Kinderopvang in Vlaanderen

Veel redenen om fier te zijn

Met het MeMoQ-project brachten onderzoekers de pedagogische kwaliteit van de kinderopvang in beeld. Kinderbegeleiders reageren uiteenlopend: sommigen voelen zich gewaardeerd, velen miskend. Ook van de boodschap dat kinderopvang pedagogische coaching mist, word je niet meteen vrolijk. En recent was er het schrijnend incident in een Antwerps kinderdagverblijf. Tijd voor een stevige opsteker: kinderbegeleiders mogen fier zijn over hun werk.

kinderopvang
©Kevin Jarrett @flickr

Tweede thuis

Elke dag wordt in Vlaanderen hard gewerkt om jonge kinderen een warme en liefdevolle tweede thuis te geven. In een eerste stap vertaalde het MeMoQ-project die missie in een pedagogisch raamwerk.

Kinderbegeleiders herkennen zich in dat raamwerk. Ze willen ervoor zorgen dat kinderen zich goed in hun vel voelen, rijke ontplooiingskansen krijgen en een gevoel van verbondenheid ervaren in de opvang.

“De verscheidenheid in de kinderopvang is goed.”

Elk kinderopvanginitiatief doet dat op een eigen manier. Die verscheidenheid is goed: zo kunnen individuele waarden hun plaats krijgen in de werking met kinderen. Waar de ene locatie meer inzet op buitenspel, schenkt een andere locatie meer aandacht aan buurtwerking. Zo kiest ieder zijn weg.

Nulmeting

Dat verscheiden landschap moet in kaart gebracht worden. Hoe positioneert de Vlaamse kinderopvang zich ten aanzien van de waarden van het pedagogisch raamwerk? Om die vraag te beantwoorden, werd in een tweede stap een wetenschappelijke nulmeting uitgevoerd.

Om daarbij zo dicht mogelijk bij de ideeën van het raamwerk te blijven, werd gekozen om de bestaande realiteit te bekijken via verschillende dimensies: welbevinden en betrokkenheid van kinderen, de emotionele en educatieve ondersteuning die ze krijgen, de omgeving waarin ze verblijven, de relaties met gezinnen en het respect voor diversiteit. Rond die dimensies werden resultaten verzameld.

Erkend als pedagogisch milieu

Zo’n grondig onderzoek is een blijk van waardering voor de professionaliteit van de kinderopvang. Dat respect voor de sector uit zich op verschillende vlakken.

“Overheid vindt kwaliteit van het hoogste belang.”

Het feit dat de overheid bereid was om zo’n grootschalig onderzoek op te zetten, is ongezien. Het geeft duidelijk aan dat de overheid kinderopvang als een pedagogisch milieu ziet waar kwaliteit van het hoogste belang is. Een goed zicht krijgen op die pedagogische kwaliteit is essentieel.

Nu de nulmeting bekend is, weet de kinderopvang waar ze staat. Voor het eerst is er een realistisch beeld van de pedagogische kwaliteit. Niet gebaseerd op buikgevoel of lobbywerk van belangengroepen, maar gebaseerd op instrumenten die de wetenschappelijke logica doorstaan. Het is een startpunt voor geïnformeerde beslissingen. De nulmeting biedt uitzicht en doelen voor de toekomst.

Ingebed

Het onderzoeksproject zit goed in elkaar en is ingebed in het werkveld. Om maar enkele cijfers te noemen: 400 locaties hebben deelgenomen aan het onderzoek, 167 locaties hebben het zelfevaluatie-instrument uitgetest en 259 locaties het inspectie-instrument. De betrokkenheid van het werkterrein was groot.

Groepsopvang en gezinsopvang werden onderzocht met internationaal erkende instrumenten, zodat vergelijking met andere landen mogelijk is.

Realistisch beeld

Voor sommigen was de eerste kennismaking met de onderzoeksresultaten meteen een teleurstelling. De algemene conclusies komen niet overeen met hun ervaringen. Dat kan: onderzoeksresultaten in gemiddelden, drukken niet altijd de rijkdom en variatie uit die de onderzoekers waargenomen hebben.

“De betrokkenheid van het werkterrein was groot.”

We zagen nochtans heel mooie dingen. Het is een voorrecht te mogen observeren bij een onthaalouder die al meer dan 40 jaar met hart en ziel kinderen opvangt. Daar kan je als onderzoeker alleen maar van leren, genieten en geïnspireerd geraken. Het vakmanschap en de intuïtieve kennis zijn indrukwekkend.

Maar we hebben ook bedroevende opvangsituaties waargenomen. Situaties die elke bevlogen en competente kinderbegeleider ervaart als een belediging voor zijn vak. Ook dat is realiteit in Vlaanderen. Maar met het onderzoek zijn nu wel Vlaamse gemiddelden beschikbaar waarin elk opvanginitiatief zichzelf kan situeren.

Niet meetbaar, wel waardevol

Niet alles is meetbaar. Maar wat niet meetbaar is, is daarom niet minder waardevol. De vlotte en respectvolle samenwerking tussen twee kinderbegeleiders, een onzekere onthaalouder die toch deelneemt aan het onderzoek omdat ze de steun voelt van haar dienstverantwoordelijke, ouders die de onderzoeker spontaan komen vertellen hoeveel de opvang voor hen betekent…

Al die elementen zitten niet vervat in de resultaten en wetenschappelijke rapporten, maar zijn wel betekenisvol.

Gezins- en groepsopvang

Ook bij de onderzoeksresultaten stellen we interessante zaken vast. Zo is er geen enkel verschil in de pedagogische kwaliteit tussen gezins- en groepsopvang. Beide opvangvormen zijn evenwaardig, bieden dezelfde kwaliteit en gaan op een soortgelijke manier met kinderen op.

“Gezins- en groepsopvang bieden dezelfde kwaliteit.”

Beide opvangvormen staan ook voor dezelfde uitdagingen. Zo zit het goed met de educatieve ondersteuning van kinderen tijdens geleide activiteiten. Kinderen worden dan uitgedaagd om te ontdekken. Maar op momenten van vrij spel en routinetaken zijn nog extra impulsen mogelijk. Kinderen op die momenten stimuleren, is een uitdaging voor beide opvangvormen.

Voorwerp van debat

Als een aantal resultaten zwakker zijn, betekent dat niet automatisch dat je daarvoor als kinderbegeleider verantwoordelijk bent. Zo daalt de pedagogische kwaliteit als de groepsgrootte toeneemt. Maar het bepalen van de groepsgrootte is geen verantwoordelijkheid van een kinderbegeleider alleen, maar ook van de organisatie en het beleid.

“Voor normerende uitspraken ben je aan het verkeerde adres.”

Zo’n vragen rond verantwoordelijkheid lokken reactie uit. Toch stelt onderzoek ‘slechts’ vast. De interpretatie en evaluatie van onderzoeksresultaten zijn opdrachten voor werkveld en beleid. Wat vinden zij voldoende kwaliteit?

Voor normerende uitspraken ben je bij onderzoekers aan het verkeerde adres. De pedagogische norm die zij adviseerden, was voor de overheid het startpunt om beslissingen te nemen over wat zij onvoldoende, goed of uitstekend vindt.

Nieuwe vragen

Onderzoek roept altijd nieuwe vragen op. Zo is er heel wat onderzoek dat aantoont dat inzetten op professionalisering en ondersteuning op de werkvloer loont. In dat verband werd het belang van pedagogische coaching hier recent nog naar voor geschoven.

Er zijn in MeMoQ ook vreemde vaststellingen, die verder onderzoek vragen. Zo heeft het krijgen van meer financiële middelen een positieve invloed op de betrokkenheid van kinderen. Dat roept nieuwe vragen op. Welke factoren hangen samen met meer subsidie? Wat zorgt daarbij voor een positieve impact op kinderen?

Praktijkkennis gewaardeerd

Vaak worden onderzoek en praktijkkennis weggetrokken van elkaar en in een hiërarchische relatie gezet. Praktijkkennis moet het dan ten onrechte afleggen tegen wetenschap en onderzoek.

“Onderzoek roept altijd nieuwe vragen op.”

Slechts heel weinig kinderbegeleiders zijn gediplomeerde en wetenschappelijk gevormde ontwikkelingspsychologen. Toch weten de meeste kinderbegeleiders wanneer er iets schort met de ontwikkeling van een kind.

Als je al honderden kinderen in je handen hebt gehad, voel je direct aan dat de spiertonus van een baby te slap is. Je hoeft daarvoor geen observatieschaal ingevuld te hebben. Al kan zo’n schaal nadien wel helpen om concreter en preciezer te zijn.

In het Radio1-programma Hautekiet drukte een beller dat als volgt uit. “De heren professoren zijn als ornithologen. Ze weten alles van vogels, maar kunnen niet vliegen.”

Die beeldspraak gaat te kort door de bocht. Het is best denkbaar dat de professoren die dit onderzoek leiden niet de beste kinderbegeleiders zijn. Maar ze kunnen met hun analyses wel een ander licht werpen op de praktijk. Cruciaal is de evenwaardige relatie tussen wetenschap en praktijk. Vandaar het doel van dit MeMoQ-project: met respect leren uit de dagelijkse realiteit van de kinderopvang.

Fraai totaalplaatje

Laten we verder kijken dan de resultaten van het onderzoek. Het totaalplaatje van MeMoQ is best spectaculair te noemen.

“Iedereen krijgt energie van een schouderklopje.”

Iedereen kan bijvoorbeeld gebruik maken van een instrument om de kwaliteit in de eigen opvang in te schatten. Dat instrument gebruikt dezelfde taal als de onderzoeksinstrumenten, waardoor het makkelijk is om jezelf te situeren tegenover de gemiddelden in Vlaanderen. En zorginspectie zal in zijn controles nu ook zijn waardering uitdrukken voor alles wat goed of uitstekend is. Vroeger werd alleen op de aandachtspunten gehamerd. Ook hier komt weer de waarderende kijk naar boven. Als het goed is, moet dat ook gezegd worden. Iedereen krijgt energie van een schouderklopje.

Die waarderende kijk doet ook recht aan de complexe realiteit. De multidimensionele benadering van pedagogische kwaliteit maakt een meer genuanceerde beoordeling mogelijk.

Er zijn heel wat redenen om fier te zijn als kinderbegeleider. Het onderzoek onderschrijft de professionaliteit van de kinderopvang. MeMoQ is een erkenning van het belang van dat dagelijks werken met baby’s en peuters. Ouders staan positief tegenover de opvang. Het onderzoek bevestigt dat het hart van deze sector bij kinderen ligt. Die passie is mooi om zien.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen