Persoonsvolgende financiering in de ouderenzorg

Opportuniteit of bedreiging?

Er vloeide al heel wat inkt over persoonsvolgende financiering in de gehandicaptenzorg. Ondertussen gaan stemmen op om ook ouderen een ‘rugzakje-met-geld’ te geven, waarmee ze hun zorg kunnen inkomen. Zorgnet-Icuro plaatst vraagtekens.Dit is een bewerkte versie van een bijdrage uit het boek: Geeraert, R. (red.), (2016), Samen onderweg naar 2020. Uitdagingen voor een geïntegreerd Vlaams zorgbeleid voor personen met een handicap en ouderen, Brussel, Politeia.

@123rf

Interpretatie

Persoonsvolgende financiering is een begrip dat veel interpretatieruimte laat. Iedere politieke strekking heeft er een andere mening over.

“De realiteit is complex.”

Vrije marktdenkers wensen zo weinig mogelijk overheidsinmenging, zo weinig mogelijk bescherming van zorgaanbieders en zoveel mogelijk keuzevrijheid voor zorgvragers. Die krijgen zelf een cashbudget in handen, dat ze vrij mogen besteden.

Een meer gematigde visie stelt dat dit budget enkel kan besteed worden bij erkende zorgaanbieders. Deze visie gaat uit van perfect geïnformeerde zorgaanbieders en zorgvragers die in staat zijn de voor hen meest optimale, geëmancipeerde keuzes te maken. De realiteit is veel complexer.

Marktimperfecties

Verschillende marktimperfecties vragen een corrigerende hand van de overheid. Ouderen hebben een beperkt zicht op het zorgaanbod, de kost ervan, de kwaliteit en wat ze mogen vragen en verwachten tegen welke prijs. Zelfs voor professionals is het moeilijk om op een objectieve en neutrale wijze zicht te krijgen op de kwaliteit van een zorgaanbieder.

“Zorg is geen te verhandelen product.”

De groeiende groep kwetsbare ouderen, zoals mensen met beginnende dementie, moet versterkt en begeleid worden bij hun keuzes. Het bieden van zorg en ondersteuning aan kwetsbare personen is geen gewoon te verhandelen product. Het heeft een maatschappelijke, culturele en zelfs spirituele waarde die belangrijker is dan de economische.

Een andere kijk

Zorgnet-Icuro interpreteert het begrip persoonsvolgende financiering anders dan de vrije marktdenkers. Het is positief dat de persoon met zorgbehoefte centraal komt te staan en niet de zorgaanbieder. De financiering wordt niet langer gebaseerd op eigenschappen van de instelling maar op die van de cliënt.

“De zorgzwaarte bepaalt de financiering.”

Niet het type zorgaanbieder, maar de zorgzwaarte bepaalt de omkadering en de financiering. Dat is een goede evolutie. Ze stelt zorgaanbieders in staat om los te komen van bestaande structuren. Ze kunnen zo beter inspelen op de vragen van cliënten.

De financiering van de woonzorgcentra is vandaag al in grote mate persoonsvolgend. Zo is de personeelsfinanciering gebaseerd op de zorgzwaarte van de bewoners. Voor zwaar zorgbehoevende bewoners wordt er in principe meer personeel gefinancierd dan voor bewoners met een lichter zorgprofiel.

Bijsturen

Toch kan er nog bijgestuurd worden. Een rechtvaardige persoonsvolgende financiering moet de zorgzwaarte op een objectieve, transparante en uniforme manier in beeld brengen.

De versie van de Katz-schaal die nu gebruikt wordt, is gemakkelijk en snel in te vullen maar brengt bepaalde zaken zoals telefoneren, administratie, koken en meer pathologie-gebonden zorgnoden niet in beeld.De Katz-schaal geeft een afhankelijkheidsscore aan iedere bewoner op de handelingen van het dagelijks leven zoals kleden, wassen, eten, verplaatsing, toilet en incontinentie, maar ook oriëntatie in tijd en ruimte.

 “We moeten zorgzwaarte correct in beeld brengen.”

Ook blijft er een verschil tussen twee mensen met dezelfde zorgbehoefte omdat de ene een door het VAPH erkende handicap heeft en de andere niet. In onze ogen moet een gelijke zorgbehoefte recht geven op een gelijke publiek gefinancierde zorgomkadering. Een uniforme zorgzwaartemeetschaal en een flinke dosis politieke moed kan daarvoor zorgen.

Discriminatie

Maar zelfs binnen de woonzorgcentra is er een groot verschil in financiering tussen zwaar zorgbehoevende bewoners. Zo hebben bewoners met éénzelfde Katz-zorgprofiel recht op een verschillende publiek gefinancierde personeelsomkadering, afhankelijk van het feit of ze in een ROB of in een RVT-woongelegenheid verblijven.ROB staat voor Rustoord voor Bejaarden, RVT voor Rust- en Verzorgingstehuis. Doorgaans heeft een woonzorgcentrum beide types van erkenning, bijvoorbeeld 30 woongelegenheden ROB en 70 woongelegenheden RVT in één woonzorgcentrum.

“Het aantal zorgmedewerkers moet omhoog.”

Voor 30 ROB-bewoners met Katz-score B worden er 6,45 voltijds equivalenten gefinancierd, terwijl de norm in RVT op 11,3 voltijds equivalenten ligt. Om een zwaar zorgbehoevende bewoner in ROB, de RVT-omkadering te kunnen bieden, dient de overheid 25,15 euro per dag bijkomend te investeren.

Een persoonsvolgende financiering is niet gekoppeld aan de erkenning ROB of RVT, maar aan de zorgzwaarte van de cliënt. Alle bewoners met een zwaar zorgprofiel moeten dus kunnen genieten van een financiering op RVT-niveau. Gevolg is dat het aantal zorgmedewerkers opgetrokken wordt. Alleen de RVT-omkaderingsnorm weerspiegelt de minimale personeelsinzet die noodzakelijk is om aan bewoners kwalitatieve zorg te kunnen bieden.

Sociale correctie

Bewoners die het financieel moeilijk hebben, moeten steun krijgen om hun factuur te betalen. Vandaag betaalt de zorgverzekering 130 euro per maand. De Tegemoetkoming Hulp aan Bejaarden kan oplopen tot 560,13 euro per maand. Dit is een mooie sociale correctie voor zorgbehoevenden met een lage financiële draagkracht.

“Ook ouderen moeten een basisondersteuningsbudget krijgen.”

Wij zouden het logisch vinden dat ook zorgbehoevende ouderen straks recht krijgen op het basisondersteuningsbudget van 300 euro per maand.

Lessen trekken

De invoering van persoonsvolgende financiering in de sector voor personen met een handicap volgen we met veel interesse. De principes zijn lovenswaardig. Vergunde zorgaanbieders kunnen straks een aanbod lanceren naar een gevarieerde groep van personen met een handicap. Welk zorg- en ondersteuningspakket ze precies zullen aanbieden, vormt onderwerp van onderhandeling tussen beide. Vergunde zorgaanbieders kiezen zelf hoeveel personen met een handicap ze ondersteunen.

Deze manier van werken heeft ook risico’s. Zorgaanbieders met de mooiste marketingstrategie lokken de meeste klanten, hoewel de kwaliteit van zorg mogelijk minder is. Dit gebeurt ten koste van hun collega’s die hun aanbod minder mooi kunnen verpakken.

Personeel

Samen met de persoonsvolgende financiering wordt ervoor gepleit om de normen voor personeel volledig te lossen. Zolang er echter geen adequate kwaliteitscriteria zijn, vinden we dit erg risicovol. Toegegeven: het aantal medewerkers per bewoner zegt weinig over de kwaliteit van zorg. Veel hangt af van houding, motivatie en competenties van de medewerkers.

“Een minimum personeelsnorm is noodzakelijk.”

Toch vinden we een minimum personeelsnorm als ondergrens absoluut noodzakelijk. Indien organisaties onder deze grens zakken, kunnen we ons ernstige vragen stellen over het zorgbeleid. Dan is men met te weinig medewerkers om basiszorg te bieden aan alle bewoners.

Het definiëren van personeelsnormen in relatie tot de zorgomkaderingsnood van de bewoners geeft richting aan organisaties. Een duidelijk voorbeeld van een minimumnorm is de verpleegkundige permanentie. In een woonzorgcentrum met zwaar zorgbehoevende bewoners moet er altijd minstens één verpleegkundige aanwezig zijn. Organisaties krijgen wel de vrijheid om tijdens de nacht meer dan één verpleegkundige in te zetten.

Kwalificaties

Wanneer woonzorgcentra aan de minimumnormen voldoen, moeten ze meer vrijheid krijgen inzake kwalificaties van personeel.

Vandaag is de personeelsinzet vooral medisch georiënteerd. Zeker in de zorg voor personen met dementie hebben we meer nood aan sociale professionals zoals opvoeders en begeleiders. Alle medewerkers, ook die zonder zorgkwalificatie, moeten we kunnen inzetten in de dagbesteding en maaltijdbegeleiding. Voor bewoners met slikproblemen is logopedische opvolging uiteraard vereist.

“We hebben nood aan welzijnsmedewerkers.”

Vandaag merken we dat het inzetten van een gevarieerde kwalificatiemix in de woonzorgcentra moeilijk is. Heel wat kwalificaties worden uitgesloten voor het toedienen van basiszorg. Dit staat een meer welzijnsgerichte benadering in de residentiële ouderenzorg in de weg.

Bekommernissen

Deze bekommernissen willen we aan de beleidsmakers meegeven. Zij kijken in de richting van persoonsvolgende financiering in de sector van de residentiële ouderenzorg. Wij willen hier graag aan meewerken mits ze rekening houden met belangrijke randvoorwaarden.

 

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen