Achtergrond

‘Binnen tien jaar zal de zorg er heel anders uitzien’

Peter Goris

Mensen die langdurig hulp en ondersteuning nodig hebben, moeten langs vele deuren, poorten en achtergebouwen passeren. Wie de kans zou krijgen om op een wit blad de zorg te hertekenen op maat van deze mensen, schetst iets helemaal anders. Het project ToekomstZorg zet een ferme stap in deze richting. Kurt Asselman (Departement Zorg) en Lander Vermeerbergen (Radboud Universiteit Nijmegen / KU Leuven) vertellen over dit initiatief dat grenzen doorbreekt en door meer dan duizend sociale ondernemers enthousiast verwelkomd werd.

toekomstzorg

© ID / Sien Verstraeten

Open deur

Laten we beginnen met een open deur: onze hulp- en zorgverlening is sectoraal georganiseerd. De jeugdhulp, de ouderenzorg, de eerstelijnshulp, het opbouwwerk, de zorg voor mensen met een beperking of de geestelijke gezondheidszorg: allemaal kennen ze hun eigen regels, erkenningsvereisten en subsidiëringsvoorwaarden.

‘In een lunchbar spring je niet ver met enkel leefgroepbegeleiders.’

Dat schuurt vaak met de mens die zorg of ondersteuning nodig heeft. Want die mens is niet sectoraal georganiseerd. Wie de pech heeft landurig zorg en ondersteuning nodig te hebben of niet netjes in een of ander schuifje past, wordt langs vele kastjes en muren gestuurd, hopend om uiteindelijk ooit de gepaste zorg en ondersteuning te krijgen.

Sterke praktijken

Ook organisaties worstelen hiermee. Creatieve sociale ondernemers gaan op zoek naar oplossingen die ontsnappen aan de koker waar hun organisatie in vastzit.

Verschillende van die praktijken kwamen al aan bod op Sociaal.Net. Las je die sterke getuigenis van een directeur van een woonzorgcentrum die keihard botst op de muren van de residentiële ouderenzorg? Samen met collega’s uit andere sectoren bouwt hij aan een zorgdorp voor jong en oud, voor vrijwilligers en professionals, voor zorgvragers en zorggevers. En wil jij ook wel eens aanschuiven bij ’Lizette&Lucien’, de lunchbar die ontstond vanuit een voorziening voor mensen met een beperking?

Al spat het enthousiasme van deze initiatieven, toch zijn ze niet evident. Want in een lunchbar spring je niet ver met enkel leefgroepbegeleiders, je hebt ook een ondersteunende kok nodig en de durf om netwerken tot zelfs gebouwen te ontwikkelen, ver buiten de grenzen van je eigen expertise. De directeur van het woonzorgcentrum wordt bouwheer van het zorgdorp. En als hij wil dat in dat zorgdorp jonge gezinnen mee zorgen voor wie een intensieve ondersteuningsnood heeft, dan zal hij out of the box oplossingen moeten verzinnen voor diplomavereisten en vergoedingen.

ToekomstZorg

Vanuit visie, durf, engagement en tegendraadsheid bouwen deze sociale ondernemers aan wat kwetsbare mensen echt nodig hebben. Waar ze vaak op botsen: de sectoraal verankerde regels en procedures. De zwarte piet gaat vaak richting overheid die zorginnovatie afremt. Met het project ToekomstZorg wil de overheid met dat verwijt afrekenen. Voor beloftevolle piloten zal ze een regelluwe ruimte creëren waar sectorale regels tussen haakjes gezet worden. Wetenschappers zullen ondersteunen en onderzoeken wat werkt.

‘De behoefte aan dit regelluw en sectoroverschrijdend ondernemen is groot.’

De behoefte aan regelluw en sectordoorbrekend ondernemen is groot. Heel groot. Aan het webinar dat eind 2025 dit project lanceerde, namen meer dan duizend mensen deel. Minister van Welzijn Caroline Gennez heette deze grote groep welkom en deelt hun enthousiasme: “We moeten durven vernieuwen, durven hervormen. Vandaag is het allemaal nog wat te verspreid en versnipperd. En daar doen we beroep op de veerkracht en energie die op het terrein aanwezig is.”

Op plaatsen en momenten waar de eerste steen gelegd wordt, is Sociaal.Net graag van de partij. We spraken met twee belangrijke trekkers van dit project: Kurt Asselman (Vlaamse overheid, departement Zorg) en Lander Vermeerbergen (Radboud Universiteit Nijmegen / KU Leuven).

ToekomstZorg gaat over sectoroverschrijdend ondernemen vanuit een regulluw kader. Ik vind dat abstract klinkende managementstaal.

Kurt: “Mijn familie en vrienden vinden dat ook. Als ik hen vertel dat we met dit project de zorg van morgen in de stellingen zetten, fronsen ze de wenkbrauwen. Maar vraag ik hen hoe ze straks willen leven, eens ze negentig en zwaar zorgbehoevend zijn, dan ontstaat een geanimeerd gesprek.”

“Ze kiezen voor bruisende woon- en ontmoetingsplekken, niet voor afgeschermde zorgplekken. Toch staan de woonzorgcentra die ze kennen maar zelden middenin het bruisende stads- of dorpscentrum. Het leven wordt er bepaald door zorg en zorgkundigen.”

Lander: “Ook leidinggevenden botsen op dit strakke keurslijf. Terecht stelt een directeur van een woonzorgcentrum zich vragen als schaarse personeelsleden dreigen af te haken omdat er tijdens de werkuren geen opvang is voor de kinderen. Zo’n opvang organiseren vanuit het woonzorgcentrum zou nochtans voor iedereen – ouderen, werknemers, kinderen – een win-win kunnen zijn. Maar dat realiseer je niet zonder de geldende regelgeving te doorbreken. Willen we de wens naar meer verbinding realiseren, dan zullen we de organisatie van onze zorg en ondersteuning heel anders moeten aanpakken.”

Het is verrassend dat de overheid deze dynamiek mee op gang trekt. Agentschappen krijgen vaak het verwijt intersectorale dynamieken die vanuit de werkvloer opborrelen, in de kiem te smoren.

Kurt: “Voor de overheid is intersectorale zorg nochtans geen onbekende. Ook vandaag lopen er al heel wat initiatieven die de overheid mee aanstuurt, zoals integrale jeugdhulp. Maar denk bijvoorbeeld ook aan ‘1 Gezin 1 Plan’ waar een netwerk van organisaties samen de zorg en verantwoordelijkheid voor het gezin delen.”

‘Ook overheidsinstellingen moeten flexibel zijn en mee met hun tijd evolueren.’

“Er zullen altijd structuren, regels en procedures nodig zijn. We moeten de gemeenschapsmiddelen zo transparant en rechtvaardig mogelijk inzetten en de kwaliteit waarborgen. Maar hoe we dat doen heeft geen eeuwige houdbaarheidsdatum. Ook overheidsinstellingen moeten flexibel zijn en mee met hun tijd evolueren.”

“We willen meer een faciliterende rol opnemen. Dat doe je door dichtbij het terrein te blijven en goed te luisteren naar wat sociale ondernemers nodig hebben. Daarom hebben we bij de start van dit project veel geïnvesteerd in actoren samenbrengen. Naast de vele innovatieve projecten die zij op tafel leggen, staat de harde vaststelling dat die botsen op sectorale grenzen en regels. Dan moet je als overheid bereid zijn om mee naar oplossingen te zoeken.”

Je noemde net integrale jeugdhulp als voorbeeld van sectoroverschrijdend werken. Toch blijft ook daar de kritiek dat jeugdhulp gedomineerd wordt door modules, regels, toegangscriteria en procedures?

Kurt: “Ook integrale jeugdhulp ontstond meer dan twintig jaar geleden vanuit de drive om een betere zorg te installeren. De toenmalige beleidscultuur was anders en meer top-down. Vandaag geloven we niet langer dat we vanuit de overheid oplossingen kunnen afdwingen, bijvoorbeeld via regelgevende kaders.”

“De kracht en dynamiek zit op het terrein, waar partners elkaar vinden om moeilijke maar waardevolle initiatieven toch mogelijk te maken, ondanks de sectorale grenzen. Wil je mensen echt helpen, dan lukt dat niet vanuit een strak keurslijf.”

Lander: “Met ToekomstZorg kiezen we voor een bottom-up aanpak. We vertrekken vanuit wat er op het terrein leeft. Tijdens de zes provinciale toekomstverkenningen verzamelden we vierhonderd initiatieven die sectoroverschrijdend werken met mensen die een langdurige zorg- en ondersteuningsnood hebben. Daarmee hebben we een mooi eerste zicht op de dynamiek op het terrein. Het is nu onze opdracht om te bekijken welke initiatieven werken en deze dan beter te ondersteunen, te verduurzamen en op te schalen.”

Kurt Asselman

Kurt Asselman: “Wil je mensen echt helpen, dan lukt dat niet vanuit een strak keurslijf.”

© ID / Sien Verstraeten

Zien jullie in die vierhonderd initiatieven elementen die steeds terugkomen?

Kurt: “Er trekken altijd mensen aan de kar die naast problemen en beperkingen vooral ook kansen zien. Er zijn tientallen voorbeelden, velen kwamen al aan bod op Sociaal.Net. In een buurt die wat in slaap was gesukkeld, tovert een organisatie die werkt met mensen met een beperking een ontwijde kerk om tot een ontmoetingsruimte, inclusief café én kruidenier. Hier wordt tegelijktertijd werk gemaakt van inclusie van mensen met een beperking én gestreden tegen de vereenzaming van oudere of minder mobiele buurtbewoners.”

“Je kan heel veel argumenten bedenken om dat niet te doen, bijvoorbeeld omdat regels, procedures en personeelsvereisten in de weg staan. Maar deze mensen zetten dat tussen haakjes. Ze wachten niet op de overheid om goede praktijken op gang te trekken die beter tegemoetkomen aan wat mensen nodig hebben. Zij vertrekken en ondernemen vanuit een ander positief toekomstbeeld.”

Ontstaat innovatie enkel vanuit het terrein?

Lander: “De druk om onze zorg en ondersteuning anders te organiseren komt van verschillende kanten. Bredere ontwikkelingen beuken in op de klassieke, sectorale fundamenten van onze zorg. Mensen willen meer zelf de regie houden over hun zorg. Maar organisaties die dat mee willen realiseren, botsen op de grenzen van een verouderd zorgsysteem.”

“Ook de demografische evoluties zijn duidelijk. We worden alsmaar ouder, maar dat komt met een prijs. Steeds meer moeten we afrekenen met een combinatie van verschillende chronische aandoeningen die samen aangepakt moeten worden. Helaas wordt het tekort aan zorgprofessionals die we daarvoor nodig hebben steeds groter.”

Duwt de urgentie van die toenemende personeelstekorten en ellenlange wachtlijsten dit project niet van tafel?

Lander: “Integendeel: die problemen illustreren hoe belangrijk een ingrijpende hertekening van ons zorg- en ondersteuningssysteem is. Opsmukacties zullen niet voldoende zijn. Alle betrokkenen erkennen dat een fundamentele omslag nodig is. Als je bijvoorbeeld verschillende doelgroepen en problemen kan ondersteunen via meervoudig en sectoroverschrijdend werkgeverschap of via één welzijnserkenning, kom je als ondernemer, zorgprofessional én gebruiker in een nieuw biotoop terecht. Ook als onderzoekers zullen we alle moeite doen om die omslag mee mogelijk te maken.”

Inderdaad: ook wetenschappers trekken mee aan de kar van ToekomstZorg. Hoe belangrijk is hun inbreng?

Lander: “Co-creatie zit in het DNA van dit project. Zowel in onze provinciale toekomstverkenningen als in de driedaagse Vlaamse toekomstconferentie waren alle belanghebbenden aanwezig: agentschappen, gebruikers, mantelzorgers, werknemers, werkgevers, vakbonden en wetenschappers.”

‘Opsmukacties zullen niet voldoende zijn.’

“Als het gaat over innovatie, dan springen we als wetenschappers graag mee aan boord. Vandaar dat dit project begeleid wordt door een interdisciplinair consortium van Vlaamse en Nederlandse universiteiten en hogescholen. We willen samen met al die initiatieven zien wat werkt en waarom. We zullen individuele en collectieve begeleiding bieden en ten slotte tools en methodieken aanreiken ter ondersteuning van intersectoraal en regelluw ondernemen.”

Voor mij zitten twee enthousiaste mensen. Krijgt dit project ook de brede steun van de overheid?

Kurt: “Dit project wordt niet alleen getrokken vanuit het Departement Zorg. Ook onze collega’s van het agentschap Opgroeien en VAPH zitten mee in de cockpit. Zij bekijken mee hoe dit project afgestemd kan worden op sectorale dynamieken. Hoe stemmen we dit af op het Plan Jeughulp? Waar vinden we convergenties met het Perspectiefplan 2040 voor personen met een handicap? Nota bene allemaal beleidsplannen waar integraal en intersectoraal werken centraal staan.”

“Omdat we focussen op een regelluwe ondernemingsruimte, trekken we de juristen van de agentschappen aan boord om te bekijken hoe we dat juridisch georganiseerd krijgen. Ik kan zelf getuigen dat er binnen de administratie ondernemende ambtenaren zijn en dat het enthousiasme leeft om deze vernieuwing mee uit te dragen.”

Zal de zorg er binnen tien jaar helemaal anders uitzien?

Lander: “Wellicht, al is het nog te vroeg om daarover grootse uitspraken te doen. Tijdens de provinciale toekomstverkenningen zagen we al dat er geen uniform model bestaat voor het realiseren van intersectorale zorg. In de ene provincie zoeken initiatieven naar het sterker integreren van digitalisering bij de planning van zorg en ondersteuning, terwijl in een andere provincie meer ingezet wordt op meervoudig werkgeverschap. Ik denk niet dat iemand de ambitie heeft om met ToekomstZorg één vast model te ontwikkelen dat de krijtlijnen van intersectorale zorg uittekent.”

‘We zullen structuren, regels en procedures nodig blijven hebben om de zorg transparant en robuust te houden. Maar ik ben er wel zeker van dat we dat binnen tien jaar heel anders zullen doen dan vandaag.’

Kurt: “Een faciliterende overheid zal met die verschillen rekening moeten houden. Die flexibiliteit zal op termijn onvermijdelijk uitmonden in een overheidsapparaat dat er anders uitziet. Als je kiest om integraal te werken, duikt al snel het beeld op van één superdepartement. Maar zo eenvoudig is dat niet. We moeten ook realistisch blijven: zorg organiseren zal altijd een complexe puzzel blijven. We zullen structuren, regels en procedures nodig blijven hebben om de zorg transparant en robuust te houden. Maar ik ben er wel zeker van dat we dat binnen tien jaar heel anders zullen doen dan vandaag. En hoe heel die backoffice er dient uit te zien, is nu geen vraagstuk voor ToekomstZorg.”

Lander Vermeerbergen

Lander Vermeerbergen: “In eerste instantie richten we ons op initiatieven die al enige maturiteit hebben.”

© ID / Sien Verstraeten

Inderdaad: zonder regels ontstaat chaos. Toch staat de focus op regelluwte. Welke regels zijn overbodig?

Kurt: “Regels zijn cruciaal, bijvoorbeeld om cliënten of personeel te beschermen tegen willekeur. Als je spreekt over prioritaire zorg, dan moet ook transparant zijn welke criteria je daarbij hanteert. Beter verantwoorden waarom bepaalde regels er zijn en zoeken hoe we ze scherper kunnen afstemmen op de realiteit van vandaag, is dus ook deel van ons werk.”

‘Als ondernemers ons zeggen dat intersectoraal ondernemen lastig is omwille van sectorale regels, dan moeten we dat signaal ernstig nemen.’

“Maar als ondernemers ons zeggen dat intersectoraal ondernemen lastig is omwille van sectorale regels, dan moeten we dat signaal ernstig nemen. Daarom vragen we de piloten om die overbodige regels aan te wijzen en mee na te denken hoe we dat kunnen oplossen. Want het doel blijft: een betere zorg voor mensen die een langdurige ondersteuningsnood hebben.”

Vaak leggen ook stenen en gebouwen grenzen aan innovatie en sectoroverschrijdend ondernemen.

Kurt: “We zien sociale ondernemers die anticiperen op de toekomst door hierover na te denken als ze bouwplannen maken. Ze beseffen dat het gebouw binnen tien jaar misschien andere functies moet vervullen. Modulair en multifunctioneel bouwen is dus de boodschap. Want stel dat we er straks in slagen om vanuit één werkgever zowel residentiële ouderenzorg als kinderopvang te organiseren, dan moeten we ook een gebouw hebben waarin dat kan. Ik ben blij dat de collega’s van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA) hier al mogelijkheden creëerden.”

Voor echte interessante sectoroverschrijdende samenwerkingen moet je ver buiten je eigen grenzen kijken, richting wonen, tewerkstelling, cultuur, onderwijs, mobiliteit.

Kurt: “Wij richten ons in eerste instantie op innovatie binnen het departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. We willen niet te veel stappen ineens nemen en kunnen enkel regelluwte bieden binnen ons beleidsdomein . Maar als we lessen kunnen trekken op vlak van partnerschap met actoren buiten ons departement, dan zullen we dat zeker doen. Want inderdaad: health is in all policies. Alle partners zijn van harte welkom om mee te experimenteren.”

Fantastisch dat op een eerste webinar meteen meer dan duizend staf- en directieleden deelnemen. Wat kunnen jullie al die enthousiaste mensen aanbieden?

Lander: “Al dat enthousiasme toont hoe hoog de nood is en hoe zwaar die sectorale grenzen wegen op organisaties. Vervolgens moeten we dat enthousiasme van piloten in goede banen leiden. Maar het mag niet bij tijdelijke piloten blijven. ToekomstZorg zet in op een duurzame transitie, waarbij piloten die evidence-based werken en een positieve impact hebben in een regulier traject komen.”

“Vandaag richten we ons op initiatieven die al enige maturiteit hebben. Zij die verder willen doorgroeien in een regelluwe innovatieruimte kunnen zich kandidaat stellen als piloten. Die mogen tijdelijk afwijken van bestaande regels, zodat ze kunnen exploreren wat werkt. Ze worden hierbij ondersteund door onderzoekers die tools aanreiken en impact van regelluwte zichtbaar maken. Later zullen organisaties die vandaag nog niet zo ver staan zich ook kandidaat kunnen stellen.”

“Met Innovatieruimte Plus gaan we nog een stap verder. Niet alleen is onze wetenschappelijke ondersteuning dan nog meer individueel en op maat, we gaan als onderzoekers ook mee de piloten samen verder doorontwikkelen. Voor deze initiatieven stellen we ook middelen te beschikking, bijvoorbeeld om tijdelijk een projectmanager aan te stellen. Voor deze Innovatieruimte Plus kunnen piloten zich kandidaat stellen door te reageren op de eenmalige oproep, die eind januari opent. Snel zijn is dus de boodschap.”

‘Met ToekomstZorg hebben we iets in gang gezet.’

“Op dit moment is nog koffiedik kijken hoe veel van al die enthousiaste ondernemers en projecten zich daadwerkelijk kandidaat zullen stellen. Maar met ToekomstZorg hebben we iets in gang gezet. Wordt vervolgd.”

Reacties

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.