Terug naar de samenleving
Elk jaar keren meer dan 20.000 mensen na een periode van detentie of internering terug naar de samenleving. Ze proberen de draad weer op te pikken en maken daarbij – zoals alle andere burgers – gebruik van zorg- en dienstverlening. Ze kloppen bijvoorbeeld aan bij het OCMW voor een tegemoetkoming of moeten in het ziekenhuis opgenomen worden voor een ingreep.
‘Verliezen professionals hun neutraliteit, bijvoorbeeld door angst of vooringenomenheid?’
Daar ontmoeten ze onthaalmedewerkers, gezondheidswerkers, secretariaatsmedewerkers en hulpverleners allerhande. In tegenstelling tot hun collega’s die bijvoorbeeld in gevangenissen of jusititehuizen werken, kiezen deze professionals er niet bewust voor om te werken met mensen met een detentieverleden.
Meestal worden deze medewerkers niet formeel geïnformeerd over dat detentieverleden. Vaak komt op een andere manier aan het licht: via de cliënt zelf, door de aanwezigheid van een enkelband, via informatie van collega’s of een toevallig contact met een justitie-assistent.
Professionele neutraliteit
Dat roept verschillende boeiende vragen op. Van professionele medewerkers mag verwacht worden dat zij elke cliënt onbevooroordeeld bejegenen. Maar wat als cliënten een detentieverleden hebben? Kleurt dit de kwaliteit van zorg en dienstverlening? Verliezen professionals hun neutraliteit, bijvoorbeeld door angst of vooringenomenheid?
Om dat verkennend in beeld te brengen, gingen we in gesprek met 24 medewerkers die in hun werkcontext al in aanraking kwamen met personen met een detentieverleden. Deze professionals zijn werkzaam in zeer diverse contexten: thuiszorg, geestelijke gezondheidszorg, asielcentra, ziekenhuizen, woonzorgcentra, welzijnswerk en gehandicaptenzorg. Naast de zorg-, hulp- en dienstverleners zelf, interviewden we ook administratief personeel en werknemers uit onderhouds- en schoonmaakdiensten. Ook zij komen in contact met deze mensen, bijvoorbeeld bij het poetsen van kamers in instellingen.
‘Het is niet aan mij om te oordelen. Ik help mensen met een medische vraag, niet met hun verleden.’
Soms waren hun ervaringen gebaseerd op langdurige en intensieve begeleidingstrajecten, bijvoorbeeld in de thuishulp of de geestelijke gezondheidszorg. Vaak ging dit om een-op-een contact bij cliënten thuis. Andere contacten waren eerder kortdurend of occasioneel, zoals bij acute interventies via 112 of een informatief gesprek bij een onthaalbalie of administratieve dienst.
Meer terughoudendheid
De meeste medewerkers vinden professionele neutraliteit cruciaal. Zo stelt een verpleegkundige: “Het is niet aan mij om te oordelen. Ik help mensen met een medische vraag, niet met hun verleden.”
Maar wat als een hulpverlener weet dat iemand een ernstig misdrijf heeft gepleegd? Wat als men drugshandel of intrafamiliaal geweld vermoedt? Wat als de medewerker of een collega geconfronteerd wordt met diefstal, bedreiging of stalking? Blijft de professionele neutraliteit dan nog overeind?
Uit onze gesprekken blijkt dat het neutraliteitsprincipe onder druk staat. Zo geeft twee derde aan dat ze hun contacten met mensen met een detentieverleden ervaren als ‘anders’ of ‘niet zonder risico’. Dat leidt tot meer terughoudendheid in de contacten. Medewerkers zijn bijvoorbeeld voorzichtiger in wat ze vertellen over zichzelf, denken na over hoe ze zich kleden en houden het contact zo kort mogelijk.
Met één oog op de deur
Angst- en onzekerheidsgevoelens zijn bepalend voor de omgang met mensen met een detentieverleden. Respondenten ervaren een gevoel van dreiging. Ze voelen zich zowel emotioneel als fysiek onveilig. Alle vormen van confrontaties met onvoorspelbaarheid, agressie of manipulatief gedrag veroorzaken stress, zeker in ambulante contexten zoals thuiszorg of maatschappelijk werk, waar men vaak alleen op pad is.
‘Angst- en onzekerheidsgevoelens zijn bepalend voor de omgang met mensen met een detentieverleden.’
Een medewerker getuigt: “De patiënt begon me op straat uit te schelden. Hij bleef me volgen, bleef roepen. Dat was beangstigend. En ik kon nergens heen.” Hoewel zo’n gedrag niet uniek is voor mensen met een strafrechtelijk verleden, krijgt het door de associatie met een eerder misdrijf een andere lading. De stempel van dader werkt als een brandversneller waardoor anticipatieangst ontstaat. Sommige professionals ontwikkelen zelfs routineuze preventieve veiligheidsstrategieën: dicht bij de deur gaan zitten of collega’s verwittigen dat ze aangekomen zijn bij de hulpvrager.
Wanneer twijfel geen stem krijgt
Terughoudend en voorzichtig zijn is een poging om ondanks de angstgevoelens toch door te kunnen blijven gaan met het werk. Maar het besef dat onzekerheid en angst een negatieve invloed kunnen hebben op de relatie met cliënten roept bij professionals nieuwe vragen op. Is mijn angst overdreven? Ben ik nog neutraal? Reageer ik te defensief?
Medewerkers geven zelf aan dat ze die vragen weinig kunnen uitspreken. Familie of vrienden laten soms weinig ruimte voor de verhalen over ‘de criminelen’. De angst dat er iets met hun naaste kan gebeuren, speelt hier duidelijk een rol. Begrip voor onzekerheid of zelfs voor een empathische houding is aan het thuisfront niet evident: “Als je bang bent, zoek dan een andere job.”
Op de werkvloer
Is er meer oor binnen organisaties en teams zelf? Zorg- en hulpverleners vertellen dat zij vaak kunnen terugvallen op opleiding, intervisie of teamoverleg. Voor administratieve en logistieke functies bleek dergelijke ondersteuning minder vanzelfsprekend.
‘Ik heb al veel ergere dingen meegemaakt.’
Ook teamdynamieken spelen een rol. Sommige collega’s zijn steunend en empathisch. Anderen minimaliseren ervaringen: “Ik heb al veel ergere dingen meegemaakt.” Wat bedoeld wordt als relativering, werkt vaak ontkennend. Gevolg: professionals blijven vaak alleen achter met gevoelens die hen net sterker zouden maken als ze gedeeld mochten worden.
Op de werkvloer is er nog veel groeimarge voor de bespreking van angst en onzekerheid. De betekenis en de relevantie van professionele neutraliteit is hierbij essentieel: hoe kijkt de werkgever hiernaar? De professional? De persoon met de detentie-ervaring? Want het kan bijna niet anders dat ook deze laatsten onzekerheid voelen bij de mensen die hen helpen.In een vervolgproject onderzoeken we de ervaringen van mensen die een misdrijf hebben gepleegd over hun relatie met de reguliere zorg-en dienstverleners
Sluipend gif
De mentale druk die gepaard gaat met dienst- en zorgverlening aan mensen met een detentieverleden is reëel. De reacties van professionele medewerkers wijzen erop dat ze hun job correct willen uitvoeren, ondanks de vele onzekerheden en de confrontaties met moeilijk gedrag. Ze willen onbevooroordeeld zijn en kansen geven, niet stigmatiseren en uitsluiten.
‘Plichtsbesef overheerst op angst.’
Plichtsbesef overheerst op angst. Deze onzekerheid verdient om met zorg en respect te worden benaderd zodat er op alle fronten meer openheid kan komen. Want als het onbesproken blijft en verglijdt naar een taboe, zal het een sluipend gif in de werkpraktijk van vele zorg- en dienstverleners.
Nog niet klaar voor
Mensen met een detentieverleden hebben het recht om opnieuw een plaats te verwerven in de samenleving. Thuishulp, OCMW en woonzorgcentra zijn er ook voor hen. Van de medewerkers van deze organisaties vergt dat veel professionaliteit. Ze hebben kanalen nodig om hun begrijpelijke twijfels, vooroordelen en angsten te kunnen ventileren en bespreken. Helaas: ze krijgen nog onvoldoende opleiding, geen draaiboek, geen reflexieve ruimte om de complexiteit van dit werk te dragen.
‘Ik vind dat iedereen kansen moet krijgen, maar ik merk ook dat de samenleving daar nog niet klaar voor is.’
Zou dit opgelost zijn mochten al die tools en instrumenten wel aanwezig zijn? Samenleving en detentie dichter bij elkaar brengen zal wellicht meer vergen. Een medewerker stelt dat scherp: “Ik vind dat iedereen kansen moet krijgen, maar ik merk ook dat de samenleving daar nog niet klaar voor is.” Er zal dus meer fundamenteel gesleuteld moeten worden.
Laten we beginnen met de dienst- en zorgverlening voor mensen met een detentieverleden niet langer te zien als een specialisme van enkelen, maar als een gedeelde opdracht van velen.
Reacties