Achtergrond

Alle hens aan dek bij OCMW’s nu duizenden langdurig werklozen hun uitkering verliezen

Lisa Develtere

Naar schatting een derde van de 180.000 mensen die het komend anderhalf jaar hun werkloosheidsuitkering verliezen, zal zich tot het OCMW wenden voor een leefloon. Hoe bereiden de OCMW’s zich voor? En wat hebben zij nog nodig om deze situatie het hoofd te bieden? Sociaal.Net vroeg het aan drie mensen die het kunnen weten: Annemie Wauman, voorzitter van de Federatie Vlaamse OCMW Maatschappelijk Werkers, Griet Briels, stafmedewerker Lokaal Sociaal Beleid bij de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten en Sébastien Lepoivre, voorzitter van de Federatie van Brusselse OCMW’s.

© Unsplash / Pavel Danilyuk

Annemie Wauman, voorzitter Federatie Vlaamse OCMW Maatschappelijk Werkers

“De beperking van de werkloosheid in de tijd zorgt voor opschudding onder de OCMW-maatschappelijk werkers. De dossierlast was al heel hoog”, vertelt Annemie Wauman van de Federatie Vlaamse OCMW Maatschappelijk Werkers. “Als ik met maatschappelijk werkers praat, klinkt het: ‘We hebben corona gehad, de Oekraïne-crisis, de energiecrisis… En nu gooit men een nieuwe bom op de sociale diensten.’ De emmer was al tot de rand gevuld. Nu zal hij zeker overlopen.”

‘De emmer was al tot de rand gevuld. Nu zal hij zeker overlopen.’

“Zelf werk ik al 35 jaar binnen het OCMW en dit is een van de grootste en meest fundamentele beleidswijzigingen die een impact heeft op de werking van onze sociale diensten. Maar wat die impact exact zal zijn, is koffiedik kijken.”

“De cijfers die we kregen, zijn heel algemeen, zoals het aantal mensen en de datum waarop ze hun uitkering zullen verliezen. Dat zijn er veel. Maar wie zij zijn, welke profiel ze hebben en hoeveel beroep ze op ons zullen doen, dat weten we niet. Men gaat ervan uit dat slechts een derde bij het OCMW zal terechtkomen, maar dat is uiteindelijk nattevingerwerk. Dus het is afwachten tot de mensen effectief komen aankloppen. Dat zorgt natuurlijk voor grote onzekerheid en bang afwachten.”

Afwachtend voorbereiden

Annemie: “De meeste lokale besturen zien wel in dat er een serieuze impact zal zijn op de OCMW’s. Omdat er nog veel vraagtekens zijn, zijn sommige besturen wel wat afwachtend. Wij hadden verwacht dat de besturen massaal extra personeel zouden aanwerven om de werklast op te vangen: dat blijkt in de praktijk niet het geval. Bepaalde besturen werven wel aan, maar meestal eerder voorzichtig. En een heel aantal gemeenten kijken voorlopig de kat uit de boom.”

“Diensten zijn zich aan het voorbereiden op de grote tsunami die op hen afkomt. In de eerste fase gaat dat vooral over mensen voorzien van een inkomen nadat hun werkloosheidsuitkering is weggevallen. Vaak gaan we daarnaast nog niet direct hulpverlening kunnen opstarten, zoals we nu gewend zijn. Elke aanvraag voor een leefloon die ontvangen wordt, vereist een sociaal onderzoek dat binnen de maand afgerond moet zijn. Ik hoor dat veel diensten daarom hun intakeproces aan het herbekijken zijn.”

‘Wij hadden verwacht dat besturen massaal extra personeel zouden aanwerven, maar dat blijkt in de praktijk niet het geval.’

“Het OCMW is het laatste vangnet. Dat is onze rol. Maar een beleidsmaatregel uitrollen met zo’n impact op dat vangnet, zonder veel overleg, dat begrijp ik niet. Al zijn we het wel gewoon dat de dingen boven ons hoofd beslist worden. Onze toezichthoudende overheidsdienst, de POD Maatschappelijke Integratie, hebben we nauwelijks gehoord. Dat is jammer, want we hangen van hen af voor onze werking.”

Wat OCMW-maatschappelijk werkers nodig hebben

Annemie: “Een aantal zaken waar we al langer naar vragen, zijn in het licht van deze maatregel nog relevanter geworden. Zo moet er een oplossing gevonden worden voor het feit dat bijna een kwart van onze dossiers voorschotten zijn op andere uitkeringen die niet tijdig betaald worden. Dat zijn mensen die eigenlijk niet in ons vangnet thuishoren, want ze hebben recht op een andere uitkering.”

‘We maken ons zorgen over de secundaire hulpvragen.’

“De nieuwe groep mensen die nu bij ons komt aankloppen, zullen we proberen activeren. Maar het is simplistisch om te stellen dat ze allemaal maar een job moeten zoeken. Zeker bij zij die al heel lang werkloos zijn, is er een grote afstand tot de arbeidsmarkt die moet overbrugd worden. Bovendien is er een groep waarvan reeds is vastgesteld dat zij niet in staat zijn in het reguliere arbeidscircuit aan het werk te gaan. Dat wil niet zeggen dat ze niets kunnen doen, maar het zal gaan over enkele uren in de week in een vorm van maatwerk of andere activiteiten. En zulke jobs zijn er onvoldoende. Daar moet dringend iets aan gedaan worden.”

“Waar we ons ook nog zorgen over maken zijn de secundaire hulpvragen. Niet iedereen die zijn werkloosheidsuitkering verliest, zal in aanmerking komen voor een leefloon. Bijvoorbeeld omdat hun partner een inkomen heeft. Maar als je gezinsbudget plots zakt, kan je in de problemen komen en bijvoorbeeld schulden opstapelen. Deze mensen zie je niet in de cijfers over de leeflonen, maar zij zullen met wat vertraging met andere hulpvragen bij ons terechtkomen. Niemand is zich daarop aan het voorbereiden.”

Griet Briels: “De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd is een historische omwenteling in de manier waarop onze sociale zekerheid werkt.”

© Unsplash / Toa Heftiba

Griet Briels, stafmedewerker Lokaal Sociaal Beleid (VVSG)

“De beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd is niet zomaar een ingreep. Het is een historische omwenteling in de manier waarop onze sociale zekerheid werkt”, zegt Griet Briels van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten. “En die omwenteling wordt op zeer korte tijd doorgevoerd. We hebben sterk gepleit voor meer fasering, maar dat bleek niet compatibel met het politiek akkoord. We hebben zelf meteen een projectteam opgericht om de besturen maximaal te ondersteunen.”

‘Op dit moment krijgen we te weinig informatie van het beleid die ons helpt.’

“Alle OCMW’s zijn zich aan het voorbereiden, maar het is voorbereiden op het onbekende. We weten niet hoeveel procent van de mensen die uitstroomt uit de werkloosheid recht zal hebben op een leefloon, maar de kans dat het maar 30 procent is lijkt ons klein. Op dit moment krijgen we te weinig informatie van het beleid. De weinige informatie die er is, zijn we zelf aan het interpreteren en communiceren met onze leden. Dat houdt natuurlijk ook gevaren in.”

“De voorbereiding verschilt van bestuur tot bestuur. Wat een goede praktijk is, hangt af van de lokale context. In een grote stad waar veel instroom verwacht wordt, werken ze bijvoorbeeld met een apart team voor intakes of telefonische screening. In kleinere gemeenten kan er een derde persoon stand-by staan om de twee collega’s die de sociale onderzoeken doen bij te staan. Maar de rode draad is dat de besturen zich aan het organiseren zijn. Wij staan hen daar ook in bij.”

Geen administratieve toekenning

Griet: “OCMW’s willen op dezelfde kwalitatieve manier en binnen dezelfde termijn sociaal onderzoek kunnen blijven doen. We hebben echt nood aan bijkomende maatregelen die het werk verlichten. Zo willen we een oplossing voor de vele voorschotten die we geven op andere uitkeringen. Dit probleem gaat de komende maanden nog groter worden. Een deel van de langdurig werklozen zal namelijk verkennen of ze recht hebben op een ziekte-uitkering en zal daarop een voorschot vragen omdat de toekenning van die uitkering op zich laat wachten.”

“We wensen ook administratieve vereenvoudigingen, zoals het herbekijken van het GPMI. Sociaal werkers ervaren dat begeleidingsinstrument nu te veel als een verplicht nummertje in plaats van een hulpmiddel in de begeleiding. Ook de optie om het huisbezoek later te mogen doen is een uitdrukkelijke vraag van OCMW’s, maar dan enkel uitzonderlijk, wanneer de tijdige afhandeling van het sociaal onderzoek in het gedrang dreigt te komen.”

“Voor alle duidelijkheid: de meeste OCMW’s zijn geen vragende partij voor een ‘sociaal onderzoek light’ of een meer administratieve toekenning van het leefloon. De toekenning van het leefloon is mensenwerk. Het is geen administratieve afhandeling. OCMW’s willen nabij zijn. De overheid heeft een gezicht nodig.”

‘De toekenning van het leefloon is mensenwerk.’

“Voor veel van de mensen die nu hun werkloosheidsuitkering verliezen, zal de OCMW-maatschappelijk werker trouwens het eerste gezicht zijn dat ze daarrond zien. Want de menselijke dienstverlening staat de laatste jaren overal onder druk. Dan is het erg belangrijk dat zij die doorverwijzen naar de OCMW’s duidelijk maken dat de maatschappelijk werkers willen helpen. Zij zijn wel het gezicht van de overheid, maar ze zijn niet verantwoordelijk voor de beslissing over de werkloosheidsuitkering.”

Vraagstukken zonder antwoord

Griet: “Er zijn vandaag ook andere belangrijke vraagstukken waar nog geen antwoord op is. Bijvoorbeeld: wat gaat de rol van VDAB zijn in de toekomst? Als de werkloosheidsuitkering één, maximum twee jaar kan duren, dan betekent dat dat zij hun aanbod voor werklozen zullen moeten herdenken.”

“En op een bepaald moment stopt die werkloosheidsuitkering en kunnen mensen op het OCMW terugvallen. Gaan OCMW’s dan een beroep kunnen doen op het VDAB-aanbod? Dat weten we nog niet. Wij vragen bijvoorbeeld meer korte opleidingen die snel kunnen starten, meer plekken in de sociale economie en een minder lange doorlooptijd om mensen te laten aansluiten bij begeleidings- en matchingstrajecten.”

Nood aan monitoring

Griet: “Steden en gemeenten steken zelf veel middelen toe om de leeflonen te kunnen uitkeren en activeringstrajecten op te zetten. Daarenboven geven we nog eens een even groot bedrag aan aanvullende steun. De extra middelen die we nu tijdelijk krijgen, volstaan om in een eerste fase een toename in leeflonen te dekken, maar een deel van de mensen zal langdurig een leefloon nodig hebben.”

“Denk maar aan de mensen die meer dan twintig jaar werkloos zijn. Hun afstand tot de arbeidsmarkt is heel erg groot. We denken dat OCMW’s veel zullen kunnen betekenen voor deze groep. Maar we moeten vermijden dat de factuur doorgeschoven wordt naar de lokale besturen. Er zal dus meer structurele financiering nodig zijn, zowel voor de leeflonen als voor activering.”

‘Een deel van de mensen zal langdurig een leefloon nodig hebben.’

“Het is belangrijk om goed te monitoren hoeveel mensen uitstromen uit de werkloosheid en hoeveel er aankloppen bij de OCMW’s. Omdat we zo weinig weten over wat er te gebeuren staat, hebben we bij VVSG een groep samengesteld met één sociaal werker per OCMW die ons zal helpen monitoren op het terrein. Zo kunnen we de vinger aan de pols houden en snel inzichten en knelpunten op de radar te krijgen.”

“Veel steden en gemeenten zullen zelf ook monitoren, want ze verwachten dat wat er nu gaat gebeuren, effect zal hebben op andere lokale dienstverlening. Mogelijks komt er meer druk op de sociale huisvesting, budgetbegeleiding of zelfs opvang voor dak- en thuislozen. Veel lokale besturen zitten al in een krappe budgettaire context. Het debat over wat tot hun kerntaken behoort en wat niet, was al bezig, los van deze omwenteling.”

Sébastien Lepoivre: “De hervorming is niet goed doordacht en niet goed voorbereid.”

© Pexels / Pixabay

Sébastien Lepoivre, voorzitter Federatie van Brusselse OCMW’s

“Omdat er in Brussel zo veel langdurig werklozen zijn, zal in verhouding met de bevolking de impact van de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd hier het grootst zijn”, vertelt Sébastien Lepoivre van de Federatie van Brusselse OCMW’s.

‘Er dreigt een catastrofale situatie.’

“Toen de inschakelingsuitkeringen voor jongeren in 2015 hervormd werden, klopte een derde van de getroffen jongeren aan bij het OCMW. We verwachten dat het nu meer dan een derde zal zijn. Veel van de mensen die uitgesloten worden, zijn gezinshoofd, alleenstaand of hebben een grote afstand tot de arbeidsmarkt en een laag opleidingsniveau. Deze hervorming vereist daarom drie fundamentele dingen die we absoluut niet kregen: tijd, geld en een grondig re-integratie- en tewerkstellingsbeleid.”

“Er dreigt een catastrofale situatie. We zijn bang dat we de hulpvragen niet meer zullen kunnen bijhouden. We zullen zeker iedereen die er recht op heeft een leefloon bieden. We zijn daar ook toe verplicht. Maar het is vandaag al een uitdaging om dit binnen de wettelijke termijn te doen. Wij zeggen al jaren dat het de OCMW’s aan middelen ontbreekt om hun wettelijke opdracht te volbrengen. Bovendien is de administratieve overlast te hoog.”

Geen partijpolitieke kritiek

Sébastien: “De hervorming is niet goed doordacht en niet goed voorbereid. Voor je zo’n grote hervorming doorvoert, moet je de tijd nemen om de situatie te analyseren en de mensen op het terrein te consulteren. Dat is hier niet gebeurd. Men heeft dit snel snel en om ideologische redenen ingevoerd.”

‘Het lijkt alsof zij die de touwtjes in handen hebben niet beseffen wat de gevolgen zijn, of er niet om geven.’

“Wiskundig zal de overheid erin slagen om de werkloosheidscijfers naar beneden te halen. Maar de armoedecijfers zullen stijgen. De federale overheid is verantwoordelijk voor de maatschappelijke integratie en armoedebestrijding. Ze moeten dus strijden tegen armoede, het niet organiseren.”

“Ik ben actief bij de PS, maar mijn politieke overtuiging doet er eigenlijk niet toe. Je wil toch dat de hervorming uitvoerbaar is? Geef ons daarvoor dan de capaciteit. Dat doet men niet. Het lijkt alsof zij die de touwtjes in handen hebben niet beseffen wat de gevolgen zijn, of er niet om geven. Als ik waarschuw voor een catastrofe is dat geen vorm van partijpolitieke kritiek. We nemen onze verantwoordelijkheid tegenover onze medewerkers en onze cliënten gewoon ernstig. Maar we worden niet serieus genomen.”

De crisis te veel

Sébastien: “De Brusselse maatschappelijk werkers zijn bang, nerveus en moe. De OCMW’s hebben de laatste tijd al verschillende crisissen doorstaan. ‘Dit is de crisis te veel’, zei een maatschappelijk werker me onlangs. ‘Deze honderden extra dossiers die op ons zullen afkomen, terwijl de omstandigheden er niet naar zijn om ons werk goed te doen, zijn er te veel aan.’”

“Ik vrees ook dat de spanning en agressie aan onze loketten zal toenemen. Hoe meer mensen komen aankloppen, hoe meer kans er zal zijn op vertragingen. Je kan dan verwachten dat mensen boos en geagiteerd raken. We proberen dit op te vangen met extra bewaking, opgeleide receptionisten, beveiligde kantoren en alarmen. Maar dat is eigenlijk dramatisch, want zo criminaliseer je de mensen in armoede, terwijl zij slachtoffer zijn van institutioneel geweld.”

Voorbereiden in moeilijke omstandigheden

Sébastien: “De OCMW’s in Brussel hebben niet stilgezeten. Sommigen huurden nieuwe gebouwen om in de wijken aanwezig te zijn. Anderen hebben infosessies georganiseerd om mensen uit te leggen wat hun rechten zijn. We organiseerden extra opleidingen voor knelpuntberoepen, zodat mensen daar nu al in kunnen stappen. En we hebben een reeks interne processen herbekeken, om tijd te besparen in de afhandeling van dossiers.”

“Veel OCMW’s proberen extra personeel aan te werven, maar het is niet evident. Vacatures raken niet ingevuld. We hebben het erg moeilijk in Brussel om maatschappelijk werkers te vinden. Bovendien bleven de beloofde federale middelen hiervoor lang uit. Sommige Brusselse gemeenten konden bijspringen, maar anderen niet. Hoe kunnen we ons zo voorbereiden?”

‘Men geeft ons niet de tijd om een eerste hervorming op te vangen, en men voegt daar nog een nieuwe aan toe.’

“Het lastige is dat we vandaag nog steeds niet alle informatie hebben die nodig is om ons voor te bereiden, zoals omzendbrieven die details specifiëren. De OCMW’s willen de wet uitvoeren, maar je moet die wel kúnnen uitvoeren.”

“En terwijl we ons aan het voorbereiden zijn om duizenden mensen extra te ontvangen, kondigt minister Anneleen Van Bossuyt nog nieuwe regels aan over de cumulatie van leeflonen binnen één gezin. Men geeft ons niet de tijd om een eerste hervorming op te vangen, en men voegt daar nog een nieuwe aan toe. En ook hier weer zonder na te denken over de operationele uitvoering.”

Geen regering

Sébastien: “We moeten meer mensen aan het werk krijgen, dat trekt niemand in twijfel. Elk jaar begeleiden we met de Brusselse OCMW’s dan ook duizenden mensen naar werk. Maar wij zullen met de langdurig werklozen niet als bij toverslag kunnen doen waar Actiris de afgelopen jaren niet in geslaagd is. Deze doelgroep mobiliseren richting werk is een taak van jaren van opleiding, taalcursussen en begeleiding van psychosociale problemen.”

“Dat er momenteel geen Brusselse regering is, vormt een extra probleem voor de regio. Daardoor kunnen er geen nieuwe maatregelen getroffen worden op vlak van arbeidsmarktbeleid of opleiding van werklozen. We opereren alsof het nog 2024 is. Maar de situatie is natuurlijk veranderd. En dat is een situatie die op het punt staat om helemaal uit de hand te lopen.”

Reacties [1]

  • Anoniem

    Deze maatregel is op een onverantwoorde en sadistische manier doorgevoerd. In sneltempo werd deze hervorming er doorgejaagd. Ik word binnen 2 maanden 61 jaar. Ik heb nog een aantal interims gedaan en dit zelfs voor de Federale overheid. Dat betekent volgens de VDAB dat ik zal getroffen worden door deze maatregel in juli 2026.
    Suf heb ik me gesolliciteerd maar uiteraard zit men niet meer op mij te wachten in deze zogenaamde ‘krappe arbeidsmarkt’. En op je omgeving moet je niet rekenen want iedereen is bezig met zijn eigen leefwereld. Het lokale OCMW is blijkbaar nog niet bezig met deze hervorming en dus sta je als 61-jarige voor heel veel onzekerheid.
    Dit is een schandalige maatregel genomen door jonge politici met veel profileringsdrang en nul empathisch vermogen.
    Het worden fijne feestdagen voor mensen die dit lot te wachten staat. Wat een mentaliteit heerst er op dit moment in Vlaanderen.

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.