Sport moet voor iedereen leuk zijn

Psychisch kwetsbare jongeren vallen uit de boot

Sport kan bijdragen tot integratie van psychisch kwetsbare jongeren. De maatschappij en de sportclubs moeten er wel ruimte voor creëren. En dat gebeurt nog te weinig.

SportSporten is plezant

Sporten is ontspannen, zweten, kicken, inzetten, winnen en verliezen. Sporten is een manier om aansluiting te vinden bij leeftijdsgenoten. Het is een kans om ergens in uit te blinken en erbij te horen.

Door te sporten bij een sportclub voelen jongeren zich deel van een groter geheel. Het is een uitgelezen plek om te oefenen in sociale relaties en vriendschappen op te bouwen.

“Door te sporten horen jongeren erbij.”

Jongeren die het moeilijk hebben, kunnen via het sporten hun zelfbeeld opwaarderen en positief participeren in de maatschappij. Uit participatiecijfers van de KU Leuven blijkt dat drie op de vier jongeren tussen tien en zeventien jaar betrokken zijn in minstens één sport.Scheerder, J., e.a. (2011), Actieve vrijetijdssport in Vlaanderen. Trends, profielen en settings, Brussel, Vlaams Parlement: Commissie Cultuur, Jeugd, Sport en Media, 27 april 2011.

Maar niet altijd

Over de participatie van jongeren met psychische kwetsbaarheden zijn er geen cijfers. In de praktijk van ons Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg stellen we vast dat de drempel voor psychisch kwetsbare jongeren om zich aan te sluiten bij een reguliere sportclub groot is. Nochtans hebben zij dezelfde verlangens als andere jongeren. Ze willen graag sporten en gewoon aanvaard worden om wie ze zijn.

“Het plezier is vaak ver te zoeken.”

Momenteel is het plezier in de sportclub vaak ver te zoeken. Zelfs in de lagere regionen van de competitie ligt de focus steeds meer op presteren. De eisen die gesteld worden, zijn gigantisch.

Maar voor sommige spelers is het niet evident om twee of drie keer per week in de club te raken voor de verplichte training. Jongeren die hieraan niet kunnen voldoen, vallen uit de boot. Sportclubs verliezen hun maatschappelijke rol uit het oog. Sporten moet terug leuk worden voor iedereen.

BrechtBrecht is een fictieve naam.

Brecht is een talentvolle sporter van zestien jaar met een psychische kwetsbaarheid. Sporten was zijn uitlaatklep. Omdat hij zich niet gesteund voelt en de verwachtingen van de sportclub niet haalbaar zijn, stopt hij met sporten. Hij hangt op straat rond en raakt verzeild in een wereld van criminaliteit en drugs. Zo belandde hij in de jeugdhulp.

Samen met zijn begeleider legt hij een lang traject af van trainen, volhouden en praten. In die volgorde. Doel is terug aan de start te verschijnen van een loopwedstrijd. Een weg van vallen en opstaan. Uiteindelijk wordt Brecht lid van een atletiekclub. Zo vindt hij opnieuw aansluiting bij de samenleving. Het is nu aan hemzelf en de sportclub om het verhaal een vervolg te geven.

Goede wil

Zoals Brecht zijn er in Vlaanderen nog velen. Ondanks veel goede wil zijn lang niet alle clubs bereid en klaar om de deuren open te zetten. Het ‘sport voor allen’-principe gaat vaak niet op voor jongeren met psychische kwetsbaarheden.

“Het hangt van enkelingen af.”

Gelukkig zijn er clubs die wel met psychisch kwetsbare jongeren aan de slag gaan. Probleem daarbij is, dat dit vaak van enkelingen binnen de clubs afhangt. Als zij verdwijnen, stoppen deze goede praktijken. Daarom is het belangrijk om deze vrijwilligers te ondersteunen. Het is niet evident om te werken met jongeren die uitvallen en het zwaar te verduren hebben.

Tijd voor actie

We moeten als maatschappij durven stilstaan bij de redenen voor deze sociale uitsluiting. Welke drempels ervaren jongeren als ze willen sporten? We merken dat ze zich vaak verstoppen uit angst om uitgelachen of niet aanvaard te worden. Ze hebben geen vrienden en steunfiguren die meegaan en zo de drempel verlagen. En als ze dan toch de weg vinden naar de sportclub, hebben ze het moeilijk om een plek te vinden waar ze zich veilig voelen.

“We moeten trainers ondersteunen.”

Trainers en bestuursleden moeten aandacht hebben voor dit probleem. Trainers worden vooral tactisch en technisch geschoold, maar missen vaak een pedagogische opleiding. Daarom pleiten we voor ondersteuning voor trainers en clubs zodat ze weten hoe ze met deze groep jongeren moeten omgaan. Sportfederaties kunnen hierin een rol spelen.

Fundamenteel recht

Het is een fundamenteel recht voor kinderen en jongeren om in hun vrije tijd te spelen, te sporten en plezier te maken. Het is ook een recht voor trainers en clubs om ondersteuning te krijgen zodat ze werk kunnen maken van hun pedagogische opdracht. Het is aan ieder van ons om erop toe te zien dat in onze prestatiemaatschappij het plezier om te sporten niet vergeten wordt.

Geestig gezond sporten © CGG PassAnt vzw

Daarom zetten het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg Passant, sportfederatie Sporta, de Vlaamse federatie van sportclubs voor mensen met een psychische beperking Psylos en G-sport Vlaanderen, de koepel van alle sportaanbod voor personen met een handicap of beperking, samen het project ‘Geestig Gezond Sporten’ op. Want ‘sport voor allen’ geldt ook voor psychisch kwetsbare jongeren.Geestig Gezond Sporten is op zoek naar mensen die ervaringen willen delen en naar goede voorbeelden van clubs die ruimte maken voor kwetsbare jongeren. Check Geestig Gezond Sporten of contacteer David Bruyninckx.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen