Ik heb 100 hulpverleners gezien

Slechts één vroeg zich af wat ik nu eigenlijk zelf wil

Het Netwerk tegen Armoede wil via verhalen van mensen in armoede vooroordelen over armoede doorprikken. Die verhalen geven inzicht in de dagelijkse strijd om te overleven, want dat is leven in armoede. De getuigenis van Jos is één van deze verhalen.Jos is een fictieve naam om de privacy van betrokkene te beschermen.De echte naam is bekend bij het Netwerk tegen Armoede. Dit verhaal verscheen eerst op hun blog.

100 hulpverleners
@pixabay

Hulpverleners

Ik heb in mijn leven heel wat hulpverleners gezien en gehoord. Elk met zijn eigen manier van werken. De ene schreef papieren vol zonder mij zelfs maar een blik te gunnen, een andere beschuldigde mij de hele tijd van van alles en nog wat, nog een andere sprak enkel tegen mijn vrouw en kinderen, weer iemand anders keek alleen naar wat wij fout deden, weer een andere vond het alleen belangrijk dat het huis niet te vuil was en dat er voldoende eten in de koelkast zat, want anders zouden ze dat moeten doorgeven aan de jeugdrechtbank…

“Niemand was echt geïnteresseerd.”

Uiteindelijk gaf niemand mij het gevoel echt geïnteresseerd te zijn in wat ik eigenlijk te vertellen had. Dit bracht natuurlijk met zich mee dat de geboden hulp vaak niet was wat ik nodig had. Volgens die hulpverleners natuurlijk wel, ha ja, want zij wisten het uit de boekjes en van op de schoolbanken. Als er dan wat verkeerd liep, wat natuurlijk regelmatig gebeurde, was het mijn fout. Ik deed immers niet wat zij mij hadden opgedragen.

In het begin durfde ik al eens tegen te spreken. Als ik al eens vertelde dat zij mij verkeerde info gegeven hadden of naar de verkeerde dienst hadden doorverwezen… Amai dan was het hek helemaal van de dam… Ik heb dat na twee, drie keer opgegeven.

Frustratie

Het was toen voor mij al duidelijk dat de hulpverleners de richting van mijn leven en dat van m’n vrouw en kinderen bepaalden en niet wijzelf. Het gevolg was natuurlijk heel veel frustratie. Bij ons, maar waarschijnlijk ook bij de hulpverlener die ons ervaarde als moeilijke en ondankbare armen die niet geholpen wilden worden.

“Ik zette alle hulpverleners aan de deur.”

Tot wij dat op een gegeven moment allemaal zo beu waren en uit colère en frustratie zelf de spreekwoordelijke stop er hebben uitgetrokken. Ik ging alles wel zelf doen en regelen want die hulpverleners denken alleen maar aan hun eigen gemak. Ze zeggen altijd dat ze gebonden zijn door hun organisatie en dat ze alleen maar kunnen doen wat ze doen. Dus heb ik op een gegeven ogenblik alle hulpverleners die over de vloer kwamen letterlijk en figuurlijk aan de deur gezet.

Sofie

Ik heb dat een jaartje of twee volgehouden maar natuurlijk ontspoorden de problemen die ik had nog meer. Het ging van kwaad naar erger maar ik weigerde pertinent hulp te zoeken want ik had een hekel aan hulpverleners gekregen.

Tot er op een dag aan de deur werd gebeld. Met de moed in mijn schoenen ging ik naar de voordeur want ik dacht dat het weer een deurwaarder was. Ik deed heel omzichtig de deur open en daar stond een jonge dame.

“Goeiedag Jos.” Ik zei vriendelijk goedendag terug. “Ha ik ben Sofie en ik werk voor een organisatie hier in de buurt. Ik wilde een keertje met jou komen praten.” Ik antwoordde: “Dat is heel vriendelijk maar ik niet met jou, daaaaag”, deur dicht en terug naar binnen. Een paar dagen gingen voorbij toen er weer gebeld werd. Opnieuw met de moed in m’n schoenen de deur gaan openen… zelfde jonge dame… zelfde scenario. Zo heeft ze dat een aantal keren volgehouden.

Schoonmoeder

Tot op een dag mijn schoonmoeder bij ons binnenstapte en zei: “Zeg Jos, ik heb Sofie leren kennen en dat is een toffe madam. Ze heeft al het een en het ander voor mij gedaan. Je moet daar ook eens mee praten. Ik ben er zeker van dat die jou kan helpen.”

“Mijn vertrouwen in Sofie begon beetje bij beetje te groeien.”

Onmiddellijk bevestigde ik dat zij ook al een paar keer bij ons aan de deur was geweest maar dat ik haar telkens wegstuurde. Na een gesprek hierover, beloofde ik mijn schoonmoeder om haar binnen te laten als ze nog een keertje kwam bellen.

Een aantal dagen later zat Sofie bij mij in de zetel haar ding te vertellen. Met een klein hartje weliswaar want ik had haar gezegd dat als ze flauwe kul kwam vertellen, ze net als al die andere hulpverleners snel en met dezelfde gang terug buiten zou staan. Een uurtje later was ze uitgepraat en heb ik haar buiten gelaten met een vriendelijke goeiedag. Zij is meerdere keren bij ons langs geweest en mijn vertrouwen in haar begon beetje bij beetje te groeien.

Stap voor stap

Na verloop van tijd kwam ik terug buiten, want dat deed ik ook al een hele tijd niet meer. Langzaam maar zeker begon er zich een goeie band te vormen tussen haar en mijn gezin. Ik vertelde haar beetje bij beetje stukje voor stukje deeltjes uit mijn en ons leven.

Uiteindelijk, na een redelijk lange periode, was er toch wel een vertrouwensband opgebouwd tussen haar en wij en we waren daar wel gelukkig mee. Tot ze op een moment weer eens aanbelde en ons doodleuk vertelde dat zij wegging bij die organisatie maar dat er geen probleem was voor ons want de persoon die haar zou vervangen even goed was als zij of misschien wel beter.

“Ze vertelde doodleuk dat ze wegging.”

Ik en mijn vriendin waren geschokt en echt teleurgesteld en eigenlijk ook wel een beetje boos. Wij dachten: “Nu is er eindelijk iemand die ons begrijpt en nu verdwijnt die opnieuw uit ons leven, net zoals al die andere hulpverleners.” Ik weet nog het laatste dat ik haar toch wel een beetje verwijtend heb gezegd: “Je begrijpt er niets van.” En daar zaten we dan opnieuw met het gevoel dat we aan ons lot werden over gelaten.

Klein rond brilletje

Op een dag werd er op de poort gebonkt. Wij woonden toen in een achterhuis dat alleen bereikbaar was via een grote garagepoort en dan een lange gang. We hadden ook geen bel dus moest je hard op de poort bonken. Terwijl ik op m’n stoel bleef zitten en mijn tas koffie verder leeg dronk en mijn twee kleine dochtertjes gewoon verder bleven spelen, ging mijn vriendin kijken.

Plots ging de deur open en stapte een jonge man binnen. Klein rond brilletje op z’n neus, half kalend en gekleed als iemand die mij een beetje deed denken aan een hippie. Hij kwam binnen met de woorden: “Is het toegestaan dat ik binnenkom?” Hij kwam naar mij, gaf mij een hand en stelde zich voor als de vervanger van Sofie. Ik zei: “Ha ok. Ik ben Jos” en vroeg hem meteen of hij ook maar tijdelijk bleef, tot hij er genoeg van had om ons dan ook te laten stikken. Hij heeft daar wijselijk genoeg niet op geantwoord.

“Sinds die dag is er voor mij heel veel veranderd.”

Maar wat hij toen wel deed verbaasde mij en m’n vriendin helemaal. Hij begon spontaan naar de foto’s te kijken die in de kamer hingen en vroeg wie die mensen allemaal waren. Daarna begon hij met onze twee dochtertjes te spelen. Hij vertelde wat over zichzelf en zijn verleden. Niet te veel, maar net genoeg om er over na te denken. Na een uurtje stond hij op en nam hij afscheid.

Hij schudde opnieuw mijn hand en zei dat het een aangename kennismaking was, dat we mooi woonden en lieve kinderen hadden. Hij vroeg of hij nog eens mocht terug komen waarop wij tot onze grote verbazing volmondig “Ja!” zeiden. Sinds die dag is er voor mij heel veel veranderd. Werner kwam regelmatiger langs. Niet om te zeggen wat wij moesten doen maar om te luisteren naar onze verhalen.

Opnieuw leven

Telkens kregen wij een stukje van hem terug, niet te veel maar net genoeg. Het heeft een tijdje geduurd voor ik het door had maar op die manier bracht hij ons verder op een hele korte tijd dan al die andere hulpverleners samen op tientallen jaren gedaan. Ik ben zo stilletjes aan terug vertrouwen beginnen krijgen in de mensheid en in de maatschappij, maar vooral ook terug vertrouwen beginnen krijgen in mezelf.

“Ik sta sterker in het leven.”

Het belangrijkste voor mij en mijn gezin was dat we opnieuw konden leven. En ja, ik heb nog fouten gemaakt nadien maar ik heb die samen met mijn gezin en Werner aangepakt zonder de schuld te krijgen of zonder de gevolgen alleen te moeten dragen. Ik ben natuurlijk niet helemaal uit de armoede geraakt, maar de manier van werken heeft mij wel veel meer vertrouwen gegeven en ik ben beter opgewassen tegen alles wat mij overkomt. Ik pak zelf de problemen aan, ga zelf opzoek naar oplossingen. Ik luister met een ander oor naar mensen en sta sterker en verder in het leven dan dat ik ooit had durven dromen.

Werner

Maar de allerbelangrijkste persoon die ik ooit ontmoet heb, is nog altijd Werner. Hij was degene die in mij… of eigenlijk moet ik zeggen in ons iets anders zag dan een hoop ellende. Hij was degene die mij leerde om terug vertrouwen te krijgen in andere mensen en dus ook in hulpverleners.

“Iemand die mij niet de schuld gaf.”

Ik stel me de laatste jaren regelmatig de vraag waarom ik zolang heb moeten wachten om eindelijk een hulpverlener tegen te komen die mij niet veroordeelde of mij de schuld gaven van mijn miserie.

De afgelopen vijftien jaar zijn er ook twee organisaties geweest die een belangrijke betekenis voor mij hebben gehad. Ze hebben me mogelijkheden aangeboden om het beste uit mezelf te halen. De ene heeft me de mogelijkheid geboden om toch nog te kunnen studeren en een diploma te behalen, ook al was het op mijn 41ste. De andere heeft mij een volwaardige job aangeboden en houdt rekening met mogelijke problemen die nog af en toe opduiken waardoor ik nu bijna twaalf jaar later nog steeds aan de slag ben bij dezelfde werkgever.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen