Niet talmen in strijd tegen dakloosheid

Kies voor woongerichte oplossingen

Een week geleden was er in Brussel een grote Europese conferentie over de aanpak van dakloosheid. In aanwezigheid van Koningin Mathilde werd nogmaals de lof gezwaaid over Housing First. Het werkt! Euforie alom Maar wat nu? Wanneer komt de aanpak van dakloosheid in Vlaanderen in een stroomversnelling?

Dakloosheid
© ID/ Frederiek Vande Velde

Plannen

De strijd tegen dakloosheid staat de laatste maanden weer hoog op de agenda. Het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding wijdt een hele passage aan de aanpak van dakloosheid. De Vlaamse beleidsintenties worden opgehangen aan de ondertussen breed gekende vijf doelstellingen van de Feantsa, de Europese koepel van daklozenorganisaties.1. Niemand mag genoodzaakt zijn om tegen zijn wil op straat te moeten overnachten bij gebrek aan opvang die aangepast is aan zijn situatie. 2. Niemand mag genoodzaakt zijn om langer dan nodig te moeten verblijven in de opvang bij gebrek aan doorstromingsmogelijkheid naar (begeleid) wonen. 3. Niemand mag uit een instelling ontslagen worden zonder voldoende nazorg en een oplossing voor zijn woonsituatie. 4. Niemand mag uit huis gezet worden bij gebrek aan begeleidings- en herhuisvestingmogelijkheden. 5. Niemand die jongvolwassen is, mag thuisloos worden als gevolg van de overgangssituatie naar zelfstandigheid.

In navolging van dit plan werd de stuurgroep thuisloosheid in Vlaanderen nieuw leven in geblazen. De Strategische Adviesraad Wonen maakte een uitstekend overzicht van hoe in Vlaanderen gedurende de laatste jaren woongerichte oplossingen meer en meer doorbreken. De raad pleit er zelfs voor om het recht op wonen juridisch te versterken en stelt voor om 5.000 wooneenheden voor daklozen te bouwen.

Daarnaast huisvesten de sociale verhuurkantoren steeds meer daklozen. En doen de sociale huisvestingsmaatschappijen inspanningen om ex-daklozen te huisvesten.

Housing First

De federale POD Maatschappelijke Integratie presenteerde op 9 juni 2016 op een druk bijgewoonde internationale conferentie in Brussel de erg positieve resultaten van het Belgisch Housing First-project.

“We zetten stappen in de aanpak van dakloosheid.”

De resultaten uit Vlaanderen en Wallonië sluiten aan bij de internationale evidentie die rond deze sociale interventie al werd opgebouwd. Daklozen, zelfs diegenen met de meest complexe noden, slagen er bijzonder goed in hun woonst te behouden. Ze doen het meer dan goed.

Ondertussen zijn heel wat regio’s (Leuven, Limburg, Kortrijk…) bezig om Housing First toe te passen of uit te breiden. Men kan dus niet ontkennen dat we in Vlaanderen duidelijk stappen aan het zetten zijn om de aanpak van dakloosheid te verbeteren en te professionaliseren.

Homans

Toch ontbreekt momenteel de moed bij beleidsmakers, voorzieningen en werkveld om de mooie resultaten van Housing First door te trekken naar de rest van Vlaanderen.

Zo blies Vlaams minister van Wonen Liesbeth Homans in het Vlaams Parlement op 17 december 2014 warm en koud over Housing First. Ze zei: “Ik ben er wel van overtuigd dat alleen een dak boven je hoofd niet helpt. Er zijn allerlei onderliggende problemen die tegelijk moeten worden opgelost. Daar is een belangrijke rol weggelegd voor bijvoorbeeld de OCMW’s.”

Nochtans is het net kenmerkend voor Housing First dat men volledig op tempo van de gebruiker werkt. Verplichtingen, drang en dwang ondergaven de effectiviteit van de interventie.

“Housing First is niet zo maar iets doen.”

Zo getuigde in mei 2015 een sociaal werker uit Limburg erg krachtig: “Housing First heeft me gedwongen om terug te gaan naar de basis van het sociaal werk, luisteren naar de gebruiker, zijn tempo volgen en zijn keuzes respecteren. Als de gebruiker liever zijn geld uitgeeft aan voedsel voor zijn hond dan aan een frigo, dan respecteren we die keuze.”

Housing First is dus veel meer dan het zo snel mogelijk aanbieden van een woonst aan daklozen. Het vereist ook een bepaalde manier van methodisch handelen. Het is dus niet zo maar iets doen.

Ketenaanpak

Op naar Antwerpen. De stedelijke beleidsmakers daar hebben er resoluut voor gekozen om de strijd tegen dakloosheid te intensifiëren. Er is een stedelijk beleidsplan ‘Kadans’ dat volledig gestoeld is op de Nederlandse ketenaanpak.

Net zoals in Nederland kiest Antwerpen niet voor een woongerichte aanpak van dakloosheid. Een lezing van het plan doet eerder de indruk ontstaan dat daklozen van straat halen en overlasbestrijding de belangrijkste doelstellingen zijn.

“Antwerpen intensifieert de strijd tegen dakloosheid.”

Opvallend is ook dat een opname in een opvangcentrum als succes wordt beschouwd. En net daar knelt het schoentje. Uit eigen onderzoek blijkt dat een verblijf in een opvangcentrum slechts voor 20% van de gebruikers de meest aangewezen oplossing is. Althans, dat is de opinie van de sociaal werkers die in die opvangcentra werken.

Deze sociaal werkers zijn zelf voorstander van een woongerichte aanpak, maar botsen voortdurend op de structurele tekorten op de huisvestingsmarkt.

Fronsen

De nieuwe Kadans-aanpak doet nog meer wenkbrauwen fronsen wanneer we zien dat Antwerpen een zorghostel wil bouwen voor druggebruikende daklozen. Zo’n zorghostel lijkt moeilijk te passen binnen een woongerichte aanpak van dakloosheid.

Het is bovendien een bijzonder dure interventie, waarvan men de middelen op een veel kosteneffectievere manier kan inzetten. Door bijvoorbeeld te investeren in Housing First, door wooneenheden bij te bouwen of door samen te zoeken naar oplossingen om de huisvestingsmarkt meer toegankelijk te maken.

“Het vermarkten van inloopcentra roept vragen op.”

Ook het vermarkten van inloopcentra en de winteropvang roept heel wat vragen op. Het stadsbestuur laat verstaan dat het CAW dat het inloopcentrum op dit moment uitbaat, dakloosheid eerder bestendigt dan bestrijdt.

Nu, uit internationaal onderzoek blijkt inderdaad dat inloopcentra een dubbelzinnige rol spelen in de aanpak van dakloosheid. Ze houden het daklozencircuit mee in stand. Toch lijkt dit in Antwerpen niet het argument te zijn.

Expertise van geen tel?

In de nieuwe subsidie-oproepen geeft de stad immers aan dat de openingsuren van inloopcentra en nachtopvang ‘beter op mekaar afgestemd moeten worden’. Moeten we daaruit begrijpen dat het vooral de bedoeling is om daklozen uit het straatbeeld te houden?

“Honoreer de expertise van praktijkwerkers.”

Daarnaast wordt de professionaliteit die in het inloopcentrum de Vaart (maar ook in de nachtopvang) is opgebouwd volledig genegeerd. In de openbare aanbesteding staan geen vereisten qua opleiding en ervaring van medewerkers.

De succesvolle resultaten van Housing First tonen net aan dat de begeleiding van daklozen een bijzondere professionaliteit vereisen. Die expertise is aanwezig bij de medewerkers van de huidige inloopcentra en nachtopvang. Honoreer die dan ook.

Kanttekeningen

Internationaal tonen de landen die resoluut kiezen voor Housing First dat dakloosheid exponentieel kan verminderd worden. Maar dat succes vraagt om uitleg.

Denemarken lanceerde in 2011 een nationale strategie tegen dakloosheid geënt op vier doelstellingen: niemand moet op straat leven, jongeren die de zorg verlaten moeten alternatieve oplossingen krijgen, een verblijf in nachtopvang of in opvangcentra mag niet langer dan drie maanden duren, ontslag uit een gevangenis of zorginstelling kan niet zonder een volwaardige oplossing voor huisvesting.

 “Denemarken lanceerde een strategie tegen dakloosheid.”

Housing First is de dominante interventie om dit waar te maken, maar een belangrijke randvoorwaarde van de Deense aanpak vergeet men veelal. 25% van sociale huisvesting in Denemarken wordt voorbehouden voor personen met een dringende huisvestingsnood. In Vlaanderen is dat op dit moment slechts 5%.

Ondanks immense inspanningen om de doelstellingen te realiseren blijken de Deense resultaten gemengd. Opvallend is dat een omvangrijke groep daklozen duurzaam gehuisvest werd. Toch nam de dakloosheid toe en dan vooral bij jongeren. Oorzaken zijn de toename van de jongerenwerkloosheid, de krapte op de huisvestingsmarkt en de moeizame omslag van ‘treatment first’ (een behandeling, begeleiding als opstap of voorwaarde voor huisvesting) naar ‘housing first’.

Nederland

Deze gemengde resultaten doen denken aan de evaluatie in 2014 van 10 jaar ‘Plan van Aanpak Maatschappelijke Opvang’ in de vier grote steden in Nederland.

Ook de Nederlandse ketenaanpak kan mooie resultaten voorleggen, maar na de economische crisis van 2008 veranderde het profiel van de dakloze: er kwamen meer gezinnen in de opvang en er leefden meer mensen op straat louter en alleen omwille van schulden.

Bovendien werd de toegang en de voorwaarden voor bijstand verstrengd waardoor heel wat mensen hun uitkering verloren. Ook de befaamde kostdelersregeling zorgde voor een toename van de dakloosheid. Die regeling komt erop neer dat de uitkering wordt ingekort van mensen die met andere volwassenen samenwonen, bijvoorbeeld hun meerderjarige kinderen. Gevolg? Mensen zetten hun volwassen mede-bewoners aan de deur.

Structureel ingrijpen

Deze twee buitenlandse voorbeelden tonen dat een beleid ter bestrijding van dakloosheid beter niet losgekoppeld wordt van maatregelen die genomen worden op de arbeidsmark, de huisvestingsmarkt of in de sociale zekerheid.

“Heb oog voor de persverse effecten van sommige beleidsmaatregelen.”

Het heeft weinig zin om dakloosheid structureel te bestrijden via nationale of stedelijke actieplannen, wanneer andere beleidsmaatregelen dakloosheid in de hand werken. Wat zijn bij ons bijvoorbeeld de gevolgen van de afschaffing van de inschakelingsuitkering voor de meest kwetsbare jongeren? Duwen de hoge energiekosten de meest kwetsbare gezinnen nog meer in de schulden, met alle kwalijke gevolgen vandien?

Als we dus echt willen inzetten op het voorkomen van dakloosheid, dan moeten we veel ruimer kijken dan enkel het vermijden van uithuiszettingen en ook oog hebben voor de perverse effecten van een aantal beleidsmaatregelen.

Paradigmashift

Wat houdt ons in Vlaanderen tegen om veel sterker in te zetten op Housing First en andere woongerichte oplossingen? Wat houdt de residentiële opvangcentra van de CAW’s tegen om een fundamentele paradigmashift te maken in de richting van een woongerichte aanpak?

Na de euforische stemming op de internationale FEANTSA-conferentie zijn er vier prioriteiten die best zo snel mogelijk opgenomen en verwerkt worden in lokale, Vlaamse en nationale actieplannen.

“Bouw residentiële opvangcentra af.”

Maak van woongerichte oplossingen de dominante aanpak van dakloosheid. Investeer in een masterplan van 5.000 woongelegenheden voor daklozen. Zet resoluut in op de preventie van uithuiszetting. Maak van residentiële opvangcentra centra voor kortverblijf of bouw ze af.

Maar we moeten dit serieus aanpakken. Die vier prioriteiten kunnen we enkel realiseren als we de professionaliteit erkennen van sociaal werkers die in staat zijn om op tempo van de gebruikers ondersteuning te bieden. Enkel dan wordt het recht op wonen en het recht op een zinvolle tijdsbesteding ook voor daklozen gegarandeerd.

Het vermarkten van deze dienstverlening en het miskennen van de professionaliteit in de openbare aanbestedingen die nu publiek zijn gemaakt, staat hier haaks op.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen