Zijn slachtoffers van terrorisme beter af?

Beleid voeren met een telraam

Na de discussie over het statuut van slachtoffers van terreur in de Kamer, las ik met verstomming de reacties van sommige politici. De boodschap lijkt te zijn dat slachtoffers van andere misdaden of van ziekte slechter af zijn dan de slachtoffers van terreur. Wie deze stelling verdedigt, slaat de bal mis.

slachtoffers
©123rf

Gebrekkig slachtofferbeleid

Het tegendeel is waar. Voor slachtoffers van terreur, hinkt het beleid nog verder achterop dan voor andere slachtoffers.

Die stelling wordt onderbouwd door Europese regelgeving, mijn eigen ervaringen met slachtoffers en de vergelijking met andere landen. Daarbij moet de samenleving weten dat een gebrekkig beleid ten aanzien van slachtoffers van terreur erg belangrijke en niet te miskennen individuele en maatschappelijke gevolgen heeft op lange termijn.

Want posttraumatische stressstoornis is niet iets wat dadelijk opgelost is. De belasting van ouders met zo’n psychische stoornis op hun kinderen is aangetoond. Onder meer daarom spreken studies in andere landen zelfs van intergenerationele effecten.

Geschonden rechten

Slachtoffers van terreur hebben recht op erkenning als slachtoffer, op informatie op psychosociale hulp en psychologische bijstand, op compensatie voor de geleden schade… Door een falend beleid worden die rechten met de voeten getreden.

“Het draagt niets bij om slachtoffers tegen elkaar uit te spelen.”

Alle aandacht gaat nu naar een gebrekkige compensatieregeling en naar een statuut, wat een vorm van erkenning kan zijn en een mogelijke garantie biedt op levenslange hulp.

Dat is onvoldoende. Alle slachtoffers moeten individueel bevraagd worden naar hun nood en behoefte. Dat moet gepast en flexibel beantwoord worden door een overheid. Voor slachtoffers van terreur is een versplinterd of gedeeltelijk hulpaanbod, geen hulpaanbod.

Iedereen geraakt

We mogen de definitie van slachtoffers niet beperken tot nabestaanden en gewonden. Want terreur raakt een hele bevolking. Er ontstaan verschillende breuken in het sociale weefsel die groter worden door polariserende communicatie. Succesvolle initiatieven om bevolkingsgroepen samen te brengen, groeien van onderuit. Niet dankzij, maar ondanks de berichten van politici.

Want beleidsmakers en politici moeten beter nadenken over hun communicatie. Zetten ze groepen tegen elkaar op of werkt hun communicatie verbindend? In de periode na aanslagen is er een grote behoefte aan leiderschap die verbindend werkt. Het draagt niets bij om groepen slachtoffers tegen elkaar uit te spelen, aan wervelwind-politiek te doen en persberichten de wereld in te sturen over maatregelen die in de praktijk uitblijven.

Na verscheurende gebeurtenissen in een gemeenschap is er maar één antwoord mogelijk: herstel van verbinding.

Gecoördineerd slachtofferprogramma

Er is grote nood aan herstel van een falend beleid. Er is nood aan een gecoördineerd en specifiek slachtofferprogramma door één overheid. Dat kan breed opgezet worden voor alle slachtoffers, maar moet er minimaal zijn voor de slachtoffers van terreur.

“Er is grote nood aan herstel van een falend beleid.”

Dat programma moet bestaan uit garanties op een goede individuele hulpverlening en opvolging op lange termijn, financiële compensatie en andere vormen van ondersteuning die slachtoffers nodig hebben.

Daarnaast moet dat programma een belangrijke gemeenschapsopbouwende component hebben. Het programma moet kunnen steunen op wetenschappelijk onderzoek. Het staat vast dat dit programma moet gestuurd worden door experten, slachtoffers en slachtofferhulp.

Breed initiatief

De initiatieven die er nu zijn, blijven te verspreid, te beperkt en te zeer gericht op afzonderlijke elementen. Van herstel is geen sprake. Zo’n herstelprogramma is daarom geen werk van een parlementaire onderzoekscommissie maar moet maatschappelijk verankerd worden in een nieuw instituut dat kan aansturen, middelen toekennen en maatregelen effectief kan uitvoeren.

“Initiatieven zijn te verspreid en te beperkt.”

Slachtofferbeleid mag geen vergelijking zijn van de hoeveelheid leed dat mensen ervaren. Dat sommige beleidsmakers hier toch het telraam bovenhalen, verontrust. Het is beter om allemaal hard aan de kar te trekken van beloftevolle pistes die sociale professionals, ervaringsdeskundigen en wetenschappers aanreiken.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen