Achtergrond

Bieden leegstaande assistentieflats woonoplossing na scheiding?

Gianni Loosveldt, Joris Van Puyenbroeck, Kathleen Emmery

Wie in een scheiding zit, wil zo snel mogelijk apart wonen. Maar meteen een woning vinden is niet evident. Tegelijk staan er honderden assistentieflats leeg. Ligt daar een oplossing? Het Kenniscentrum Gezinswetenschappen van Odisee vroeg aan de beheerders van assistentiewoningen wat ze hiervan denken.

© Unsplash / A.C.

Op zoek naar tijdelijke woonoplossing

Leegstaande assistentiewoningen en scheidingen: op het eerste gezicht hebben die twee niet veel met elkaar te maken. Toch kan er een link zijn. Terwijl in Vlaanderen heel wat gezinnen na een relatiebreuk acuut op zoek zijn naar een nieuwe woonst, staan in de ouderenzorg assistentiewoningen leeg. Dat wringt.

De acute woonnood na een scheiding kwam mee aan het licht in het project Gezinskabinet, een grootschalige bevraging naar behoeften van gezinnen van de Gezinsbond en het Kenniscentrum Gezinswetenschappen van Odisee. Toen we niet veel later de piste onderzochten om leegstaande assistentiewoningen als tijdelijke woonoplossing in te zetten voor diverse doelgroepen, namen we de doelgroep van ouders na een scheiding dus mee als focus.

Als onderzoekers dachten we dat zo’n tijdelijke woonoplossing een deel van de puzzel zou kunnen zijn. Maar ook dat een gemengd woonpubliek in zorgsettings kan bijdragen aan betere en duurzamere woonzorgoplossingen.

Praktische gevolgen van scheiden

Een scheiding is vaak een kantelmoment in iemands levensloop. Partners die beslissen uit elkaar te gaan, moeten niet alleen emotioneel bekomen, maar ook praktisch hun leven herorganiseren. Een van de meest urgente problemen is het vinden van een nieuwe woonplaats.

Dat is niet evident. De woonmarkt in Vlaanderen staat al onder druk. Huurprijzen zijn hoog, het aanbod is beperkt en de wachtlijsten voor sociale woningen zijn nog nooit zo lang geweest.

‘Scheiding leidt bijna altijd tot een achteruitgang van de woonsituatie.’

Onderzoek toont dat scheiding bijna altijd leidt tot een achteruitgang van de woonsituatie. Alleenstaanden en eenoudergezinnen zijn veel minder vaak eigenaar van een woning. Ze belanden vaker op de private huurmarkt, waar woningen niet alleen duurder maar vaak ook van mindere kwaliteit zijn. Vochtproblemen, te kleine ruimtes en gebrekkige infrastructuur zijn geen uitzonderingen.

Bovendien ervaren alleenstaande ouders vaak discriminatie. Verhuurders kiezen liever voor koppels met twee inkomens. Ook banken zijn minder bereid om leningen toe te kennen aan alleenstaanden. Vorig jaar ging piekte het aantal leningen voor alleenstaanden.

Scheiding als wooncrisis

Het resultaat is dat veel gescheiden ouders genoegen moeten nemen met een woning die niet voldoet aan basisbehoeften. Of ze trekken noodgedwongen tijdelijk in bij familie of vrienden. Die oplossing biedt soms voordelen, zoals gedeelde zorg voor kinderen, maar gaat vaak ook gepaard met spanningen. Bovendien kan het tot verlies van sociale rechten leiden, omdat samenwonen impact heeft op uitkeringen en tegemoetkomingen.

‘Men wil vaak zo snel mogelijk verhuizen om de breuk duidelijk te markeren en stabiliteit te creëren voor de kinderen.’

Voor gezinnen die middenin een scheiding zitten, is tijd een cruciale factor. Men wil vaak zo snel mogelijk verhuizen om de breuk duidelijk te markeren en stabiliteit te creëren voor de kinderen. Ook de locatie speelt een belangrijke rol: ouders willen in de buurt van de school van hun kinderen blijven wonen. Dat maakt de zoektocht er niet gemakkelijk op.

De combinatie van tijdsdruk, financiële kwetsbaarheid en een oververhitte woonmarkt, maakt dat een scheiding vaak uitmondt in een wooncrisis. Vanuit het Gezinskabinet werd daarom gezocht naar creatieve oplossingen voor tijdelijke opvang en overbrugging, tot gezinnen hun leven weer op orde krijgen.

Assistentiewoningen: van serviceflat tot leegstand

Parallel aan dit verhaal speelt een andere maatschappelijke ontwikkeling. Vlaanderen telt bijna 37.000 assistentiewoningen, gegroepeerd in bijna duizend woonprojecten verspreid over de regio. Het concept, dat de vroegere serviceflats opvolgt, biedt ouderen de kans zelfstandig te wonen in aangepaste flats, met optionele zorg en ondersteuning en permanentie via een oproepsysteem.

Het idee was dat dit woonmodel een brug zou vormen tussen zelfstandig wonen en het woonzorgcentrum. Toch is de praktijk weerbarstig. Sinds enkele jaren klinken steeds luider signalen van leegstand. Naar schatting wordt een kwart van de assistentiewoningen niet bewoond. Sommige aanbieders spreken zelfs van één op drie.

‘Veel ouderen voelen zich nog te goed of te jong om de stap te zetten.’

De oorzaken zijn divers. De dagprijs ligt vaak hoger dan wat ouderen bereid of in staat zijn te betalen, zeker als daarbovenop nog kosten voor zorg of aanvullende diensten komen. Veel ouderen voelen zich nog te goed of te jong om de stap te zetten. Ze blijven liever zo lang mogelijk thuis, zeker nu thuiszorgdiensten flexibeler zijn geworden.

Er bestaat ook verwarring over wat een assistentiewoning precies inhoudt. Sommigen denken dat het gaat om een soort ‘rusthuis’, met verlies van vrijheid en zelfstandigheid. Daarnaast speelt de locatie mee: projecten die ver van centra liggen of weinig connectie hebben met een woonzorgcentrum, zijn minder aantrekkelijk. Ook de nasleep van de Covid-19-pandemie heeft een rol gespeeld: de drempel om te verhuizen naar een collectieve setting steeg aanzienlijk.

”Sinds enkele jaren klinken steeds luidere signalen van leegstand bij assistentiewoningen.”

© Unsplash / Pasqualino Capobianco

Maatschappelijk pijnpunt

Leegstand is niet alleen een financieel probleem voor beheerders, maar ook maatschappelijk een pijnpunt. Terwijl veel mensen geen dak boven hun hoofd vinden, blijven honderden aangepaste flats ongebruikt.

Beleidsmakers onderzoeken daarom hoe deze leegstand kan worden aangepakt. In een parlementaire commissie klonk de suggestie om assistentiewoningen tijdelijk open te stellen voor andere doelgroepen, zoals mensen met een beperking of jongere mensen met zorgnoden. Ons onderzoek bevroeg de bereidheid om deze doelgroepen toe te laten maar legde – ingefluisterd vanuit het Gezinskabinet – aan het werkveld ook specifiek de vraag voor over mensen die in acute woonnood verkeren na een scheiding.

Concreet gingen we poolshoogte nemen bij wie hier in de praktijk over beslist: de beheerders van die woningen. Zij zijn immers sleutelfiguren en deskundigen rond de vraag of leegstaande capaciteit al dan niet beschikbaar komt. Hoeveel woningen er effectief vrijkomen voor een breder publiek, hangt namelijk af van hoe de aanbieders met die mogelijkheid omgaan.

Bovendien beschikken net zij over de cijfers van de groepen die ze beheren. Hun professioneel perspectief kan niet het enige uitgangspunt zijn, maar de beheerder bevragen is een eerste stap om in te schatten of het idee haalbaar is.

Leegstand is geen marginaal fenomeen

In het voorjaar van 2025 schreven we alle erkende groepen van assistentiewoningen in Vlaanderen aan. De respons was groot: samen vertegenwoordigden de 184 deelnemers ongeveer een kwart van alle assistentiewoningen in Vlaanderen.

‘Bij een kwart staan woningen langer dan drie maanden leeg.’

De resultaten tonen dat leegstand geen marginaal fenomeen is. Ruim vier op de tien beheerders melden leegstand. Verder blijkt dat de leegstand voor een aanzienlijk deel structureel is: bij ongeveer een kwart van de beheerders staan woningen langer dan drie maanden leeg.

Het gaat dus niet alleen om kortstondig leegkomende flats tussen twee bewoners in, maar ook om capaciteit die langdurig onbenut blijft, en die in principe net ruimte zou kunnen bieden voor een overbrugging.

Verdeeldheid

Een belangrijke vraag was of beheerders bereid zijn leegstaande flats tijdelijk beschikbaar te stellen voor mensen die door een scheiding acuut een woning nodig hebben. De antwoorden tonen een verdeeld beeld. Bijna de helft van de respondenten staat positief tegenover dit idee. Zij zien het potentieel om maatschappelijke noden te verlichten en leegstand nuttig te benutten. Een kwart van de beheerders heeft geen uitgesproken mening, en ongeveer een derde staat negatief tegenover het voorstel.

Wanneer concreet gevraagd werd of hun organisatie effectief zou intekenen op een regeling, antwoordde bijna de helft bevestigend. Een kleine groep gaf expliciet aan dit niet te willen, de rest twijfelt.

‘Bijna de helft staat positief tegenover dit idee.’

Deze verdeeldheid weerspiegelt de spanningsvelden die in de open antwoorden naar voren komen. Beheerders die zich openstellen, benadrukken het belang van duidelijke afspraken. Voor hen moet het tijdelijk karakter centraal staan. Het gaat om een overbrugging, niet om een permanent alternatief.

Ze vrezen dat bewoners die eenmaal gesetteld zijn, moeilijk zullen uitstromen, zoals gebeurde met Oekraïense vluchtelingen die langer bleven dan voorzien. Ook wordt gewezen op de nood aan begeleiding. Sommige beheerders zien enkel mogelijkheden als er een externe organisatie instaat voor selectie en opvolging van bewoners.

“Een belangrijk argument tegen het voorstel is dat de rust van oudere bewoners in het gedrang kan komen wanneer andere doelgroepen, zoals jonge gezinnen of mensen in crisissituaties, tijdelijk intrekken.”

© Unsplash + / Getty Images

Bezwaren en voorwaarden

Beheerders die afwijzend staan tegenover het voorstel, geven uiteenlopende redenen. Een belangrijk argument is dat de rust van oudere bewoners in het gedrang kan komen wanneer andere doelgroepen, zoals jonge gezinnen of mensen in crisissituaties, tijdelijk intrekken.

Assistentiewoningen zijn ontworpen voor ouderen, vaak alleenstaanden, die rust en veiligheid zoeken. De komst van bewoners met een heel ander profiel zou volgens sommigen leiden tot onrust of zelfs tot vertrek van huidige bewoners. Ook de geschiktheid van de flats wordt in vraag gesteld. Veel assistentiewoningen zijn klein en hebben slechts één slaapkamer. Voor een ouder met kinderen is dat vaak te beperkt.

‘Veel assistentiewoningen zijn klein en hebben slechts één slaapkamer: te beperkt voor een ouder met kinderen.’

Daarnaast zijn er juridische en fiscale belemmeringen. Assistentiewoningen genieten een verlaagd btw-tarief en vrijstelling van onroerende voorheffing, op voorwaarde dat ze worden ingezet voor hun specifieke doelgroep. Bij gebruik als gewone woning kunnen deze voordelen vervallen.

Bovendien zijn veel projecten in ruimtelijke ordening ingekaderd als gemeenschapsvoorzieningen. Een structurele herbestemming naar gewone bewoning vereist een planologische aanpassing. Zonder een duidelijk wettelijk kader riskeren beheerders sancties of verlies van voordelen.

Sommigen zien kansen

Toch zijn er ook beheerders die kansen zien. Zij menen dat tijdelijke opvang na scheiding perfect kan aansluiten bij het sociale karakter van hun werking. Het idee van gemengd wonen, waar ouderen en jongere mensen samenleven en elkaar versterken, duikt ook op als toekomstperspectief.

Sommigen hebben al ervaring met noodopvang via het OCMW. Voor hen is het geen grote stap om ook gescheiden partners tijdelijk onderdak te bieden, op voorwaarde dat er duidelijke afspraken zijn rond duur, begeleiding en kostprijs.

Beleidscontext

Het debat past in een bredere zoektocht naar flexibiliteit in het woonzorglandschap. De Vlaamse Regering heeft in haar regeerakkoord de intentie opgenomen om te onderzoeken hoe leegstaande assistentiewoningen ingezet kunnen worden voor een breder publiek. In een parlementaire hoorzitting werd gepleit voor een evolutie naar gemengd wonen, waarbij assistentiewoningen niet alleen door ouderen maar ook door andere doelgroepen gebruikt kunnen worden.

Koepelorganisaties verschillen echter van mening over de haalbaarheid en over de omvang van de leegstand, bleek tijdens die parlementaire hoorzitting. Zo stelde Zorgnet-Icuro dat bijna 95 procent van haar leden een bezettingsgraad van meer dan 95 procent haalt. VLOZO kwam uit op een gemiddelde bezettingsgraad van 77 procent, met een duidelijk verschil tussen assistentiewoningen verbonden aan een woonzorgcentrum (80 procent) en standalones (62 procent). De VVSG, goed voor ongeveer een derde van de markt, ziet bij haar leden dan weer geen leegstand.

‘Er bestaat vandaag geen verplichte registratie van leegstand, waardoor niemand exacte cijfers heeft.’

Daar komt bij dat er vandaag geen verplichte registratie van leegstand bestaat, waardoor niemand exacte cijfers heeft. Net daarom wilden wij met een zorgvuldig uitgevoerde bevraging en een grote respons zicht krijgen op hoe beheerders tegenover een alternatieve inzet staan.

Tegelijk raakt het debat aan vragen over de grenzen van doelgroepgericht beleid. Assistentiewoningen zijn ontworpen en gefinancierd vanuit de gedachte dat ouderen langer zelfstandig moeten kunnen wonen. Als dezelfde infrastructuur nu ook wordt ingezet voor andere groepen, rijst de vraag hoe ver we daarin kunnen gaan zonder de eigenlijke functie uit te hollen. Dit debat gaat niet alleen over gebouwen, maar ook over de visie op wonen, zorg en solidariteit.

Naar een beleidskader

Ons onderzoek legt een paradox bloot: dure, aangepaste infrastructuur staat leeg terwijl gezinnen in acute woonnood belanden. Dat vraagt om creatieve antwoorden en samenwerking over beleidsdomeinen heen. Bijna de helft van de beheerders staat open voor tijdelijke inzet van leegstaande flats bij woonnood na scheiding. 45 procent zou er effectief op intekenen. Dat is geen overweldigend draagvlak, maar het is een reëel signaal.

Leegstaande assistentiewoningen inzetten bij acute woonnood na scheiding is geen wondermiddel, maar kan wel deel uitmaken van een bredere strategie. Vanuit onze gezinsreflex stellen we ons de vraag wat regelgeving doet met gezinnen, en niet alleen met het individu. We vragen ons af of een strikte focus op één doelgroep geen kansen laat liggen voor een andere. Als onderzoekers moeten we mee zoeken naar draagvlak voor aanpassingen die de wooncrisis, hoe klein ook, kunnen helpen verkleinen.

‘We vragen ons af of een strikte focus op één doelgroep geen kansen laat liggen voor een andere.’

Om dat waar te maken, is een beleidskader nodig dat rechtszekerheid biedt voor beheerders en bewoners. Dat kader moet duidelijk omschrijven in welke omstandigheden flats tijdelijk beschikbaar kunnen worden gesteld, welke voorwaarden gelden en hoe begeleiding georganiseerd wordt. Daarbij is samenwerking tussen woon- en welzijnsbeleid cruciaal. Zonder die koppeling dreigt het idee te blijven steken in vrijblijvende initiatieven die op termijn niet houdbaar zijn.

Het is belangrijk dat dit idee niet ten koste gaat van de oorspronkelijke doelgroep. Ouderen die bewust kiezen voor een assistentiewoning, moeten kunnen rekenen op rust, veiligheid en zorgondersteuning. Tegelijk is het maatschappelijk moeilijk te verantwoorden dat honderden flats leegstaan terwijl gescheiden ouders met kinderen op straat dreigen te belanden. Het verzoenen van beide belangen vraagt om zorgvuldige afwegingen en transparante communicatie. Alleen zo kan draagvlak ontstaan bij beheerders, bewoners en het brede publiek.

Reacties [4]

  • Jan Danneel

    Het is een mooie en interessante denkoefening om de piste van leegstand bij assistentiewoningen te verkennen door ze open te stellen voor andere doelgroepen. Het idee van leeftijdsvriendelijk wonen in een brede context, en niet in leeftijdshokjes denken, is mij genegen. Toch gaat deze denkoefening voorbij aan de feitelijke realiteit : enerzijds is de leegstand in assistentiewoningen vooral te verklaren door de hoge kostprijs (voor een betaalbare assistentiewoning bvb zijn er in een stedelijke context wachtlijsten van soms meerdere jaren), anderzijds zijn de (dure) leegstaande assistentiewoningen enkel een oplossing voor pas gescheiden mensen die financieel onafhankelijk zijn (financieel kwetsbare alleenstaanden kunnen deze kost niet dragen). Bijgevolg gaat deze denkoefening voorbij aan de kern van de zaak : betaalbare woonoplossingen voor specifieke doelgroepen (zoals eenoudergezinnen, bejaarden, of ruimer mensen met een kwetsbaarheid). Laat ons daar eerst werk van maken.

  • Ann Verelst

    Aha, er wordt dus overwogen om assistentiewoningen die in feite bedoeld zijn voor ouderen die aan wat meer zorg toe zijn, maar nog te goed zijn voor een rusthuis, te laten bewonen door andere doelgroepen. Maar die leegstand is voor een groot deel te wijten aan het feit dat de woningen gewoon veel te duur zijn voor ouderen en dat er een hele categorie armere ouderen hierdoor uitgesloten wordt. Het is toch in ethisch opzicht verwerpelijk dat woningen zomaar ter beschikking worden gesteld van jongere doelgroepen terwijl het vooral oudere alleenstaanden met gezondheidsproblemen of -risico’s zijn bij wie er een prangend probleem bestaat om een geschikte huurwoning te vinden! Bij het ter beschikking stellen van assistentiewoningen zou zeker in de eerste plaats naar deze laatste categorie moeten gekeken worden, tiens. Jongere mensen die nog arbeidsgeschikt zijn kunnen zich doorgaans een woning op de privémarkt permitteren, of ze nu alleenstaand zijn of een koppel vormen.

    • Joris Van Puyenbroeck

      Uw reactie is terecht. De steeds grotere onbetaalbaarheid van woningen ligt aan de basis van de wooncrisis én ook (deels) aan deze leegstand. Alle generaties worden hier mee geconfronteerd. Prioriteren van kwetsbaarheid tussen generaties vinden we moeilijk. Wat wij voorstellen is een *tijdelijke* oplossing voor mensen in een acute woonnood, gegeven de gedeeltelijke leegstand als realiteit. Als er geen leegstand meer is en oudere volwassenen het aanbod ten volle benutten, dan vervalt ook dit aanbod voor de jongere generatie. We denken dat het OCMW-aanbod hier een rol kan spelen. Een correctie op de markt is nodig voor mensen in een kwetsbare financiële situatie. Er bestaan ook sociale assistentiewoningen binnen het kader van sociale huisvesting. Op de lange termijn zien we een toekomst in intersectorele woon oplossingen, waar kwaliteitsvol, intergenerationeel samenleven mogelijk is. Maar dergelijk idee veronderstelt inderdaad een basis van een groter betaalbaar woningaanbod.

    • stormy weather

      waarom de leegstand van handelspanden niet mee inzetten in het woonprobleem? zoek daar mee in oplossingen.. vraag na 2 jaar leegstand van de handelspanden of ze “sociaal mogen verhuurd worden” en beheerd worden door de sociale woningmaatschappijen voor een afgesproken termijn in ruil voor renovatiewerken.

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.