”

Is dat louter een Antwerps fenomeen?

“Nee, in heel Europa zie je tendensen van wat criminologen ‘quality of life policing’ noemen. Dat idee is overgewaaid uit de Verenigde Staten. De redenering daarachter is dat kleine vormen van overlast — zoals wildplassen, rondhanggedrag, openbare dronkenschap of openlijk druggebruik — een grote impact hebben op de leefbaarheid van een buurt. Er moet dus tegen opgetreden worden. Bovendien vertrekt die aanpak van het idee dat zulke kleine feiten een opstap vormen naar ernstigere criminaliteit.”

‘Het is niet omdat je mensen wegduwt van een plein dat ze plots verdwijnen.’

“Alleen zijn het redenering en ideeën die langs vele kanten rammelen en een wetenschappelijke onderbouwing missen. Maar de trein raast door en leidt in de praktijk vaak tot een beleid dat zich vooral richt op mensen in een kwetsbare positie. Handhaving is zelden neutraal. Het zijn meestal kwetsbare straatbewoners zoals dak- en thuislozen of bedelaars die het hardst geviseerd worden.”

Advocaat van de duivel: die groep veroorzaakt natuurlijk wel overlast? Ze hypothekeert de leefbaarheid van de buurt.

“Zelfs als je daarvan vertrekt, los je met controle en handhaving het probleem niet op. In het beste geval beheer je het een beetje. Je creëert vooral de illusie van orde. Want het is niet omdat je mensen wegduwt van een plein dat ze plots verdwijnen. Dat zie je heel duidelijk aan het De Coninckplein. Druggebruik en drughandel verplaatsen zich naar andere plekken in Antwerpen-Noord. Tegelijk raken straatbewoners nog moeilijker bij zorg en ondersteuning, waardoor de problemen vaak alleen maar groter worden.”

“De echte vraag is dus: wiens leefbaarheid telt hier? Er leeft een groep mensen op straat, vaak in extreem kwetsbare omstandigheden. Sommigen kampen met zware psychische problemen en lopen een groot risico op seksueel geweld. Maar toch gaat het debat vooral over hun zogezegde ‘claimgedrag’ en over de overlast die voorbijgangers ervaren.”

Dit gaat ook over macht en klasse?

“De vraag is hoe je klasse vandaag definieert, maar er lijkt in ieder geval een hiërarchie te bestaan in aan wiens leed we het meest belang hechten. Daarbij lijkt een ongemak voor toeristen en witte middenklassers ons meer te mobiliseren dan hoe de mensenrechten van deze straatbewoners ernstig worden geschonden.”

Waarom aanvaarden we dat als samenleving?

“Omdat deze maatregelen altijd voorafgegaan worden door een stigmatiserend discours dat benadrukt hoe zwaar hun gedrag weegt op de samenleving. Je zag dat ook in de aanloop van de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd. De getroffen werklozen zouden helemaal niet op zoek zijn naar een job en liever niets doen. Daarom konden we hen het best sanctioneren door hun uitkering af te nemen. Hetzelfde riedeltje hoor je nu bij de langdurig zieken, waarvan sommige politici het beeld schetsen dat ze best wel zouden kunnen werken, mochten we hen strenger aanpakken.”

Toch pakt dat vingerwijzen steeds goed uit in de publieke opinie?

“Ik sta er vaak ook van te kijken, maar het past ook in de neoliberale logica waarvan heel de samenleving doordrongen is. We leven in een samenleving waarin iedereen zichzelf voortdurend moet optimaliseren. Zelfs slapen doen we met een smartwatch. Daardoor verschuift de aandacht weg van structurele problemen. We kijken niet naar een arbeidsmarkt die enkel hoogopgeleiden wil, of naar precaire arbeid die ziek maakt. In de plaats daarvan zeggen we: ‘Jullie moeten actiever zijn, flexibeler, harder werken, ook aan jezelf.’”

preventie

Randy Haers: “Handhaving werkt zelden neutraal uit. Het zijn meestal kwetsbare straatbewoners die het hardst geviseerd worden.”

© ID / Sebastiaan Franco

Tegelijk hoor je dat het geld voor sociaal beleid op is.

“Ik ben geen fiscalist, maar het lijkt me dat bij de allerrijksten nog wel geld zit. Bovendien vergeet men te vaak dat ook dat grote controleapparaat betaald moet worden. Hoeveel tijd zouden OCMW-medewerkers besteden aan het controleren van de mensen die voor hen zitten?”

“In die zin maakten onze politici bij het inperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd dezelfde fout als bij het repressieve beleid op het De Coninckplein. Het is niet omdat je deze mensen hun geld afneemt dat ze aan het werk zullen gaan. De regering zelf schat, nogal optimistisch, in dat dit maar voor een derde het geval zal zijn. Die anderen zullen niet verdwijnen. Je gaat daar iets mee moeten doen of de maatschappelijke kost wordt zeer groot.”

Zou er dan niet beter ingezet worden op het voorkomen van problemen?

“Deze repressieve aanpak kost inderdaad veel meer dan een inzet op preventie. Voor detentie bijvoorbeeld spreekt Federaal minister van Justitie Annelies Verlinden van een kostprijs van 65.000 euro per jaar per gedetineerde. Met dat bedrag in het achterhoofd rijst de vraag waarom er wel massaal middelen gaan naar detentiecapaciteit, terwijl investeringen in rehabilitatie structureel achterblijven. Nochtans kan net gespecialiseerde begeleiding rond bijvoorbeeld middelenmisbruik of agressiebeheersing recidive helpen voorkomen, en dus op langere termijn zowel maatschappelijke als financiële kosten verminderen.”

‘We moeten af van het idee dat mensen hun problemen volledig individueel moeten oplossen.’

“Dat betekent voor mij trouwens ook dat sociaal werkers meer erkenning verdienen, niet alleen in de vorm van applaus, zoals de zorgmedewerkers tijdens corona, maar ook financieel. Al te vaak krijgen ze te horen: ‘Jij kan je passie en engagement kwijt in je job.’ Maar dat mag geen excuus zijn voor slechte arbeidsomstandigheden of een loon waar je nauwelijks mee rondkomt.”

Maar werkt het huidige sociaal werk dan wel steeds aan structurele oorzaken in plaats van aan het gedrag van mensen in een kwetsbare positie?

“Nee, dat denk ik niet. Meer zelfs, ik zie dat sommige organisaties meewerken aan een sanctionerend beleid dat vanuit een beheerslogica denkt. Het zou net andersom moeten zijn: sociaal werkers die vanuit hun praktijk het debat aanzwengelen en politiseren. We moeten af van het idee dat mensen hun problemen volledig individueel moeten oplossen. De wooncrisis, precarisering van de arbeidsmarkt, onderfinanciering van zorg en welzijn … dat zijn collectieve problemen die om politieke oplossingen smeken.”

Maar waarom gebeurt dat dan niet?

“Ook dit is geen individueel, maar een politiek probleem. Ik klink nu misschien wel streng, toch wil ik niet naar organisaties en al zeker niet naar individuele sociaal werkers wijzen. Toen ik jeugdwerker was, ervaarde ik zelf dat de meeste organisaties het belang van politiseren echt wel inzien en hierop proberen in te zetten. Maar politiseren kost tijd. Als er een jongere voor je staat met complexe problemen, is het begrijpelijk dat je kiest voor individuele hulpverlening.”

“En dan heb je ook nog de besparingen. Voor neutrale overheidsmedewerkers is het moeilijk om te politiseren. Daar heb je een autonome positie voor nodig. Maar middenveldorganisaties krijgen klappen. Om de brandjes op het terrein te blussen, beknibbelen die niet op hun mensen op de eerste lijn. Terecht, maar daardoor zijn het de medewerkers in staffuncties, die wel nog tijd en ruimte hadden om te politiseren, die moeten vertrekken.”

criminalisering

Randy Haers: “Ik hamer graag op het belang van nabijheid.”

© ID / Sebastiaan Franco

Hoe kunnen we dit tegengaan?

“Ik hamer graag op het belang van nabijheid. Nabij zijn, wil zeggen dat je je als sociaal werker aanpast aan de mensen die je wilt bereiken. Daarvoor moet je regelmatig je eigen referentiekader in vraag stellen. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar in een samenleving die steeds meer draait rond efficiëntie en controle, is dat haast iets radicaals geworden.”

“Vanop een afstand is het makkelijk om naar mensen te wijzen en te beweren dat hun problemen hun eigen schuld zijn. Maar als je werkelijk in iemands leven aanwezig bent, zijn dat soort denkbeelden niet vol te houden. In die zin is nabijheid een voorwaarde om te politiseren. Om te beginnen helpt het jezelf van je vooroordelen af te helpen, maar de ervaringen geven je als sociaal werker ook voeding om maatschappelijke stereotypes tegen te spreken.”

Dat klinkt niet erg hoopvol?

“En toch ben ik dat. Ondanks de zorgwekkende tendensen waarover we het hadden, hebben we in België nog steeds een sterk systeem van sociale bescherming waar ze in het buitenland jaloers op zijn. Tegelijk zie ik een jonge generatie, die weer publiek verontwaardigd durft te zijn. Of het nu voor Black Lives Matter of voor Gaza is, jongeren trekken terug de straat op.”

“Tegelijk moeten we erover waken dat dit verzet niet te vluchtig blijft. Ook het verzet is geïndividualiseerd. Daardoor zie je dat zulke moderne protestbewegingen soms even snel verdwijnen als ze opduiken. Wie echt een verschil wil maken, moet investeren in collectieve structuren van verzet. Die bestaan vandaag al: vakbonden, sociale bewegingen en middenveldorganisaties. We zijn het belang daarvan uit het oog verloren, terwijl net zij verontwaardiging kunnen omzetten in politieke kracht.”

Reacties [1]

  • Herman de Mönnink

    Uiteraard present zijn maar op basis van presentie ook als SW’er interventies voorstellen. Zoals dat gebeurt in Mobility Mentoring die evidence based de mobiliteit van sociaal kwetsbare mensen richting economische zelfredzaamheid effectief begeleid mbv een persoonlijke mentor/SW’er èn toegankelijkheid van collectieve voorzieningen structureel probeert aanbrengen pakken. Dus twee handen benadering!

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.