Achtergrond

Breuken in hulptraject: ‘We werken te veel op een eiland’

Klaartje De Gusseme

Klaartje De Gusseme werkt bij jeugdhulporganisatie Wagenschot. Ze begeleidt er jongeren met ernstige gedrags- en emotionele problemen. Ondanks gespecialiseerde ondersteuning botsen deze jongeren toch op breuken in hun hulptraject. Wie zorgt ervoor dat dit niet gebeurt? Die vraag houdt Klaartje bezig, niet alleen op het terrein maar ook in haar masterproef klinische orthopedagogiek.

GES+

© Unsplash / Valerie Titova

Hobbelig traject

Als jeugdhulpbegeleider ben ik verbonden aan Multifuntioneel Centrum (MFC) Wagenschot. We bieden er onder andere een gespecialiseerde opvang voor jongeren met ernstige gedrags- en emotionele stoornissen (GES+). Vaak gaat het over jongeren met verschillende problemen en diagnoses, bijvoorbeeld een verstandelijke beperking, een moeilijke thuissituatie en een ontbrekend netwerk.

‘Het hulp- en ondersteuningsaanbod is sterk sectoraal verkokerd, terwijl de problemen van deze jongeren verspreid liggen over verschillende sectoren.’

Hun complexe hulpvraag vereist zorg op maat die ze in het huidige hulpverleningsaanbod niet altijd vinden. Dat aanbod is sterk sectoraal verkokerd, terwijl de problemen van deze jongeren verspreid liggen over verschillende sectoren: geestelijke gezondheidszorg, jeugdhulp, zorg voor personen met een beperking… Gevolg: deze jongeren vallen door de mazen van het net en hebben vaak een hobbelig hulpverleningstraject achter zich liggen. Ze verhuizen van de ene voorziening naar de andere. Of wachten thuis op gepaste zorg.

GES+

Om die breuken en lacunes op te vangen, geeft de Vlaamse overheid extra ondersteuning aan voorzieningen die voor deze jongeren een aangepaste vorm van intensieve individuele begeleiding aanbieden. Maar werkt die aanpak ook?

In mijn masterproef die ik aan Universiteit Gent uitvoerde, kom ik tot het besluit dat er nog een hele groeimarge is.De Gusseme, K. (2025), De complexiteit van transitie naar volwassenheid bij jongeren met een GES+-label: een kwalitatief onderzoek bij hulpverleners, Gent, Universiteit Gent.Ik interviewde 27 sociale professionals die met GES+-jongeren werken en vroeg hen of ze dankzij dat gespecialiseerde GES+-aanbod nu ook meer aangepaste ondersteuning kunnen bieden aan deze jongeren. Helaas: ondanks beleidsinspanningen botsen GES+-jongeren nog steeds op breuken in hun zorgtraject.

‘Ik luisterde naar verhalen over gebroken trajecten, machteloosheid en de voortdurende zoektocht naar oplossingen.’

Ik luisterde naar verhalen over gebroken trajecten, machteloosheid en de voortdurende zoektocht naar oplossingen. Hun getuigenissen confronteerden me met de hardnekkigheid van dit probleem.

Kloof naar meerderjarigheid

Laten we het eerst hebben over de overgang van minder- naar meerderjarigheid. Voor jongeren die in de jeugdhulp verblijven, wordt dat vaak ervaren als een kloof.  Dat is geen nieuw fenomeen, zoals een eerder opiniestuk op Sociaal.Net krachtig illustreert. In die bijdrage wijst de coördinator van Cachet vzw, een organisatie voor jongeren met ervaring in de jeugdhulp, op de inspanningen die op dit vlak al geleverd werden. Maar we zijn er nog niet. Een vraag zindert na: “Mag het alsjeblieft wat meer zijn?”.

Dat geldt ook voor GES+-jongeren. In een interview voor mijn masterproef illustreert een hulpverlener de impact van die breuk: “Deze jongeren hebben zo veel hulp, zo veel begeleiding nodig. En dan op een ochtend verdwijnt alles van de ene op de andere dag. Dat klopt niet.”

Inderdaad: de gespecialiseerde GES+-ondersteuning kan doorlopen totdat deze jongeren 21 jaar zijn. Vanaf dat moment vervalt het GES+-statuut. Maar hun behoefte aan aangepaste ondersteuning blijft. De bevraagde hulpverleners zijn er zich van bewust dat de overheid inspanningen levert om die overgang vlotter te laten verlopen, bijvoorbeeld door GES+-voorzieningen gericht te informeren over de mogelijkheden van een persoonsvolgend budget.

Toch vinden begeleiders die inspanningen onvoldoende. Een hulpverlener stelt onomwonden: “Zo’n GES+-statuut is ook een beetje een vergiftigd geschenk. Zolang ze nog geen 21 jaar oud zijn, geef je deze jongeren intensieve begeleiding op maat van hun individuele noden. Maar nadien valt samen met hun GES+-statuut alles weg. Dat is des te harder voor deze jongeren.”

Vervolghulp niet inzetbaar

Jongeren verliezen op dat moment niet alleen hun GES+-statuut en de aangepaste zorg die daarbij hoort. Ze botsen ook op andere structurele hindernissen en problemen.

Ze willen graag beroep doen op geestelijke gezondheidszorg voor volwassenen, maar belanden op wachtlijsten. Ze kloppen in een therapeutisch centrum aan voor vervolgondersteuning maar beschikken niet over de nodige diagnoses. Het toezicht van de jeugdrechtbank valt weg waardoor sommigen plots geconfronteerd worden met andere beschermingsstelsels, zoals bewindvoering.

‘Er ontstaat een mismatch tussen wat deze jongvolwassenen nodig hebben en wat het zorgsysteem kan bieden.’

Al deze hindernissen tonen de groeiende kloof tussen de veranderende zorgnoden van deze jonge mensen en de gebrekkige manier waarop het hulpverleningssysteem daarop inspeelt. Hierdoor ontstaat er een mismatch tussen wat deze jongvolwassenen nodig hebben en wat het zorgsysteem kan bieden. Of zoals een hulpverlener het verwoordt: “Alles is aan het verschuiven, maar het systeem verschuift niet mee.”

Hulpverleners lossen het op

Hulpverleners vertelden me dat ze zelf oplossingen uitwerken om perspectief te bieden aan deze jongeren zodra ze op de drempel van meerderjarigheid staan. Sommige hulpverleners sturen bijvoorbeeld proactief aan op de toekenning van een diagnose zoals autismespectrumstoornis (ASS). Zo’n diagnose zet meer deuren open voor vervolghulp.

Een andere manier waarop hulpverleners proberen ondersteuning te verkrijgen, is door het ‘verzwaren van dossiers’. Ze vergroten de problematiek van een jongere uit, bijvoorbeeld met het oog op het verkrijgen van een persoonsvolgend budget. Hulpverleners voelen aan dat dit niet klopt. “Het is heel schrijnend. Als je de problematiek niet uitvergroot, dan krijg je niks.”

‘Het is opmerkelijk dat hulpverleners zelf oplossingen moeten zoeken voor systeembreuken waarvoor ze zelf niet verantwoordelijk zijn.’

Het is opmerkelijk dat hulpverleners zelf oplossingen moeten zoeken voor systeembreuken waarvoor ze zelf niet verantwoordelijk zijn. Zo verwoordde een hulpverlener die werkt met GES+-jongeren het volgende: “Wil je voor de jongere geen gebroken zorgtraject, dan moet je zelf continuïteit creëren. Veel verantwoordelijkheid ligt bij ons. Dat is vaak frustrerend.”

Gevangen in een eilanddenken

Oplossingen mogen niet alleen bij hulpverleners liggen. Deze jongeren zijn kwetsbaar omdat ze verschillende problemen gecombineerd ervaren. Dat vraagt van voorzieningen een aanpak die verbindt en sectorale grenzen doorbreekt, een aanpak die uitnodigt om het eigen expertise-eiland te verlaten.

‘Zorgcontinuïteit voor deze jongeren staat of valt met de bereidheid van sectoren om de eigen kokers en grenzen te verlaten.’

Op dit vlak is de groeimarge volgens hulpverleners groot: “We botsen allemaal op dezelfde problemen. Maar als we op zoek gaan naar oplossingen, vinden we allemaal apart het warm water uit.” Hulpverleners stellen zelf de vraag naar intensievere dialoog en samenwerking tussen organisaties.

Toen ik in het kader van mijn masterproef een focusgroep voor hulpverleners van GES+-jongeren organiseerde, zette een hulpverlener die nood op scherp: “Wat we nodig hebben, is wat jij hier organiseert: een dialoogmoment tussen GES+-organisaties. Hier kunnen we onze problemen en goede praktijken uitwisselen.”

Kansen blijven onbenut om samen stil te staan bij ervaren moeilijkheden, zicht te krijgen op elkaars werking, in een gezamenlijke zoektocht naar versterking van de praktijk en het uitbouwen van een zorglandschap op maat van deze jongeren.

Voorbij het eigen eiland

Zelfs wanneer de samenwerking binnen het hulpverleningslandschap wordt versterkt, zullen er nieuwe uitdagingen opduiken. Daarom blijft het essentieel dat we onze eigen praktijk als hulpverleners voortdurend in vraag durven stellen. Zo blijven we meebewegen in een landschap dat voortdurend verandert.

Maar dat kunnen we niet alleen. Een zorgsysteem dat minder verkokerd werkt, zou voor jongeren met complexe ondersteuningsnoden een wereld van verschil maken. Laten we beginnen met het eigen eiland te verlaten en elkaar te ontmoeten met een gemeenschappelijk doel: het verzekeren van passende en duurzame zorg die optimale kansen creëert voor een kwaliteitsvol leven.

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.