Het A-document van integrale jeugdhulp

Krachtgericht werken met een formulier?

Het A-document is een formulier om jongeren en gezinnen aan te melden bij de intersectorale toegangspoort van integrale jeugdhulp. Eerst geloofd, nadien uitgebreid getest in de praktijk, en dan verguisd. Qua gebruiksvriendelijkheid is er alvast beterschap aangekondigd. Maar wat is er ten gronde aan de hand met het A-document en het gebruik ervan?

A-document
@123RF Stockfoto

Systeemfout

Een van de meest geuite kritieken op integrale jeugdhulp is dat het tot een hogere drempel en meer bureaucratisering heeft geleid. Het A-document stond daarbij meermaals in het oog van de storm, denk aan de hoorzittingen in het Vlaams Parlement.

Maar hoe komt het dat instrumenten die bedoeld waren om een grondige vraagverheldering en diagnostiek te laten voorafgaan aan de ‘niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp’, in de praktijk een status van ‘bureaucratie’ krijgen?

Onderzoek

Groot was dan ook onze nieuwsgierigheid naar de resultaten van een onderzoek naar dat A-document van het kakelnieuwe Kwaliteitscentrum Diagnostiek.Een volledige weergave van de onderzoeksresultaten vind je op de website van het Agentschap Jongerenwelzijn.Dat onderzoek geeft een redelijk ontnuchterend beeld van het gebruik van het A-document. Al zijn er zoals steeds plausibele verklaringen en excuses.

“Is het A-document niet meer dan een formulier?”

De onderzoeksresultaten knoopten tegelijk aan bij het fundamentele debat. Is het A-document een formuliertje of moet het toch wat meer zijn? Kan het uitgroeien tot een instrument van reële krachtgerichte ondersteuning van jongeren en gezinnen bij hun ‘brede instap’ in de jeugdhulp?

Meer dan een aanvraagdocument

Jean-Pierre Van Hee, de directeur van integrale jeugdhulp, gaf bij de presentatie van de onderzoeksresultaten aan dat het A-document een aanvraagdocument is voor niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp. Het moet de noodzakelijke gegevens bevatten zodat medewerkers van de toegangspoort kunnen oordelen over de inzet van niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp.

Het is dus wel degelijk een formulier, een onderdeel van het administratief proces naar de gepaste niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp. Toch had de overheid oorspronkelijk veel ambitieuzere kwaliteitseisen vooropgesteld. Wat er in het A-document staat, moet meer zijn dan een ‘momentopname’.

“Het A-document krijgt veel gewicht.”

De hele hulpverleningsgeschiedenis is immers relevant. Alle perspectieven moeten volwaardig aan bod komen. Niet alleen die van de hulpverlener en de diagnosticus, maar ook en vooral het perspectief van de cliënt, de jongere, het gezin, de directe sociale omgeving. Het moet goed onderbouwd zijn met gevalideerde diagnostiek, maar ook met een grondige vraagverheldering.

Het ‘interactioneel en holistisch perspectief’ moet de leidraad zijn. Er is dus van meet af aan een zeer groot gewicht toegekend aan dat ‘formuliertje’.

Holistisch perspectief zoek

Bij aanvang van de presentatie van de onderzoeksresultaten was de sfeer gespannen. Begrijpelijk, zo bleek, want de resultaten waren bij wijlen ontnuchterend.

“De resultaten waren ontnuchterend.”

Het Kwaliteitscentrum Diagnostiek onderzocht 360 unieke A-documenten uit de beginperiode van de werking van de nieuwe toegangspoort. De onderzoekers besteedden alleen aandacht aan de A-documenten die ingediend werden door de erkende ‘multidisciplinaire diagnostische teams’ (MDT).Deze MDT’s zijn ondergebracht in onder meer de Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB), de diensten maatschappelijk werk van de ziekenfondsen en centra voor ontwikkelingsstoornissen. Ook de aanvragen van de Vertrouwenscentra Kindermishandeling, de Ondersteuningscentra Jeugdzorg en de sociale diensten van de jeugdrechtbank werden onderzocht. Die doen immers ook zeer frequent een aanmelding bij de Toegangspoort, voorafgegaan door en melding met dat andere document: het M-document in situaties van verontrusting.

Merkwaardig: de A-documenten die werden ingediend door andere actoren uit de ‘brede instap’ en het nog bredere welzijnsveld werden niet in het onderzoek betrokken. Die keuze werd niet vermeld, noch verantwoord.

Voorstellen niet gevolgd

Ook de onderzoekers komen tot opvallende vaststellingen. De A-documenten scoren vaak ondermaats op de vooropgestelde kwaliteitseisen. De participatie en de beleving vanuit het cliëntsysteem werden onderbelicht. Het holistisch en interactioneel perspectief was vaak afwezig. De werkwijze was zwak tot niet onderbouwd. Of nog: er is duidelijk wat loos met dat A-document, of althans met de wijze waarop hulpverleners-diagnostici het gebruiken.

“Het A-document scoort ondermaats op de gestelde kwaliteitseisen.”

Zo kwam in meer dan 90% van de aangeleverde A-documenten het team indicatiestelling (vaak na dialoog met het MDT) tot een andere in te zetten typemodule dan door de indiener werd voorgesteld. Voor de gemandateerde voorzieningen en de sociale diensten van de jeugdrechtbank was dit beduidend minder het geval.

Deze discrepantie met betrekking tot de typemodules is frappant. Dat is mogelijk een bevestiging van een verschillende kijk op de cliëntsituatie. Maar het kan evenzeer te maken hebben met een gebrek aan kennis of slechte communicatie over de inhoud van de typemodules.

Diagnosticus

De onderzoekers zochten naar verklaringen voor deze harde bevindingen en formuleerden meteen ook aanbevelingen.

“Het perspectief van de minderjarige komt weinig aan bod.”

Het ontbreken van het ‘holistisch perspectief’ kan verklaard worden door de structuur van het A-document. Het geeft weinig ruimte voor het verhaal van de cliënt. Het perspectief van de minderjarige komt weinig aan bod. De eigen overwegingen van de diagnosticus zijn te doorslaggevend. Dit kan erop wijzen dat de diagnosticus nog de vertrouwde paden betreedt van de ‘classificerende diagnostiek’ en dit kader te weinig in vraag stelt.

Opmerkelijk was de hypothese dat er misschien vooral tactische overwegingen meespelen: een te sterke nadruk op de eigen draagkracht van de jongere en zijn context zou de kans op een ticket voor de toegangspoort kunnen verminderen.

Formulier of dossier?

Uit de replieken van de CLB’s bleek dat de MDT’s niet alleen te weinig tijd kunnen besteden aan een grondige invulling van het A-document, maar vooral dat er veel verwarring is over de eigenlijke betekenis. Is het A-document het begin van de opbouw van een ‘dossier’ of reikt de ambitie niet verder dan een ‘aanvraagformulier’ voor de toegangspoort?

“Er is verwarring over de finaliteit.”

Achterliggend is dan de boodschap dat aanvraagformulieren eerder tactisch en bureaucratisch ingevuld worden. De onderzoekers ontdekten enkele patronen die wijzen op automatismen bij het invullen, zoals ‘copy-paste’ handelingen, aanvinken van de toestemming zonder aan te tonen dat die werkelijk gevraagd werd…

Paradigmashift

Toch is er meer aan de hand. De Antwerpse hoogleraar Jo Libeer zei bij de presentatie dat hulpverleners nog teveel handelen in het oude ‘testparadigma’ dat gericht is op stoornissen. Ze maken nog te weinig de omslag naar het ‘inclusief paradigma’ dat focust op de levensdomeinen, de leefsituatie, de krachten en mogelijkheden van kwetsbare mensen.

Stoornissen moeten gedetecteerd worden, maar als het alleen dat is, wordt iedereen (hulpverleners incluis) depressief van die resem stoornissen. Dixit Libeer, die betreurt dat het inclusieve of krachtgerichte paradigma nog te veel blijft steken in de retoriek en het instrumentarium van het oude paradigma. Zo ook in de integrale jeugdhulp, luidde zijn helder maar hard oordeel.

“Iedereen wordt depressief van die resem stoornissen.”

Deze hoogleraar pleitte voor een goede synthese van de twee paradigma’s. Dat hoorden we ook uit de hoek van Ondersteuningscentra Jeugdzorg en de sociale diensten van de jeugdrechtbank. Zij noemen zichzelf een ‘ander soort MDT’, met een sterker accent op de werkrelatie met het gezin (‘het gezin als expert’), meer gericht op de veiligheid van de minderjarige (met de hulp van Signs Of Safety) en daardoor ook meer handelingsgericht. Maar ze hebben daarnaast soms ook de classificerende diagnostiek nodig.

Ruimte voor vraagverheldering

Die synthese tussen beide paradigma’s moeten we zoeken in de verhouding tussen de diagnostiek (de visie van de expert) en de vraagverheldering (de visie van de cliënt).

A-document
A-document

De vaststelling van de onderzoekers dat het krachtgerichte perspectief van de cliënt wordt ondergesneeuwd door de diagnostische expertise, sluit aan bij de bedenking die ik recent maakte over de ‘dominantie van de diagnostiek’ bij integrale jeugdhulp. Beter gezegd: van ‘een bepaalde vorm van diagnostiek’.Serrien, L. (2016), ‘Hervormingen in de jeugdhulp. Na achttien jaar eindelijk volwassen?’, Sociaal.Net, 21 april 2016.

Want je kan uiteraard, samen met Jo Libeer, een vurig pleidooi houden voor een ‘holistische diagnostiek’, toch vrees ik dat ook dan het nieuwe paradigma in de praktijk ondergesneeuwd blijft. Misschien maken we beter een helder onderscheid tussen een krachtgerichte vraagverheldering aan de ene kant en een diagnostische expertise aan de andere kant?

In dit opzicht is het verontrustend dat generalistische sociaal werkers vaak de neiging hebben om de diagnostiek en meteen ook de hele cliëntsituatie door te sluizen naar de gespecialiseerde diagnostische teams. Hierdoor geven ze immers hun core-bussiness van generalistische en empowerende vraagverheldering en trajectbegeleiding uit handen.

Het A-document zou juist daarvan moeten vertrekken, maar dan mag de beperkte finaliteit (een toegangsticket tot de niet-rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp) niet het uitgangspunt zijn. Misschien kan een andere letter dan de ‘a’ van ‘aanmelding’ dat symboliseren.

Thema's

armoede, diversiteit, ethiek, gebruiker, geestelijke gezondheid, gezin, gezondheid, handicap, jong, justitie, management, methodiek, onderzoek, opleiding, organisatie van zorg, ouderen, overheid, preventie, sociale professional, vermaatschappelijking, werken, wonen