Achtergrond

Administrateur-generaal Bob Van den Broeck: ‘Justitie is sociaal werk’

Peter Goris, Donna Kerseboom

Jurist Bob Van den Broeck (54) is de gedreven administrateur-generaal van het Vlaams Agentschap Justitie en Handhaving. Zijn visie botst wel eens met die van sociale professionals. Reden genoeg om hem kritische vragen voor te leggen. Dat kon hij waarderen: “Niets erger dan ja-knikkers”.

Justitie en Handhaving

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Korte geschiedenis

De geschiedenis van het Vlaams Agentschap Justitie en Handhaving is nog kort. Na een zesde staatshervorming in 2014 verhuisden enkele justitiële bevoegdheden van het federale niveau naar de deelstaten. Voortaan zou Vlaanderen zelf de organisatie van de justitiehuizen en het elektronisch toezicht in handen hebben. Omdat onthaal, begeleiding en hulp centraal stonden, werden die taken toevertrouwd aan het Departement Zorg (toen nog het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin).

‘Op vijf jaar tijd groeide dit agentschap van 850 naar 2.370 medewerkers.’

Dat duurde niet lang: in 2019 besloot de toenmalige Vlaamse regering om meer zichtbaarheid te geven aan justitie. Zo ontstond vanuit de rib van het Departement Zorg in 2022 het Vlaams Agentschap Justitie en Handhaving.

De Vlaamse regering koos meteen voor een stevig groeipad. Op vijf jaar tijd groeide dit nieuwe agentschap van ongeveer 850 naar 2.370 medewerkers. En vandaag is het ook bevoegd voor de Veilige Huizen voor de aanpak van familiaal geweld, de gesloten gemeenschapsinstellingen voor jongeren, het Vlaams Meldpunt Grensoverschrijdend Gedrag, de Commissie Erkenning en Bemiddeling, de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden en de handhaving van Vlaamse decreten.

Geen koetjes en kalfjes

De man achter dit razendsnelle traject: Bob Van den Broeck. Als kabinetschef van Vlaams minister van Justitie en Handhaving Zuhal Demir (N-VA) tekende hij mee de politieke lijnen van een Vlaamse justitie uit. Eens het agentschap er stond, zou hij het zelf gaan leiden als administrateur-generaal.

Een interview met deze markante topambtenaar stond al lang op de wishlist van Sociaal.Net. Niet om over koetjes en kalfjes te praten, wel om een pittig gesprek te voeren over de keuzes en richting van ‘zijn’ agentschap.

Niet iedereen is gelukkig met die stevige groei van een Vlaamse justitie. Mensen zien achter die verschuiving van taken van welzijn naar justitie een samenleving die steeds harder en repressiever wordt.

“Die redenering hoor ik wel vaker, maar ik begrijp ze niet. Ze vertrekt vanuit een oubollige kijk op justitie. Vandaag is justitie per definitie een sociale opdracht. De essentie van justitie is ervoor zorgen dat mensen veilig kunnen samenleven met elkaar.”

“Veiligheid is niet links of rechts, niet conservatief of progressief. Veiligheid is de basis van een democratische rechtsstaat. Justitie zoekt naar werkzame oplossingen voor mensen die regels overtreden en geeft een plaats aan slachtoffers. Dat gebeurt allemaal vanuit het grootste respect voor al wie betrokken is en vanuit een engagement voor een rechtvaardige samenleving.”

Toch zijn hulpverleners ongerust over die shift. Zo schreef een hulpverlener die werkt met daders van seksuele delinquentie: “Deze bevoegdheidsverschuiving dreigt de sterktes en dus ook de effectiviteit van deze hulp onderuit te halen.”

“Ik vind dat een bizar standpunt dat haaks staat op de realiteit. Dat sociale professionals hun taak niet naar behoren zouden kunnen verrichten vanuit het Agentschap Justitie en Handhaving, vind ik eigenlijk een belediging voor mijn medewerkers die elke dag voor kwetsbare mensen een verschil maken. We zijn vaak nog de enigen die nog met hen in contact staan.”

“Op dit moment werken in de justitiehuizen 750 justitie-assistenten keihard aan het opbouwen van vertrouwensrelaties. Vaak gaat het over mensen die in welzijnsvoorzieningen in de kou blijven staan, bijvoorbeeld omdat ze ‘moeilijk begeleidbaar’ zouden zijn. Wij kunnen dat niet: we krijgen van de strafrechter de opdracht om die mensen op geregelde tijdstippen te zien en een vertrouwensrelatie uit te bouwen. Zoals ik al zei: we zijn vaak nog de enigen die hen binnen een begeleidingscontext zien.”

‘Ik zie niet in waarom de begeleiding van seksuele delinquenten geen taak van justitie zou kunnen zijn.’

“Ik zie dus echt niet in waarom de begeleiding van seksuele delinquenten geen taak van justitie zou kunnen zijn. Die weerstand is vaak ook ingegeven vanuit een ideologische vooringenomenheid die intussen dagelijks tegengesproken wordt door wat op dit terrein gebeurt.”

Een andere feitelijke vaststelling: hoe meer controle en justitie, hoe groter het risico dat de meest kwetsbare groepen van de radar verdwijnen uit angst voor dwangmaatregelen of straf. Pas nog getuigde daarover een begeleider van jonge moeders met ernstige verslavingsproblemen.

“Onze doelgroep zijn net de personen die al een maatregel kregen en waarmee we op een zorgzame manier aan de slag gaan. Dwang wordt niet blind geïnstalleerd, maar afgewogen vanuit een inbreng van verschillende partners en perspectieven.”

“Ook de opvolging van deze kleine maar zeer precaire groep van jonge moeders, is geen harde inquisitie, ze gaat uit van zorg: zorg voor de moeder, haar kind of kinderen en eventueel toekomstige kinderen.”

“Onze ervaringen met de Veilige Huizen die ernstige vormen van familiaal geweld aanpakken, tonen aan dat dwang ook zorg- en werkzaam geïnstalleerd kan worden, net omdat parket en hulpverlening respectvol met elkaar samenwerken. Dat voorkomt net dat mensen van de radar verdwijnen.”

“Bovendien moeten we ook het voortraject van deze moeders tegen het licht houden. Wellicht passeerden ze op jongere leeftijd, nog niet ernstig verslaafd en nog niet zwanger, al heel wat welzijnsdiensten. Toch slaagden ze er blijkbaar niet in om vanuit vertrouwen en vrijwilligheid in een vroeger stadium de negatieve spiraal te keren.”

Stel je daarmee de slagkracht van al die welzijns- en begeleidingsdiensten in vraag?

“Ik twijfel niet aan de professionaliteit van wie er werkt. Maar ik begrijp niet waarom we op het terrein van zorg en welzijn zo veel opdrachten uitbesteden aan middenveldorganisaties. Dat levert grote energielekken op.”

“Alle overheidsagentschappen zitten vol met beleidsmedewerkers die alleen als opdracht hebben om subsidiedossiers uit te wisselen met beleidsmedewerkers van middenveldorganisaties. Die documenten gaan heen en weer tot er een consensus is. En dat is dan nog maar de eerste stap in een lange bureaucratie. Nadien moet er ook een verslag gemaakt worden, moeten kosten bewezen worden. Allemaal begrijpelijk maar zeer tijdsintensief. Dat zijn allemaal mensen die we veel beter op het terrein zouden kunnen inzetten. Er is werk te veel daar, en handen te kort.”

‘Ik begrijp niet waarom we op het terrein van zorg en welzijn zo veel opdrachten uitbesteden aan middenveldorganisaties.’

“In deze tijden van budgettaire schaarste moeten we dat opnieuw evalueren. De winst die we boeken met een efficiëntere organisatie van zorg, kunnen we inzetten voor mensen die het moeilijk hebben.”

In de Verenigde Staten zien we vandaag een willekeurig en extreem repressief overheidsoptreden dat we tot voor kort onmogelijk achten. Is ook een gezond wantrouwen ten aanzien van de overheid niet op zijn plaats?

“Ik heb als ambtenaar het volste vertrouwen in het overheidsapparaat waarin ik werk. Maar ik sta ook te kijken naar hoe snel dat kan verglijden, zie inderdaad naar wat vandaag gebeurt in de Verenigde Staten. Maar zo ver zijn we hier niet, en gelukkig: we zijn geen blinde uitvoerders van een kortzichtig beleid en kunnen ook binnen het overheidsapparaat een kritische houding aannemen.”

Je was kabinetschef bij Vlaams minister van Justitie en Handhaving Zuhal Demir. Helpt het niet dat de minister en de administrateur-generaal op vlak van politieke en strategische keuzes twee handen op één buik zijn?

“Ik ben ambtelijk loyaal en voer het beleid uit dat de minister uitstippelt. Tegelijkertijd heb ik de plicht om doorheen dat uitvoerend mandaat ook mijn mening te geven. Ik zal er nooit voor terugdeinzen om die kritische rol op te nemen, al is dat vandaag inderdaad zelden nodig.”

Bob Van den Broeck

Administrateur-generaal Bob Van den Broeck: ‘Wat mij betreft, mogen er nog veel meer bevoegdheden naar justitie komen.”

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Sinds begin dit jaar bent u ook bevoegd voor de gemeenschapsinstellingen, de gesloten jeugdinstellingen waar jongeren verblijven die een delict pleegden. Waarom was die nieuwe shift van welzijn naar justitie nodig?

“Bij gebrek aan doortastend beleid was ook dat schip al langere tijd aan het zwalpen. Medewerkers van deze gemeenschapsinstellingen vonden moeilijk hun weg in een chaos van straffen en begeleiden. Uit de gesprekken die we tot nu toe hebben, merken we dat zij zich beter thuis voelen binnen ons agentschap. Dat is een fijne vaststelling.”

Toch kan je niet iedereen geruststellen: veel experts – academici, het Kinderrechtencommissariaat, de Unie van Nederlandstalige Jeugdmagistraten – blijven kritisch over de nieuwe shift en vrezen dat de jongeren die in deze gemeenschapsinstellingen verblijven het nog moeilijker zullen krijgen.

“Het is oneerlijk om de expertise binnen ons agentschap te reduceren tot harde repressie. Ik weet ook niet goed waarop men zich baseert om tot die conclusie te komen. Alsof al die geëngageerde begeleiders in die gemeenschapsinstellingen door de verhuis van welzijn naar justitie plots hardvochtige onmensen worden.”

“Het tegendeel is waar: ik doe zestig werkbezoeken per jaar en praat met al die psychologen, criminologen en pedagogen. Ons agentschap zit vol hippies en daarmee bedoel ik: mensen die voor mensen het verschil willen maken. Dat is een goede zaak: ze tonen dat justitie sociaal is.”

‘Ons agentschap zit vol hippies en daarmee bedoel ik: mensen die voor mensen het verschil maken. Dat is een goede zaak: ze tonen dat justitie sociaal is.’

“Vanzelfsprekend zijn toezicht en sanctionering elementen van dit werk. Wat is daar mis mee? Elke ouder weet dat opvoeden en begeleiden vooral gaan over vertrouwen, maar ook over een stukje controle.”

“Mocht het van deze critici afgehangen hebben, dan was er ook van het elektronisch toezicht voor jongeren niets terechtgekomen. Maar we duwden door en vandaag hebben we een strafmodaliteit waarover jeugdrechters en -advocaten zeer positief zijn. De gevolgen van de vrijheidsberoving blijven beperkt: jongeren kunnen in hun gezin blijven en naar school gaan.”

Je ligt niet wakker van al die kritiek?

“Het is goed dat verandering kritisch wordt bekeken, maar die kritiek moet dan wel op een realiteit gebaseerd zijn, op feiten, op kennis. En niet enkel het resultaat van een ideologische vooringenomenheid. Op dat vlak mis ik soms openheid.”

“Kritiek vind ik vaak stiekem leuk. Ik hou van woord en wederwoord want dat kan ons alleen maar beter maken. Wie dus kritiek heeft op mijn beleid, nodig ik uit om op bezoek te komen of met me in gesprek te gaan. Zelf ben ik niet vies van een straffe mening of een portie kritiek, maar ik zal me telkens eerst grondig informeren.”

Die straffe meningen post je ook vaak op sociale media. Is dat een bewuste keuze?

“Vijf jaar geleden moesten we een nieuw agentschap op de wereld zetten. We zetten toen sociale media in om bekendheid te geven aan een jong agentschap dat veel nieuwe mensen moest aanwerven.”

“Vandaag gebruik ik die kanalen ook om uit te drukken hoe fier ik ben op de mensen die in mijn organisatie werken. Al die mensen leveren in uitdagende omstandigheden sterk werk. Dat werpt vruchten af: in tijden van personeelskrapte, vinden wij toch nog toe altijd de mensen die we nodig hebben.”

‘Ik zou mijn job niet goed doen mocht ik zwijgen over de mensonterende omstandigheden in gevangenissen.’

“En inderdaad: in mijn berichten deins ik er niet voor terug om ook mijn mening te ventileren. Dat kan ook niet anders: als administrateur-generaal hou ik graag direct contact met het werkterrein. Ik bezoek dus heel veel justitiehuizen, veilige huizen en ja, ook gevangenissen. Ik zou mijn job niet goed doen mocht ik zwijgen over de mensonterende omstandigheden daar.”

“Achter die kritische berichten over straf en detentie zit ook een maatschappelijk engagement: helaas ligt een groot deel van de publieke opinie niet wakker van die onterende omstandigheden in gevangenissen. Daarom dat ik graag inga tegen populisme vanuit de wetenschappelijke evidentie dat strenger straffen niet helpt.”

Bob Van den Broeck

Administrateur-generaal Bob Van den Broeck: “Ik ga graag in tegen populisme vanuit de wetenschappelijke evidentie dat strenger straffen niet helpt.”

© Sociaal.Net / Lisa Develtere

Je bent bevoegd voor hulp- en dienstverlening aan gedetineerden. Pas nog noemde Federaal Justitieminster Annelies Verlinden gevangenissen ‘fabrieken van recidive’. Voel je je aangesproken?

“Ik ben blij dat de minister dit woord ook gebruikt in de context van de overbevolking. Ik heb het overigens zelf als eerste gelanceerd in een opiniestuk. Het gaat niet enkel om de grondslapers of de slechte omstandigheden, het hele systeem moet herdacht worden.”

“Ook de werkomstandigheden voor het personeel zijn allesbehalve oké. De afgelopen jaren waren er minstens 90  stakingsdagen in de gevangenis. Dat zijn allemaal dagen dat mijn medewerkers in de gevangenis hun ondersteunende en begeleidende jobs niet kunnen uitoefenen.”

‘Ik vrees dat we te weinig beseffen hoe ver we weggegleden zijn.’

“Ik vrees dat we te weinig beseffen hoe ver we weggegleden zijn. Als in Nederlandse gevangenissen de avondactiviteiten van gedetineerden in het gedrang komen wegens een personeelstekort, is dat een nationale rel. In de Belgische gevangenissen worden al decennia amper avondactiviteiten georganiseerd.”

“Hier zitten mensen vaak 22 uur per dag op cel. Mensen slapen er niet alleen op de grond, maar nu ook op tafels, hoorde ik onlangs bij een bezoek. Probeer in die malaise maar eens hulp- en dienstverlening uit te bouwen. Chapeau trouwens voor alle mensen die iedere dag daar in moeilijke omstandigheden proberen orde in de chaos te scheppen.”

Zouden gedetineerden beter af zijn met Vlaamse gevangenissen?

“Ik denk inderdaad dat de deelstaten dat beter voor elkaar zouden krijgen. Nu ja, slechter kan ook moeilijk.”

“Ik ben realistisch: mocht die shift morgen politiek beslist worden, dan zullen we tijd nodig hebben om een inhaalbeweging te maken. Dat zal ook veel geld vragen. Want de federale malaise binnen justitie en detentie is ook een budgettair probleem: er werd de voorbije vijftig jaar ondermaats geïnvesteerd in de magistratuur en het gevangeniswezen. Er is te weinig personeel, amper ruimte voor innovatie en de gebouwen zijn bouwvallig.”

“Ik weet dat het van een andere schaalgrootte is, maar vergelijk de gemeenschapsinstellingen met onze gevangenissen. In de eerste is er – door de Vlaamse overheid – wel geïnvesteerd, en dat merk je.”

“Aan federale zijde bleven opeenvolgende regeringen blind voor een samenleving die complexer werd, een bevolking die groeide en een toename aan wetten en regels. Die historische achterstand haal je niet meteen in.”

Hoe dan ook heeft de overheid niet alle touwtjes in handen om orde op zaken te stellen. Strafrechters bepalen hoeveel mensen naar de gevangenis gaan, niet de minister of administrateur-generaal.

“Detentie en justitie zijn complexe werven. Ik noem mijn agentschap vaak de ‘Pjotr’, de Poolse onderaannemer van de Belgische architect. Zo is het immers georganiseerd door de zesde staatshervorming: de deelstaten hebben grotendeels een loutere uitvoeringsbevoegdheid. In mijn beeldspraak is de federale wetgever de architect die beslist. Maar na al die jaren heeft Pjotr ook wel kennis en inzicht. Die wordt vaak te weinig benut.”

Wat brengt de toekomst? Zetten we ons schrap voor een volgende bevoegdheidsverschuiving van welzijn naar justitie?

“Ik wil er eerst voor zorgen dat de medewerkers van de gemeenschapsinstellingen nog meer hun thuishaven vinden binnen ons agentschap. Want onderschat die verhuis niet, het gaat om de integratie van twee delen die ongeveer allebei even groot zijn in aantal: ons agentschap telde vorig jaar zo’n 1.200 medewerkers en daar komen er nu nog eens 1.200 bij. Zo’n verdubbeling is niet niks. En al hebben we nu het roer in handen, we zullen niet twijfelen om met sterke samenwerkingsprotocollen ook touwen te blijven werpen in de richting van Opgroeien en andere welzijnssectoren.”

“Ook met de justitiehuizen staan we voor een belangrijke reorganisatie. Vanaf begin volgend jaar zullen dader- en slachtofferbejegening van elkaar gescheiden worden in twee aparte werkingen. Dat zal ons helpen om nog meer aandacht te besteden aan slachtoffers.”

‘Als we dit jaar kunnen afsluiten met een blik op een meer humane detentie en rationele strafuitvoering, dan zal ik een tevreden man zijn.’

“Tot slot zullen we ons ook moeten organiseren op de recente Noodwet die de overbevolking in de gevangenissen aanpakt. Wil je minder druk op de ketel, dan zal dat impact hebben op de werking van justitiehuizen en het elektronisch toezicht. Het probleem is dat we op dit moment geen zicht hebben op hoe dit precies zal evolueren.”

“Naast die drie belangrijke interne uitdagingen, is er ook een externe uitdaging: nog meer uitstralen dat justitie sociaal werk is. Als we dit jaar kunnen afsluiten met een blik op een meer humane detentie en rationele strafuitvoering, dan zal ik een tevreden man zijn.”

Reacties [1]

  • Herman de Monnink

    Ik wil me vanuit NL niet wagen aan een oordeel over de kwaliteit van Belgische justitiehuizen. Verhaal klinkt wel goed dat de inspecteur generaal doet. Wel ben ik jaloers dat in België sociaal werk wettelijke bescherming geniet omdat SW ooit onder de minister van Justitie viel. En die minister vond het toen niet meer dan billijk dat SW wettelijke bescherming moest krijgen. Als ik tenminste goed geïnformeerd ben. Toch een voordeel tov landen waar die wettelijke erkenning van SW ontbreekt. Andere kwestie is ook van belang: dat er naast de ethische code van SW ook een methodische code komt om maatwerk te garanderen door meer eenheid in methodiek!

We zijn benieuwd naar je mening!
Blijf hoffelijk, constructief en respectvol

 

Elke reactie wordt gemodereerd. Lees hier onze spelregels. Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.